opvoedgepruts
Beeld: Pexels

Je wist zeker dat je een perfecte moeder zou worden en op de een of andere manier is dat niet helemaal gelukt. 

‘Als meneer zijn zin niet krijgt, wordt-ie hysterisch’

Sanne (40), moeder van Nino (6): “Misschien voelde ik me schuldig over de scheiding. Nou ja, dat weet ik wel zeker. Vorig jaar gingen Erik en ik uit elkaar. Het ging echt niet meer. Gelukkig vond ik snel nieuwe woonruimte. En toen begon het. Ik had me voorgenomen Nino niet te verwennen, en het gebeurde toch.

Ik vond het ineens moeilijk hem dingen te verbieden. Of hem dingen te laten doen. De tafel dekken, speelgoed opruimen, jassen ophangen – mama deed het wel. Zijn vader stond er blijkbaar precies zo in. En dus hoefde meneer ineens helemaal niets meer te doen. En als hij dan tóch iets moest doen, ging hij huilen omdat hij opeens zo verdrietig was omdat papa en mama gescheiden waren. En niet een beetje huilen, maar echt hysterisch. Probeer maar eens je poot stijf te houden met een moederhart dat overloopt van schuldgevoel.

Ik weigerde hem niets meer en liep me de benen uit het lijf om hem tevreden te houden. Mijn zoon bespeelde zijn vader en mij als een viool, zei de kinderpsycholoog bij wie we uiteindelijk terechtkwamen omdat Nino onhandelbaar dreigde te worden. Hij bekende haar doodleuk dat hij het op een huilen zette als hij zijn zin niet kreeg. Op haar advies hebben we regels opgesteld en geven we hem taakjes. Dat doet wonderen. Ik herken het nu meteen als Nino dramatisch doet, en dat zeg ik dan ook. Dan haalt hij zijn schouders op en stopt met huilen. Ha, mijn slimme mini-manipulator heeft heel veel duidelijkheid nodig.”

 

‘Ze leeft op witte boterhammen met pindakaas’

Rianne (33), moeder van Gijs (8) en Emma (3): “Ik heb mijn moeder nooit uit pakjes of blikjes zien koken en mijn vader haalde al biologisch vlees voordat het hip werd. Zo zou ik mijn kinderen ook opvoeden, dat begrijp je. Wist ik veel dat ik van die lastige eters op de wereld zou zetten. En dat het verdomd lastig is consequent te blijven. Ik kan ze moeilijk gaan dwangvoeren. Bij Gijs valt het wel mee, hij mekkert hooguit als hij een snippertje groente in zijn eten ontdekt. Maar Emma lust niets, echt niets. Ik heb van alles geprobeerd: vrolijk bestek, afleiding, een beloning in het vooruitzicht stellen... Niets helpt. Ik word zo moe van die strijd. Soms leeft Emma dagen op witte boterhammen met pindakaas en spaghetti zonder saus. Mijn ouders moesten eens weten.”

 

‘Ze zitten als zombies voor de tv’

Maartje (37), moeder van Juul (7) en Lies (4): “Kinderen die wezenloos naar de tv staren en als een junkie aan hun iPad kleven: ik kreeg er de kriebels van. Maar ondertussen zijn mijn meiden precies zulke zombies geworden. Pure gemakzucht van mijn kant, dat is het. Die twee meiden slaan elkaar soms de hersens in. Om een Barbie-schoentje, roze potlood, laatste koekje. En altijd als ik even moet bellen of koken.

Het sloop erin: Frozen of Finding Dory opzetten. Ze de iPad geven. Werkte als een malle. Maar probeer het maar eens af te bouwen. Soms duw ik ze onder luid protest de tuin in. Naar de nieuwe trampoline kijken ze niet om, ze willen alleen maar voor de tv ploffen. Ik denk weemoedig terug aan de zomeravonden dat ik moe en gelukkig met een kapotte knie en grasvlekken op mijn kont thuiskwam. Mijn dochters missen later zulke herinneringen en ik baal als een stier.”

 

'Het gaat gewoon sneller als ik het zelf doe’

Sabine (30), moeder van Sam (6): “Ik ruim zijn speelgoed op, kleed hem aan, strik zijn veters, snijd zijn brood en veeg nog steeds zijn billen af. Ik weet dat ik ermee moet ophouden, ik weet dat ik een onkundig, verwend en onzelfstandig mannetje kweek, maar het is sterker dan mijzelf. Mijn moeder was ook zo betuttelend en beschermend. Man, wat heb ik me daaraan geërgerd. En nu doe ik het zelf. Ook omdat het mij beter uitkomt. Alles gaat een stuk sneller als ik het zelf doe. En geduld is niet mijn sterkste kant.”
 

Lees ook
9x het bewijs dat alle kinderen een klein duiveltje in zich hebben >

 

'Zit ik weer in pislauw water'

Eefje (37), moeder van Fien (2) en Jip (8 maanden): “Sinds Fien een keer per ongeluk in het water heeft gepoept, is het een crime haar in bad te doen. Ze gilt als een speenvarken, doet alsof ik haar in kokend lava wil dompelen en klimt er meteen weer uit. Haar in m’n eentje in bad stoppen lukt niet. Mijn vriend en ik doen het nu samen. Het enige wat enigszins werkt, is zelf in bad gaan zitten met Fien op schoot. Dan wassen we haar bliksemsnel en tilt mijn vriend haar eruit om af te drogen. Om een lang verhaal kort te maken: ik zit nu al een halfjaar zo’n vier keer per week in pislauw water. Ik hou me maar vast aan het idee dat ze op haar vijftiende écht niet meer met haar ouwe moeder in bad wil.”

 

'Ik moet als een ninja de kamer uit glippen'

Sara (31), moeder van Felix (2): “Wat wist ik het allemaal goed voordat ik moeder werd. Ouders die geen grenzen stellen vond ik slapjanussen. De realiteit is anders. Sinds de babyfoon een keer stuk was en hij tevergeefs om mij riep, wil Felix niet meer gaan slapen. Eén kusje en één verhaaltje werden zestien kusjes, 34 verhaaltjes en drie glaasjes water. Ik mag van hem de kamer niet uit. Soms lig ik veertig minuten naast zijn bed op de koude grond, wachtend tot hij eindelijk slaapt. Daarna moet ik als een soort ninja zijn kamer uit glippen.”

 

'Mijn peuter bepaalt wanneer ik ga slapen'

Michelle (36), moeder van Moos (2): “Het begon met mijn nieuwe baan. Die was pittiger dan verwacht, en vier dagen per week werken viel me zwaar. Moos is altijd al een energiebom geweest die zich ’s avonds niet makkelijk naar bed laat brengen. Huilen, huilen, huilen, aan één stuk door. En dat urenlang. Hij wil dan niet alleen zijn, denk ik.

Vier maanden geleden was het weer zover. Ik was kapot na een lange werkdag, en radeloos van het gejengel. Ik haalde Moos uit zijn ledikant en ging met hem op ons bed liggen. Fout. Binnen een kwartier lag ik zelf te tukken. Sindsdien wil hij niet anders. En heb ik het ritme van een peuter: ik lig elke avond om acht uur in bed. Mijn man kruipt er later bij. Ik vind het best gezellig, zo met z’n allen in bed. En het is geen straf vroeg te gaan slapen. Maar ergens is het van de gekke natuurlijk dat mijn tweejarige dicteert wanneer ik naar bed ga. Had je mij dat een jaar geleden verteld, dan had ik je vierkant uitgelachen.”

 

Dit artikel staat in Kek Mama 09-2017 en is al een keer eerder gepubliceerd.

 



 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

tips-kind-wennen-wintertijd

De overgang van zomer- naar wintertijd (de klok gaat een uur terug) kan er voor kinderen flink inhakken. Daarom een paar handige tips.

Opdat je kind niet al om 5 uur 's ochtends naast je bed staat.

 

Langzaam wennen

Probeer een paar dagen voordat de wintertijd ingaat de bedtijd van je kind elke dag met 5 à 10 minuten te verlengen. Je past op deze manier het slaapschema stukje bij beetje aan en zo wennen kinderen makkelijker aan het nieuwe ritme - en slapen ze misschien toch dat uurtje langer door. De maaltijden steeds een paar minuten uitstellen kan trouwens ook helpen.

 

Lekker donker

 

Kinderen worden vaak wakker omdat het licht wordt in de kamer, maar met goede gordijnen kun je het langer donker houden.

 

Lees ook
Zomertijd: hoe bereid je je kind erop voor? >

 

Hou het rustig

Ga tegen de avond niet nog allerlei (drukke) fratsen uithalen om je kind nog vermoeider te maken: hou het rustig, praat met een zachte stem en dim die lampen in de woon- en slaapkamer. Die hysterische kiekeboe-spelletjes kunnen morgen weer.

 

Iets langer in bed blijven

Is je kind oud genoeg, spreek dan samen af dat hij nog een tijdje rustig in bed blijft liggen als-ie vroeg wakker wordt. Laat 'm een boekje lezen, muziek luisteren of een simpel spelletje doen. Zo dendert je kind niet meteen de slaapkamer uit, maar hoeft hij ook niet meer verplicht z'n ogen dicht te doen - en jij pakt mooi nog wat extra slaap mee.

minder clubjes
Beeld: Unsplash

De hele week zie je moeders verwilderd rondrijden van gitaarles naar toneel, van voetbaltraining naar ballet. Alsof ze potdorie niks beters te doen hebben. “Mag het alsjeblieft een clubje minder?”

Nee, ik kan niet met je afspreken op woensdagmiddag. Op woensdag ben ik namelijk taxichauffeur. Zodra de lunch achter de kiezen is, bevind ik me in de auto. Volgeladen met mijn kinderen – en vaak met een handvol andere. Nauwkeurig leg ik de te rijden route af en bij elk clubje worden mijn kinderen met open armen ontvangen: “Wat fijn dat je er weer bent!” (Geen woord voor de chauffeur, die niet alleen zorgt dat die kinderen er zijn, maar ook nog eens al die clubjes betaalt.)

Een middag lang rijd ik door de stad. Voorzichtig, zonder overtredingen en zorgvuldig alle knel- en knooppunten vermijdend, zoals een goede chauffeur betaamt. Zo’n taxirit is logistiek een hele uitdaging. Het ene kind moet naar de tennisbaan, nummer twee tien minuten later bij de gitaarleraar afgezet aan de andere kant van de stad. Dan de hele goegemeente in omgekeerde volgorde ophalen en bij respectievelijk voetbal en dansen afzetten. Om daarna een kind alvast naar huis te brengen en met de ander nog even door te rijden naar de pianojuf.
 

Resoluut

Kan het niet een clubje minder, zegt u nu. Ja, dat vraag ik mezelf ook weleens af. Maar mijn kinderen vinden alles zo leuk. En ik vind het dan weer leuk dat zij dat zo leuk vinden. Laat er een psych op los en die zal ongetwijfeld het gemis aan al deze geneugten in mijn eigen jeugd naar voren schuiven. Ik heb een heerlijke kindertijd gehad, maar mijn moeder was wat clubjes betrof redelijk resoluut. Eén sport is genoeg.
 

Eigen schuld

Ik zou haar advies ter harte moeten nemen. Want hoewel ik het belangrijk vind dat mijn kinderen plezier hebben, zit ik niet bepaald op dit taxibaantje te wachten. En dan moet je weten dat ik niet alleen woensdagmiddag chauffeur ben, maar ook maandagmiddag en zaterdagochtend. Mijn eigen schuld. Ik zeg immers ja op het moment dat een nieuw clubje zich aandient en een van mijn kinderen met smekende ogen voor me staat. Terwijl ik heel goed weet dat een nieuwe bezigheid in de praktijk betekent dat ze moeten worden gebracht en gehaald. En toch geef ik toe. Omdat ze er zo veel plezier in hebben, omdat het goed voor ze is, omdat ze er veel van leren. Zij blij, ik blij. Tot het moment van halen en brengen zich aandient. Zit ik wéér in die auto.
 

Sociale bezigheid

Wat ook meespeelt, is dat al hun vriendjes eveneens op die clubjes zitten. Een vraag of ze een nieuwe sport mogen beoefenen of op een of andere knutselcursus mogen eindigt steevast met de mededeling dat Pietje, Kees en Truus het ook doen. Waardoor het naast een sportieve en creatieve uiting ook nog eens een sociaal gebeuren is. En wie ben ik dan om mijn kinderen daar niet aan te laten deelnemen? Komt bij dat ik in een stad woon met een zeer groot verenigingsgebeuren. Noem een sport of bezigheid en er zit hier een club aan vast. Die onderling alle trainings- en wedstrijddagen op elkaar lijken te hebben afgestemd. Een nieuwe vis in de vijver? Alles schuift en verschuift en hup, weer een gat waar getraind of bijeengekomen kan worden.
 

Lees ook
Sara's editorial: clubjes >

 

Zelf dingen ondernemen

Vriendin K. geeft minder makkelijk toe. Ze heeft twee jongens en een drukke baan. Haar vrije woensdagmiddag heeft ze nodig om ook een beetje aan zichzelf toe te komen. Haar kinderen doen dus niks. Nou ja, niks, ze vermaken zich prima. “Kinderen moeten al zoveel, hoe heerlijk is het als je een hele lange middag voor je hebt waarin je kunt doen wat je wilt?” Volgens haar zorgt het hebben van niet al te veel verplichtingen ervoor dat haar kinderen gestimuleerd worden zelf dingen te ondernemen. Dingen die niet voor hen zijn bedacht in de vorm van hockey, tennis, timmeren, of toneelles, maar die ze zelf bedenken.
 

Langs de lijn staan

Ze maakt zich geen zorgen of haar kinderen buiten de groep vallen. “Ze hebben vriendjes genoeg. Juist omdat mijn kinderen bijna altijd kunnen afspreken.” Ook de sociale druk om langs de lijn te staan voelt ze niet. Ik zelf sta – niet altijd met evenveel zin, want meestal op onmogelijke tijden – best vaak naar de sportprestaties van mijn kinderen te kijken. Diep in mijn hart zou ik graag eens een zaterdagochtend met een pot koffie en een stapel weekendkranten willen doorbrengen. Maar de druk om langs die lijn te gaan staan is groot. Ouders rekenen elkaar daar nogal eens op af.

De zoon van K. mocht uiteindelijk op voetbal. Voor hij zijn voetbalschoenen kreeg, legde ze hem uit dat ze niet elke week langs het voetbalveld zou staan. Iets wat door andere ouders van het team niet bepaald op prijs werd gesteld. Er wordt van je verwacht dat je bij elke prestatie van je kind aanwezig bent, of dat nu een wedstrijd, voorstelling of slechts een training is. K. voelde die keren dat ze wel kwam kijken de messteken in haar rug. “Mensen zeggen niet dat ze het stom vinden dat ik er bijna nooit ben, maar ik hoor het ze denken. In heel kleine dingen voel ik dat, een vals bijzinnetje bijvoorbeeld of het feit dat er altijd tegen me wordt gezegd dat ik zo hard werk en wel moe zal zijn.”
 

Kan-mijn-kind-meerijden

Vriendin A. heeft drie kinderen. Die allemaal minimaal twee sporten doen, een instrument bespelen en ook nog op creatieve clubjes zitten. Ze heeft haar werk zo ingericht dat ze elke dag om drie uur beschikbaar is als taxichauffeur. In tegenstelling tot K. staat A. altijd op het sportveld en zit vooraan bij elke uitvoering van haar kinderen. Last van messteken heeft zij niet, wel van de kan-mijn-kind-met-jou-meerijden-want-jij-gaat-toch-al-verzoeken. “Ze weten dat ik rij en dan is een kind of twee extra meenemen geen probleem.”
 

Eén clubje minder, graag

Mijn zoon deed in zijn hoogtijdagen drie sporten en zat ook nog op drumles. Mijn dochter deed twee sporten, zat op streetdance, musicalles en volgde een workshop tekenen. Eén clubje minder, stelde ik mijn kinderen voor. Ze schrapten ieder een clubje van hun lijst. Ze kozen, zal je net zien, de clubjes die op steenworp afstand van elkaar te vinden zijn: judo en musicalles.

Gelukkig maakt nood uiterst creatief. Ik kon overal naar toe blijven rijden, maar zoiets als gitaarles kon eigenlijk gewoon bij ons thuis. En naar tennisles kon best met het groepje vriendinnen gefietst worden. Met mijn man sprak ik af dat het ook goed is als maar een van ons bij een wedstrijd of uitvoering is. En zo ontstond er toch wat lucht. Bovendien luister ik met terugwerkende kracht naar het advies van mijn moeder. Laatst wilde mijn zoon op een verdedigingssport, een half uur rijden van ons huis. Ik gaf hem twee opties: hij kon iets zoeken op fietsafstand óf wachten tot hij achttien was en zelf zijn rijbewijs op zak had.
 

Dit artikel staat in Kek Mama magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >