Roos Schlikker ambassadeur Stichting Living Memories

Kek Mama-columnist Roos Schlikker schrijft elke maand bloedeerlijk en supergrappig over wat ze meemaakt. Deze maand: Veel ouders zijn watjes.

Ik ben het er meestal mee eens. Als een opvoedfiguur of beroepsmoeder in de media roept dat het afgelopen moet zijn met ouders die hun poppedeintjes dusdanig pamperen dat er niets anders overblijft dan een plakkerige papgeneratie, permanent overgoten met zoete limonade omdat het leven anders te bitter is. Je ziet ze veel. Pappies en mammies die zich de rambam onderhandelen omdat Jobje weigert midden in een restaurant te stoppen met “SCHIJIJIJIJIJIJTEKOP!” krijsen. Volwassenen die voortdurend “Jaaaaa, maar Sterretje, wat wil jij dan? Niet naar school? Ach, dan doen we een dagje thuis”, kwelen. Pastelkleurige types die niet aan regels doen omdat die de ontwikkeling van hun gevoelige konijnenkeuteltjes zouden belemmeren. Veel ouders zijn watjes en vaak erger ik me eraan.
 

More content below the advertising

Stemmetje vol paniek

Ik ben van de categorie: als je geen koorts hebt, ga je naar school, een iPad hoort niet permanent aan je knuistjes gekleefd te zijn en ontbijten met cola is een doodzonde. Echt, ik kan een ferme moeder zijn. Maar momenteel ben ik op wintersport en wil ik dat mijn kinderen leren skiën. Elke keer als ik Róman aflever bij een klasje maakt hij er een Griekse tragedie in talloze bedrijven van. “Ik wil bij jou blijven”, schalt het door de alpen. “Ik doe het niet!” En het verschrikkelijke: “Ik ben baaaaaaaang!” De eerste ochtend poogde ik stoer te zijn. Ik gaf hem een kus, zwaaide vrolijk en beende gedecideerd weg. Maar dat stemmetje vol paniek, ik bleef het horen. “Ach, na vijf minuten is hij je vergeten”, zei François en dus skieden we, mijn onrust negerend. Toen we terugkwamen zat Róman tot zijn nek in de sneeuw verdrietig naar zijn skischoenen te turen. Hij had al een uur niet bewogen.
 

Lees ook
7 dingen die ik moeilijk vind aan opvoeden >
 

'Ja, ik ben een watje'

Een dag erna besloot ik, tutmoeder, dat ik bij hem in het kleuterklasje zou blijven. De rups aan kinderen skiede gedwee baantjes, op één jongetje na. Dieter met zijn scheef zittende brilletje en een baard van snot. Dieter huilde, Dieter snikte, Dieter jammerde. “Mammie.” Mammie kwam in de middag even langs, gaf Dieter een montere kus en beende ferm weg. Precies zoals het volgens strenge opvoedgoeroes moest. En Dieter huilde door. Als een gewond diertje. De hele verdere middag. Op dat moment wist ik: ja, ik ben een watje. Maar ik word nu eenmaal nooit als de moeder van Dieter. Morgen gaan Róman en ik samen skiën. Daarna douchen we met limonade. Heel lang. En heel warm.
 

Dit artikel is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >