Judith: ”Vraag het maar aan je vader’, zei ik, wetende dat hij sowieso nee zou zeggen. Alleen deed hij dat dus niet’

columnist judith Eigen beeld
Judith Smits
Judith Smits
Leestijd: 4 minuten

Judith (47) woont op Curaçao met haar man Robert-Jan (49), hun kinderen Olivier (15) en Valentine (12) en hondje Teddy. Vanuit het zonnige eiland ontdekt ze nieuwe landen en beleeft ze mooie avonturen. In haar columns neemt ze je mee in haar drukke, vrolijke en liefdevolle wereld vol onverwachte wonderen. Je kunt haar ook volgen op Instagram.

Lees verder onder de advertentie

Sinds een klein jaartje wonen we op Curaçao. Op een zondagochtend vertrokken we al vroeg met vrienden en hun kinderen richting het strand. We gingen naar een afgelegen plek. ‘Een echt Robinson-eilandgevoel’, zo beloofden onze vrienden ons.

Na dertig minuten hobbelen en hosselen kwamen we met de auto aan. De kinderen bouwden hutten, wij barbecueden en keken elkaar aan: ja, dit is toch wel het ultieme leven. Lekker genieten. Helemaal top. De kinderen begonnen zich te vervelen. ‘Nou, gaan jullie maar eens wat schelpen rapen. Die kun je dan thuis op een mooie plek neerleggen’, opperde ik. Dat vonden ze een topidee en waren er fanatiek mee bezig.

Lees verder onder de advertentie

Een schelp op pootjes

Halverwege de middag gingen we weer naar huis. Tegen de avond keken we met z’n allen nog een film. Moe maar voldaan gingen we allemaal richting bed, want de volgende ochtend moesten de kids alweer vroeg naar school.

Ik liep nog even langs bij Valentine. Ze lag al bijna te slapen. Opeens zei ze: ‘Oh ja, ik heb nog een schelp gevonden!’ Ze stapte uit bed en toverde uit haar broekzak een klein schelpje dat ze op haar nachtkastje legde. ‘Ja, dat is een mooie plaats voor de schelp’, zei ik. We keken ernaar en ze verplaatste het nog even, zodat ze vanuit bed een nog beter uitzicht op haar schelp had.

Lees verder onder de advertentie

Opeens begon het schelpje te lopen. Het had pootjes. ‘Wááágh! Het leeft!’, riep ze. Het schelpje met pootjes, een krabbetje dus, begon rondjes te rennen. Valentine checkte snel haar broekzakken. Zaten er nog meer krabbetjes in? Nee, dit was het. Gelukkig.

Krabbetje redden

‘Maaaaam! Wat moet ik doen? Waar moet dit krabbetje nou heen? Ik ga het in de tuin zetten!’ Na toch even internet te hebben geraadpleegd kwam ze erachter dat dit krabbetje er niet blij van zou worden om in onze tropische tuin vol salamanders, hagedissen en ons hondje Teddy te leven, zonder zout water.

Lees verder onder de advertentie

‘Nou, weet je wat we doen? Papa en mama verzinnen zo wel een oplossing. Dan kun je nu lekker gaan slapen, want morgen heb je weer een drukke dag’, zei ik nog, in de hoop om haar op andere gedachten te brengen. Maar daar kwam natuurlijk niets van in. Ze móést en zóú het krabbetje redden.

‘We gaan NU naar de zee, waar hij hoort’, zei ze kordaat. Ik slaakte inwendig een zucht. Voor zo’n ieniemienie krabbetje helemaal naar zee rijden? Ik lijk wel gek! ‘Nou, weet je wat? Vraag het maar aan je vader’, wetende dat hij sowieso nee zou zeggen. Hij wist toch ook wel hoe laat het was en hoe ver het rijden was? Alvast opgelucht zakte ik in haar kussen, wetende dat dit idee snel uit haar hoofd gepraat zou zijn. Ze zou zo in bed stappen en dan zou ze zeker weten als een blok in slaap vallen na zo’n stranddag. Opgelost.

Meekomen!

De slaapkamerdeur vloog open. ‘Jaaa, we gaan NU! Kom mam, meekomen! Het krabbetje heeft je hard nodig!’ Wááát? Dit was niet de bedoeling. Mijn man zat al in de auto. Ik hees mezelf het bed uit. Onze oudste bleef thuis – die had het beter bekeken. Maar ik moest dus mee.

In de auto realiseerde ik me: Valentine heeft gelijk. Dit krabbetje heeft ook recht op een fijn leven, met z’n krabbenvrienden in de zee. Ik vond het ook wel een mooie gedachte van mijn kind. Dat ze zich inzette voor dit diertje, hoe klein het ook is. Valentine to the rescue.

Uiteindelijk kwamen we aan, bij de zee. Ze hield het krabbetje omhoog, gaf het een soort van zoen, legde het neer in de branding en zei: ‘Daar gaat-ie!’ Dag lieve krabbemans! Tot ziens, hè!’ En daar verdween het krabbetje in de zee, na een urenlange reis in de broekzak, meehobbelend met mijn kind.

Lees verder onder de advertentie

Meest bekeken

Facebook Twitter Whatsapp E-mail