Heb je eindelijk besloten de bittere waarheid over Sinterklaas op te biechten aan je kind, stuit je op de volgende kwestie: hóe en wanneer vertel je die dan?
Orthopedagoog-generalist Fiona Craenen geeft antwoord. “Vaak gaat het makkelijker dan je denkt”, zegt ze, “doordat kinderen zelf al met de vraag komen. ‘Goh mam, Kees uit mijn klas zegt dat Sinterklaas niet bestaat.’ Koppel de vraag gewoon terug: ‘Wat denk je dat er waar van is, lieverd?’ Zo weet je in elk geval of de vraag voortkomt uit zijn eigen twijfels, of uit het feit dat andere kinderen hem op de hoogte hebben gesteld.” Laat je kind zelf de vragen stellen: dan hoef jij niets te verklappen waar hij of zij nog niet aan toe is.
Lees verder onder de advertentie
Vanaf wanneer?
En wanneer dan een goed moment is? Vanaf 7 jaar is het meestal tijd voor dit soort vragen: dan houdt hun fantasiewereld waarin alles kan, op te bestaan. Of nou ja: ze worden iets realistischer. Wat je in elk geval niet moet doen is de emoties van je kind bagatelliseren, adviseert Tolk. ,,Zeg niet: ‘Stel je niet zo aan, je hebt toch mooie cadeautjes gekregen?’ Of: ‘Je bent nu acht, geloof je nou nog steeds?’ Onderbouw waarom je hebt gekozen om met het spel mee te doen. Dan begrijpt je kind jouw keuze.’’
Lees verder onder de advertentie
Verlies
Sommige kinderen hebben na het onthullen van het grote geheim, er nog net zoveel lol in als altijd. Ondanks het feit dat ze weten dat het een verzinsel is, gaan kinderen toch mee in het spel. Het maakt het er vaak niet minder leuk en spannend op. Een goed idee, vindt Fiona, is daarom meteen te bespreken hoe jullie het feest in de toekomst gaan vieren.
Nog meer Kek Mama? Volg ons op Instagram.
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Erica’s dochter heeft een half jaar verkering met een jongen die ze tijdens de vakantie heeft ontmoet. Ze zijn allebei vijftien en stapelgek op elkaar. Alleen woont hij anderhalf uur verderop. Daarom wil ze bij hem blijven slapen. Erica vindt dat prima, maar haar man denkt daar héél anders over.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.
Toen Louis (3) zijn ouders ervan probeerde te overtuigen dat hij prima zonder zijwieltjes kon fietsen, namen ze hem niet meteen serieus. Toch besloten Joyce en haar man de proef op de som te nemen. Dat pakte totaal anders uit dan verwacht.