Patricia van Liemt is radiopresentator, schrijver en moeder van Maria (12) en Phaedra (9). Elke vrijdag schrijft ze rake, eerlijke, grappige en vooral herkenbare columns over haar leven en het moederschap.
Lees verder onder de advertentie
Een nieuwe baan voelt voor mij als een nieuwe jas die eigenlijk net iets te duur was en waarvan ik het bonnetje per ongeluk hebt weggegooid. Met andere woorden: ik lijd, met een zeer lange ‘ij’, aan het imposter syndroom. Je kent het wel, het complete overweldigende gevoel dat je denkt ‘maar dit kan ik helemaal niet’. Een gevoel dat de eerste dagen als een zware cape op je zogenaamde heldenschouders hangt.
Lees verder onder de advertentie
Eerste dag
Vandaag is mijn eerste dag op kantoor. De ruimte voelt droog aan en het handenschudden-moment is post pandemie verheven tot een stilzwijgend doet-ie ’t of doet-ie ’t niet. Alles voelt awkward. Ik ben ook nog ongesteld. Dag twee. Dat betekent een super plus tampon én maandverband. Ik neem het zekere voor het bloedige onzekere en kies ook voor een donkerblauwe broek.
Het kantoor is recentelijk verbouwd en ik zie allemaal kleine ‘cubicles’ aka mini vergader-ruimtes waar ik me eventueel kan verschuilen mocht het nodig zijn. Ik loop langs een afdeling waar vier mensen á la The Office over hun beeldschermen een gesprek proberen te voeren. Ik vermoed dat het gaat over het ruime aanbod van het thee assortiment.
Deze heeft namelijk ook bij mij een diepe indruk achter gelaten. Vanmorgen tussen het wisselen van drie verschillende eerste-dag-naar-kantoor-outfits door en uiteindelijk dus een veilige ongesteldheidsbroek, had ik mijn koffietaks thuis al bereikt wat betekent dat ik de rest van de dag uitsluitend ben overgeleverd aan slappe thee.
Ik kwam binnen tijdens het spitsuur en ondanks dat het imposante koffieapparaat stinkend zijn best aan het doen was, duurde het even voordat ik mijn bekertje met heet water kon vullen. Naast me stond een iemand van een afdeling. Om de logge stilte tussen ons te doorbreken zocht ik razendsnel naar een koffieapparaat-grapje. Waar ik normaliter hofleverancier van de korte stiltes doorbreken ben, stagneerde mijn humorhormoon deze ochtend compleet. Het enige dat ik eruit wist te persen was een klein kantoorlachje waarbij een klein beetje lucht via mijn neus mijn lichaam verliet.
In plaats van een onuitwisbare indruk achter te laten bij deze nieuwe collega vroeg ik: ‘Weet jij misschien waar de thee ligt?’ De hele zin, maar in het bijzonder het woordje ‘misschien’ vond ik een zo’n teleurstellende keuze van mezelf. Tjeez Lowies. En zijn antwoord erop was ook niet echt bepaald een confetti-regen. ‘Daar’, zei hij wijzend op 8 verschillende lades. ‘Dank je’, was mijn repliek en onzeker liep ik eropaf. Thank God was de tweede lade raak. Een oase aan theezakjes staarde me aan. Compleet overrompeld zocht ik naar iets zónder theïne. Het werd kamillethee.
Lees verder onder de advertentie
Overcompenseren
Meer Bridget Jones werd het niet deze ochtend. Althans dat dacht ik. Waarbij ik me vanmorgen nog had voorgesteld dat ik als een rockster mijn entree op kantoor zou maken, monde uit in een schuchter mensje met een beker kamillethee.
Goed, overcompenseren doe je kennelijk ook nog op je 43ste, want ik hoorde mezelf tegen een iets oudere random collega zeggen dat ik een tattoo op mijn rug heb met ‘Sympathy for the Devil’. Volgens mij vroeg hij alleen maar waar ik woonde. Ok. Gênant.
Adem in, adem uit.
Morgen is dag twee. Dan kan ik een normale tampon in en weet ik waar de thee ligt.
Elke dag een beetje beter.
Wil je de columns van Patricia liever luisteren? Dat kan hieronder, op Spotify.Ontvang elke maand Kek Mama met korting en gratis verzonden op jouw deurmat! Abonneer je nu en betaal slechts €4,19 per editie.
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Erica’s dochter heeft een half jaar verkering met een jongen die ze tijdens de vakantie heeft ontmoet. Ze zijn allebei vijftien en stapelgek op elkaar. Alleen woont hij anderhalf uur verderop. Daarom wil ze bij hem blijven slapen. Erica vindt dat prima, maar haar man denkt daar héél anders over.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.
Opa en oma die een studiepotje openen, het collegegeld betalen of zo nu en dan wat toestoppen: het is natuurlijk hartstikke fijn als het kan. Maar financiële hulp van grootouders kan volgens nieuw onderzoek ook écht verschil maken.