fout opvoeden
Beeld: Unsplash

Al heeft Mariëtte inmiddels twee baby’s in leven weten te houden (en niet kantje-boord ofzo, maar echt, met heel dito groeicurves enzo), het gevoel dat ze - in vergelijking met andere moeders en hun perfecte baby's - faalt, dat blijft.

‘Nou, dan doe ik blijkbaar iets fout.’ Deze zin, die zeg ik nogal vaak.

Als Casper een megadriftbui krijgt omdat hij niet mee wenst te lopen terwijl zijn peuternichtje braaf aan het handje in de juiste richting stapt. Toen Nora in haar eerste weken best veel huilde (vond ik) en een even oude baby in onze omgeving al zo’n beetje schaterlachte. Als Casper na het eten he-le-maal onder de wortel, jus en yoghurt zit en ook nog eens moord en brand schreeuwt wanneer ik zelfs maar wijs naar de snoetenpoetsers, en we aan tafel zitten met kinderen die één minuscuul aardappelbrokje op hun wang hebben (en dat braaf zelf wegvegen met een doekje).

Als het zwembad vol plonzende kinderen van alle leeftijden ligt en de mijne angstvallig vanaf de kant toekijkt. Of nu Nora al zeven maanden is en eigenlijk nog niet echt een vastomlijnd ritme heeft en de-baby-van-een-broer-van-een-collega elke dag om stipt 10.15 uur een fruithap krijgt, gevolgd door exact anderhalf uur slaap. Elke. Dag. Terwijl ik juist zo trots was dat Nora sinds anderhalve week in haar eigen bed slaapt.

 

Het betekent niet dat ik iets fout heb gedaan

Ik hoor het haar nog zeggen, de lieve verpleegkundige op het consultatiebureau. Casper was net geboren, de borstvoeding liep nog niet zo jofel en ik gebruikte in één gesprek wel vijf keer het woord fout. Dat viel haar op en ze maakte er meteen korte metten mee. Dat er iets niet liep zoals ik hoopte of wilde, of als mijn kind in de toekomst op wat voor manier dan ook zou afwijken van het gemiddelde of van kinderen om ‘m heen, dan betekende dat niet dat ik iets fout had gedaan. Dan was dat gewoon zo. Ik knoopte die les in mijn oren, maar mijn gierende onzekerheid wilde er nog niet aan.
 

Lees ook
Ach, het is vakantie: opvoeden doen we daarna wel weer >

 

'Ik geloof niet eens in perfectie'

En gek genoeg: nog steeds niet. Al heb ik inmiddels twee baby’s in leven weten te houden (en niet kantje-boord ofzo, maar echt, met heel dito groeicurves enzo), het gevoel dat ik nogal vaak faal, dat blijft. Alsof ik maar hardnekkig blijf geloven dat kinderen en alles wat er bij hen komt kijken maakbaar is en dat het dus wel aan mij zal liggen als perfectie niet wordt gehaald. Het slaat nergens op en ik geloof niet eens in perfectie. Bovendien lijkt het me heel saai om perfecte kinderen te hebben. Maar toch.

Toch heb ik het lang aan mijn borstvoeding geweten dat Nora nog steeds niet doorsliep (wat ze nog steeds niet doet nu ze vrijwel alleen maar flesvoeding krijgt, dus dat was echt onzin). Toch probeer ik te bedenken wat ik opvoedtechnisch verkeerd heb aangepakt als ik, zoals vanavond, met een boos schoppende peuter thuiskom van een blokje om (want hij mocht van mij niet zonder handen over een heel smal bruggetje met maar één leuning rennen, wat uiteraard totaal onredelijk is).

Toch denk ik meteen dat ik niet genoeg met haar heb getraind nu Nora nog maar een paar seconden los kan zitten en ik op Facebook allemaal baby’s zie die al zo’n beetje kunnen fietsen.

 

Best oké

Hoewel, over dat laatste maak ik me sinds kort niet meer zo druk. Ik was weer op het consultatiebureau, met diezelfde verpleegkundige. ‘Met twee jaar kunnen ze allemaal wel zo’n beetje lopen’, zei ze met haar kenmerkende struise houding. ‘En daar tussenin doen ze van alles.’ Ik sputterde nog wat over naar haar buik rollen en of ze daar niet laat mee was enzo. Zij haalde haar schouders op. Dat was het. Punt. Sindsdien vind ik dat ik het eigenlijk best oké doe.

 

Deze column is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

nipt-zwangere-vrouwen

Door de NIPT kun je tijdens je zwangerschap zien hoe groot de kans is dat jouw baby het down-, edwards- of parausyndroom heeft. Maar hoe werkt zo'n test precies? Wanneer kun je 'm doen? En wordt-ie ook vergoed? Wij zochten het voor je uit. 

Want waar de test lange tijd alleen beschikbaar was voor zwangeren met een verhoogde kans op een kind met een chromosoomafwijking, mag sinds april 2017 iedere vrouw er gebruik van maken. Als je er behoefte aan hebt, dan. En als je betaalt, want vrijwillige deelname kost € 175 en wordt niet vergoed door de zorgverzekering.

 

DNA

NIPT betekent 'Niet-Invasieve Prenatale Test' en is een onderzoek dat bestaat uit het afnemen van een paar buisjes bloed. Hierin zit erfelijk materiaal (DNA) van de placenta dat bijna altijd hetzelfde is als dat van je kind. Zo kan het laboratorium dus, veilig én zonder het risico op een miskraam, onderzoeken of jouw baby het down-, edwards- of patausyndroom heeft. Wel goed om te weten: je kunt de test pas laten doen vanaf elf weken zwangerschap. 

 

Nevenbevindingen

Het laboratorium kan terwijl ze de NIPT uitvoeren ook zien of je kind andere (zeldzame) chromosoomafwijkingen heeft: die worden nevenbevindingen genoemd. Je mag zelf beslissen of je deze wilt weten en kunt dan ook kiezen uit twee mogelijkheden:

  1. Je wilt je kind alleen laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom. Het laboratorium weet dan ook niet of er nevenbevindingen zijn.
  2. Je wilt je kind laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom én je wil weten of het laboratorium nevenbevindingen heeft gevonden.

 

Lees ook
Extreme zwangerschapsmisselijkheid: ‘Zelfs een slokje water kwam er meteen weer uit’ >

 

Uitslagen

Na tien dagen krijg je de uitslag van je gynaecoloog of verloskundige. Als je ervoor hebt gekozen ook nevenbevindingen te willen horen en het laboratorium heeft deze gevonden, dan word je meestal gebeld door het Centrum voor Prenatale Diagnostiek of een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis. De uitslagen die je kunt krijgen zijn: 

 

‘U bent waarschijnlijk niet zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

Deze uitslag klopt bijna altijd: minder dan één op de duizend zwangere vrouwen blijkt achteraf toch zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. Bij deze uitslag krijg je geen vervolgonderzoek.

 

‘U bent mogelijk zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

  • Bij 75 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met downsyndroom, klopt dat inderdaad; 25 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met downsyndroom.
  • Bij 24 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met edwardssyndroom, klopt dit inderdaad; 76 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met edwardssyndroom.
  • Bij 23 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met patausyndroom, klopt dit inderdaad; 77 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met patausyndroom.

Als je echt zekerheid wilt hebben, kun je alsnog een vlokkentest of vruchtwateronderzoek laten doen.

 

‘Er is een nevenbevinding gevonden.’

Je krijgt dan uitleg over wat precies er is gevonden en wat dit mogelijk voor jou en/of voor je kind betekent. Je krijgt hiervoor een uitnodiging voor een gesprek op een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis, waarin je meer informatie over de nevenbevinding krijgt en wat de mogelijkheden zijn.

 

‘Er is geen nevenbevinding gevonden.’

Als er in de uitslag niets staat over nevenbevindingen, dan betekent dit dat er ook geen nevenbevindingen zijn gevonden.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >
longontsteking-kinderen-symptomen-behandeling

In Nederland krijgen elk jaar gemiddeld 25.000 kinderen een longontsteking. Vaak is die na een week of twee wel genezen, maar het kan ook maanden duren voordat een kind weer de oude is.

'Op tijd behandelen voorkomt erger', zegt Michael Rutgers, directeur van het Longfonds. In onderstaande antwoorden lees je hoe.

 

Wat is een longontsteking? 

Longontsteking is een ontsteking van de longen door een virus of bacterie en komt bij kinderen redelijk vaak voor. De kans om het te krijgen is het grootst bij baby's jonger dan één jaar, omdat hun afweer nog in ontwikkeling is. Zowel één als beide longen kunnen ontstoken zijn: wanneer beide longen ontstoken zijn, spreek je van een dubbele longontsteking.

 

Wat is de oorzaak? 

Meestal een virus of bacterie. Een gewone griep of verkoudheid, bijvoorbeeld. Tegenwoordig worden kinderen op het consultatiebureau ingeënt voor de pneumokokken bacterie. Hierdoor is de kans op een longontsteking door deze bacterie veel kleiner geworden. Wel heeft je kind meer kans op een longontsteking als hij een afweerstoornis, cystic fibrosis, PCD, een ontwikkelingsachterstand of last van spierzwakte heeft.

Oh, en dat je ziek kunt worden van kou is trouwens een fabel: virussen en bacteriën zijn altijd actief, of het nu warm of koud is, maar in de wintermaanden zitten we veel meer binnen (met ramen gesloten) en dichter op elkaar. De kans dat virussen aan elkaar worden overdragen, is daardoor groter.

 

Lees ook
VIDEO: dit is het verschil tussen griep en verkoudheid >

 

Wat zijn de symptomen? 

Eigenlijk krijgen kinderen vergelijkbare klachten als bij griep, maar dan een tikkie heftiger. Een paar voorbeelden: benauwd, kortademig, ophoesten van slijm (soms met wat bloed), moe, rillen en koorts.

 

Hoe behandel je een longontsteking?

Vermoed je dat je kind een longontsteking heeft, neem dan contact op met de huisarts. In de meeste gevallen schrijft hij of zij dan een antibioticakuur voor. Althans, als de oorzaak een bacteriële infectie is. Aan een virale infectie kan de huisarts weinig doen en dan is het een kwestie van uitzieken. Bij koorts of pijn mag je doorgaans gerust een pijnstiller geven.

Zijn de klachten na drie dagen antibiotica nog niet minder of wordt je kind steeds zieker? Bel dan de huisarts nog een keer. Bij een ernstige longontsteking wordt een kind opgenomen in het ziekenhuis. Daar krijgt-ie een hogere dosis antibiotica toegediend via pillen of een infuus.

 

Wat kun je zelf doen?

De kuur afmaken, je kind goed laten uitrusten én veel laten drinken: voor baby's tot zes maanden geldt ongeveer 150 ml per kilo lichaamsgewicht per dag, borstvoeding kan op verzoek. Baby's van zes maanden en ouder hebben per dag ongeveer 100 ml nodig per kilo lichaamsgewicht. Kinderen vanaf één jaar zes tot zeven bekertjes per dag van ongeveer 75 ml. Gaat drinken moeizaam? Probeer eens thee zonder suiker, diksap of dunne pap - dan krijgen ze toch het nodige vocht binnen.

 

Bron: Longfonds

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >