Beeld: Getty
Beeld: Getty

Als de eerste kinderverjaardag na de scheiding is gevierd, omhelst Julia haar ex. Dit hebben ze ook weer overleefd. Iets te vrolijk, maar toch.

In den beginne overheerste er een vreemd soort euforie: we zijn uit elkaar, we gaan het écht doen. Geen ergernissen meer, geen frustratie, geen energie slurpende discussies. We besloten elkaar los te laten en dat zo goed mogelijk te doen voor de kinderen. Maar hoe mijn nieuwe leven er als single moeder er precies uit zou zien: ik had geen idee. Het scheiden zelf was zo’n grote stap, zo ingrijpend, dat ik al mijn aandacht nodig had voor het moment zelf. Vooruitblikken heeft sowieso geen enkele zin als je in het diepe springt, maar een jaar na de scheiding kan ik wel terugkijken op alle eerste keren die ik heb meegemaakt.
 

Tour de non amour

De boodschap dat we gaan scheiden willen we samen aan onze broers, zussen en ouders vertellen. Tenslotte heeft het ook impact op hun levens en de dingen die we als vanzelfsprekend zagen. We brengen de kinderen bij een oppas en rijden op één dag kriskras het land door voor wat we later de Tour de non amour zijn gaan noemen. Dat het geen picknick is, moge duidelijk zijn. Teleurstelling, verbazing, verdriet. Maar ook kilheid – in de ogen van zijn moeder. Ik geloof dat ik nog nooit zo snel van mijn voetstuk ben gevallen als op die zonnige zomerdag in de achtertuin van mijn schoonouders.
 

Collateral damage

Ik had een goede relatie met mijn schoonmoeder. Ze paste op onze kinderen, was hartelijk en attent. Ik was op mijn beurt zo voorbeeldig mogelijk als schoondochter, en onsuccesvol. Maar alles waar ze me om roemde bij haar ouderwets chique vrienden – dat ik fulltime werkte, zo graag op reis ging, een creatief beroep blijkt nu ineens Bron van al het Kwaad. “Ken je soms veel gescheiden mensen?”, vraagt ze boos, alsof ik een exotisch virus heb opgelopen van vrienden in de hoofdstad. “Je had haar niet zo vrij moeten laten”, zegt tegen haar zoon, die gelukkig erg verontwaardigd reageert op zo veel jaren in één tirade. Ze spreekt onuitwisbare woorden: “Ik heb van je gehouden als een dochter, dat is nu voorgoed voorbij”. Wauw. Scheiden doe je niet alleen, blijkt. Er is veel collateral damage.
 

Standje Overleven

De kinderen, de kinderen, de kinderen. Natuurlijk schieten die woorden steeds door mijn hoofd, vanaf de eerste twijfel tot de definitieve beslissing. Maar eerlijk: ik ben erg rationeel. Standje Overleven is een feestje voor de verstandige linkerhersenhelft. ‘Het komt wel goed’. ‘We regelen het heel fijn voor ze’. ‘Er zijn zoveel kinderen met gescheiden ouders die prima functioneren’. Geen reden tot paniek. Maar ondanks dat ik het in mijn hoofd steeds meer op een rijtje krijg – mijn moederschap, deze situatie, hun toekomst – onder de oppervlakte wacht een reservoir aan schuldig traanvocht op een momentum. Dat voel ik duidelijk, en toch kan ik er niet goed bij. Het lijkt me daarom zinnig en getuigen van een evenwichtig en gezond karakter dat ik mijn wellicht onderdrukte gevoelens daaromtrent niet negeer, maar recht in de ogen kijk. De kust lijkt me een perfect decor voor een emotionele doorbraak.
 

The whole shebang

Dus ik naar zee. Ik kies een winderige dag, want wil the whole shebang: schuimkoppen op de golven, wapperend haar, mijn eenzame voetstappen in het natte zand. Ik loop tegen de wind in. Het is koud en onaangenaam, maar mijn jas is comfortabel. Mijn gedachten dwalen steeds af naar Niet Erge Dingen. Ik denk daarom extra hard aan verwaarloosde kittens en mensen die er niet meer zijn. Er komt niets. Geen traan. Na een uur hou ik voor gezien met dat aangaan van emoties en vlucht een strandtent in voor warme chocomel en een beduimelde leesmap. Hoe ik de weken erna ook mijn gevoelens wil doorvoelen, echte doorbraken hebben een eigen agenda.
 

Schuld

Op een willekeurige avond lig ik op een matje naar de grauwe troosteloosheid van het systeemplafond van een sportschool te staren. Voor een ontspanningsoefening worden de lichten gedimd, de pompende beats vervangen door een weeïg liedje. Het gaat over liefde, hoor ik. Die voorbij gaat. Ik voel hoe mijn strakgespannen spieren ontspannen, en iets van binnen ziet zijn kans schoon: de tranen stromen over mijn wangen. Mijn lichaam schokt van verdriet. Schuld. Het overspoelt me. En van alle poëtische plekken en momenten, zomaar, ineens, in f*cking SportCity. De kinderen, de kinderen, de kinderen.
 

'En hoe was de vakantie?'

Omdat we midden in de zomer besluiten uit elkaar te gaan, kun je gerust stellen dat ons antwoord op de Eerste Schooldag­evergreen ‘En hoe was de vakantie?’ onverwacht sensationeel is. De hoop dat de tamtam zijn werk wel zou doen in de vakantie en het nieuws van de scheiding oud nieuws zal zijn, blijkt lichtelijk naïef.
 

Nee, nee, ja, nee

De eerste keer op het schoolplein blijkt het startsein voor een wekenlange inquisitie. Beiden hebben we ineens enorm veel nieuwe ‘vrienden’ die graag even bijpraten. Of een van ons soms een ander heeft. Of de ruzies héél erg waren. Of we elkaar nog wel spreken. Of de kinderen erg verslagen zijn. Nee, nee, ja, nee. Omdat ik niet ondankbaar wil zijn voor de getoonde interesse, antwoord ik in eerste instantie zo transparant mogelijk. Maar er zit maar een dun laagje compassie over de sensatiezucht. Dat blijkt ook op borrels en verjaardagen: ik leer attente en schaamteloze vragen van elkaar onderscheiden en word een meester in ontwijkend antwoorden.
 

'Ik wil mijn scheiding terug waar die hoort'

Op een gegeven moment wil ik zó graag mijn scheiding terug waar die hoort: in mijn hoofd, in mijn hart, in mijn gezin. Het voelt alsof mijn leven gegijzeld wordt. Voor je het weet, zit je aan het nichtje van de buurvrouw of de moeder van een vriendje van een vriendje de hele gezinssituatie te schetsen. Vooral vragen over onze toekomst – waar ga je wonen, waar gaat hij wonen, hoe gaan jullie met de kinderen doen, wat als hij straks een ander heeft – ergeren me steeds meer. Nee, ik heb geen idee hoe de toekomst er precies uit zal zien. MAAR DAT HEB JIJ OOK NIET! wil ik er manisch achteraan schreeuwen.
 

De beste verjaardag ooit

Een paar maanden na de break­up wordt onze oudste zoon zeven. Dat hij een Nintendo DS krijgt als verjaardagscadeau en niet een uitbreidingsset verantwoorde Kapla­houtjes, is geheel en al te wijten aan ons koppige voornemen dat hij een bijzonder leuke verjaardag zal hebben. De beste ooit, bij voorkeur. Ik wacht met het cadeautje geven tot zijn vader er is. Zijn “Yoooo, dit méén je niet!” bij het uitpakken is dan ook als zalf op onze zorgen. We moeten het nog even uitvinden, hoe we dit gaan aanpakken.
 

Tikje té vrolijk

Apart vieren voelde gek – met het feestje op school, de buitenschoolse opvang, het partijtje én twee losse ouders zou het wel een buitenproportionele bedoening worden. Bovendien is het stof aan het neerdwarrelen en kunnen wij het als exen vrij goed met elkaar vinden. Dus nodigen we beide families en wat vrienden uit, ik stuur nadrukkelijk een extra hartelijk appje aan een vriendin met een pasgeboren baby (baby’s neutraliseren vrijwel ieder sociaal ongemak in groepen). Het is een tikje té vrolijk allemaal, té smooth, té kijk­ons­dit­even­ontzettend­oké­doen – maar wanneer de laatste gast de deur uitgaat is er een highfive. We brengen samen de kinderen naar bed. Wanneer ik mijn tas pak om weg te gaan, is er een stevige omhelzing als afscheid. Op die manier hoef je elkaar niet aan te kijken.
 

The most wonderful time of the year

Als je het prettig vindt scheidingspijn eens even lekker goed te doorvoelen, dan is december zeker the most wonderful time of the year. Radiostations, reclamefolders, kindje Jezus himself – alles en iedereen lijkt samen te spannen om je ervan te doordringen dat niets meer natuurlijk en gewenst is dan een fijne tijd met het hele gezin.

De intocht van Sinterklaas is de opwarmer. Die valt in mijn weekend en daar moet ik gewoon heen, dat snap ik. Er zijn momenten dat je groter moet zijn dan de kras op je ziel, ook al betekent dat een overdosis andermansgezinsgeluk. Ik kijk strak langs de jonge ouders met buggy’s en leid de aandacht af van kindjes op de nek van een hun vader – kijk, pepernoten, kijk, Piet! Ik voel me alleen en ben me daar bovendien erg bewust van. God, wat ben ik blij als blijkt dat ik uitermate strategisch opgesteld sta, precies op de plek waar Sinterklaas het plein op komt. Mijn kinderen zijn zo ongeveer de eersten die hem een hand mogen geven. En we zijn een van de eersten die snel weer terug naar huis wandelen.
 

Kerstdiner met Kapitein Iglo

We besluiten op Eerste Kerstdag met zijn vieren te brunchen, voordat hij de kinderen meeneemt naar zijn familie. Tweede Kerstdag is dan voor mij en mijn familie. Om een uur of twee kijk ik vanachter het keukenraam toe hoe de kinderen achterin zijn auto stappen. Ze zien er schattig uit in hun nette jasjes. Ze zwaaien en roepen ‘doei!’ en ‘later!’. Dan is het stil. “Kom anders bij ons”, had een vriendin nog gezegd. Er waren uitnodigingen. Maar het enige wat me ongemakkelijker leek dan een kerstdag alleen, was die dag doorbrengen met een ander stamboompje, zonder mijn eigen genetische reproducties. Dus organiseer ik een kerstdiner met Kapitein Iglo en Don Draper, in een lang en heet bad.
 

Mijn jongens. Mijn team

Met oud & nieuw neem ik ze mee naar mijn kleine pied­à­terre in de stad. We gaan naar vrienden die ieder jaar hun deuren openen voor een goed feestje. Alle kinderen – ieder jaar zijn het er meer – slapen boven. Iedereen ontfermt zich een beetje extra over ons, zo casual mogelijk, maar ik zie het. Mijn vrienden zijn lief. Alles gaat smooth, het is heel leuk, maar de uitnodiging om daar te blijven slapen sla ik af. Onder de donkere hemel die af en toe oplicht, helpt een vriend me twee slaapkopjes in de auto te tillen. Met zijn drieën rijden we in een slakkengang naar mijn huisje. Met een kind over mijn schouder en de ander slaapdronken voor me stommel ik de drie smalle trappen op en leg ze in het bed waarin ik altijd alleen slaap. Ik kruip tussen ze in. Zij slapen meteen weer in. Ik niet, samengeperst tussen twee warme, ademende lijfjes. Ik pak hun handjes. Mijn jongens. Mijn team. Ik ben ineens zó trots en voldaan.
 

Dit artikel staat in Kek Mama 11-2016.

moeder leuk na scheiding
Beeld: Pixabay

Mary houdt van haar kinderen, maar vindt het prima als ze er even niet zijn. 'Na de scheiding is iedereen blij: ik met mijn vrijheid, mijn ex met zijn twintig jaar jongere vrouw.'

Mary is gescheiden en moeder van zoon Kjeld (7) en dochter Marit (5). "Een gezinnetje stond bepaald niet boven aan mijn verlanglijst toen ik jong was. Evenmin als trouwen of een eengezinswoning. Nu weet ik waarom. Ik heb ze alle drie geprobeerd en stuk voor stuk laten mislukken. Behalve die kinderen dan, maar over mijn moederschap heb ik niet alle zeven jaren kunnen zeggen dat ik het goed deed.

Ik ben altijd al op mezelf geweest. Heb veel ruimte nodig en voel me snel geclaimd door partners en vrienden. Ik hobbelde een beetje van vriendje naar vriendje, woonde nooit langer dan twee jaar op hetzelfde adres en werkte hard om vooral zo veel mogelijk te kunnen reizen. Een traditioneel gezinsleven paste mij niet, dacht ik. Maar toen kwam ik Vladimir tegen.
 

'Ik viel als een blok'

Ik was 27 en hoewel ik veel had gezien van de wereld, was ik nog lang niet volwassen. Ik bracht mijn weekends door op festivals en feestjes, geloofde niet in eeuwige trouw en dacht niet verder dan de dag van morgen. Wat ik verdiende maakte ik dezelfde dag nog op; mijn enige kostbare bezit waren mijn universiteitsdiploma en de antieke viool van mijn opa.

Vladimir was het tegenovergestelde. Negen jaar ouder dan ik, serieuzer, bezorgder. Niet de vrije geest die ik was, dus dat onze relatie gedoemd was te mislukken kon een blinde zelfs zien. Toch viel ik als een blok voor hem. In eerste instantie vanwege zijn erudiete verschijning en zijn belezenheid. Hij werkte aan de universiteit als onderzoeker en bracht ook zijn vrije tijd het liefst met boeken door. Ik keek immens tegen hem op. Hij viel op zijn beurt voor mijn ‘sprankeling’, zoals hij dat noemde. Vond het vooral een uitdaging me te temmen, waar ik op mijn beurt hoopte rust bij hem te vinden.
 

Kletsen op het balkon

Opmerkelijk genoeg ontmoetten we elkaar op een feestje. Een vriendin van mij deed haar eindonderzoek bij hem en tijdens haar afstudeerfeest kwam hij beleefdheidshalve langs voor één glas cognac. Dat drinkt-ie ook nog ja, cognac. Woest aantrekkelijk vond ik dat – al moet ik er nu om lachen: hij was achtendertig, niet bejaard.

We kletsten op het balkon van haar woning en toen zijn glas leeg was, vroeg hij of hij me mocht bellen. De volgende dag gingen we uit eten en verlieten elkaars zijde nooit meer – nou ja, tot anderhalf jaar geleden. Drie maanden nadat ik hem tegenkwam, zegde ik de huur van mijn appartement op.
 

'Als ik nu niet ren...'

Oerinstinct is iets heel sterks. In de eerste maand van onze relatie, waarin hij mij doorlopend zijn liefde verklaarde en verkondigde dat hij gek zou worden zonder mij, dacht ik wel tien keer: als ik nu niet ren, kom ik nooit meer weg. Maar ik rende niet. Ik was verliefd, en hij bood me waar ik ondanks mijn drang naar levensvrijheid zo naar snakte: stabiliteit. Je kunt niet eindeloos door het leven blijven dartelen. Samen vonden we een gulden middenweg. Dacht ik. Ik zou hem levenslust geven, hij mij zekerheid. Nu weet ik dat liefde zo niet werkt.
 

Moederinstinct

Met mijn verliefdheid kwam ook een heel ander instinct in mij naar boven: dat van een moeder. Wat ik nooit voor mogelijk had gehouden gebeurde: toen we nog geen halfjaar samen waren, snakte ik naar een kind. Vladimir wist het zo net nog niet. Hij wilde nog zo veel bereiken, zei hij. Dingen leren, ontdekken. Een halfjaar is wat snel om aan een kind te beginnen, vond ik ook. Dus probeerde ik het los te laten, maar las ondertussen alles wat los en vast zat over het moederschap.

Toen we een jaar samen waren – ik was bijna 29 – spoelde ik met zijn medeweten de pil door de wc. ‘Voor mij is het welkom’, zei ik. ‘Als dat voor jou niet zo is, liggen dáár de condooms.’ Een halfjaar later was ik zwanger en belde Vladimir als eerste huilend van geluk zijn hele familie af om het blije nieuws te verkondigen. Ook ik was dolgelukkig. Zeven maanden lang leefden we in onze bubbel van babyvoorbereidingen en een alles overstijgende verliefdheid. We kochten een huis en trouwden. Alle dingen waarvan ik altijd had geroepen dat ze niet bij me pasten.
 

Met stomheid geslagen

Kjeld werd geboren. En waar ik hoopte overmand te worden door onvoorwaardelijke liefde en zorgzaamheid, was ik vooral met stomheid geslagen. Ik had me het moederschap heel anders voorgesteld. Als een soort serene staat van rust vooral, waarin de baby voornamelijk sliep en ik boeken las, wat werk deed en een nestje bouwde voor ons gezin. In plaats daarvan zat ik met tepelkloven nachtenlang rechtop in bed met een huilbaby van wie ik niks begreep, en een man die met geen mogelijkheid wakker te krijgen was. Ik vond er geen klap aan, dat hele moederschap.

Toen Kjeld een jaar was, werd het leuker. Hij begon te communiceren, ik kreeg weer wat ruimte voor mezelf en hij deed het goed op de crèche terwijl ik vier dagen per week werkte. En wat denk je dat ik deed, in plaats van genieten van een situatie die – ergens in de verte – weer wat overeenkomsten vertoonde met het leven dat ik ooit zo liefhad? Ik begon dat jaar over een tweede baby.

Geen compleet ridicule inschatting: Marit bleek een droombaby. Maar wel het tweede kind in huis, en dat betekende dat wanneer ik niet werkte ik alleen maar aan het moederen was. Als Kjeld eindelijk sliep, was Marit wakker, en andersom. Vladimir had het druk op de universiteit en begreep niks van mijn wanhoopskreten. ‘Hoezo vind je het zwaar?’ vroeg hij. ‘Het zijn baby’s, en je hebt drie dagen weekend.’
 

'Ondertussen verloor ik mezelf'

Ik hield van mijn kinderen. Ik deed het allemaal; de borstvoeding, het co­-sleepen, de doorwaakte nachten en cursussen Muziek op Schoot. Natúúrlijk deed ik dat. Omdat het moest. Maar ondertussen verloor ik mezelf steeds een beetje meer. Ik vond het niet leuk, het zorgen, 24 uur per dag klaarstaan, nooit aan mezelf toekomen.

Met het moederschap verloor ik behalve mezelf bovendien nog iemand: Vladimir. Die weliswaar net zo gek was op onze kinderen als ik, maar ook op zijn 26-­jarige PhD-­medewerker. Toen Marit twee was, vroeg hij de scheiding aan. Het kwam niet als een verrassing. We zijn geen gelijke geesten, Vladimir en ik. Zijn nieuwe liefde en hij wel. Samen hebben we iets heel moois bereikt: onze kinderen.
 

'Het werd een regelrechte vechtscheiding'

Maar met de aanvraag van de scheiding onttrok hij zich meteen aan alle verantwoordelijkheid voor hen. Op dagen die hij eigenlijk zou doorbrengen met onze kinderen, was hij opeens op stedentrip met zijn assistente. Alle regelzaken met betrekking tot de kinderen kwamen ook voor mijn rekening. Daar was ik het niet mee eens. Ik hoefde geen geld, wel verantwoordelijkheidsgevoel van zijn kant. Het werd een regelrechte vechtscheiding, met advocaten, ruzies over geld en moddersmijterij naar familie. Eén ding deden we goed: de kinderen bleven buiten schot. Die merkten er niet veel meer van dan een papa of mama die af en toe wat prikkelbaarder was.
 

Lees ook
11 Dingen die ik leerde van mijn scheiding >

 

Genieten van mijn rol als moeder

Mij kostte het jaren van mijn leven, qua stress. Maar we zijn nu ruim anderhalf jaar verder en boven alles heeft de scheiding van Vladimir me meer opgeleverd dan ik ooit had durven dromen. Met – na lang onderhandelen – co­-ouderschap en dus maar de helft van de tijd zorg voor mijn kinderen, kan ik voor het eerst van mijn leven oprecht genieten van mijn rol als moeder.

Begrijp me niet verkeerd: als Vladimir uit ons leven was verdwenen, had ik Kjeld en Marit evengoed een geweldige jeugd bezorgd. Maar nu we de zorg eerlijk verdelen, vind ik het oprecht leuk. In de week dat ik de kinderen niet heb, werk ik tot diep in de nacht, duik de kroeg in wanneer ik daar zin in heb en als ik wil scharrelen met een man, dan doe ik dat. Mary-­tijd. In de weken dat de kinderen bij mij zijn, heb ik hierdoor eindelijk de rust om me compleet op hen te focussen. Dan geniet ik ervan om twintig keer met ze van dezelfde glijbaan te gaan, of iets lekkers te koken na een lange dag werken.

Als moeder ben ik veel relaxter geworden, omdat ik kan genieten. Wanneer ze op maandagochtend vertrekken, mis ik ze net zo hard als dat ik blij ben dat ik weer tijd heb voor mezelf. Net zo goed als ik een week later met pijn in mijn hart een spannende afspraak laat lopen, maar me wel me verheug op hun komst. Mijn leven is het afgelopen jaar voor het eerst sinds ik kinderen heb in balans.

Ik geloof dat er vrouwen zijn die niks liever doen dan moederen en kapot zouden gaan in een situatie als de mijne. Ik heb daar respect voor, en vraag me weleens af of het mij minderwaardig maakt als moeder dat ik dat anders beleef. Maar dan dans ik een seconde later door mijn woonkamer op mijn kinderloze zaterdagmiddag en voel me gelukkiger dan ooit.

Natuurlijk steekt het dat mijn kinderen de dagen bij hem doorbrengen met een stiefmoeder voor wie hij me inruilde en die tien jaar jonger is dan ik. Maar feitelijk wilde ik zelf ook al lang weg uit ons huwelijk, en dat er een vrouw is om de zorg van Vladimir over te nemen wanneer hij weer eens diep in zijn boeken duikt, stemt me tegelijkertijd gerust. Het leven had niet beter kunnen lopen. Ik heb mijn kinderen én mijn vrijheid. En het belangrijkste: Kjeld en Marit zijn gelukkig zo. Dankzij Vladimir weet ik wat liefde is doordat hij me kinderen schonk, maar ook dat een relatie niet hoeft. We hebben allemaal gewonnen.”
 

Dit artikel staat in Kek Mama 10-2018.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

Anna's scheiding

Na negen jaar huwelijk en twee jaar relatietherapie, heeft Anna (36) een rigoureus besluit genomen: ze gaat scheiden van Tim (41). Vanuit het nieuwe huis dat ze sindsdien bewoont met zonen Oscar (4) en Merlijn (9), vertelt ze elke twee weken over haar scheidingsleed én -vermaak – want dat laatste is er gelukkig ook.

Het is zaterdagochtend, als ik me onder de dekens omdraai naar Ben-de-vakantievader. Ik voel me fantastisch: alsof ik zestien ben, jarig en een beetje aangeschoten tegelijk. Ik kan me niet heugen dat ik zó verliefd ben geweest. Zelfs niet op Tim, realiseer ik me met enige schaamte. We houden de kinderen er voorlopig buiten, hebben Ben en ik besloten; Oscar en Merlijn hebben al genoeg vrouwen langs zien komen bij Tim, en Bens scheiding is nog vers. Eerst zien hoe leuk wíj elkaar blijven vinden, voordat we het aan de grote klok hangen.

Tim is als een blad aan de boom omgeslagen na onze confrontatie in het restaurant waarbij hij ongepland ook Ben ontmoette, een paar weken geleden, en brengt zijn weekends met de kinderen nu al voor de derde keer op rij zonder enige discussie met ze door. Zou het dan eindelijk zover zijn, dat rustiger vaarwater? Hebben we onze draai als exen en gezamenlijke ouders van Oscar en Merlijn gevonden? Met vlinders in mijn buik geef ik Ben een kus. Ik hóóp het zo, denk ik; deze ruimte voor nieuwe liefde wil ik niet meer kwijt – net als die liefde zelf, trouwens.

 

Lees ook:
‘Twee tafeltjes verderop zit Tim met zijn nieuwste scharrel’ >

 

Champagne op bed

“Hé schone slaapster”, zegt Ben. “Niet bewegen: ik ben zo terug.” Terwijl ik hem hoor rommelen in de keuken, gooi ik snel wat foundation op mijn gezicht, borstel mijn haar en neem een slok mondwater. Alsof ik nooit het bed verlaten heb, wacht ik hem op in een pose die het babyrolletje op mijn buik handig verdoezelt.

“Schuif eens op.” Met een grijns van oor tot oor staat Ben in de deuropening van zijn slaapkamer. Zijn dienblad moet niet te tillen zijn: met de verzameling champagne, koffie en vers fruit die hij heeft meegezeuld, kun je een complete familie voeden.

Een man die me in de watten legt – hij bestáát dus, denk ik, en woel door zijn warrige krullen. We kletsen en zoenen en lachen en eten, en twee uur later liggen we er nog steeds. We raken niet uitgepraat en doorlopen alle emoties samen, van onbedaarlijk de slappe lach tot tranen om gebeurtenissen uit onze verledens – en alles daartussenin. Met deze man kan ik trouwen, denk ik, en schrik van mijn eigen gedachte. “Jemig”, zegt Ben op hetzelfde moment, “als we allebei niet al in krankzinnige scheidingen lagen, zou ik morgen met je trouwen.” Uit pure schok schieten we opnieuw in de lach.

 

Samengesteld gezin

“Over een paar weken erger je je aan alles wat je nu zo leuk vindt”, knipoog ik, “en klopt het leven weer.”
“Onmogelijk”, zegt Ben. “Over een paar weken weten de kinderen over ons en hoeven we elkaar echt bijna geen dag meer te missen.”

Ik kan het niet geloven, maar ik zou niet anders willen, realiseer ik me. Twee jaar na dato ben ik er echt overheen, mijn scheiding. Al vrees ik dat dat rustige vaarwater er met deze allesoverheersende verliefdheid én misschien wel een samengesteld gezin in het verschiet, voorlopig nog niet in zit.

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >