opvoeden ik doe maar wat
Beeld: Unsplash

Mama kijkt tv, dochtertje drentelt gezellig om haar heen, pakje smarties in de hand. Dat is in het kort de opvoedmethode van Anne.

Het begon al tijdens mijn zwangerschap. Waar andere aanstaande moeders stapels boeken over de groei van hun pinda verslonden, een forumgebruikersnaam aanmaakten (love2Be-MamaVanWondertje3) om online ieder scheutje bandenpijn te bespreken en elke week trouw een pufklasje bezochten, nam ik het allemaal wat minder nauw.

Ik ging geen etiketten uitpluizen op verboden ingrediënten als rauwe eierdooiers, at gewoon chorizo – mag niet, wist ik niet – en stopte al na vier lessen met zwangerschapsyoga. Dat rekken, strekken en chanten moest namelijk op zaterdagochtend gebeuren en hallo, mocht ik nog even uitslapen zolang het nog kon?
 

Voor spek en bonen

Toen de tijd begon te dringen ging ik samen met mijn zus naar de babyafdeling van de Hema, waar zij met een verhit hoofd drie mandjes volgooide met hydrofielluiers, rompers, aankleedhoezen en ander onmisbaar spul. Ik hobbelde er braaf knikkend achteraan en trok mijn pinpas.

Aan de kassa voelde ik me een beetje een bedrieger. Iemand die voor spek en bonen meedeed. Alle andere zwangere vrouwen leken zo perfect voorbereid en precies te weten hoe ze hun nakomeling op de juiste manier zouden verzorgen en opvoeden. De plek op de antroposofische crèche was al besproken en er lag een gedetailleerd voedingsplan klaar, naast de boxpakjes van duurzame hennepvezel. En ik? Ik deed maar wat.
 

Ik volgde mijn gevoel

Niet lang daarna werd onze dochter Rosa geboren. Met een kleine ooievaarsbeet op haar linkeroog, een guitig bekkie en stevige stembanden. En nog steeds raakte ik geen pedagogisch naslagwerk aan. Om maar het cliché der moederclichés te gebruiken: ik volgde mijn gevoel.

Geen idee of het wel of niet verantwoord was om een inbakerdoek te gebruiken, maar bij ons hielp het. Toen ik weer kon lopen en broodjes ging halen, gaf de bakkersvrouw mij wat tips tegen darmkrampjes en die hielpen wonderwel. Logisch. In wat voor wereld zouden we leven als je een bakkersvrouw niet op haar woord kunt geloven?  

Ondertussen vlogen de adviezen en theorieën me om de oren. Zo moest onze dochter zeker het eerste halfjaar bij ons op de kamer slapen, ter voorkoming van wiegendood. Nee, nog beter was een jaar, wisten de buren. Ik vond het na drie maanden hoog tijd worden voor een verhuizing richting babykamer, want A: onze dochter snurkte bizar hard en B: ik wilde wel weer eens lekker in bed Law & Order kijken. De wieg stond binnen vijf minuten op de babykamer en ik viel die avond in slaap met de afstandsbediening op schoot, precies zoals het hoort. 
 

Ernst en militaire precisie

Het toeval wil dat er rond mijn kraamtijd zo’n zes baby’s in mijn omgeving werden geboren. Met verbazing registreerde ik de ernst en militaire precisie waarmee mijn collega-moeders hun welp verzorgden.

Zo zat er een moeder tussen wier zoon slechts één speeltje in zijn box mocht hebben – van hout welteverstaan, want plastic is de duivel – anders zou hij overprikkeld raken. Ik las het op Facebook en wierp een blik op mijn dochter. Boven haar hoofd draaide een muziekmobiel met kleurige beestjes, in de ene hand hield ze een knisperboekje, de andere hand greep naar een pluchen telefoon.

Om misverstanden en haatmails te voorkomen benadruk ik hierbij: iedereen moet doen waar ze zelf zin in heeft. En natuurlijk wil ik goed voor mijn kind zorgen. Voor mij houdt dat in dat ik haar in leven houd (nogal belangrijk), en dat ze gezond, blij, doorvoed en gehydrateerd is, bij voorkeur in een droge romper. Maar ik vraag me oprecht af of daar nou echt een door Boliviaanse Indianen handgeweven draagzak of een verbod op plastic speelgoed voor nodig is.

Ik zweer bij luisteren naar je boerenverstand. Je weet wel, gewoon een kind te eten geven, corrigeren als het vervelend is en vooral veel lol maken samen.
 

Lees ook
'Opvoeden? Ik ben allergisch voor regels' >

 

Ik schuif Rosa gewoon smarties toe

Inmiddels is Rosa anderhalf en handhaaf ik nog steeds de ik-doe-maar-wat-methode. Heb ik haar volgens de Rapleymethode leren eten met hele stronken broccoli in haar knuistje? Welnee. Ik kies voor de alom beproefde Olvarit-methode. Die gaat als volgt: deksel eraf draaien, potje in de magnetron, dertig seconden opwarmen, inhoud doorroeren en klaar is Kees.

Voeding is tegenwoordig sowieso nogal een heikel punt, heb ik begrepen. Iets met quinoa (ik heb geen idéé hoe ik dat klaarmaak, laat staan hoe ik het vervolgens in Rosa krijg), het drinken van glazen klei en de menstruatie van een kip. Ook kinderen ontspringen niet aan de healthfood-dans. Mijn buurvrouw geeft haar kroost enkel biologische rozijntjes en zelfgebakken speltkoeken als snack. Ik schuif Rosa gewoon smarties toe (jaaahaaa, ze krijgt ook groente, fruit en brood).
 

Schapen van popcorn en pinguïns van schuimzoenen

En wie heeft toch bedacht dat traktaties tegenwoordig vernuftige stukjes kunst moeten zijn? De schapen van popcorn, pinguïns van schuimzoenen en muizen van eierkoeken bestormen dagelijks mijn Instagram-tijdlijn. Als Rosa over een paar jaar op school gaat trakteren, mag ze zakjes chips uitdelen. Bolognese, naturel of paprika. Of van die dropveters met Nibb-it ringen eraan, als ik eraan denk ze te maken.

Dan is er nog het punt van televisie kijken. Laat ik nou weinig hebben met metalen wipkippen in de vrieskou en toevallig dol zijn op tv-kijken, dus dat ding staat de godganse dag aan. Soms op Baby TV, maar vaker op fijne pulp over trouwende gipsy’s en peuters die meedoen aan schoonheidswedstrijden. Het liefst lig ik daarbij languit op onze bank, terwijl Rosa om me heen drentelt.

Een vriendin verzuchtte laatst dat ze niet zo goed wist hoe ze haar zoontje de hele dag moest vermaken. “Maar dat deden onze ouders vroeger toch ook niet met ons?” riep ik verbaasd uit. Nou haar ouders dus wel.

 

Wie ben ik om tradities te breken?

Ik denk dat daar de kern ligt van mijn ik-doe-maar-wat-houding. Ik stam namelijk uit een edel geslacht van mensen die opvoedtechnisch maar wat aanrommelen (ook op andere gebieden trouwens, maar daar gaat dit verhaal niet over).

Wij mochten vroeger thuis niet brutaal zijn, elkaar de hersens inslaan of liegen, maar verder was het mijn ouders worst of wij van die chemische likkoekjes aten, uren zoet waren op de spelcomputer of ons zakgeld stuksloegen aan troep. En mijn oma lag vroeger ook liever eindeloos op de bank te lezen in plaats van zich druk te maken over E-nummers. Dus wie ben ik om met tradities te breken?

Tuurlijk zie ik soms de opgetrokken wenkbrauwen als ik Rosa op het terras een bitterbal voer. Wel een beetje zuur overigens, want was ik een ultraslanke Parisienne geweest, dan zou ik bejubeld worden om mijn laisser faire-methode. Daar zou ik dan een bestseller over schrijven, en mensen zouden míj als opvoedgoeroe zien. Eentje die gewoon haar gevoel volgt en eerlijk toegeeft dat ze simpelweg ook maar wat doet.
 

Dit artikel staat in Kek Mama Magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 


Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

nipt-zwangere-vrouwen

Door de NIPT kun je tijdens je zwangerschap zien hoe groot de kans is dat jouw baby het down-, edwards- of parausyndroom heeft. Maar hoe werkt zo'n test precies? Wanneer kun je 'm doen? En wordt-ie ook vergoed? Wij zochten het voor je uit. 

Want waar de test lange tijd alleen beschikbaar was voor zwangeren met een verhoogde kans op een kind met een chromosoomafwijking, mag sinds april 2017 iedere vrouw er gebruik van maken. Als je er behoefte aan hebt, dan. En als je betaalt, want vrijwillige deelname kost € 175 en wordt niet vergoed door de zorgverzekering.

 

DNA

NIPT betekent 'Niet-Invasieve Prenatale Test' en is een onderzoek dat bestaat uit het afnemen van een paar buisjes bloed. Hierin zit erfelijk materiaal (DNA) van de placenta dat bijna altijd hetzelfde is als dat van je kind. Zo kan het laboratorium dus, veilig én zonder het risico op een miskraam, onderzoeken of jouw baby het down-, edwards- of patausyndroom heeft. Wel goed om te weten: je kunt de test pas laten doen vanaf elf weken zwangerschap. 

 

Nevenbevindingen

Het laboratorium kan terwijl ze de NIPT uitvoeren ook zien of je kind andere (zeldzame) chromosoomafwijkingen heeft: die worden nevenbevindingen genoemd. Je mag zelf beslissen of je deze wilt weten en kunt dan ook kiezen uit twee mogelijkheden:

  1. Je wilt je kind alleen laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom. Het laboratorium weet dan ook niet of er nevenbevindingen zijn.
  2. Je wilt je kind laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom én je wil weten of het laboratorium nevenbevindingen heeft gevonden.

 

Lees ook
Extreme zwangerschapsmisselijkheid: ‘Zelfs een slokje water kwam er meteen weer uit’ >

 

Uitslagen

Na tien dagen krijg je de uitslag van je gynaecoloog of verloskundige. Als je ervoor hebt gekozen ook nevenbevindingen te willen horen en het laboratorium heeft deze gevonden, dan word je meestal gebeld door het Centrum voor Prenatale Diagnostiek of een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis. De uitslagen die je kunt krijgen zijn: 

 

‘U bent waarschijnlijk niet zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

Deze uitslag klopt bijna altijd: minder dan één op de duizend zwangere vrouwen blijkt achteraf toch zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. Bij deze uitslag krijg je geen vervolgonderzoek.

 

‘U bent mogelijk zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

  • Bij 75 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met downsyndroom, klopt dat inderdaad; 25 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met downsyndroom.
  • Bij 24 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met edwardssyndroom, klopt dit inderdaad; 76 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met edwardssyndroom.
  • Bij 23 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met patausyndroom, klopt dit inderdaad; 77 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met patausyndroom.

Als je echt zekerheid wilt hebben, kun je alsnog een vlokkentest of vruchtwateronderzoek laten doen.

 

‘Er is een nevenbevinding gevonden.’

Je krijgt dan uitleg over wat precies er is gevonden en wat dit mogelijk voor jou en/of voor je kind betekent. Je krijgt hiervoor een uitnodiging voor een gesprek op een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis, waarin je meer informatie over de nevenbevinding krijgt en wat de mogelijkheden zijn.

 

‘Er is geen nevenbevinding gevonden.’

Als er in de uitslag niets staat over nevenbevindingen, dan betekent dit dat er ook geen nevenbevindingen zijn gevonden.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >
longontsteking-kinderen-symptomen-behandeling

In Nederland krijgen elk jaar gemiddeld 25.000 kinderen een longontsteking. Vaak is die na een week of twee wel genezen, maar het kan ook maanden duren voordat een kind weer de oude is.

'Op tijd behandelen voorkomt erger', zegt Michael Rutgers, directeur van het Longfonds. In onderstaande antwoorden lees je hoe.

 

Wat is een longontsteking? 

Longontsteking is een ontsteking van de longen door een virus of bacterie en komt bij kinderen redelijk vaak voor. De kans om het te krijgen is het grootst bij baby's jonger dan één jaar, omdat hun afweer nog in ontwikkeling is. Zowel één als beide longen kunnen ontstoken zijn: wanneer beide longen ontstoken zijn, spreek je van een dubbele longontsteking.

 

Wat is de oorzaak? 

Meestal een virus of bacterie. Een gewone griep of verkoudheid, bijvoorbeeld. Tegenwoordig worden kinderen op het consultatiebureau ingeënt voor de pneumokokken bacterie. Hierdoor is de kans op een longontsteking door deze bacterie veel kleiner geworden. Wel heeft je kind meer kans op een longontsteking als hij een afweerstoornis, cystic fibrosis, PCD, een ontwikkelingsachterstand of last van spierzwakte heeft.

Oh, en dat je ziek kunt worden van kou is trouwens een fabel: virussen en bacteriën zijn altijd actief, of het nu warm of koud is, maar in de wintermaanden zitten we veel meer binnen (met ramen gesloten) en dichter op elkaar. De kans dat virussen aan elkaar worden overdragen, is daardoor groter.

 

Lees ook
VIDEO: dit is het verschil tussen griep en verkoudheid >

 

Wat zijn de symptomen? 

Eigenlijk krijgen kinderen vergelijkbare klachten als bij griep, maar dan een tikkie heftiger. Een paar voorbeelden: benauwd, kortademig, ophoesten van slijm (soms met wat bloed), moe, rillen en koorts.

 

Hoe behandel je een longontsteking?

Vermoed je dat je kind een longontsteking heeft, neem dan contact op met de huisarts. In de meeste gevallen schrijft hij of zij dan een antibioticakuur voor. Althans, als de oorzaak een bacteriële infectie is. Aan een virale infectie kan de huisarts weinig doen en dan is het een kwestie van uitzieken. Bij koorts of pijn mag je doorgaans gerust een pijnstiller geven.

Zijn de klachten na drie dagen antibiotica nog niet minder of wordt je kind steeds zieker? Bel dan de huisarts nog een keer. Bij een ernstige longontsteking wordt een kind opgenomen in het ziekenhuis. Daar krijgt-ie een hogere dosis antibiotica toegediend via pillen of een infuus.

 

Wat kun je zelf doen?

De kuur afmaken, je kind goed laten uitrusten én veel laten drinken: voor baby's tot zes maanden geldt ongeveer 150 ml per kilo lichaamsgewicht per dag, borstvoeding kan op verzoek. Baby's van zes maanden en ouder hebben per dag ongeveer 100 ml nodig per kilo lichaamsgewicht. Kinderen vanaf één jaar zes tot zeven bekertjes per dag van ongeveer 75 ml. Gaat drinken moeizaam? Probeer eens thee zonder suiker, diksap of dunne pap - dan krijgen ze toch het nodige vocht binnen.

 

Bron: Longfonds

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >