Josine (43) is opvoedcoach en woont met haar man en twee dochters (9 en 11) in New York. Met haar oudertrainingen begeleidt ze ouders die met hun gezin in het buitenland wonen of van plan zijn die stap te maken. In haar columns schrijft ze eerlijk over de uitdagingen waar zijzelf en andere expatgezinnen tegenaan lopen. Je kunt haar ook op Instagram volgen.
Lees verder onder de advertentie
Ik keek laatst op de kalender en schrok even: is het echt alweer bijna twee jaar geleden dat mijn jongste dochter haar opa en oma heeft gezien? Dat had ik me toch echt anders voorgesteld. Toen we een paar jaar geleden van Australië naar New York verhuisden, was het feit dat Nederland nog ‘maar’ op zeven uur vliegen ligt eerlijk gezegd een van de redenen om deze stap te maken.
Lees verder onder de advertentie
Natuurlijk nog steeds niet dichtbij, maar vergeleken met de 24 uur die we gewend waren vanaf Sydney leek dat opeens echt ‘om de hoek’. Maar in de praktijk pakt dat toch anders uit. Drukke werkschema’s, school en dure vluchten zorgen ervoor dat we niet zo vaak naar Nederland toe gaan als ik had gehoopt.
Als ze er zijn, telt elke minuut
Daarom was het extra fijn dat mijn vader en stiefmoeder afgelopen week bij ons in New York op bezoek kwamen.
Ik kijk altijd enorm naar uit naar bezoek van familie. Vooral omdat onze kinderen dan echt tijd krijgen met hun opa en oma. Niet even een kop koffie op zondagmiddag, maar vanaf het wakker maken voor school tot het voorlezen van een verhaaltje voor het slapen gaan.
Ze zien hoe het er hier écht aan toegaat. Waar onze dochters blij van worden (“Kijk oma, ik heb de tekenwedstrijd gewonnen!”), waar ze verdrietig om zijn en waar ze zich over opwinden (“Ik heb geen zin in die stomme wandeling!”).
De vraag die blijft knagen
En ook al is het in zo’n week ontzettend gezellig, soms knaagt er iets aan me: zou het beter zijn voor onze kinderen als ze vaker hun familie zagen? Als ze opgroeiden met hun neefjes en nichtjes om de hoek? Als opa’s, oma’s, ooms, tantes, neefjes en nichtjes een vast onderdeel van hun dagelijks leven zouden zijn?
Lees verder onder de advertentie
En ik ben niet de enige die hiermee worstelt. Het is een vraag die ik ook regelmatig hoor van ouders die ik begeleid. Deze week sprak ik nog ouders die na negen jaar in Canada overwegen om dichter bij Nederland te gaan wonen. Niet terug naar Nederland, maar ergens in Europa. Het idee dat familie dichterbij is, dat ze er snel naartoe kunnen als het nodig is, geeft rust.
Maar tegelijkertijd twijfelen ze. Want gaan ze dan ook écht vaker familie zien? Of geeft vooral het idee dat het mogelijk is al een gevoel van zekerheid? Het zette mij aan het denken.
Kwaliteit wint het van kwantiteit
Hoe belangrijk is het eigenlijk voor kinderen om dicht bij familie op te groeien? Persoonlijk geloof ik dat kwaliteit belangrijker is dan kwantiteit.
In mijn werk zie ik dat kinderen vooral floreren wanneer ze betekenisvolle relaties hebben met volwassenen die betrokken zijn bij hun leven. Mensen die hen zien, kennen en om hen geven. Dat kunnen opa’s en oma’s zijn, maar dat hoeft niet.
Wat telt, zijn de relaties die ze opbouwen: het gevoel dat er mensen zijn die van hen houden en echt betrokken zijn bij hun leven. Dat kan iedere week zijn. Maar dat kan ook tijdens een paar intensieve weken per jaar.
Natuurlijk helpt regelmatig contact, maar het is geen garantie voor een hechte band – net zoals afstand die band niet automatisch in de weg hoeft te staan.
Je chosen family
En die relaties hoeft niet eens altijd familie te zijn. Ook mensen die geen familie zijn via een bloedband kunnen deel worden van jullie ‘village‘. Goede vrienden. Buren. Ouders van vriendjes en vriendinnetjes. Mensen die er zijn op belangrijke momenten en die je kinderen écht leren kennen. Ik noem dat ook wel je ‘chosen family‘.
Lees verder onder de advertentie
En als ik terugdenk aan mijn eigen jeugd: het verplichte zondagse familiebezoek was nou niet bepaald het hoogtepunt van mijn week. Ik denk dat ik het veel leuker had gevonden als mijn opa en oma af en toe een week bij ons waren geweest. Gewoon onderdeel van mijn dagelijkse leven, met alle highs en lows erbij.
Dan hadden ze geweten wat mijn favoriete muziek was, op wie ik een crush had, wat ik het liefst at als ontbijt en waar ik écht goed chagrijnig van werd. Dan hadden ze me niet alleen gezien, maar ook echt leren kennen.
Als ik nu terugkijk op het laatste bezoek van mijn ouders, kan ik wel zeggen dat dat ‘leren kennen’ meer dan goed is gelukt. Inclusief het ochtendhumeur van onze jongste dochter.
In haar column neemt Josine je mee in de meest bijzondere verhalen van de expatfamilies die ze begeleidt én hoe zij met hun situatie zijn omgegaan.
De opvoeding van Xess doet Yolanthe alleen, maar het contact met zijn vader, voormalig voetbalprof Wesley Sneijder, is wel heel goed. Wij spraken haar.
Na een periode van plannen, schuiven en geduld is het moment daar voor Vinenzo Wildeman: hij staat op het punt om zijn ouderlijk huis te verlaten. Een mijlpaal waar het gezin al een tijd naartoe leefde en die nu eindelijk concreet wordt.
Als moeder ben je jarenlang druk met opvoeden. Luiers verschonen, boterhammen smeren, ruzies sussen, grenzen stellen en ondertussen hopen dat je iets goed doet en je later een hechte band hebt met je kind.
Opvoeden draait niet alleen om regels, grenzen en dagelijkse routines. Vaak zijn het juist de eenvoudige uitspraken van ouders die jarenlang blijven hangen. Zinnen die je vroeger misschien met een zucht aanhoorde, maar die later ineens verrassend veel waarheid blijken te bevatten.