Deborah: ‘De kraamverzorgende zag het meteen. Wij daar, met een baby en een blik die waarschijnlijk alles zei’

column deborah Eigen beeld
Deborah
Deborah
Leestijd: 4 minuten

Deborah (30) is samen met haar man en moeder van twee zoons Jake (4) en Cody (1). Ze schrijft over het moederschap, verlies en herstel na haar postnatale depressie. Je kunt haar ook volgen op Instagram.

Lees verder onder de advertentie

Iedereen zegt dat de kraamweek bijzonder is. Dat het een week is die je nooit meer terugkrijgt. Dat je moet genieten, zoveel mogelijk moet opnemen, omdat alles nieuw is en klein en kwetsbaar.

Maar mijn kraamweek voelde zo anders.

Na dagen met weeën, waarin ik bleef hopen dat het alsnog zou lukken, werd het een spoedkeizersnede. Mijn lichaam was moe voordat het eigenlijk nog moest beginnen. Alsof alles al op was, nog voordat hij er was. En toen hij er was, begon het pas echt.

De borstvoeding lukte niet. Wat ik ook probeerde. Elke poging voelde als falen. En toen we naar huis mochten, voelde dat niet als een opluchting. Het voelde als, ‘en nu?’

Een plan

We zaten daar. Met z’n drieën. En ik had geen idee wat ik moest doen. Geen vanzelfsprekend gevoel. Geen ingeving die me vertelde, zo moet het. Alleen een soort leegte, en een hoofd dat bleef zoeken naar iets om me aan vast te houden.

Toen de kraamverzorgende kwam, zag ze het meteen. Wij daar, met een baby en een blik die waarschijnlijk alles zei. Ze maakte een plan voor ons. Iets om houvast aan te hebben. En ergens was dat ook fijn, want het gaf richting. Maar het was wel een plan volgens hoe het ‘hoorde’. Volgens hoe het moest.

Ik probeerde me daaraan vast te houden, maar elke dag voelde anders. De ene nacht lukte niks. Hij huilde, ik probeerde van alles, maar niets leek te werken. Tegen de tijd dat de ochtend kwam, stond ik daar al huilend. Moe, onzeker, en met het gevoel dat ik alles verkeerd deed.

Mijn man kon het wel

De volgende dag was ik er wel, maar ook weer niet helemaal. Alsof ik door een waas ging. Elke keer als ik dacht, misschien moet ik dit proberen, voelde ik meteen de twijfel. Dus ik vroeg het. Zocht bevestiging. Alsof ik toestemming nodig had voor iets wat eigenlijk vanzelf zou moeten gaan.

Maar het werd vaak weggewuifd. Dat het niet zo werkte. Dat het volgens het ‘boekje’ anders moest. En elke keer als dat gebeurde, werd ik iets stiller. Iets onzekerder. Het leek dat mijn gevoel er niet mocht zijn, het fout was, omdat het niet klopte met hoe het hoorde.

Mijn man had dat wel. Die leek het gewoon te voelen. Die pakte hem op in de nacht en kreeg hem rustig. Het ging vanzelf. En ik zag dat, en was daar dankbaar voor. Maar tegelijkertijd deed het ook iets anders. Het bevestigde voor mij dat ik het niet wist. Dat ik degene was die het niet kon.

En zonder dat iemand het zo bedoelde, raakte ik steeds een beetje verder op afstand. Niet alleen van hem, maar ook van mezelf.

Tranen wegslikken

Ik huilde elke dag. En tegelijk voelde ik ook weinig. Mijn gevoel bleef ergens achter, terwijl alles gewoon doorging. De kraamverzorgende zag het wel. Ze zei ook dat het in de gaten gehouden moest worden. Maar daarna zei ze ook dat het erbij hoorde en ik maar even moest douchen om de nacht van me af te spoelen.

Lees verder onder de advertentie

Maar het voelde helemaal niet alsof dit erbij hoorde. Het voelde alsof dit niet klopte. En toch probeerde ik het elke ochtend weer bij elkaar te rapen. De tranen wegslikken voordat ze er was. Het gevoel ergens weg te stoppen, omdat er iets anders van me verwacht werd. Dat dit de week was waarbij je blij hoort te zijn.

Toen ze vertrok, kreeg ik ergens toch wel paniek. Omdat het nu op ons aankwam. En zonder ik het echt doorhad, leunde ik steeds meer op mijn man. Voor alles. Omdat ik het niet wist en dacht dat hij het wel zou weten.

Meer lezen van Deborah en haar weg in het moederschap? Je leest haar andere columns hier.

Lees verder onder de advertentie

Meest bekeken

Facebook Twitter Whatsapp E-mail