André Hazes doet boekje open over co-ouderschap: ‘Dan volgt er een discussie met zijn moeder’
Co-ouderschap kan soms best een uitdaging zijn en ook bij André Hazes en Monique Westenberg blijkt dat herkenbaar ingewikkeld.
Eigen beeld
Judith (47) woont op Curaçao met haar man Robert-Jan (49), hun kinderen Olivier (15) en Valentine (12) en hondje Teddy. Vanuit het zonnige eiland ontdekt ze nieuwe landen en beleeft ze mooie avonturen. In haar columns neemt ze je mee in haar drukke, vrolijke en liefdevolle wereld vol onverwachte wonderen. Je kunt haar ook volgen op Instagram.
Het is vakantie op Curaçao en we vertrekken met ons gezin naar Colombia. In El Poblado, een van de mooiste wijken van Medellín, hebben we een appartement gehuurd, tussen koffietentjes en boetiekjes en vlakbij een fantastisch park. Er zijn geen andere Nederlandse gezinnen te bekennen; deze Curaçaose schoolvakantie valt nu eenmaal op een heel ander moment dan de Nederlandse. Omringd door locals genieten we met volle teugen.
Na een dag dwalen door de stad, langs winkelcentra waar we ons hart ophalen en een bezoek aan het museum van de beruchte crimineel Pablo Escobar (waar ik niet onderuit kon, omdat manlief hier per se naar toe wilde), zijn we weer terug in ons appartement.
Het wordt donker, ik ben bekaf en moet echt even bijkomen. De kids denken daar anders over, zij kunnen nog wel even door. En ze hebben honger. ‘Ik ga wel even met ze in het park een pizza halen. Dan neem ik er wel eentje voor je mee’, zegt mijn man. Dat laat ik me geen twee keer zeggen. Ik plof op de bank. Heerlijk, even een momentje voor mezelf. Ik zet de tv aan, een kopje thee erbij en stream RTL Boulevard, mijn ultieme guilty pleasure.
Een nieuw item wordt aangekondigd. Heel Colombia blijkt, volgens RTL Boulevard, op zoek te zijn naar de allergrootste crimineel van dit moment. Pablo Escobar is er niks bij. Het is de man zonder gezicht, want niemand weet hoe hij eruitziet. Wat de Colombiaanse politie wél zeker weet, is dat hij zijn criminele activiteiten uitvoert in het park bij El Poblado. Ons park. En wat ze ook zeker weten: hij komt uit Nederland. Ze noemen hem… ‘ El Holandés’.
De paniek slaat toe. Robert-Jan is nu, as we speak, met onze kinderen een pizza halen. In dat park. Van mijlenver zie je al dat hij uit Nederland komt, een echte kaaskop. De radartjes in mijn hoofd gaan aan. Wat als de Policía Nacional de Colombia op klopjacht is, het park heeft omsingeld omdat ze El Holandés ein-de-lijk hebben gevonden? Dat ze met drones en infraroodcamera’s Robert-Jan hebben gespot? Dat ze denken dat hij zich, als dekmantel, voordoet als een lieve vader die met zijn twee bloedjes van kinderen pizza bestelt? Maar ondertussen er heilig van overtuigd zijn dat hij in codetaal criminele activiteiten op het hoogste niveau uitvoert? Wacht, hoor ik politiesirenes? Ik moet NU actie ondernemen!
In een flits grijp ik naar mijn telefoon. Ik bel. Hij neemt niet op. Ik bel nog een keer. Weer geen gehoor. Half struikelend trek ik mijn schoenen aan, klaar om naar buiten te rennen, op zoek naar die pizzeria. Dan gaat mijn mobieltje af.
Het is Robert-Jan. Ik buitel over mijn woorden heen, van El Holandés tot aan het levensgevaarlijke park. Hij heeft geen kans iets te zeggen. Ik roep: ‘De Colombiaanse politie zit achter je aan! Ze denken dat jij El Holandés bent, je bent de enige Nederlander in het park! Ben je al opgepakt? Ik kom NU naar jullie toe!’ Op de achtergrond hoor ik muziek. Huh, draaien ze dat hier op het politiebureau? Is dit misschien hun strategie om zelfs de zware jongens rustig te krijgen?
Net als ik een diepe ademteug wil nemen, zegt Robert-Jan rustig: ‘Ja, ik kon niet opnemen. We zitten op het terras bij de pizzeria met een live band, dus ik dacht: ik bel je later. Het is hier zó gezellig dat we alvast wat hebben gegeten.’ Ik loop naar de bank en laat mezelf achterovervallen.
Mijn El Holandés zit gewoon aan de pizza. De volgende keer blijf ik hier als ik weer eens word meegesleept naar het museum van Pablo Escobar. Laat de échte El Holandés het maar uitzoeken.
Meer lezen over de avonturen van Judith op Curaçao? Je vindt haar andere columns hier.