Beeld: Getty
Beeld: Getty

Aisha Scheuer (bekend van DIWMOTZ) heeft een relatie met Marleen en kreeg met haar ex-vrouw zoon Shai (6). Voor Kek Mama schrijft ze iedere maand een column over het ouderschap van een zoon met twee moeders.

Een oudere dame kijkt Shai na terwijl hij richting het toilet huppelt. ‘Wat lijkt hij toch op u,’ zegt ze glimlachend. Ik voel me trots want ik heb Shai niet gebaard. Wel hebben we zorgvuldig een donor geselecteerd op mijn uiterlijke kenmerken. Mijn argument hiervoor was “dat ik echt niet met een blond kind over straat zou gaan”. Wist ik veel dat hij blond zou worden.
 

More content below the advertising

Gelijkenis

Dat hij op mij lijkt komt dan ook vooral doordat we allebei bruine ogen hebben en hij mij mama noemt. Dat gegeven maakt al gauw dat mensen denken dat ik zijn biologische moeder ben en daarom is het voor een buitenstaander heel erg logisch dat wij op elkaar lijken. Technisch gezien zijn we beiden kwart Aziatisch maar biologisch gezien is het onmogelijk om een gelijkenis te vinden.
 

Wat als...?

Toen mijn ex-vrouw zwanger was van Shai bekroop mij de angst dat ik hem niet als mijn kind zou zien. Ik werkte in de kinderopvang en heb jarenlang ervaring met kinderen. Wat als hij werd geboren en het voelde als een “dagverblijfkind”? Wat als hij totaal niet op mij lijkt en ik geen raakvlakken met hem zou hebben? Wat als ik hem niet leuk zou vinden? Die kans achtte ik in mijn paniek heel groot want ik ben immers niet de biologische moeder.

Dansen zoals ik

Toch neemt hij onbewust een hoop van mij over; vrienden zeggen bijvoorbeeld dat hij danst zoals ik. Of dat een zegen is weten we nog niet, maar het uiten van je vreugde op de manier zoals wij dat doen geeft wel een fijn gevoel. Hij heeft mijn humor, iets dat onvermijdelijk is als je door mij wordt opgevoed, want ik neem het allemaal niet serieus. Na zes jaar went dat vanzelf.
 

Vies

Een andere overeenkomst is dat we beiden niet houden van vieze dingen. Iets dat hij onmogelijk van mij heeft kunnen kopiëren want in zijn babytijd leerde ik hem vooral dat vies zijn niet erg is. Later merkte ik dat zijn gezicht vaak betrok als hij pastasaus aan zijn vingertop voelde. Nu is hij zes en zoeken we zelf oplossingen voor onze vieze-handen-angst. We knoeien niet en houden onze handen het liefste schoon.

Stel je voor dat je met je vinger door een chocoladepastapot gaat, wij gruwelen bij de gedachte. Nee, wij pakken een theelepel en schrapen net zo lang tot we het laatste restje eruit hebben gepeuterd. Als we een ijsje eten doen we dat snel, zodat het niet kan smelten over je vingers. Shai vermijdt waterijsjes zelfs omdat hij daarvan het tempo van het smelten niet kan bijhouden. We delen onze ervaringen, brengen elkaar op ideeën en liggen heerlijk op één lijn als het gaat om plakvingers en het niet hebben ervan.
 

Uit elkaar ploffen van geluk

Het is dus niet biologisch bepaald op wie je lijkt. Niet zo gek, want ik betrap mezelf er regelmatig op dat ik precies dezelfde manier van preken heb als mijn (stief)vader tegen Shai. Ik merk dat de normen en waarden je maken tot wie je bent en dat je opvoeding daar een grote rol in speelt. En ik merk dat ik daarom bijna uit elkaar plof van geluk als iemand zegt dat Shai op mij lijkt. Omdat ik hem, samen met zijn andere moeder, maak tot wie hij is.