slaan man
Beeld: Unsplash

Bianca (38) geeft haar vriend af en toe een flinke klap. En ook weleens een trap. “Als ik een man was, zouden we spreken van huiselijk geweld.”

“‘Ik bedoelde het niet zo.’ Dat zei mijn vader altijd als hij me had geslagen. Omdat ik niet luisterde. Brutaal was. Mijn kamer niet opruimde. Of gewoon, omdat hij een rotbui had. Wat je ook fout doet, een klap heb je nooit verdiend – dat weet ik als geen ander. En toch doe ik mijn vriend hetzelfde aan. Om daarna steevast te zeggen: ‘Ik bedoelde het niet zo.’
 

Het mooiste en het slechtste

Alex haalt het mooiste in me naar boven, en het slechtste. Na vijftien jaar ben ik nog steeds verliefd op hem, maar bij ruzie gaat het meteen fout. Zo vaak hebben we die ruzies trouwens niet, misschien is dat wel ons probleem. We zijn allebei geen praters. Zo stapelen ergernissen en frustraties zich op tot het uiteindelijk tot een uitbarsting komt.

Alex checkt dan uit; is dagenlang in zichzelf gekeerd en emotioneel onbereikbaar. Dat drijft mij weer tot waanzin, met uit pure wanhoop soms een klap tot gevolg. Mijn kinderen van acht en negen heb ik nooit met een vinger aangeraakt, maar ik vrees de dag dat ze helse pubers worden. Ik weet niet of ik mijn woede dan kan beheersen.
 

Hij zwijgt, ik mopper

De eerste keer dat ik mijn zelfbeheersing verloor, hadden Alex en ik ruzie over niks. De kinderen waren vier en vijf, ik had net mijn baan opgeschroefd van drie naar vier dagen per week. Alex wilde even naar de kroeg, ik baalde dat ik er opnieuw alleen voor stond met de kinderen. In plaats van dat ik mijn frustratie uitsprak, gromde ik iets van ‘eikel’ waarop hij besloot niks meer te zeggen. Zo verlopen onze ruzies altijd: hij zwijgt, ik mopper, maar tot een gesprek komen we niet.

Toen de kinderen na het eten in bad zaten, dook hij voor me langs om zijn portemonnee te pakken en te vertrekken, waardoor ik mijn evenwicht verloor en me tegen de tafel stootte. ‘Au! Is het nou klaar!’, schreeuwde ik en voor ik het wist gaf ik hem een harde klets.
 

Het watje van de klas

Ik had nog nooit iemand geslagen. Op de middelbare school was ik het watje van de klas. De keer dat ik op mijn dertiende de jongens­-wc werd in
getrapt en mijn rugzak naar mijn hoofd geslingerd kreeg: ik liet het gelaten over me heen komen. De middag dat ik van mijn fiets werd getrokken en ze mijn maandverbandjes uit mijn tas haalden en over het fietspad strooiden: ik heb een week lang griep gefaked. Nooit ben ik voor mezelf opgekomen, nooit heb ik mijn vader een tik teruggegeven. Ik was een deurmat, thuis en op school.
 

'Hij mocht de klappen vangen voor mijn rotjeugd'

En nu was ik 34 en mocht Alex alsnog de klappen vangen voor mijn rotjeugd. Letterlijk. Omdat hij een avondje voor zichzelf wilde.

Hij keek me verbijsterd aan, na die eerste klap – de afdruk van mijn hand gloeide op zijn wang. Ik stond als aan de grond genageld, minstens zo erg geschrokken. Ik huilde en zei duizend keer sorry en wierp me in zijn armen. Hij weerde me af en liep zwijgend de deur uit. Ik vreesde dat hij voorgoed was vertrokken.

Een uur later kwam hij thuis, zijn afspraak had hij afgebeld. ‘Dit moeten we echt anders doen’, zei hij. ‘We moeten met elkaar blijven praten schat, altijd.’ Opmerkelijke woorden voor iemand die zich nooit uit, maar ik beaamde het, waarop we elkaar zoenden en nooit meer ergens over repten. Tot het een paar maanden later opnieuw gebeurde. En een paar maanden later nog een keer. En nu zijn we vier jaar verder – sinds een paar maanden gelukkig wel in relatietherapie om dit op te lossen. Want dat ik issues heb is duidelijk, maar ook Alex heeft het nodige te leren.
 

Normale ergernissen waardoor ik ontplof

Ik sla Alex heus niet structureel het huis door, maar ik heb hem de laatste vier jaar al zeker een keer of twintig een mep verkocht. Of een schop. Omdat hij een foute opmerking maakt over mijn figuur. Zijn eigen plan trekt en mij als Mien Poets beschouwt. Omdat hij vier keer achter elkaar de kinderen niet van de opvang kan halen of mijn verjaardag vergeet. Normale ergernissen waardoor ik buitensporig ontplof. Het gebeurt me gewoon.

Ik heb hem zelfs weleens een trap tegen zijn scheenbeen gegeven toen hij vredig lag te slapen, omdat ik razend was dat ik na een nacht spoken met de kinderen om zes uur moest opstaan om te gaan werken terwijl hij de hele dag ging duiken. ‘Kappen Bianc’, riep hij, maar draaide zich vervolgens om en liet me alsnog in mijn eentje opdraaien voor het ontbijt en het aankleden van de kinderen. Na het duiken kwam hij vrolijk thuis, alsof er die ochtend niks was gebeurd.
 

Hij doet niks terug

Ik leer van onze psycholoog die woede te beheersen door – je gelooft het niet – simpelweg tot tien te tellen. Even de ruimte te verlaten. En pas nadat mijn woede is gezakt het gesprek aan te gaan. Alex is natuurlijk tien keer zo sterk als ik, maar hij heeft me gelukkig nog nooit met een vinger aangeraakt. Hij incasseert de klap en pakt hooguit mijn pols, maar doet niks terug. Ik zou het begrijpen als het wel een keer gebeurt. Dat voor hem ook een keer de maat vol is en hij zijn beheersing verliest. Hoe raar het ook klinkt uit mijn mond, ik denk dat ik hem dan zou verlaten. Ik heb genoeg klappen gekregen in mijn leven.
 

'Ik wíl hem helemaal geen pijn doen'

Ik moet er niet aan denken dat ik hem verlies door mijn gewelddadige gedrag. Dat de kinderen een warm gezin kwijtraken. Want dat is het stomme: het gros van de tijd hebben we het heerlijk. Dan maken de kinderen croissantjes op zondagmorgen en ontbijten we met z’n allen in ons bed. Maken strandwandelingen met de hond, terwijl de kinderen van de duinen rollen en wij met onze armen om elkaar doorslenteren. Alex en ik genieten van concerten, denken hetzelfde over de opvoeding en als ik droom over de toekomst, zie ik ons oud en grijs op een bankje uitkijken over de rivier die door onze stad stroomt.

Ik wíl hem helemaal geen pijn doen, maar het lijkt wel of er na die eerste klap een rem is losgeschoten die veel oud zeer op slot hield, en nu krijg ik die rem er niet meer op. Gelukkig leer ik dat met behulp van onze psycholoog steeds beter. Ik realiseer me dat het een teken is van zwakte, en dat ik onze relatie ermee kapot maak. Hoe kun je van iemand verwachten dat hij respectvol een gesprek met je aangaat nadat je hem zojuist hebt mishandeld. Mijn vader dreef me na elke klap verder bij hem vandaan. Op zijn begrafenis heb ik geen traan gelaten.
 

'Welk voorbeeld geef ik ermee?'

Onze omgeving heeft geen idee. Geen vent die toegeeft dat­ie wordt geslagen door zijn eigen vrouw. Als een man mept, heet het huiselijk geweld. Als een man een klap krijgt van zijn echtgenote is hij een watje. Zelf kijk ik ook wel uit erover te reppen, ik schaam me kapot. Ik ben geen haar beter dan mijn vader. Ik ben bang dat Alex me er uiteindelijk net zo om zal haten – om nog maar te zwijgen over de kinderen als ze er ooit lucht van krijgen. Dan kan ik wel inpakken als moeder. Wie accepteert nou van zijn ouder dat hij de andere ouder slaat? En belangrijker: welk voorbeeld geef ik daarmee?
 

Praten

Gek genoeg praat ik met mijn kinderen wel. Over hun dromen en wat ze gelukkig maakt, over hun angsten en teleurstellingen. Wanneer zij iets doen wat niet mag of me kwetst, leg ik uit waarom. Volgens mij lukt dat heel aardig. Ik begrijp niet waarom dat met Alex dan niet gaat. Het is natuurlijk een wisselwerking: ruziemaken is nooit de schuld van een van de twee. Onze liefde is sterk en we zijn elkaars beste maatjes.

Dat blijkt ook uit onze relatietherapie; ik ben sindsdien niet één keer uit mijn slof geschoten. We vinden elkaar grappig en de seks is goed. Ik moet leren mijn slechte jeugdervaringen niet te koppelen aan negatieve gevoelens over Alex. Hij moet leren zich niet voor me af te sluiten bij een meningsverschil. Bovendien mag hij zich best wat actiever opstellen als vader.

‘Wat zie ik veel liefde bij jullie’, zegt de therapeut. Dat klopt. Als Alex en ik ons onvermogen weten om te buigen, staat onze relatie als een huis. Een huis waarin ik voor altijd met hem wil wonen.”
 

Dit artikel staat in het Kek Mama Liefdesboek 2018.
 

 


Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

scheiden_of_blijven

Je hebt het eindeloos geprobeerd. Alle voors en tegens afgewogen, tientallen keren gepraat met elkaar, en misschien zelfs wel relatietherapie gevolgd. Als de onrust en onvrede in je relatie aanhouden, wat doe je dan? Scheiden of blijven?

Bernette (42), moeder van een zoon (11) en dochter (10), verliet haar man Raoul twee jaar geleden na een buitenechtelijke relatie van zeven jaar. “Ik begon iets met Raoul omdat mijn ouders hem zo leuk vonden. We kenden elkaar al sinds onze vroege tienerjaren; onze ouders tennisten samen en wij aten ondertussen stiekem de kantine leeg. Hij gaf me mijn eerste kus toen ik vijftien was en hij was de eerste met wie ik het bed deelde op mijn zeventiende. Niet omdat ik nou zo verliefd op hem was. Hij was op de één of andere manier gewoon de eerst aangewezen persoon in mijn leven, omdat hij er altijd al geweest was.

Gek genoeg noemden we het zelf geen verkering, maar we werden ook niet verliefd op anderen. Toen we gingen studeren, brachten we nog steeds als vanzelfsprekend alle weekends samen door. We wisten niet beter. Ik hield van hem, we hadden de verliefdheidsfase gewoon overgeslagen – al vertelde hij jaren later dat hij op veertienjarige leeftijd nachtenlang van me wakker lag. Raoul was de enige die alles van me wist en bij wie ik altijd terecht kon. Het leek dus logisch dat we op ons twintigste gingen samenwonen. We kregen kinderen, we hadden allebei een fijne baan; ons gezinsleven was een geoliede machine. En toen verhuisden we naar een nieuwbouwwijk.

 

Stappen met de buurvrouwen

Iedereen in onze straat had min of meer dezelfde achtergrond. Kleine kinderen, drukke banen. Ik raakte bevriend met een groep buurvrouwen, met wie ik regelmatig ging stappen. Er ging een wereld voor me open. Met nieuwe mensen, nieuwe ervaringen, voorbeelden van hoe het anders kon. Mijn hele leven had alleen om Raoul gedraaid, en nu ontdekte ik dat er een hele wereld lag, waarvan ik nooit geproefd had. Tijdens één van die stapavonden ontmoette ik Sander.

Mijn dochter was net één. Ik gaf nog borstvoeding. Raoul en ik hadden nooit ruzie; er waren nul redenen om ongelukkig te zijn. En toch bekroop me het gevoel dat ik mijn leven aan me voorbij liet trekken. Ik was gesetteld voor de eerste de beste, zonder ooit om me heen te kijken en kritisch na te denken over wat voor man nu écht bij me paste.

Sander maakte iets in me wakker wat ik nog niet kende. Voor het eerst in mijn leven werd ik verliefd. Hij was ook getrouwd, had al grotere kinderen die hij makkelijk af en toe een paar uurtjes alleen kon laten. Op zulke momenten, wanneer ik mezelf vrij kon spelen, spraken we af. Alles met Sander was een overtreffende trap van wat ik kende met Raoul – en meer. De seks, de gesprekken, de liefde.

 

Dubbelleven

Ik belandde in een onmogelijke spagaat. Met Raoul was het leven gezapig. Veilig en voorspelbaar. Met hem had ik geen diepe, filosofische gesprekken en stomende vrijpartijen, en we kenden elkaar zo goed, dat we elkaar nog nauwelijks konden verrassen. Tegelijkertijd vond ik dat ook een prima basis voor mijn kinderen: ons leven was stabiel. Dat zette ik toch niet op het spel voor een stomme verliefdheid? Bovendien: dánkzij die verliefdheid, hield ik mijn gezinsleven prima vol.

Dus hield ik mijn verhouding geheim. Een maand, een jaar, drie jaar. En voor ik het wist waren we zeven jaar verder. Toen zei Raoul op een avond: ‘Ik weet dat je al lang van een ander houdt, ik denk dat het tijd is dat je een besluit neemt over wat je echt wilt.’ Noem me laf, maar ik was blij dat hij het voorzetje gaf. Natuurlijk werd ik al tijden verteerd door schuldgevoel. Ik leidde een dubbelleven omdat ik te schijterig was een beslissing te nemen, en daarmee ontnam ik Raoul de kans op een oprecht gelukkig leven. Ik verdeed zijn tijd.

 

Lees ook:
Scheiden of blijven? 5 Overdenkingen >

 

Hechter dan ooit

Niet zeker van wat ik echt wilde, besloot ik daarom een time-out in te lassen. Raoul was er kapot van, de kinderen boos. Maar eenmaal alleen in een tijdelijk appartementje, realiseerde ik me wel dat ik nu pas dichtbij mezelf kwam. Sander schrok zich rot van mijn beslissing. Met alle vrijheid aan mijn kant, verdween opeens een stuk van het geheime dat onze relatie zo spannend maakte. Hij maakte geen aanstalten zijn gezin te verlaten en eigenlijk vond ik dat zo erg ook niet.

Drie maanden na mijn vertrek vroeg ik de scheiding aan. Raoul en ik zijn sindsdien, nadat zijn eerste boosheid gezakt was, dichter naar elkaar toe gegroeid. We doen de opvoeding nu samen als goede vrienden. Zonder alimentatieregelingen, gewoon de zorg fifty-fifty. De kinderen varen er wel bij.

Ook Raoul realiseerde zich na onze breuk pas dat we meer genoegen namen met elkaar, dan dat we echt voor elkaar hadden gekozen. Het is wat onconventioneel, maar als gezin heeft de scheiding ons hechter gemaakt; het is weer gezellig. We hebben allebei nog geen nieuwe relatie. Twee keer per jaar gaan we met elkaar en de kinderen op vakantie, en in de weekends eten we altijd samen. Met het label vriendschap klopt onze relatie stukken beter. Ik weet niet hoe het loopt wanneer één van ons een ander tegenkomt, maar tot nu heeft de scheiding ons niets anders dan goeds gebracht.”

 

Scheiden of blijven? Lees hier de tips van psycholoog Sandra van Scheijndel.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

vader kinderen niet zien
Beeld: Unsplash

Manu (42) haat het dat hij geen bijzondere momenten meer kan vieren met zijn dochters, die hij al drie jaar niet meer ziet. “Mijn ex houdt elk contact tegen.”

“Het is een foute grap, denk ik weleens. Morgen gaat de bel en staan ze gewoon weer voor de deur. Of ik word ’s ochtends wakker, denk dat ik hun stemmen hoor en schiet overeind om de kinderen naar school te brengen. Maar dan dringt de realiteit zich snoeihard aan me op. Mijn dochters zijn er niet. Die deurbel zal voorlopig niet rinkelen. Lone is elf, Marit is zeven. Ik heb ze, op een vluchtige luchtkus en knipoog op het hockeyveld na, al drie jaar niet meer gezien. Daarvoor hebben ze zelf gekozen. Al kun je je afvragen hoe weloverwogen kinderen van acht en vier die keuze kunnen maken.
 

Uitersten in alles

Mijn ex en ik hadden nooit moeten trouwen. We zijn in alles uitersten. Ons huwelijk was een bevlieging; een impulsactie uit blinde verliefdheid. We waren pas een halfjaar samen. Een paar maanden na ons trouwfeest was ze al zwanger. Je leert iemand pas echt kennen als je hem in zijn normale doen ziet. Pas toen we in één huis woonden, zij op de bank voor de tv en ik racend tussen een drukke baan en etentjes met vrienden of zakenrelaties, werden de enorme verschillen tussen ons pas echt duidelijk. Zij ergerde zich aan mijn tomeloze energie, die ze in het begin zo spannend en aantrekkelijk had gevonden.

Ik werd gek van haar passiviteit. Natuurlijk begreep ik die toen ze zwanger was, maar zat ze sowieso niet elke avond het liefst samen op de bank? Dat vond ik leuk toen dat nog steevast uitmondde in een vrijpartij, maar binnen een mum van tijd zat ik stuiterend van de energie op diezelfde bank terwijl ik in mijn hoofd alweer plannen maakte voor etentjes, reizen, avonturen.

Ik was steeds minder thuis. Ontvluchtte de sleur en drukkende sfeer binnen onze muren. En ik was niet trouw. Veel zogenaamde zakelijke diners waren in werkelijkheid rendezvoustjes in hotels, zakenreizen maakte ik met een leuke, eveneens getrouwde collega. Alles voor de spanning, de jacht.
 

De logische kandidaat

Toen Lone werd geboren, was ons huwelijk al niet meer te redden. Als ik thuis was verschoonde ik luiers en gaf haar flesjes, ik genoot echt van mijn dochter. Wat mijn vrouw betreft was ik allang vertrokken. We sliepen in één bed maar vreeën nauwelijks, en draaiden ons gezin als een bedrijf met Lone als belangrijkste klant. Dat Marit er kwam was vooral omdat dat nu eenmaal in het plaatje hoorde. Mijn ex wilde nog een kind, ik wilde een broertje of zusje voor Lone. En ik was simpelweg de logische kandidaat om het te verwekken.

Zo koud als de band was met mijn ex, zo warm was die met mijn kinderen. Ik adoreerde ze vanaf het moment dat ik ze in mijn armen hield. Nachtvoedingen toen ze baby’s waren, peutergym, op zondagochtend vliegtuigje spelen, balancerend bovenop de bank, twee ijsjes per persoon bestellen op papadag: ik deed het allemaal. Ik moest er niet aan denken ze te missen.
 

Doorzichtig gedrag

En toch zette ik alles op het spel. Naast mijn avontuurtjes op reis, zat ik fanatiek op datingsites. Ik sprak af met onbekende vrouwen en kwam in het holst van de nacht thuis. Mijn ex wist het, mijn omgeving, iedereen. Mijn gedrag was ongelooflijk doorzichtig, maar dat interesseerde me niets. Ik heb me al die tijd geen moment afgevraagd wat de moeder van mijn kinderen eigenlijk deed als ik niet thuis was. Voor onze kinderen zorgen, natuurlijk. Dat moest ook wel, want ik kon dan nog zo gek zijn op mijn kinderen, ik deed niks voor ons gezin. Ik betaalde de rekeningen en hielp het bedrijf draaiende te houden, maar zonder warmte sterft alles.
 

'Wat wil je nou nog meer?'

‘Ik trek dit niet, Manu’, zei mijn vrouw regelmatig. ‘Ik wil een man, geen hotelgast.’ Tja, dacht ik dan, en ik wil een maatje, niet alleen een moeder voor mijn kinderen. We overwogen relatietherapie, maar beseften allebei dat je elkaar niet kunt terugvinden als je nooit echt verbonden bent geweest. Vrienden verklaarden me voor gek. Ze benijdden me om mijn vrije leven, mijn avonturen en nachten in de kroeg, maar vonden ook dat ik normaal moest doen: ‘Je hebt een lekker wijf, prachtige kinderen en een droomhuis. Wat wil je nou nog meer?’

Dat laatste wist ik zelf eigenlijk ook niet. Ik wilde spanning, adrenaline, uitdaging. En allesoverheersende liefde en passie, maar die ging ik bij de moeder van mijn kinderen nooit vinden. Ze hadden natuurlijk gelijk, mijn vrienden. In mijn drang naar vrijheid was ik volstrekt egoïstisch bezig, en daarmee zette ik het enige op het spel dat ik juist onder geen beding kwijt wilde: mijn kinderen. Ik leek wel een slap aftreksel van Kluun in Komt een vrouw bij de dokter, dacht ik als ik in een helder moment kritisch naar mijn handelen keek. Het enige verschil: mijn vrouw was goddank kerngezond.
 

'Je spullen staan op de oprit'

Ik was dan ook niet echt verbaasd toen een buurman me op een zaterdagavond droogjes appte dat mijn spullen op de oprit stonden. Toen ik met gierende banden kwam aanrijden om te voorkomen dat mijn nieuwe flatscreen werd gejat, gooide ze net mijn laatste kleren uit het raam. Ik ben naar een vriend gereden en had binnen een week een ander huis.

Mijn ex was op oorlogspad. Ik moest kapot, en dat lukte het snelst financieel. Ik kan het haar niet kwalijk nemen; ik had op mijn beurt ons gezin gesloopt. Ik gaf haar een royale afkoopsom en het huis, en beloofde plechtig maximaal bij te betalen aan alimentatie. Daardoor bleef een vechtscheiding uit, maar we wisselen tot op de dag van vandaag geen woord met elkaar. Best lastig, wanneer je in hetzelfde dorp woont. Een dorp waar iedereen me uitkotst.
 

Lees ook
Het slechtnieuwsgesprek: 'Hoe vertel je aan je kind dat je uit elkaar gaat?' >


 

Een omgangsregeling volgens het boekje

Toen ik wegging waren Lone en Marit acht en vier. Een halfjaar lang waren ze om het weekend bij me. Dat hadden mijn ex en ik afgesproken in ons ouderschapsplan, en de meiden voeren er wel bij. In die weekends met zijn drietjes gingen we volledig in elkaar op. We brachten dagen door in de dierentuin en bedachten rare gerechten die we dan kookten. We bouwden de woonkamer om tot kampeerplek en keken hele zondagen naar films. Ze namen logeetjes mee, ik coachte het hockeyteam van Lone. Kortom: een omgangsregeling volgens het boekje.

Dat ik niet altijd werd ingelicht over schoolgesprekken, of dat Marit op een dag thuiskwam met een bril zonder dat ik ooit had gehoord dat ze bij de oogarts was geweest, vond ik jammer maar geen onoverkomelijk probleem. Je kunt niet verwachten dat je over elk onderwerp je plasje kunt doen als je je kinderen slechts zes dagen per maand ziet. Dat ik na een halfjaar steeds vaker de naam van één man hoorde vallen, vond ik ergens zelfs wel geruststellend. Ik wilde dat mijn ex gelukkig was en gunde mijn kinderen een compleet en harmonieus gezin. Tot de dag dat die nieuwe vriend bij mijn ex introk en de deur gesloten bleef toen ik de meiden op een zaterdag kwam ophalen.
 

'Kan niet, zegt mama'

Na een eindeloze stroom aan apps en onbeantwoorde oproepen, kreeg ik eindelijk een sms’je van mijn ex: ‘Zijn maandag terug.’ Maandag terug? En mijn weekend met de kinderen dan? Ik probeerde te bellen, ging langs bij haar moeder, maar nergens vond ik gehoor. Ik had er maar mee te dealen. Kan gebeuren, dacht ik nog, ze heeft zich vast verrekend in de weekends. Maar twee weken later gebeurde hetzelfde. En twee weken daarna wéér. Ik reed langs het hockeyveld waar de kinderen waren, maar wilde geen scène trappen. Toen ik Lone in een onbewaakt ogenblik vroeg of ze na de wedstrijd met papa mee wilde, haalde ze haar schouders op en zei: ‘Kan niet, zegt mama.’ Mijn ex was onaanspreekbaar. Ze siste langs de kant van het veld dat ik moest weggaan, ik had al genoeg schade aangericht.
 

'Ik kreeg mijn dochters niet meer te zien'

De deur van het huis dat ooit het mijne was, bleef gesloten. Mijn appjes, ook die aan de kinderen, bleven onbeantwoord. Toen ik Marit in mijn wanhoop op een dag opwachtte op het schoolplein, zag ik de paniek en tweestrijd in haar ogen. Zelfs de rechter die oordeelde dat de omgangsregeling per direct hervat diende te worden, had geen vat op mijn ex. Ik kreeg mijn dochters niet meer te zien.

‘Ze wíllen je niet meer zien, Manu’, zei mijn schoonmoeder, toen ik haar op een dag toevallig tegenkwam in de supermarkt. ‘Niemand wil een vader die alleen maar rondneukt, ze zijn doodsbang voor je.’ Ik was met stomheid geslagen. Bang? Voor mij? Ik was weliswaar een zak van een echtgenoot, maar voor mijn kinderen was ik altijd lief geweest. Wat had mijn ex ze in godsnaam verteld?

Een tweede gang naar de rechter, gesprekken met haar vriendinnen – niks hielp. Een impulsief bezoek aan haar werk leverde me een straatverbod op. Ik kon hier wel een gigantisch gevecht van maken, maar daarvan wist ik één ding zeker; ik deed mijn kinderen er geen goed mee. ‘Ze komen vanzelf wel, heb vertrouwen’, zei een goede vriendin. Maar we zijn nu drie jaar verder en het is nog steeds niet gebeurd.
 

Elke maand een brief

Elke maand schrijf ik mijn dochters een brief. Daarin vertel ik hoeveel ik van ze hou en dat ik ze mis. Dat mijn deur altijd openstaat en dat ik begrijp dat het lastig voor ze is die zomaar binnen te stappen. Ik heb geen idee of ze die brieven lezen. Volgend jaar gaat Lone naar de middelbare school. Van de schooldirecteur weet ik dat ze vwo-advies heeft, maar in haar schoolkeuze word ik uiteraard niet betrokken. Sinds kort zit ze op Instagram, ze heeft me geaccepteerd als volger, maar ik probeer er niet dagelijks op te kijken. Te pijnlijk.

Een paar maanden geleden zag ik Marit met een gipsen been langs de lijn van het hockeyveld. Geen idee hoe dat kwam. Ik geef mijn dochters een knipoog en een handkus wanneer ik ze tegenkom, meer contact zoeken durf ik niet meer. Niks is zo erg als je kind angstig ineen zien krimpen wanneer je toenadering zoekt.

Hun verjaardagen, Sinterklaas, Kerstmis – ik zie er als een berg tegenop. Het zijn familiefeesten waarvan ik geen deel meer uitmaak. Gek genoeg went het wel. Wat niet wil zeggen dat het gemis niet enorm is. Ik leer er alleen steeds beter mee te leven.”

 

Dit artikel is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 


Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >