Een zondag met jongens in 83 stappen
Beeld: 123RF

Jorinde is stapelgek op haar jongens. En op luie zondagen. Die twee gaan alleen niet altijd samen.

  1. Hè, wat, hoe laat is het?! Hebben we ons verslapen?
     
  2. O nee, zondag. Góddank. Eindelijk rust.
     
  3. Geen school, geen werk, geen judo, geen tennis, geen turncompetitie. Heaven.
     
  4. Mama draait zich nog een keertje om, schatten. Gaan jullie ook nog maar even slapen.
     
  5. Wat wil je? Voetballen? Het is 6.30!
     
  6. Nou, ga maar vast een film kijken dan, ik wil nog even in bed blijven.
     
  7. Wat? Honger? Hoe laat is het? 6.40?!
     
  8. Een uurtje, jongens. Of twee. Echt, ik meen het: ik wil ook weleens relaxen.
     
  9. Onbegrijpelijk: doordeweeks krijg ik ze er op dit tijdstip niet uit geknuppeld.
     
  10. Ja schat, pak maar iets kleins te eten. Een cracker ofzo.
     
  11. Goed, tot straks, liefjes. Even stil zijn nu.
     
  12. Je broer stopte zijn teen in je wat?? Je neus?
     
  13. Mannen: serieus. Het is 6.50.
     
  14. Eh, kan die tv íets zachter? De buren slapen ook vast uit.
     

  15.  
  16. Nou, kom me dan maar even een kop koffie brengen.
     
  17. Nee, eerst op de aan-knop drukken en dan…
     
  18. Espresso, ja. Sterke.
     
  19. Apparaat stuk? Nee, dat hoort zo’n herrie te maken.
     
  20. Hoezo, dat doet pijn aan je oren. Die vloggers op je telefoon staan minstens tien decibel harder.
     
  21. Wat lukt niet? Je drukt gewoon op ‘aan’ en dan…
     
  22. Laat maar, we gaan wel ontbijten. Het is tenslotte al 7.15.
     
  23. Nee, zou ik niet doen, hagelslag op je ei.
     
  24. Wat bedoel je, je hebt toch geen honger?
     
  25. Waar zijn de winegums eigenlijk gebleven?
     
  26. En de mini-chocoladerepen?
     
  27. Wil je chocopasta op brood?
     
  28. Eh, waar is de chocopasta?
     
  29. O, in de Twix.
     
  30. Wacht even, in de wát?
     
  31. Nou, zeker crea schat, zelf Twix maken van kaakjes met chocopasta.
     
  32. En suiker.
     
  33. Daar was je honger dus gebleven.
     
  34. Goed, dan ga ik nu even de krant lezen.
     
  35. Nee, we kunnen niet naar het trampolinepark, ik wil ook een keer lui opstaan, hè.
     
  36. Jongens, kappen met vechten. Ga maar even op de iPad ofzo.
     
  37. Doe het in elk geval even boven, ik kan mezelf niet eens horen denken. Laat staan lezen.
     
  38. Waar zijn de plaids van de bank eigenkijk?
     
  39. O, hutten. Goed hoor schat.
     
  40. NEE, ER MOGEN GEEN LUCIFERS MEE NAAR BOVEN.
     
  41. Hoe je de kaarsen in de hut dan moet aansteken??
     
  42. Goed. Ik heb een idee. App je vriendjes en ga lekker even freerunnen buiten. Het is 9.00 geweest: moet kunnen.
     
  43. Yep, neem maar mee, die culinaire Twix.
     
  44. Zo. Hè hè.
     
  45. ...
     
  46. Jongens, jullie kennen de regel: niet aanbellen. Loop maar even achterom.
     
  47. Trek die modderschoenen even ui.... hè verdorie.
     
  48. Het halve elftal wil tosti's? En die Twix dan? Jullie hadden toch geen honger?
     
  49. Ach, kan mij het schelen, het is tenslotte zondag. En al bijna 10.00 uur.
     
  50. Gaan jullie na de tosti’s dan wel lekker voetballen? Mama wil even de kra...
     
  51. Wat bedoel je: Sem is allergisch voor gluten?
     
  52. En hij heeft al een halve tosti op?
     
  53. Nee, ons brood is niet glutenvrij, nee.
     
  54. Ik bel zijn moeder wel even.
     
  55. O, gaat ie niet dood van? Gelukkig. Ja, ik probeer ook even rustig de krant te le...
     
  56. Jongens, ik zei: niet steeds aanbellen!
     
  57. Nee, jullie krijgen geen ijsjes. Het is nog niet eens elf uur!
     
  58. Zeg, willen jullie vaders niet even met jullie voetballen ofzo?
     
  59. Ja, dat snap ik ja, dat die zegt dat ‘ie rust aan zijn hoofd wil.
     
  60. O, en jullie hebben geen zin meer.
     
  61. Luister. Ik heb een idee. Als jullie nou eerst eens even de kaarsen van boven halen, dan mogen jullie daarna met z’n allen in de hut een film kijken op de laptop.
     
  62. Nou, zeker gezellig. Dikke kus, ik ga ondertussen beneden even de krant lezen.
     
  63. ...
     
  64. Goh, het is wel stil boven. Dat kan nooit veel goeds betekenen.
     
  65. Ha, toch wel. Ach, kijk ze nou zoet tegen elkaar aan liggen. Alsof ze weer vier zijn, in plaats van stuiterende prepubers.
     
  66. Als er maar niet eentje luizen heeft.
     
  67. Kan ik ook nog de halve zondag kammen.
     
  68. Goed, die krant dus. Waar was ik gebleven.
     
  69. Jeetje, het blijft wel écht heel stil boven...
     
  70. Jongens, gaat het wel goed daar? Geef eens antwoord?
     
  71. Nou, lekker. Kan ik even in alle rust de vaatwasser uitruimen. En de was weg vouwen. En stofzuigen. Alvast het eten voorbereiden. Achterstallige mail beantwoorden.
     
  72. Zeg schatten, jullie hangen al drie uur voor die laptop, nu is het wel genoeg hè. Ga even iets doen.
     
  73. Vooruit, nog een kwartiertje dan. Maar dan actie! Anders worden jullie van die bankaardappels.
     
  74. Wat een genot zeg: even zitten.
     
  75. Wat was dat?! Mannen, waar zijn jullie in vredesnaam mee bezig??? Zitten de ruiten er nog in?
     
  76. En schuif dat bed eens terug in de kamer; geen stapelbedden in de gang!
     
  77. Nee, nee, we gaan niet met matrassen sleeën op de trap.
     
  78. Zeg, wil één van die vaders al voetballen?
     
  79. Hoezo, mijn schuld omdat we niet naar het trampolinepark mogen?
     
  80. Kom op jongens, lekker naar buiten, het is prachtig weer... O wacht, dat wás het. Toen jullie voor pampus voor de laptop lagen.
     
  81. Nee, dat snap ik, dat je in de regen niet wilt voetballen.
     
  82. Ho ho, uit mijn slaapkamer: mijn bed is geen trampoline.
     
  83. Of we toch naar het trampolinepark gaan? Weten jullie wat: ik vind dat bij nader inzien een uitstekend idee. Het is tenslotte pas 14.00 uur.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

nipt-zwangere-vrouwen

Door de NIPT kun je tijdens je zwangerschap zien hoe groot de kans is dat jouw baby het down-, edwards- of parausyndroom heeft. Maar hoe werkt zo'n test precies? Wanneer kun je 'm doen? En wordt-ie ook vergoed? Wij zochten het voor je uit. 

Want waar de test lange tijd alleen beschikbaar was voor zwangeren met een verhoogde kans op een kind met een chromosoomafwijking, mag sinds april 2017 iedere vrouw er gebruik van maken. Als je er behoefte aan hebt, dan. En als je betaalt, want vrijwillige deelname kost € 175 en wordt niet vergoed door de zorgverzekering.

 

DNA

NIPT betekent 'Niet-Invasieve Prenatale Test' en is een onderzoek dat bestaat uit het afnemen van een paar buisjes bloed. Hierin zit erfelijk materiaal (DNA) van de placenta dat bijna altijd hetzelfde is als dat van je kind. Zo kan het laboratorium dus, veilig én zonder het risico op een miskraam, onderzoeken of jouw baby het down-, edwards- of patausyndroom heeft. Wel goed om te weten: je kunt de test pas laten doen vanaf elf weken zwangerschap. 

 

Nevenbevindingen

Het laboratorium kan terwijl ze de NIPT uitvoeren ook zien of je kind andere (zeldzame) chromosoomafwijkingen heeft: die worden nevenbevindingen genoemd. Je mag zelf beslissen of je deze wilt weten en kunt dan ook kiezen uit twee mogelijkheden:

  1. Je wilt je kind alleen laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom. Het laboratorium weet dan ook niet of er nevenbevindingen zijn.
  2. Je wilt je kind laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom én je wil weten of het laboratorium nevenbevindingen heeft gevonden.

 

Lees ook
Extreme zwangerschapsmisselijkheid: ‘Zelfs een slokje water kwam er meteen weer uit’ >

 

Uitslagen

Na tien dagen krijg je de uitslag van je gynaecoloog of verloskundige. Als je ervoor hebt gekozen ook nevenbevindingen te willen horen en het laboratorium heeft deze gevonden, dan word je meestal gebeld door het Centrum voor Prenatale Diagnostiek of een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis. De uitslagen die je kunt krijgen zijn: 

 

‘U bent waarschijnlijk niet zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

Deze uitslag klopt bijna altijd: minder dan één op de duizend zwangere vrouwen blijkt achteraf toch zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. Bij deze uitslag krijg je geen vervolgonderzoek.

 

‘U bent mogelijk zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

  • Bij 75 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met downsyndroom, klopt dat inderdaad; 25 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met downsyndroom.
  • Bij 24 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met edwardssyndroom, klopt dit inderdaad; 76 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met edwardssyndroom.
  • Bij 23 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met patausyndroom, klopt dit inderdaad; 77 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met patausyndroom.

Als je echt zekerheid wilt hebben, kun je alsnog een vlokkentest of vruchtwateronderzoek laten doen.

 

‘Er is een nevenbevinding gevonden.’

Je krijgt dan uitleg over wat precies er is gevonden en wat dit mogelijk voor jou en/of voor je kind betekent. Je krijgt hiervoor een uitnodiging voor een gesprek op een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis, waarin je meer informatie over de nevenbevinding krijgt en wat de mogelijkheden zijn.

 

‘Er is geen nevenbevinding gevonden.’

Als er in de uitslag niets staat over nevenbevindingen, dan betekent dit dat er ook geen nevenbevindingen zijn gevonden.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >
longontsteking-kinderen-symptomen-behandeling

In Nederland krijgen elk jaar gemiddeld 25.000 kinderen een longontsteking. Vaak is die na een week of twee wel genezen, maar het kan ook maanden duren voordat een kind weer de oude is.

'Op tijd behandelen voorkomt erger', zegt Michael Rutgers, directeur van het Longfonds. In onderstaande antwoorden lees je hoe.

 

Wat is een longontsteking? 

Longontsteking is een ontsteking van de longen door een virus of bacterie en komt bij kinderen redelijk vaak voor. De kans om het te krijgen is het grootst bij baby's jonger dan één jaar, omdat hun afweer nog in ontwikkeling is. Zowel één als beide longen kunnen ontstoken zijn: wanneer beide longen ontstoken zijn, spreek je van een dubbele longontsteking.

 

Wat is de oorzaak? 

Meestal een virus of bacterie. Een gewone griep of verkoudheid, bijvoorbeeld. Tegenwoordig worden kinderen op het consultatiebureau ingeënt voor de pneumokokken bacterie. Hierdoor is de kans op een longontsteking door deze bacterie veel kleiner geworden. Wel heeft je kind meer kans op een longontsteking als hij een afweerstoornis, cystic fibrosis, PCD, een ontwikkelingsachterstand of last van spierzwakte heeft.

Oh, en dat je ziek kunt worden van kou is trouwens een fabel: virussen en bacteriën zijn altijd actief, of het nu warm of koud is, maar in de wintermaanden zitten we veel meer binnen (met ramen gesloten) en dichter op elkaar. De kans dat virussen aan elkaar worden overdragen, is daardoor groter.

 

Lees ook
VIDEO: dit is het verschil tussen griep en verkoudheid >

 

Wat zijn de symptomen? 

Eigenlijk krijgen kinderen vergelijkbare klachten als bij griep, maar dan een tikkie heftiger. Een paar voorbeelden: benauwd, kortademig, ophoesten van slijm (soms met wat bloed), moe, rillen en koorts.

 

Hoe behandel je een longontsteking?

Vermoed je dat je kind een longontsteking heeft, neem dan contact op met de huisarts. In de meeste gevallen schrijft hij of zij dan een antibioticakuur voor. Althans, als de oorzaak een bacteriële infectie is. Aan een virale infectie kan de huisarts weinig doen en dan is het een kwestie van uitzieken. Bij koorts of pijn mag je doorgaans gerust een pijnstiller geven.

Zijn de klachten na drie dagen antibiotica nog niet minder of wordt je kind steeds zieker? Bel dan de huisarts nog een keer. Bij een ernstige longontsteking wordt een kind opgenomen in het ziekenhuis. Daar krijgt-ie een hogere dosis antibiotica toegediend via pillen of een infuus.

 

Wat kun je zelf doen?

De kuur afmaken, je kind goed laten uitrusten én veel laten drinken: voor baby's tot zes maanden geldt ongeveer 150 ml per kilo lichaamsgewicht per dag, borstvoeding kan op verzoek. Baby's van zes maanden en ouder hebben per dag ongeveer 100 ml nodig per kilo lichaamsgewicht. Kinderen vanaf één jaar zes tot zeven bekertjes per dag van ongeveer 75 ml. Gaat drinken moeizaam? Probeer eens thee zonder suiker, diksap of dunne pap - dan krijgen ze toch het nodige vocht binnen.

 

Bron: Longfonds

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >