Zien: Christina Curry deelt eerste foto’s van baby Cleo
Christina Curry is afgelopen week moeder geworden van haar eerste kind. Ze deelt nu de eerste foto’s van haar dochter, die naar de naam Cleo luistert.
Canva
Een baby dichtbij je houden wordt vaak gezien als een manier om de band tussen ouder en baby te versterken. Maar huid-op-huidcontact blijkt mogelijk nog een ander belangrijk effect te hebben
Het kan bijdragen aan de mentale gezondheid van ouders na de bevalling. Een postpartumdepressie (PPD) komt vaker voor dan veel mensen denken. Naar schatting krijgt ongeveer één op de zeven vrouwen hiermee te maken. Hoewel therapie en medicatie bekende behandelingen zijn, wijzen steeds meer onderzoeken erop dat ook eenvoudige vormen van ondersteuning het verschil kunnen maken.
Huid-op-huidcontact, ook wel kangoeroezorg genoemd, staat al langer bekend om de voordelen voor baby’s. Zo helpt het onder andere bij het reguleren van de lichaamstemperatuur, vermindert het stress en zorgt het ervoor dat een baby minder huilt. Maar ook voor ouders lijkt dit moment van dichtbij contact waardevol. Verschillende onderzoeken laten zien dat moeders die regelmatig huid-op-huidcontact hebben, minder vaak depressieve klachten ervaren.
Een recente analyse van meerdere onderzoeken bevestigt dat beeld. Daaruit bleek dat huid-op-huidcontact samenhing met een “aanzienlijke vermindering van depressieve symptomen” bij moeders in de periode na de bevalling.
Volgens verloskundige Brandi Fields biedt deze eenvoudige handeling verschillende voordelen. “Het onderzoek draagt bij aan het groeiende bewijs dat huid-op-huidcontact voordelen biedt voor borstvoeding, temperatuurregulatie, hechting en meer. Mogelijk kan het ook bijdragen aan een vermindering van het risico op postpartumdepressie”, zegt ze.
De werking achter huid-op-huidcontact heeft deels te maken met hormonen. Wanneer een ouder een baby tegen de blote huid houdt, maakt het lichaam meer oxytocine aan. Dit hormoon speelt een belangrijke rol bij ontspanning, vertrouwen en verbondenheid.
“Oxytocine bevordert gevoelens van kalmte, ontspanning en verbondenheid met de baby en vermindert de afgifte van cortisol, het stresshormoon, bij zowel moeder als baby,” legt Fields uit. “Gevoelens van angst en spanning nemen af en maken plaats voor vertrouwen en rust.”
Maar volgens experts draait het niet alleen om lichamelijke processen. Het contactmoment helpt ouders ook om zich meer verbonden te voelen met hun baby.
“Psychologisch gezien creëert huid-op-huidcontact momenten waarop nieuwe ouders hun baby kunnen observeren en erop kunnen reageren”, zegt therapeut Kait Towner. “Voor veel nieuwe moeders, vooral degenen die last hebben van postpartumdepressie of angst, kunnen deze momenten negatieve gedachten helpen veranderen van ‘Ik ben een slechte moeder’ naar ‘Mijn baby en ik leren elkaar kennen.'”
Veel mensen koppelen huid-op-huidcontact automatisch aan borstvoeding, maar dat is niet nodig. Ook ouders die flesvoeding geven, partners en niet-biologische ouders kunnen hiervan profiteren.
Volgens Olivia Bergeron draait het vooral om de nabijheid tussen ouder en baby. “Het is de nabijheid van ouders, hun geur, aanraking en warmte die allemaal helpen om het zenuwstelsel te reguleren,” zegt ze. “Flesvoeding geven terwijl je huid-op-huidcontact hebt, is een prachtige manier voor alle verzorgers om hiervan te profiteren en een band met de baby op te bouwen.” Ook partners kunnen baat hebben bij deze momenten. “Partners kunnen ook postpartumstemmingsstoornissen ervaren,” zegt Fields. Huid-op-huidcontact “biedt ook ondersteuning voor hun emotionele welzijn.”
Voor sommige ouders voelt huid-op-huidcontact misschien als nóg een taak op een al drukke dag. Experts benadrukken daarom dat het vooral belangrijk is om het simpel te houden. Een baby kan bijvoorbeeld met alleen een luier tegen de blote borst van een ouder liggen, terwijl er een dekentje over beiden heen ligt. Belangrijk is wel dat de ouder wakker is, rechtop zit en de baby goed in de gaten kan houden.
Het helpt om zulke momenten te koppelen aan vaste routines, zoals een voeding of een rustig moment na het badderen. “Ik adviseer cliënten om het te koppelen aan een bestaand moment in hun routine, zodat het vanzelf gaat en weinig nadenken vraagt,” zegt Bergeron. “Bijvoorbeeld: een voeding met huid-op-huidcontact in de ochtend is een mooie manier om de dag te beginnen voor ouder en kind.” Ook dragen met een geschikte draagdoek of draagzak kan extra mogelijkheden bieden.
Hoewel huid-op-huidcontact ondersteunend kan zijn, betekent het niet dat ouders alles zelf moeten oplossen. Tijd nemen voor rust en verbinding is lastig wanneer iemand ook verantwoordelijk is voor het huishouden, andere kinderen en alle praktische zaken rondom een baby.
“We kunnen ouders niet simpelweg vertellen dat huid-op-huidcontact belangrijk is en hen vervolgens verantwoordelijk maken om het zelf mogelijk te maken terwijl ze de volledige postpartumlast dragen,” zegt Manto Paulson. Daarom is hulp vanuit de omgeving belangrijk. Familie, vrienden of professionele ondersteuning kunnen ervoor zorgen dat ouders daadwerkelijk ruimte krijgen om tijd met hun baby door te brengen.
Huid-op-huidcontact kan een waardevolle aanvulling zijn, maar vervangt geen behandeling wanneer iemand met ernstige klachten kampt. Bergeron adviseert ouders om hulp te zoeken wanneer klachten langere tijd aanhouden. “Als een ouder moeite heeft met slapen, zelfs wanneer de baby slaapt, last heeft van verontrustende opdringende gedachten of zich emotioneel verdoofd voelt in plaats van verbonden met de baby, en deze klachten langer dan twee weken aanhouden, moet de ouder hulp zoeken bij een gespecialiseerde perinatale therapeut”, zegt ze.
De belangrijkste boodschap volgens haar: “Als je het gevoel hebt dat je jezelf niet bent, zoek dan hulp. PPD is goed behandelbaar en zegt niets over jouw vermogen om een goede ouder te zijn.”
Dit artikel is geschreven door de redactie van Kek Mama en is bedoeld voor informatieve doeleinden. Wij zijn geen artsen. Bij twijfels of gezondheidsproblemen raden we aan om altijd een arts of medisch specialist te raadplegen.
Bron: NIH