complimenten geven kind
Beeld: Pexels

Je zal maar ouders hebben die elke kras die je op papier zet uitbundig prijzen. En je een grootse zangcarrière voorspellen als je een liedje zingt. Arm kind, arme ouders. Want met die overdreven complimentjes zou je van je kind best eens een kleine narcist kunnen maken.

Mijn achtjarige zoon en ik fietsen naar huis na een bezoek aan het tuinhuis van een vriendin. “Mama, ik vond het een heel leuke dag vandaag,”, zegt hij enthousiast. “Ja?”, zeg ik. “Fijn om te horen.” Een paar minuten later zegt hij: “Goed van mij hè, dat ik dat net zei?” Oké, denk ik. Hier wordt naar complimenten gevist. Wat zou dat betekenen? Dat ik hem die te weinig geef of juist te veel?
 

More content below the advertising

Dat dan weer wel

Ongetwijfeld dat laatste, als we Hans Teeuwen moeten geloven. In zijn show Dat dan weer wel uit 2001 veegt hij de vloer aan met het gedweep van ouders met de kwaliteiten van hun kroost. Als zíjn kind zou roepen: “Kijk, papa, ik fiets met losse handen!” zou hij zeggen: “Flikker toch op man, het is een driewieler.” Als zijn zoontje thuis zou komen met een naar objectieve maatstaven matige tekening, zou hij roepen: “Wat is dit voor shit? Hé, loser, een zonnetje dat lacht? Een zon lácht niet, lul! O, en dat moet papa voorstellen? Jaaja. Papa is net zo groot als een huis. Hou toch op!” Maar toen had Hans Teeuwen zelf nog geen kind. Ik wed dat zijn koelkast binnenkort – dochter Nika is bijna twee – ook vol hangt met naar objectieve maatstaven matige tekeningen.
 

Beteugel die trotse gevoelens

Er zijn ook serieuzere bronnen die zich zorgen maken over de vele complimenten die we ons kroost geven. In zijn boek Het narcistisch ideaal. Opvoeden in een tijd van zelfverheerlijking, spreekt psychiater Jan Derksen zijn ongenoegen uit over het al te kwistig prijzen van onze kinderen waaraan de huidige generatie ouders zich schuldig zou maken. We zouden ze, doordat we ze te veel uit de wind houden, niet goed voorbereiden op de tegenslagen die onherroepelijk op ze wachten, waardoor ze bij het eerste zuchtje wind meteen weggeblazen worden. Hij moedigt ons aan onze gevoelens van trots wat meer te beteugelen. ‘Want’, schrijft hij, ‘op een dag gaat je kind vanzelf wel ontdekken dat een ander kind ergens beter is in dan hij.’ En de knal tegen een te groot opgepompt ego komt des te harder aan.
 

'Wat ben je toch lekker cool'

Mare (37) is moeder van Wolf (6) en Sienna (1). Ze vreest soms inderdaad dat haar oudste kind zich het centrum van het universum waant. “Van de week kwam hij als een bokser die zich oplaadt voor een wedstrijd de trap aflopen, terwijl ik Sienna een fruithapje aan het geven was. ‘Daar is ie dan, the one and only... koning Wolf!’ Als een kind van die leeftijd in de derde persoon over zichzelf praat, is dat dan niet een beetje verontrustend? En moet ik dat vooral mezelf niet kwalijk nemen? Want ik hoor mezelf best vaak zeggen: wat ben je toch lekker cool.”
 

'Je bent het knapste kind van de wereld'

“Ik denk dat het, zeker als ze nog klein zijn, heel moeilijk is objectief naar je kind te kijken”, zegt Marijke, moeder van Timo (9) en Jamie (8). “Ouderschap verblindt. Toen Timo geboren werd, was ik ervan overtuigd dat hij het knapste kind van de wereld was. Als ik nu de foto’s uit de kraamtijd terugzie, denk ik: nou nou, zo knap was hij ook weer niet. Je houdt jezelf toch een beetje voor de gek. Alleen gaan sommige ouders daar te lang mee door.”

Zoals de moeder uit de klas van mijn jongste zoon die haar dochter op de eerste ouderavond van groep één als ‘hoogbegaafd’ introduceerde. De knutselwerkjes van haar dochter zijn naar haar stellige overtuiging hoogtepunten uit de kunsthistorie. Ook blinkt het meisje volgens mama uit in iedere sport. En onlangs liet ze haar dochter op dyslexie testen, omdat het in haar ogen onbestaanbaar is dat háár kind, met zo’n joekel van een talenknobbel, niet zo bedreven blijkt in lezen. De uitslag was negatief, maar de second opinion is al aangevraagd.
 

Uitverkoren

Zo bont als deze moeder maakte Maud (41) het niet, maar ook zij gelooft terugkijkend wel dat ze een beetje verblind was door ouderliefde bij haar oudste dochter Fay, nu dertien. “Ik was ervan overtuigd dat zij het zou gaan maken. Dat ze uitverkoren was en de wereld aan haar voeten zou liggen. Ze had immers alles mee? Haar uiterlijk, twee slimme ouders, een tweetalige opvoeding.

Toen ze voor haar negende verjaardag een naaimachine vroeg, heb ik haar daar echt belachelijk overdreven in gestimuleerd. Ik gaf haar de duurste machine en mooie stoffen. Ik vond alles wat ze maakte even bijzonder en dat mocht de hele wereld weten. Ik zag haar in mijn dromen na afloop van haar eigen show al de catwalk oplopen om het applaus in ontvangst te nemen. Die naaimachine staat alweer jaren te verstoffen in de schuur. En haar IQ bleek heel gemiddeld. Nu denk ik: ze moet lang een façade hebben opgehouden om aan mijn hoge verwachtingen te voldoen.”

De gaven van haar tweede kind, zevenjarige Sven, probeert ze door schade en schande wijs geworden wat relaxter te benaderen. Wat nog best lastig blijkt, want welk kind van die leeftijd geeft al een complete show weg met een elektrische gitaar? Nu is het zijn vader die het moeilijk vindt het muzikale talent van zijn zoontje niet de hemel in te prijzen. “Ik weet nu: er is meer voor nodig dan talent. Zonder inzet en doorzettingsvermogen kom je nergens. Mijn vriend zou het liefst alle muziek die onze zoon fabriceert opnemen. Ik probeer het allemaal een beetje te relativeren.”

Toch gelooft Maud niet dat je met een overdaad aan complimenten kleine narcistjes creëert. “Toen Sven laatst voor het eerst in zijn eentje de hond had uitgelaten, stonden we hem applaudisserend op te wachten. Als je zag hoe hij stond te glunderen, denk ik niet dat we daarmee iets verkeerds doen.”
 

Narcist in de dop

Dat gelooft orthopedagoog Suzette de Bruijn ook niet. Ze hecht eraan te zeggen dat er nog steeds veel ouders zijn die het moeilijk vinden hun kind te complimenteren. Kinderen met gedragsproblemen als ADHD, die zij in haar Amsterdamse praktijk veel tegenkomt, worden juist vaak te negatief bejegend. “Die kinderen krijgen de hele dag te horen wat ze niet goed doen.” Maar een voorstander van positive parenting is ze ook weer niet. “Laatst vertelde een cliënt mij dat ze nooit nee zegt tegen haar kind. Ik dacht: hoe krijg je dat voor elkaar? Je kunt goed gedrag belonen, maar je kind moet óók leren welk gedrag niet wordt geaccepteerd. Als je nooit iets wordt verboden én de hele dag te horen krijgt dat je perfect bent, loop je kans dat je een toekomstige narcist kweekt – een kind dat zichzelf het middelpunt van de wereld waant.”

En dat is vooral erg vervelend voor die kinderen zelf, weet ontwikkelingspsycholoog Eddie Brummelman, werkzaam bij de Universiteit van Amsterdam. Hij deed onderzoek naar de ontwikkeling van narcisme onder kinderen tussen de acht en twaalf jaar, de levensfase waarin zich dat voor het eerst kan manifesteren. “Zelfwaardering is gezond. Dat houdt in dat je tevreden bent met jezelf. Dat stimuleer je als ouder met warmte, affectie en aandacht. Daarvan kun je je kind nooit te veel geven. Het probleem met narcisten is echter niet per se een hoge zelfwaardering. Het paradoxale is dat ze vinden dat ze meer recht hebben op dingen, constant bewondering zoeken, en zichzelf beter voelen dan anderen, maar toch niet altijd tevreden zijn met zichzelf. Als het ze niet lukt bewondering te oogsten, zouden ze het liefst door de grond zakken. Dat is ontzettend naar.

Daarom is het belangrijk dat ouders en leerkrachten dat gedrag herkennen, zodat ze dat bij kunnen sturen.” Want dat wil hij benadrukken: een persoonlijkheid is niet in steen gebeiteld. En het is echt niet zo dat een kind dat naar complimenten vist, automatisch een narcist in de dop is. “Ook aanleg van kinderen speelt een rol.”
 

Overladen met complimenten

Uit zijn onderzoek kwam wél naar voren dat veel kinderen van ouders die hun kind overwaarderen en overladen met complimenten, later meer narcistische trekken vertonen. Wat dat overwaarderen inhoudt? “Ouders die dat doen, vinden dat hun eigen kind specialer is en meer rechten heeft dan anderen. Ze overschatten bijvoorbeeld het IQ van hun kind. Ze zeggen dat hun kind bekend is met een bepaald onderwerp, terwijl dat redelijkerwijs niet mogelijk is.

In ons onderzoek gaven ze zo’n 60 procent meer complimenten aan hun kind dan andere ouders, bijvoorbeeld bij een wiskundige opgave. Bovendien gaven ze die complimenten ongeacht of hun kind het goed deed of niet.

Hij ontdekte ook dat ouders van kinderen met een laag zelfbeeld juist geneigd zijn te veel opgeblazen complimenten (‘Wat een ongelooflijk mooie tekening!’) uit te delen. Waarmee ze het tegenovergestelde bereiken van wat ze willen, namelijk het zelfvertrouwen van hun kind opkrikken. “Opgeblazen complimenten werken averechts, vooral bij kinderen met een lage zelfwaardering. Kinderen krijgen daarmee namelijk het idee dat ze constant briljant moeten presteren. Zo’n kind is daardoor geneigd uitdagingen uit de weg te gaan, omdat het bang is door de mand te vallen.”
 

Onzincomplimenten

Marijke (39) geeft toe dat ze zich ook weleens schuldig maakte aan, zoals ze het zelf noemt, ‘onzincomplimenten’. “Dan riep ik, zodra ik een werkje in mijn hand gedrukt kreeg: ‘Oh, wat mooi!’ En dan zei mijn kind: ‘Mama, je kijkt niet eens.’ Eigenlijk deed ik twee dingen fout: ik verdiepte me niet in het werkje en ik luisterde niet naar wat mijn kind er zelf van vond.”

Complimenten reserveert ze nu voor de momenten dat haar kind zich aardig gedraagt. “Dus ik sta niet meer te juichen als mijn oudste zijn jas aan het haakje heeft opgehangen. Dat is een regel die hij inmiddels geacht wordt te kennen. Maar ik zeg wel dat ik trots op hem ben als hij vertelt dat hij een gepest jongetje heeft geholpen door met hem naar de juf te gaan. Of als mijn zoontje stopt met hockeyen als hij ziet dat een teamgenoot met pijn op de grond ligt.”
 

Lees ook
Onderzoek: zo kun je je kind het beste een compliment geven >

 

Oprechte waardering tonen

Met positief opvoeden is niks mis. Maar niet elk compliment is goed. Oprechte waardering tonen voor de inzet voor je kind en oprechte interesse, is raadzamer dan je kind op een voetstuk plaatsen, zegt ook Brummelman. En: “Je kunt jezelf afvragen waarom je die behoefte hebt je kind overdreven te prijzen.”
 

Prestatiemaatschappij

Orthopedagoge Suzette de Bruijn heeft wel een vermoeden waar die neiging vandaan komt. “We leven in een prestatiemaatschappij. We willen allemaal het beste voor onszelf en onze kinderen. We zijn ook snel bang dat anderen het beter voor elkaar hebben. Als je kind nergens in uitblinkt, is het eigenlijk een beetje mislukt. Op social media delen we vooral de positieve uitschieters. Dus plaatsen we wél foto van een kind dat een beker omhoog houdt: ‘Kijk, eerste prijs!’, maar schrijven we zelden: ‘Mijn dochter is laatste geworden, maar het was een topweekend’.

Als je kind nou echt over een uitzonderlijk talent blijkt te beschikken, hoef je dat natuurlijk niet de kop in te gaan drukken. Maar misschien bereikt het wel meer als je zegt: ‘Hij kan aardig meekomen’, dan als je rondbazuint dat hij een fenomenale voetballer is. Daarmee leg je alleen maar onnodig veel druk op zijn schoudertjes.” En soms is er niks mis met de nuchtere waarheid, besluit Suzette de Bruijn. “Ha, ik ben mijn eigen moeder nog steeds dankbaar dat ze me ooit vertelde dat ik niet kan zingen.”

 

Dit artikel staat in Kek Mama magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

dol op kinderen alleen mezelf
Beeld: Pixabay

Joan zegt het maar ronduit: ze houdt niet van andermans kinderen. Beter gezegd: niet van onopgevoede kinderen die wel twaalf speelgoedbakken kunnen omkieperen maar nog niet één legoblokje zullen opruimen

De rosé-appgroep volstorten met bevallingsfoto’s. Een echo als Facebookprofiel. 123 nieuw toegevoegde foto’s aan het album Sprookjeswonderland. Duizend kiekjes van kleine Nina of Sem die bedelen om likes. Voor mij hoeft het niet, al die tentoongespreide kinderen op social media. Ik kan er niks mee. Een baby is een baby, een kind is een kind. Of het nu veel of weinig haar heeft, bolle wangen of schattige dreads.

More content below the advertising

Een enkele keer laat ik me verleiden tot een duimpje of hartje omdat ik anders zo harteloos overkom. Hetzelfde geldt voor verhalen over schattige baby’s, dreumesen en peuters. Ik mis de clou (die er vaak ook niet is), ik haak af bij opboksverhalen over wanneer een kind kon lopen, zindelijk was, zijn veters strikte of alle tafels kende.
 

Gelukkig van nageslacht

Blijkbaar denkt mijn omgeving dat ik vanwege mijn achtergrond net zo gelukkig word van hun nageslacht als zijzelf. Zwanger worden ging bij mij niet vanzelf. Dat is nogal een understatement, als je bedenkt dat het me tien jaar kostte om mijn zoon te krijgen. Toen ik vlak voor mijn dertigste de pil door de wc spoelde, rekende ik erop de volgende maand al positief te testen. Ik was altijd doodsbang geweest een keer een pil te vergeten en prompt zwanger te raken. Dus die keer dat ik het opzettelijk deed, verwachtte ik dat mijn lijf meteen de boodschap zou oppakken. Niet dus. Pillen, spuiten, reageerbuisjes – ik kwam terecht in de hele medische mallemolen.

Om een lang verhaal kort te maken en ook nog eens zegevierend af te sluiten: op de valreep, een maand voor mijn veertigste verjaardag, werd ik toch nog moeder. Ik kreeg een heerlijk kind waarover alle clichés waar zijn. Twee dagen na zijn geboorte keek ik in de wieg en dacht: als er ooit iets met jou gebeurt, hoeft het leven voor mij niet meer. Een gevoel dat daarvoor niemand bij me had opgeroepen en dat ik nu tot in mijn tenen voelde.
 

Stapelgek op kinderen? Mis.

Met zo’n succesverhaal verwacht de buitenwereld dat je stapelgek bent op kinderen. Als je zo veel moeite doet voor een baby, ben je blijkbaar een moederkloek, kindervriend en babyfluisteraar ineen. Mis. Het tegenovergestelde is waar. Als ik één ding heb ontwikkeld in mijn kinderloze jaren, dan is het een hekel aan andermans spruiten. Beter gezegd: het onopgevoede kind. Of nog beter: aan hun ouders die niet-opgevoede producten afleveren.

Ik vind het vervelend als ik tien uur lang in mijn rug word getrapt door een jongetje in de vliegtuigstoel achter me. Als er kinderen tikkertje spelen in een restaurant. Als nichtjes en neefjes op een verjaardag met twee ongewassen handjes in de bak met chips/ cashewnoten/ komkommers duiken en de tafel leegsnaaien. Laat ik het vriendelijk formuleren: dan ben ik niet zo goed in het onderdrukken van mijn ergernis.
 

Basisbeleefdheidsregels

Natuurlijk zou ik het allemaal anders doen als ik zelf kinderen had. En natuurlijk slaag ik daar niet altijd in, want ook mijn zoon is geen modelkind en weleens moe, hangerig en chagrijnig. Ook heeft hij eigenschappen waaraan een ander zich misschien stoort, maar die ik toevallig goed kan verdragen (zoals bloedfanatiek sporten en elk spelletje willen winnen). Maar de basisbeleefdheidsregels zitten er bij hem wel ingebrand.

Mijn credo is ‘mijn kind mag geen overlast bezorgen aan anderen’. Callum is pas zeven en ik kan hem rustig meenemen naar een restaurant, verjaardag, bruiloft of begrafenis. En voor trans-Atlantische vliegreizen draait hij zijn hand niet om. Dankzij goeie voorbereiding, afleiding, hapjes en vertier in de handbagage zit hij de lange vlucht uit, zonder noemenswaardig contact met medepassagiers. Na afloop van een playdate helpt hij met opruimen en geeft hij de ouder van het vriendje een handje en bedankt voor het spelen. Daar sta ik op.
 

Irritatie

Zelf vind ik het daarom lastig als kinderen hier een hele middag spelen en bij het afscheid nog geen doei uit hun snavels krijgen. Kids die wel twaalf speelgoedbakken feilloos weten om te kieperen, maar nog geen legoblokje willen terugleggen. Meestal zwaai ik moeder en kind overdreven lang na, in de hoop dat er iemand nog enige fatsoensregels herinnert. Om vervolgens met Callum aan het puinruimen te slaan en hem er nogmaals op te wijzen dat ik dit gedrag nooit zou accepteren.

Als ik een feestje geef en een vriendje van Callum na één hap frikadel met volle mond roept dat hij nog een tweede wil, mis ik het gen om dat weg te lachen en te denken: wat fijn dat het jochie zo geniet van de snack. In plaats daarvan irriteert het me mateloos en denk ik vals: jij krijgt als enige helemaal niets meer. Geen mooie karaktereigenschap, niet iets waar ik trots op ben, maar het is wel zo.
 

Lees ook
'Ik vind mijn jongste kind leuker' >

 

'Als het om kinderen gaat, is niks haar te veel'

Ik kijk dan ook vol bewondering naar vrouwen die instant van andermans kinderen houden. Die lieve moeder die elke ochtend in de klas stralend mijn kind begroet, hem bij zijn voornaam noemt en complimenteert met zijn nieuwe poloshirt/ Beyblade/ lunchbox terwijl ik niet eens weet hoe haar kind heet. De moeder die op het klassenuitje soepel zes stuiterende kids in bedwang houdt, terwijl ik er nog geen drie bij elkaar weet te houden – waaronder mijn eigen zoon die ineens een stuk minder goed luistert dan thuis. Mijn buurvrouw waar dagelijks hele schares buurtkinderen zich verzamelen en die een schijnbaar bodemloze vriezer vol ijsjes heeft. Jaloers kijk ik naar haar energie, geduld en warme inborst. Ze is 78, maar als het om kinderen gaat, is niks haar te veel.

En dan is er mijn vriendin Hettina, die ik de oermoeder noem. Zij houdt van elk kind dat ze in haar handen krijgt gedrukt (of gewoon uit andermans box of kinderwagen grist). Ze krijgt het verdrietigste kleintje nog aan het lachen. Elke baby valt op haar schoot meteen in slaap. Ook bladert ze verrukt door babyalbums en roept bij elke foto oh en ah. Toen mijn zoon net was geboren, kwam ze drie avonden bij me logeren om me door de eerste nachten te helpen. Vrijwillig.
 

Niks met baby's

Zelf heb ik dus helemaal niks met baby’s. Maar echt. Zal wel een teveel aan mannelijke hormonen zijn. Ik ben namelijk stapel op voetbal en Formule 1 en net als de meeste mannen vind ik kinderen pas lollig vanaf pakweg anderhalf jaar. Als ze kunnen lopen en een beetje praten. Eerder kan ik er gewoon niks mee en vind ik het een opgave ze op schoot te nemen of de fles te geven.

Voordat ik moeder was, kon ik nog wegkomen met een dom grapje: ‘Nee joh, straks laat ik het vallen of breekt er een armpje af, haha.’ Maar sinds ik zelf heb gebaard vertrouwen moeders mij trouwhartig hun larfjes toe. Ik kom niet meer weg met een smoes, ik krijg ze automatisch toegestopt. Overigens snappen die baby’s dat ik er niet veel mee kan, want ze zetten het bij mij onmiddellijk op een brullen.
 

Gave

Er zijn heus wel kinderen die ik kan verdragen en leuk vind. Kinderen die van hun ouders redelijk ouderwetse gedragsregels hebben geleerd of die van zichzelf erg grappig, voorkomend en innemend zijn. Maar dat zijn niet per se Callums beste vrienden. Helaas heeft hij de gave maten te kiezen die snel op mijn irritatielevel zitten.

Callum mag natuurlijk zijn eigen vriendschappen sluiten, zelfs met jongens en meiden die zijn moeder niet pruimt. Maar dat betekent niet dat ik hem niet een beetje kan sturen. Zo zijn er twee buurjongens die elke zin met een scheldwoord larderen. Ik heb ze al twee keer boos van de trampoline gestuurd omdat ze het leuk vonden non-stop ‘je bent een vieze homo’ te zingen.
 

'Dol op hun moeder, niet op die van een ander'

De eerste keer heb ik keurig uitgelegd dat artikel 1: gij zult niet discrimineren ook en vooral in mijn tuin gold. Maar toen ik niet lang daarna weer ‘homo, flikker en mietje’ uit hun monden hoorde, stormde ik naar buiten om met íets meer volume en agressie te zeggen dat een volgende keer dat ik zo’n uitspraak hoor, ze nooit meer een voet in de tuin mogen zetten. Daarmee won ik niet de wedstrijd van ‘coolste moeder’. De broertjes kijken me sindsdien doodsbang aan en vermoeden dat ik ze de volgende keer in mijn kelder verstop. Ach, voor hen zal ook gelden: dol op hun moeder, niet op die van een ander.
 

Dit artikel heeft eerder in Kek Mama gestaan.

 

 


Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

niet vertellen over kinderen opvoeden
Beeld: Unsplash

Wat zijn de belangrijkste dingen die jij nooit hebt gehoord over het krijgen van kinderen, maar je wel graag had willen weten? Buzzfeed heeft een aantal van de beste antwoorden.

1. Volwassenen zijn grote kinderen

via GIPHY

More content below the advertising

"Volwassenen zijn grote kinderen. We hebben dezelfde basiseisen en vaak ook dezelfde problemen. Als we niet genoeg eten, slaap of gezonde relaties hebben worden we moe, geïrriteerd en boos. Dat kan gaan van een licht humeur tot een woedestorm compleet met schreeuwen, vechten of zelfs fysiek geweld." — Brian Knapp

 

2. Veel, heel veel saaie taken

via GIPHY

"Veters strikken, het verdomde 'Little Green Frog'-liedje 50 keer zingen, in je hoofd bijhouden wat je kind heeft gegeten om te bepalen of de volgende maaltijd rijk aan proteïne of vetten of vezels moet zijn en elke keer glimlachen als je kind de kamer inloopt, zelfs als je een moord zou plegen om vijf minuten alleen te zijn. Jup, deze mensen verdienen een onderscheiding voor doorzettingsvermogen." — Imogen Moore

 

3. Een kleuter is net een slordige huisgenoot

via GIPHY

"Het ene moment geniet je van elkaars gezelschap, kaarten, grappige kattenvideo's kijken op YouTube, gewoon een beetje hangen — dan ga je naar de badkamer om tandpasta over de hele wastafel en handdoek te vinden. Dan sta je in de deuropening, schreeuwend: 'Er zit tandpasta overal! Ruim eens op nadat je je tanden hebt gepoetst!' Je nieuwe huisgenoot komt grinnikend de hal in. 'Sorry, ik liet mijn tandenborstel vallen nadat ik er tandpasta op had gedaan en toen ben ik het vergeten.' Je lacht, maar de volgende dag gebeurt weer hetzelfde." — Tamara Troup

 

4. Terwijl je kind opgroeit ga je de persoon missen die hij/zij was

via GIPHY

"Waar is die driejarige die op schoot kroop om boeken te lezen en de oprit versierde met kunstwerken van krijt? Waar is die tienjarige die in volledige stilte elke nacht uren zat te tekenen? Waar is die grappige veertienjarige die hilarische verhalen vertelde over zijn dag, elke dag? Ze zijn weg, voor altijd." — Jessica Margolin

 

5. Kinderen leren jou net zoveel

via GIPHY

"Je hebt niet alleen kinderen — kinderen hebben jou. Ze hebben je in de palm van hun kleine handjes, om te kneden en je net zoveel te leren als andersom. Zij zijn niet de enige die aan het groeien zijn." — Jeff Darcy


Lees ook
7 dingen die ik moeilijk vind aan opvoeden >


 

6. Het is heel moeilijk om te slapen 'als de baby slaapt'

via GIPHY

"Mijn dochter viel een keer in slaap terwijl ik haar aan het voeden was. Het was 2 uur 's middags en ik dacht dat ze maar vijf minuten zou slapen, dus ik ben opgestaan en heb haar daar laten liggen. Drie uur later was ze nog diep aan het slapen en waren mijn man en ik beiden uitgeput, omdat we zelf niet bij het bed konden zonder haar wakker te maken. We wisten niet of we nou moesten huilen of lachen. Ik denk dat we het allebei hebben gedaan." — Shiri Dori-Hacohen

 

7. Alles zelf uitvogelen

via GIPHY

"Je zal allerlei soorten advies tegenkomen, goed of fout, over alles dat te maken heeft met jouw kinderen. Maar toch moet je het allemaal zelf uitvogelen - ondanks dat mensen kinderen hebben grootgebracht sinds het menselijk ras is geëvolueerd." — Scott Stirling

 

8. Je kan nooit genoeg geduld hebben

via GIPHY

"Ik dacht altijd dat ik meer geduld had dan andere familieleden en dat dit een voordeel zou zijn bij het opvoeden van een kind. Het is nuttig, maar het is alsnog niet genoeg." — Roy Ronalds

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >