Columnist Roos Schlikker weet al wat ze op haar grafsteen wil: “we rommelen allemaal maar wat aan.”

Roos Schlikker zegt het een paar keer tijdens het interview: “Dat durfde ik niet.” En zegt ook: “Ik kan het niet” en “Ik weet het niet’” Ja, echt. Roos Schlikker, the hardest working krullenbol in journalism, de vrouw die in de Arena haar cluppie Ajax naar de overwinning schreeuwt, alle platen van Bruce Springsteen achterstevoren kan opzeggen, die leuke blonde met die grote mond op de radio, die het scenario schrijft voor de LINDA.tv-serie Bitterzoet, die zojuist op haar kekke tijgerlaarzen het café binnenviel, die durft dus dingen niet. Die vindt dingen eng. Die twijfelt hevig.

Minecraften

“Het enige waarover ik nooit heb getwijfeld, is kinderen. Geen idee waarop ik het baseerde, maar ik dacht altijd dat ik een leuke moeder zou zijn. Verder heb ik over veel getwijfeld. Goed, het is misschien generaliserend, maar vrouwen zijn nu eenmaal onzeker. Over alles. En moeders helemaal. Daarom kopen ze opvoedboekjes. Mannen krijgen tips in de kroeg en denken dan: ja, daar zit misschien wel wat in. Wij vrouwen willen het graag zo goed doen. En we nemen elkaar de maat: jij voedt je kinderen te soft op. Jij te streng. Jij moet je kinderen al vanaf hun vierde op Chinese les sturen. Moet dat, denk ik dan, wij zitten thuis met z’n allen gewoon te minecraften.” En dan schalt die aanstekelijke schuddebuiklach door de kroeg. In de ongeveer twee uur dat het interview duurde, ketste die lach een keer of dertig tegen de muren. Want Roos mag dan inderdaad geregeld onzeker en bang zijn, ze bezit een grote dosis relativeringsvermogen en humor.

Hart onder de riem

“Ik ben niet zo’n opvoedboekjeslezer”, zegt Roos, die onlangs bijdroeg aan het opvoedboek Van achter het behang tot over je oren. “Sinds ik zelf moeder ben, voel ik geregeld de behoefte andere ouders een hart onder de riem te steken. Als er iets is bewezen, is dat niemand ook maar enig idee heeft van wat het ouderschap precies is, of moet zijn. Alles wat je ervan verwacht, klopt niet. Als ik vroeger een moeder in de supermarkt zag met zo’n  kind dat krijsend op de grond lag, dan vond ik daar wat van. Heel erg zelfs. Nu knik ik zo’n moeder toe, zo van: ik begrijp het. Het gaat over. Het wordt beter. Zelfde verhaal met ouders met kleine kinderen in een vliegtuig. Dat is de hel namelijk. Ik probeer zulke ouders te groeten zoals motorrijders en buschauffeurs dat ook doen als ze elkaar tegenkomen. Mijn motto is: als je je afvraagt of je het als ouder wel goed doet, doe je het vaak goed. Iedereen rommelt maar wat aan. Dat wil ik dan ook op mijn grafsteen.”

Haar als een klittenbol

Roos groeide op in Amsterdam-Noord, als enig kind van een vader die zich zonder opleiding opwerkte tot makelaar en een moeder met een bipolaire stoornis. “Dat weten we pas sinds een jaar of vijf. Daarvoor wisten we wel dat er iets aan de hand was, maar niet wat. Mijn moeder is een heel lieve vrouw, maar ook heel kwetsbaar. Een grap die je vandaag maakt, kan morgen totaal verkeerd vallen. Ik heb als kind een radar ontwikkeld om aan te voelen hoe de vlag erbij hing. Mijn moeder was en is nogal op zichzelf. Dat was anders dan bij vriendjes, daar kon iedereen aanschuiven.” Roos, die zichzelf typeert als een heel braaf kind, trok naar haar vader. “Die hield van voetbal, dus ik ging ook maar ’s om zeven uur met het bord op schoot meekijken naar Studio sport. En ik merkte dat ik het heel leuk vond. Pas ver in de puberteit heb ik mijn vrouwelijkheid ontdekt, daarvoor had ik scheuren in mijn broek, pleisters op mijn knieën en haar als een klittenbol. Mijn moeder wilde winkelen op zaterdag. Dat haatte ik. Nog steeds.”

Ietwat afwijkende opvoeding

Roos is snel zelfstandig geworden, juist vanwege haar ietwat afwijkende
opvoeding. “Denk niet dat ik verwaarloosd ben. Maar ik stond al vroeg te koken, vanaf mijn tiende. Vond ik leuk. En je kon mij gerust met een portemonnee naar de supermarkt sturen. Op de middel bare school kreeg ik geen gesmeerde boterhammen mee, maar geld voor een broodje. Daar werd soms vreemd van opgekeken, ik heb er zelf nooit moeite mee gehad.”

Duwtjes geven

Schrijven, dat heeft Roos altijd wel wat geleken. Maar eraan toegeven, dat kostte moeite. Daar had ze aansporingen en opkontjes voor nodig. “Ik ging naar het Barlaeus in Amsterdam, een elitair gymnasium waar ook de kinderen van Harry Mulisch naartoe gingen. Waar leerlingen correspondeerden met W.F. Hermans. Ik heb er een leuke tijd gehad en een goede opleiding, maar ik durfde niet kenbaar te maken dat ik wilde schrijven. Bij de schoolkrant gaan? Ben je gek. Ik ging Nederlands studeren, dat had ook met schrijven te maken. Pas toen ik het keuzevak Schrijven voor de Media ging volgen, zei een docent: je bent gek als hier niets mee doet. Dat was de aansporing die ik nodig had. Later, toen ik journalist was, ben ik vaker mensen tegengekomen die me duwtjes gaven. Ik durf pas dingen als ik heel, heel zeker ben van mezelf.”

Zeven jaar

Volgend jaar, als ze nog een tweede, misschien zelfs derde versie heeft geschreven, verschijnt haar roman. Het is een bewerking van haar toneelstuk Smet, over een pedoseksueel die in een vinexwijk komt wonen. “Niemand heeft de roman nog gelezen, al heeft mijn beste vriendin me al zeker tien keer gevraagd of ze dat mocht. Maar nee. Pas als het af is, kom ik ermee naar buiten.” Het idee voor die roman had ze zeven jaar geleden al. Maar zoals John Lennon het ooit treffend omschreef: Life’s what happens when you’re making other plans. Tussen het moment waarop ze het contract met de uitgever ondertekende en het moment waarop het boek zal verschijnen, zaten de diagnose van haar moeder, een miskraam, de dood van Roos’ dochter Liv (die een ernstige afwijking bleek te hebben en niet levend is geboren) en de geboorte van Miró (nu 6) en Róman (nu 4). Haar vader is ernstig ziek geweest. “Hij heeft kanker, hij is bestraald en het gaat nu goed. Maar daar leek het even niet op. Toen heb ik tegen François gezegd: ‘Wil je geregeld aan me vragen of het wel goed met me gaat?’ De grote mate van zelfstandigheid die ik als kind al had, heeft er ook voor gezorgd dat ik om hulp vragen heel moeilijk vind. François is zelf een gevoelige jongen, hij doet dat dan ook.”

Samen verdrietig zijn

Over Liv schreef Roos een aantal schitterende columns. Citaat: Ik draag een afdruk van je voetje aan en hanger om mijn nek. Die novembernacht drukte een lieve VU-verpleegkundige het voor me op papier. Er zijn sindsdien zo veel meer stappen gezet, alleen niet door jou. Al in het ziekenhuis werden Roos en haar man gewaarschuwd dat de dood van een kind grote gevolgen kan hebben voor een relatie. “Het cliché is: de vrouw wil het er constant over hebben, de man helemaal niet. Dat is bij ons niet het geval. Op Livs geboorte- en sterfdag staan we er nog steeds bij stil. Vlak na haar dood konden we samen heel goed heel verdrietig zijn, maar kon ik ook een slechte grap maken om de lucht even te laten opklaren. Dat trok François heel goed, wat lang niet altijd het geval hoeft te zijn. Wij zijn heel erg op elkaar gericht. Hij is heel rustig, elf jaar ouder. Ik houd van reuring. Dat gaat goed samen. Als ik doordraaf, zegt hij: kom eens rustig zitten, lees eens een boekje, hier heb je een glas wijn. Maar als ik zin heb om de jaarwisseling door te brengen met vijf gezinnen in een huisje, lekker druk en levendig, dat gaat hij daar ook in mee.”

Teveel geldingsdrang

Haar man komt zelden voor in haar columns. “Dat is geen zelfcensuur hoor, we hebben de afspraak dat hij altijd alles eerst mag lezen als ik hem in een stuk opvoer. Maar ik schrijf niet zo vaak over hem. Ik ben niet iemand die echtelijke ruzies aangrijpt voor een stukje.” Roos en François leerden elkaar nu bijna twintig jaar geleden kennen. “Ik dacht altijd dat ik een zwerver zou blijven die van relatie naar relatie zou gaan. In mijn studententijd had ik geregeld vriendjes, moeilijke mannen, veel gezeik. François kwam ik tegen op een moment dat ik totaal niet op zoek was naar een relatie. Hij was bedoeld als onenightstand, ha. En nu zijn we twintig jaar verder, en blijk ik de burgerlijkste van mijn vriendenkring.” Haar echtgenoot was cameraman, werkte veel en lang in Amerika en Canada, maar gaf zijn baan op toen Miró werd geboren. “Ik ben altijd heel duidelijk geweest: het leven van vrouw-van-een-cameraman is niks voor mij. Niet met de kinderen achter hem aan hobbelen, af en toe een kabel sjouwen en ’s nachts alleen omdat er nachtopnames zijn. Ik ben daar niet gedienstig genoeg voor. Ik wil ook niet alleen maar moeder zijn, daarvoor heb ik te veel geldingsdrang. François had het ook wel gezien met de filmwereld, te competitief, niet gezellig. Ik dacht: hij stopt een jaar en daarna speelt zijn ego wel weer op. Nou, niet dus.”

Aantrekkelijk

François is huisman. “En daar krijgen we veel vragen over. Schokkend eigenlijk, anno nu. Soms wordt me gevraagd of ik hem nog wel aantrekkelijk vind. Nou jaaaa, zo raar. Alsof ik hem wel geil had gevonden als hij van negen tot vijf als ambtenaar onder tl-balken had gezeten. Wij doen veel samen, we sporten vier keer in de week en lunchen vrijwel elke dag samen. Ik heb als schrijver en journalist flexibele werktijden, dat is wel zo handig. En nee, we praten zelden over het werk. Ik ben een autist als het gaat om mijn werk. Als het nog niet af is, heb ik het er met niemand over. Ik wil niet aan de eettafel vertellen dat ik worstel met een alinea, ik praat liever over de kinderen, het leven, wat er in de krant stond.” 

'Crackers zitten ook in de Schijf van Vijf'

Roos heeft haar eigen opvoeding niet als voorbeeld genomen bij die van haar zonen. “Ik werd heel vrijgelaten, omdat ik zo braaf was. Bij mijn zonen ben ik vanaf het begin af aan streng geweest. Mijn zoons zochten ook vaker de grenzen op dan dat ik dat deed als kind. Ik ben consequent: zeven uur bedtijd is zeven uur en geen minuut later. Dat heb ik gaandeweg wel iets meer losgelaten. Strijd aan tafel over eten? Begin ik niet aan. Mijn oudste heeft tot zijn tweede echt alles gegeten, ik was zo’n moeder die dat dan ook trots rondtoeterde. Nu lust hij haast niks meer (lacht) en zijn broertje ook niet. De afspraak is: van alles ten minste een hapje. Ieder kind heeft het recht om iets vies te vinden. Mijn man moest van zijn moeder verplicht kikkerbillen eten. Dat is natuurlijk nooit meer goed gekomen. Het grappige is dat Miró het heerlijk vind op zaterdagochtend met mij naar de boerenmarkt te gaan in Amsterdam, en dan van alles te proeven. Daar doet hij het wel. Ach weet je, ik denk heus weleens: crackers zitten ook in de Schijf van Vijf.”
Roos mag dan strijd uit de weg gaan, ze houdt ook wel van weerstand. “Mijn jongste is veel feller dan zijn broer. Die houdt er niet van als hij zelf geen invloed heeft. Je moet niet tegen hem zeggen: ‘Ga eens buitenspelen’. Dan wil hij niet. Je kunt beter vragen: ‘Wil je je blauwe of je gele jas aan?’ Dan denkt hij dat hij ook wat te zeggen heeft.”

Tent laten staan

Kamperen, daar heeft ze een hekel aan. “Ha, heb je dat gehoord van mijn vriendinnen? Ik haat het inderdaad. Ik ben één keer naar het Lowlands-festival geweest, want dat moet je een keer doen. Met tent, luchtbed en slaapzak ging ik erheen. We waren er vroeg, de vriendengroep met wie ik was zette hun tenten in een kringetje, daarna gingen we bier drinken en dansen. Halverwege de avond ga ik even terug en tot mijn grote schrik zie ik dat het kampeerterrein echt overvol is. Scheerlijnen over elkaar, tent aan tent. Dat trek ik dus heel slecht, als mensen in mijn zone komen. Ik zei tegen mijn vrienden: ‘Ik blijf vannacht, daarna pak ik mijn spullen en ben weg.’ Niemand geloofde het, maar de volgende dag heb ik de tent laten staan en ben zo het terrein af gewandeld. Het is niet dat ik niet met primitieve omstandigheden kan omgaan, ik heb met mijn vader en man de Kilimanjaro beklommen. Daar was het ’s nachts min twintig en sliepen we in één tentje. Maar daar had je overdag tenminste de ruimte.”

Leuke vrouw met een mening

Naast haar columns en toneelstukken is Roos ook geregeld te horen en te zien als vrouw met een mening, onder meer bij WNL Opiniemakers op NPO2 en De ochtenden op Radio 1. “Zoveel leuke vrouwen met een mening zijn er niet”, constateert ze zelf ook. En meteen daarna, relativerend: “Dus dan word ik gebeld. En iemand moet het doen hè. Ik ben niet te beroerd om ergens een mening over te hebben, ik vind het enig om zoiets als Het mediaforum op de radio te doen. Een goede discussie ga ik niet uit de weg, dat was vroeger met mijn vader ook al zo. Iemand zei laatst tegen me: nou, aan de kersttafel kun je het natuurlijk niet hebben over de vluchtelingenproblematiek. Ik dacht: waar moet je het dán over hebben, het weer? Dat is toch bloedeloos? Ik hou van het intellectuele spel. Dat ik ’s morgens een beetje de krant scan en met een half oog naar het journaal kijk, en nog geen idee heb waar ik een paar uur later een ferme mening over heb op de radio. Ik vind het uitdagend meteen iets te zeggen, direct iets te vinden. Maar mijn missie is ook om af en toe te zeggen: we kloten maar wat aan. We hebben geen idee.”

Column, ficties, en kippen

Ze schreef het scenario voor Bitterzoet, een serie van LINDA.tv met Jennifer Hoffman, Anniek Pheifer en Tina de Bruin als vrouwen van veertig die herkenbare dingen meemaken met mannen, kinderen en dates. “Er zitten heel foute grappen in, dat was leuk om te schrijven. Het schuurt geregeld. Dat was ook de opdracht. Enig om te doen. Ik heb ervan gedroomd om met columns en fictie mijn geld te verdienen, dat doe ik nu en dat maakt me gelukkig.”
Nou ja, dat en haar kippen dus. Zo noemt ze haar mannen, haar thuis. “Thuis heb ik lange tijd niet gezien als een plek om te rusten. Ik was altijd aan het doorharken. Nu merk ik dat het nodig heb om even bij te komen. Dan borrelen weer nieuwe, frisse ideeën op. Als ik thuis ben, ben ik het allergelukkigst.”

WIE Roos Schlikker (40)
STUDEERDE Nederlands, communicatiewetenschap, journalistiek
WERKTE voor FEM/De Week, HP/De Tijd, Quote, Volkskrant
COLUMNIST voor Kek Mama, Het Parool, Libelle en LINDA.mode
SCHREEF toneelstukken, met drie andere ontploetermoeders het opvoedboek
Van achter het behang tot over je oren, het boek Ik wens je het onmogelijke
SCHRIJFT het scripts voor Bitterzoet, de serie op LINDA.tv
GETROUWD met François Perrier (51)
MOEDER van Miró (6) en Róman (4)

Het interview met Roos staat in Kek Mama 03-2016. 

In samenwerking met Kek Mama