Lotte: ‘Mijn man neemt me kwalijk dat ik van hem eiste dat hij zijn droombaan zou afslaan’
Haar man werkt hard en kreeg eindelijk die promotie, voor de droombaan waar hij het allemaal voor deed. Maar ja. Lotte zag het niet zitten.
Beeld: Canva
Goed nieuws voor iedereen met oppas-opa’s en -oma’s (en stiekem ook voor de ouders die af en toe een avondje vrij willen): regelmatig oppassen op je kleinkinderen lijkt goed te zijn voor het brein.
Grootouders die dat doen, hebben namelijk een scherper geheugen en zijn beter met woorden dan grootouders die de oppasdagen liever overslaan. Al zit er wél een opvallend verschil tussen opa’s en oma’s.
Onderzoekers van Tilburg University volgden zo’n 1.700 Britse grootouders jarenlang en vergeleken grootouders die oppasten met een vergelijkbare groep die dat niet deed. Dezelfde leeftijd, gezondheid en opleidingsniveau, appels met appels dus. Wat bleek? De oppas-grootouders scoorden beter op geheugentests en woordvloeiendheid. En dan het verrassende detail: vooral oma’s plukken daar langdurig de vruchten van. Bij hen ging de achteruitgang van het denkvermogen langzamer dan bij oma’s die niet oppasten. Bij opa’s was dat effect er nauwelijks.
Waarom dat verschil er is, weten de onderzoekers nog niet precies. Volgens medeonderzoeker Yvonne Brehmer kan het zijn dat de rol van opa’s anders, of minder intens, wordt ingevuld. “Het blijft een open vraag of de zorg voor hen te veeleisend is, of dat hun rol simpelweg meer perifeer is en daardoor minder cognitief of emotioneel uitdagend.”
Nog iets opvallends: het aantal oppasuren maakt nauwelijks uit. Eén keer per maand of meerdere dagen per week, het brein lijkt daar niet echt op te letten. Brehmer: “Die voordelen liggen mogelijk minder in specifieke taken of intensiteit, en meer in de bredere ervaring van betrokken zijn bij de zorg.” Wat wel verschil maakt, is hoe je die tijd invult. Grootouders die speelden, huiswerk hielpen maken of samen verschillende activiteiten deden, scoorden beter dan grootouders die vooral “aanwezig” waren.
Dat oppassen goed uitpakt voor het brein, is volgens de onderzoekers goed te verklaren. Het geeft betekenis, beweging en sociale verbinding. “De zorg voor kleinkinderen kan op latere leeftijd een extra, zeer betekenisvolle sociale rol bieden”, zegt Brehmer. Ook kan het je positie binnen de familie versterken, wat weer zorgt voor meer sociale steun.
Toch is er een belangrijke kanttekening: dit onderzoek bewijst geen oorzaak-gevolgrelatie. Het kan ook zijn dat fitte, scherpere grootouders simpelweg vaker worden gevraagd om op te passen. En, minstens zo belangrijk, oppassen moet geen verplicht nummer worden. Als het stress oplevert of als het voelt als een verplichting, kan het effect juist omslaan. “Vrijwilligheid en aansluiting bij de eigen voorkeuren van grootouders zijn cruciaal”, aldus Brehmer.
Ben je trouwens op zoek naar een nieuwe oppas? De 5 meest gemaakte fouten lees je hier.
Bron: Tilburg University, APA