Bij ongeveer tien procent van alle baby’s ontstaan een aantal weken na de geboorte één of meerdere rode bulten op het lichaam. Vaak komt zo’n aardbeivlek op het hoofd of in de nek voor. Wat is dat precies en kan het kwaad?
Lees verder onder de advertentie
Een aardbeivlek wordt in medische termen een hemangioom genoemd. Simpel gezegd is het een goedaardig gezwel van rode bloedvaten dat eruit ziet als een aardbei. De vlek zit meestal op de huid, maar het kan ook deels onder de huid zitten. In dat laatste geval ziet het er meer uit als een blauwe zwelling.
Lees verder onder de advertentie
Hoe vaak komt het voor?
Ongeveer tien procent van de kinderen heeft een aardbeivlek. Meestal is die bij de geboorte nog niet zichtbaar en uit de vlek zich in de eerste zes weken. Daarna groeit de aardbeivlek – eerst snel en daarna langzamer – tot het kind ongeveer één jaar oud is. Aardbeienvlekken komen meer voor bij meisjes dan bij jongens. Ook zien we het vaker bij baby’s die te vroeg zijn geboren en minder dan 1500 gram wegen.
Een hemangioom kan op het hele lichaam voorkomen, maar meestal is dit op het hoofd of in de nek. Het kan ook zijn dat een kind meerdere aardbeivlekjes heeft en de grootte daarvan kan variëren.
Is behandeling nodig?
Hoewel het soms kan opvallen, is er meestal geen reden tot zorgen. Meer dan 95 procent van de aardbeivlekken verdwijnt vanzelf voordat een kind tien jaar oud is. Na vijf jaar is de vlek al in de helft van alle gevallen verdwenen. Wel kan het zijn dat er daarna pigmentvlekken of kleine littekens zichtbaar blijven op de huid van je kind.
Lees verder onder de advertentie
Maak je je zorgen om de aardbeivlek, groeit hij heel snel of zie je ontstekingen? Neem dan contact op met je huisarts.
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Erica’s dochter heeft een half jaar verkering met een jongen die ze tijdens de vakantie heeft ontmoet. Ze zijn allebei vijftien en stapelgek op elkaar. Alleen woont hij anderhalf uur verderop. Daarom wil ze bij hem blijven slapen. Erica vindt dat prima, maar haar man denkt daar héél anders over.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.
Opa en oma die een studiepotje openen, het collegegeld betalen of zo nu en dan wat toestoppen: het is natuurlijk hartstikke fijn als het kan. Maar financiële hulp van grootouders kan volgens nieuw onderzoek ook écht verschil maken.