babyvoeding
Beeld: 123RF

En dan komt de dag dat je kind niet meer genoeg heeft aan alleen jouw borst of het flesje. Wanneer begin je met bijvoeden en wat geef je dan eigenlijk?

Klein beginnen

Allereerst een disclaimer: ieder kind ontwikkelt zich anders. Grofweg zijn kleintjes vanaf zes maanden toe aan vast eten, maar je kunt er ook iets eerder mee beginnen. Kijkt jouw baby vijf maanden haast de boterham uit jouw handen, dan kun je heus beginnen met een klein stukje brood om op te sabbelen. Pas wel op met te veel gluten: de darmen van je kleintje zijn hier nog niet aan gewend. Bouw dit langzaam op. Tot ongeveer acht maanden blijft melk sowieso de belangrijkste voedingsbron.
 

Prakken

Na maanden alleen uit jouw borst of het flesje gedronken te hebben, is het voor een baby even omschakelen om iets te eten. Hij gebruikt daar namelijk andere mondspieren voor en moet leren om iets van een lepel te eten. Gebruik hiervoor een ondiep lepeltje waarvan het makkelijk ‘happen’ is. Het eerste hapje bestaat meestal uit een fruithapje, zoals banaan, meloen of peer. Dit kun je gewoon met een vork heel fijn prakken. Naarmate je kind ouder wordt en beter kan kauwen, prak je het eten steeds minder fijn.
 

Lees ook
5 fabels over flesvoeding >

 

Ook groente

Ook gekookte, zachte groentes zoals broccoli, pompoen, wortel of bloemkool zijn geschikt als eerste babyvoeding. Net als een beetje rijst, pasta, gekookte aardappel of kleine stukjes brood. Je hóeft dus niet per se met fruit te beginnen. Als het maar een zachte smaak heeft. Dit zijn extraatjes, naast de melkvoedingen. Vanaf zeven maanden kun je je baby iets meer laten kauwen, bijvoorbeeld door de oefenhapjes iets minder fijn te prakken.
 

Opbouwen

Als je baby acht maanden is, ga je over het algemeen de melkvoeding afbouwen en vaker vaste babyvoeding geven. Denk hierbij aan aardappels, rijst, groente en een beetje vis of vlees. Dit prak je nog steeds met een vork, maar later kun je het ook in heel kleine stukjes snijden. De oefenhapjes worden nu steeds meer volwaardige maaltijden. Probeer lekker af te wisselen in je gerechten, zodat je kind aan verschillende smaken kan wennen. Vaak eten kinderen rond hun eerste verjaardag drie keer per dag met de pot mee. Easy does it.


 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

blaren kinderen
Beeld: Pixabay

En dan ineens zit er zo’n gemene blaar op de hiel of teen van je kind. Zo pak je dit euvel aan.

Zo ontstaan blaren bij kinderen

Iedereen heeft weleens last van een blaar op z’n voet. Blaren ontstaan als er te veel druk of wrijving op de voet komt (meestal op de hiel of onder de voet). Vaak is een slechtzittende schoen de boosdoener: bijvoorbeeld een nieuwe schoen die nog moet worden ingelopen en in het begin nog knelt. Maar ook te grote schoenen kunnen voor problemen zorgen: doordat de voet steeds schuift in de schoen, ontstaat er wrijving en dus een risico op blaren.

 

Hoe voorkom je blaren?

Blaren voorkom je door te zorgen voor goed passende schoenen. Zoals gezegd: niet te klein en niet te groot. Koop schoenen dus niet ‘op de groei’. Laat je kind nieuwe schoenen rustig inlopen. Eerst een paar uur, dan pas de hele dag.

 

Lees ook
Dit moet je weten over een zonnesteek bij kinderen >

 

Doorprikken of niet?

In principe hoeven blaren niet behandeld te worden. Laat de blaar dus gewoon zitten als je kind er geen last van heeft. Maak ‘m wel goed schoon met water en zeep, spoel dat af en maak alles goed droog met een tissue. Plak er een grote pleister op die de hele blaar bedekt. Er zijn ook speciale blaarpleisters te koop. Deze verzachten de pijn en hebben een vocht absorberende werking.

Heeft je kind wel last van de blaar? Dan kun de blaar doorprikken. Dat doe je zo:

  • Was je handen grondig
     
  • Maak de blaar en de huid eromheen schoon met een huidreinigingsmiddel (bijvoorbeeld jodium)
     
  • Pak een steriele naald en prik de blaar op twee plekken open: in de boven- en onderkant. Duw met een schoon watje of gaasje het vocht uit de blaar. Laat in verband met infectiegevaar de rest van de huid zitten.
     
  • Desinfecteer opnieuw de huid.
     
  • Dek de plek af met een pleister om te voorkomen dat er vuil of bacteriën bij komen.

 

Blaren op vakantie

Door de warmte, het dragen van knellende waterschoentjes en meer/langer lopen dan normaal, kunnen zeker op vakantie ook blaren ontstaan. Handel zoals bovenstaand, en raadpleeg een arts als je het in verband met infectiegevaar niet vertrouwt.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

jaloerse peuter
Beeld: Unsplash

Ja, ook peuters kunnen last hebben van het groene monster. Dit zijn de oorzaken van hun jaloezie en zo ga je daarmee om.

Waarom jaloers?

Niets menselijks is onze peuters vreemd. Dus logischerwijs kunnen ze soms flink jaloers worden. Het is een normale menselijke emotie, net als blijdschap of verdriet. Bovendien zijn peuters nog erg op zichzelf gericht. Empathie ontwikkelt zich meestal pas later, peuters kunnen zich nog moeilijk in een ander verplaatsen en gunnen een ander nog niet echt iets. En dus pakken sommige peuters rustig een nieuwe Barbie af van een vriendinnetje, simpelweg omdat ze die mooi vinden en ook willen hebben. Maar jaloezie bij peuters richt zich vooral op de aandacht van ouders. Of eigenlijk: als die aandacht naar een ander kind gaat, bijvoorbeeld als er een nieuw broertje of zusje wordt geboren. Dan kan er een ware concurrentiestrijd losbarsten.

 

Lees ook
KIND: Zo beleeft een peuter verstoppertje >

 

Zo herken je het

Een peuter die geplaagd wordt door jaloezie om jouw aandacht of liefde zal dat soms letterlijk zeggen: ‘Mijn mama! Afblijven!’ Of ze duwen hun concurrenten weg. Maar er zijn ook kinderen die dit minder duidelijk uiten. Sommige peuters gaan zich ineens lastiger gedragen: ze maken iets stuk, huilen om niets of gooien ineens hun theeserviesje door de kamer. Allemaal tekenen aan de wand die erop kunnen wijzen dat er sprake is van het groene monster.

 

Omgaan met jaloezie

Vermoed je jaloezie bij jouw peuter? Ga het gesprek aan en neem deze gevoelens serieus. Want ook jij bent soms een tikkie jaloers op je buurvrouw die voor de vierde keer dit jaar op vakantie gaat, of op die collega die een week na haar bevalling weer maat 36 had. Benoem het gedrag van je peuter: ‘Ik zie dat je het niet leuk vindt dat een ander met jouw speelgoed speelt/ik jouw zusje de fles geef.’ Dan voelt jouw kind zich al gezien en gehoord. Probeer als het enigszins kan je aandacht goed te verdelen en iets leuks in het vooruitzicht te stellen: ‘Straks maak ik een puzzel met jou.’ En realiseer je dat jaloezie een nuttige emotie is. Zo leert jouw peuter rekening te houden met een ander en dingen te delen. Wijze levenslessen, kortom.

 

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >