Snak jij op z’n tijd ook naar een flinke knuffel? Helemaal niet raar. Onderzoek wijst namelijk uit dat een mens minimaal acht knuffels per dag nodig heeft om goed te kunnen functioneren.
Lees verder onder de advertentie
Familietherapeut Virginia Satir: “Als we nooit meer een knuffel krijgen, gaat ons lichaam daar langzaam aan kapot: we hebben er vier per dag nodig om te kunnen overleven, acht om te blijven zoals we zijn en twaalf om te groeien.”
Lees verder onder de advertentie
Gelukshormoon
Maar eh, hoe zit dat dan precies? Eigenlijk is het heel simpel. Tijdens een knuffel komen er verschillende stofjes vrij die ons een prettig gevoel geven. Denk aan dopamine (gelukshormoon) en oxytocine (liefdeshormoon). Het stresshormoon cortisol in je bloed wordt juist verlaagd en dat is eigenlijk nóg belangrijker. En teveel aan dit hormoon kan namelijk zorgen voor talloze lichamelijke klachten als slaap- en concentratieproblemen, een hoge bloeddruk, maar mogelijk ook depressiviteit en zelfs geheugenverlies. Conclusie: emotie en gezondheid hebben grote invloed op elkaar.
Lees verder onder de advertentie
Onderzoek
Om dit verhaal goed te kunnen onderbouwen, deed De Universiteit van Californië (UCLA) onderzoek naar de effecten van een knuffel. Deelnemers werden blootgesteld aan elektrische schokken en wat bleek? Wanneer hun partner tussen de schokken door af en toe een knuffel gaf, konden ze de stress veel beter aan.
Lees verder onder de advertentie
Onder z’n neus
Dus, lieve mensen: wees niet zuinig met het uitdelen van een goede pakkerd. En zucht en steunt jouw vent bij de zoveelste vraag om een knuffel? Schuif dan dit artikel onder z’n neus. Zo kan-ie er niet omheen.
Relaties lijken soms vanzelf te lopen, totdat dat ineens niet meer zo voelt. Want hoe leuk de eerste verliefde fase ook is, een langdurige relatie vraagt onderhoud. Zonder aandacht, liefde en inzet kan zelfs een sterke band langzaam afbrokkelen.
Van hitlijsten en volle zalen naar knuffels, eerste woordjes en tranen bij de kleinste struikelpartij: het leven van Mart Hoogkamer ziet er tegenwoordig net even anders uit, en hij geniet daar zichtbaar van.
Broers en zussen kunnen elkaar het leven zuur maken (lees: geruzie om niks), maar ook elkaars grootste vriend zijn. En terwijl jij denkt dat jij als ouder de hoofdrol speelt in de ontwikkeling van je kind, gebeurt er onderling ook iets belangrijks.
Femke is een boysmom en dat zal ze weten ook. Haar jongens zitten altijd onder de blauwe plekken en krassen, kleding is geregeld stuk en en wordt gestoeid alsof hun leven ervan afhangt.
Eindelijk is het zover voor Aida Jelies: haar allereerste rijles. Net achttien, mag ze voor het eerst zelf de weg op, iets waar ze zowel naar uitkijkt als tegenop ziet.
Opgroeien met een beroemde broer klinkt misschien als een groot backstagefeest, maar de realiteit is vaak net even anders. Monique Smit (36) vertelt daar openhartig over in de podcast De Bevers geven zich bloot.