sportclubjes gedoe
Beeld: Shutterstock

Een ontploffende groepsapp, hele zaterdagen onderweg en een kind dat elke week met 13-0 verliest. Hartstikke leuk, sportclubjes.

Voetbalvader

ILSE (33), ZOON VAN 8 “Al na de eerste geslachtsecho kocht mijn man Jeff een voetbalromper. Ik was zwanger van een zoon en dus kon zijn grote wens uitkomen: hij ging voetbalvader worden. Van de nieuwe Cruijff of Messi – hij legde de lat lekker laag. In de wieg werden zes stoffen ballen ter training der beenspieren gelegd. Op zijn tweede ging Jari (geen grap, hij móest naar een voetballer worden vernoemd en de naam Johan ging mij te ver, dus het werd een andere held) mee naar Ajax en vanaf zijn vijfde jaar zit hij op de kaboutergroep van de voetbalclub waar Jeff ook altijd heeft gebald.

More content below the advertising

Nu is Jari acht, hij bezit bijna alle officiële voetbalclubtenues, heeft meer ballen dan Intertoys en traint drie keer in de week. Helaas is hij niet het talent waar Jeff zo op hoopte. Teamgenoten lachen Jari uit als hij de bal krijgt, omdat hij die of in eigen doel schopt of naar de tegenstander speelt. Iedereen in en om het Onder 9-team heeft het over ‘Pietertje’ – vrij naar de Calvéreclame waarin Pieter van den Hoogenband niet blijkt te kunnen voetballen. Ik heb amper verstand van voetbal, maar snap wel dat Jari absoluut geen aanleg heeft. Alleen Jeff ziet het niet. Of wil het niet zien.”
 

Kippenhockey-app

JOLANDA (39), ZOON EN DOCHTER VAN 12 EN 10 “Op zich hartstikke leuk dat mijn dochter zo’n gezellig hockeyteam heeft en dat ze vol gaat voor haar sport. Maar het sociale leven dat ik erdoor heb gekregen, had van mij niet gehoeven. Met alle ouders zitten we in een groepsapp, die ikzelf altijd ‘kippenhockey’ noem. Het gaat daarin over alles, behalve hockey.

Er wordt geluld over automankementen, verkeerd gekochte scheenbeschermers, het lelijke trainingstenue en wintersportplannen. Op een avond heb ik zo 45 nieuwe berichten. Wat mij betreft gebruiken we de app voor het doorgeven van boodschappen als: ‘Myrthe is ziek en is er zaterdag niet bij.’ Of: ‘Meerijden naar de uitwedstrijd? Verzamelen bij de Gamma.’ Maar dat soort mededelingen sneeuwen juist onder en daardoor staan er regelmatig kinderen op vervoer te wachten bij de club of hebben we geen enkele wissel bij de wedstrijd.”
 

'Aan competitie doet ze niet'

LINDA (33), DOCHTER VAN 8 “Mila wilde op hockey. Dat leek mij leuk voor haar, al ik heb niet echt wat met sport. In gedachten zag ik haar al fietsen met van die leuke meiden en dan zo’n hockeystick in de hand. Afijn, alles aangeschaft: stick, kleren, schoenen, bitje. Ze begon bij de mini’s, na een paar maanden zou ze in een team komen. Mila huppelde enthousiast over het veld, stond meer te dansen dan te hockeyen, maar ze had het leuk.

Na drie maanden kon ze naar het team. “Leuk Mila, dan ga je wedstrijdjes spelen.” Ze keek me aan alsof ik gek was. “Wedstrijdjes? Dat wil ik niet!” Er viel niet meer mee te praten. Aan competitie doet mijn kind niet, punt. Ze is van hockey afgegaan. Eigen schuld, what was I thinking? Ze is een kopie van mezelf.”
 

Bardienst

DAGMAR (35), TWEE ZOONS VAN 13 EN 10, DOCHTER VAN 9 “Natuurlijk, bardiensten horen bij een tennisclub. Maar hallo, dat zou toch maar eens per seizoen hoeven, toch niet elke maand een middag? Ik weet het niet hoor. Misschien komt het doordat alle drie onze kinderen op de club zitten en onze inzet daardoor ook keer drie wordt verwacht? Ik ben te schijterig om te weigeren. Ik wil niet dat onze kinderen met de nek worden aangekeken omdat hun moeder geen zin heeft op zondagmiddag friet te bakken en trekdrop te verkopen. Maar eerlijk gezegd heb ik wel wat beters te doen.”
 

Hallo, ze zijn zéven

BABET (36), ZOON VAN 7 “Waar gáát het over, denk ik altijd als ik hoor hoe andere ouders van onze basketbalmini’s voor, tijdens en na wedstrijden tekeergaan over de selectieprocedures. De spanning en stress over wie er in het eerste komt en wie er in het zogenaamde kneuzenteam wordt geplaatst. Mensen, ze zijn zeven. Zéven! Noem mij ouderwets, maar ik wil gewoon dat Beau met plezier een balletje gooit.”


Lees ook
'Leuk hoor, al die clubjes, maar ik ben toch geen taxichauffeur?' >

 

'Sportieve aansporingen' vanaf de tribune

ZOLA (33), ZOON VAN 6 “Jens ging vorig jaar op judo, bleek best sterk te zijn voor zijn gewicht en haalde vrij vlot de gele band. Toen hij werd gevraagd mee te doen aan de puntencompetitie en dus elke maand een wedstrijd moest judoën, leek ons dat heel leuk. Alleen: eenmaal op de tribune is het moeilijk om te genieten van dat kleine mannetje. In principe mogen wij als ouders alleen maar positief aanmoedigen, maar dat is blijkbaar voor meerdere uitleg vatbaar. Ik erger me dood aan het gillen en tieren naast me: ‘Pak hem dan!’, ‘Smijt hem op de grond!’, ‘Armklém, armklém!’ Ik ben geen agressief type, maar na twee minuten van dit soort ‘sportieve aansporingen’ ben ik in staat andere ouders iets aan te doen.”
 

'Ze lag roerloos op de grond'

JESSICA (41), DOCHTER VAN 9, ZOON VAN 7 “‘Ik wil van paardrijden af’, zei Sascha, terwijl we naar haar les reden. Ik in de stress. We hebben een eigen paard, hoezo wilde ze er vanaf? Ze vond het niet meer zo leuk, zei ze. Ik wist precies waar ze op doelde. Ze zat in een groep met kinderen die veel durfden. Sascha is niet zo’n waaghals. Ik was onverbiddelijk: ‘Je maakt dit seizoen af.’ Ze mopperde, maar ik had al betaald en paardrijden is een dure grap.

Ik zat achter het glas van de kantine naar haar te kijken. Haar gezicht stond op onweer. Ze had er duidelijk geen zin in. Plotseling vloog haar paard ervandoor. Ze ging in rengalop door de bak en ik gilde het uit. Terwijl ik opsprong, klapte ze er vanaf en bleef roerloos op de grond liggen. Ik dacht dat ze haar nek had gebroken. Ik was totaal in paniek. Het bleek allemaal mee te vallen, maar dat was wel de laatste keer dat ze reed.”
 

250 kilometer in één weekend

KATHINKA (37), TWEE ZOONS VAN 14 EN 9, DOCHTER VAN 5 “Nooit geweten dat Nederland zo veel sportvelden en gribuskantines heeft. Ik vind het prachtig dat mijn kinderen aan sport doen, maar over die kilometers die je moet afleggen heeft niemand me vooraf verteld. Elke week rijd ik het hele land door voor uit- en thuiswedstrijden, want de aanduiding ‘competitie in de regio’ nemen ze wel heel ruim bij ons op de vereniging. Soms tik ik wel 250 kilometer aan in één sportweekend.”
 

'Ik durf niet te kijken'

MARIT (37), ZOON VAN 8, DOCHTER VAN 4 “Om het weekend sterf ik duizend doden. Dan doet mijn zoon mee aan de kartcompetitie. Ik vind karten levensgevaarlijk, maar mijn man is er helemaal gek van en dus onze zoon Cédric ook. In die weekenden draait alles om het karten. De banen liggen door het hele land en een wedstrijd is vaak meerdaags. We reizen als gezin mee met onze camper om hotelkosten te besparen.

Tijdens Cédrics wedstrijd ga ik met onze dochter naar een speeltuin of we doen spelletjes in de camper, terwijl ik met een knoop in mijn maag op de klok kijk. Ik heb die jongen één keer zien rijden. Daarna nooit meer gedurfd. Ik gilde bij elke bocht en voorzag de vreselijkste ongelukken. Ik ben iedere keer weer blij als we naar huis rijden zonder op de eerste hulp te zijn beland.”
 

Prima ballerina

TANJA (29), DOCHTER VAN 5 “Wanneer is het genoeg? Die vraag stel ik mezelf elke week weer. Nikkie gaat graag naar balletles, maar na afloop is het altijd huilen. Omdat juf zo streng was, ze stil moest blijven staan maar het niet kon, bepaalde danspasjes niet lukten. Of omdat ze veel te gezellig zat te kletsen. Wat mij betreft stoppen we met die lessen. Ik hoef geen prima ballerina, ik wil dat ze fijn een uurtje huppelt en danst. Maar Nikkie wil ondanks haar wekelijkse tranendal niet van ophouden weten.”

 

Dit artikel staat in Kek Mama 11-2018.


 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >