Mariëtte over haar achtbaanangst: ‘In gedachten zie ik die stang altijd losschieten’

02.08.2022 07:03
Mariëtte Middelbeek Beeld: Nine IJf
Mariëtte Middelbeek is journalist en auteur, en columnist voor Kek Mama. Samen met haar man Erik heeft ze twee kinderen: zoon Casper en dochter Nora.

Ik vind heel veel dingen leuk aan het groter worden van mijn kinderen, zoals daar zijn: zindelijkheid, zelf aankleden en bij pijn en ongemak precies kunnen uitleggen wat eraan scheelt. Maar één ontwikkeling bekijk ik met angst en beven.

Nu Casper acht is, en best lang voor zijn leeftijd, komt hij, de zeer enge exemplaren daargelaten, tegenwoordig met gemak uit in het groene gedeelte van de achtbaan-meetlat in pretparken. En dat betekent dat ik me niet langer kan verschuilen in de zwevende baby-olifantjes (die ik doorgaans ook al best hoog vind) of de trapauto’s, maar serieus aan de achtbaanbak moet.

Achtbaanangst

Dat is een probleem, want ik heb een diepgewortelde achtbaanangst. Al gaat het om een klein, lieflijk, suikerroze drakenachtbaantje in een veredelde speeltuin, zodra ik in de rij sta, wil ik al weg. Stap ik in dat bakje, dan zit voor mijn gevoel mijn been altijd in zo’n onmogelijke hoek dat ik bij de eerste bocht een dubbele breuk oploop. En dat zou dan nog het gunstige scenario zijn, want in gedachten zie ik die stang altijd losschieten als we net in volle vaart schuin hangen, met alle desastreuze gevolgen van dien.

Lees ook – Dít zijn de leukste onbekende pretparken in Nederland >

Met dichtgeknepen ogen

Nee, dan Casper. Vrolijk stapt hij in elke achtbaan – het liefst met Erik, als het aan mij ligt, maar ik kan blijkbaar niet altijd mijn snor drukken want dat vindt mijn kind niet leuk – en zodra de karretjes eerst langzaam omhooggaan en dan in volle vaart omlaag (o, de horror), laat hij zelfs zijn handen los. Het is een wonder dat ik dit zie trouwens, want ikzelf zit tegen die tijd doorgaans met dichtgeknepen ogen te hopen dat het allemaal snel voorbij is.

“Was je bang, mam?” riep Casper me de laatste keer monter toe zodra de karretjes eindelijk weer stil stonden, en wel zo dat iedereen het kon horen. Ja, mam was doodsbang, maar zei dat niet.

“Ja, mam was doodsbang, maar zei dat niet”

“Nee hoor, ik vind het echt superleuk!” riep ik. Dat had ik beter niet kunnen doen. Het was rustig in het pretpark, de man van de attractie hoorde het en dacht: ik zal eens even iemand blij maken. “Blijf maar zitten, hoor!” riep ie jolig. “Dan mag je nog een rondje!”

Dit artikel staat in Kek Mama 08-2022.

 

Ontvang elke maand Kek Mama met korting en gratis verzonden op jouw deurmat! Abonneer je nu en betaal slechts €4,19 per editie.