Beeld: Getty
Beeld: Getty

Mama kijkt tv, dochtertje drentelt gezellig om haar heen, pakje smarties in de hand. Dat is in het kort de opvoedmethode van Anne.

Het begon al tijdens mijn zwangerschap. Waar andere aanstaande moeders stapels boeken over de groei van hun pinda verslonden, een forumgebruikersnaam aanmaakten (love2Be-MamaVanWondertje3) om online ieder scheutje bandenpijn te bespreken en elke week trouw een pufklasje bezochten, nam ik het allemaal wat minder nauw. Ik ging geen etiketten uitpluizen op verboden ingrediënten als rauwe eierdooiers, at gewoon chorizo – mag niet, wist ik niet – en stopte al na vier lessen met zwangerschapsyoga. Dat rekken, strekken en chanten moest namelijk op zaterdagochtend gebeuren en hallo, mocht ik nog even uitslapen zolang het nog kon?

 

Voor spek en bonen

Toen de tijd begon te dringen ging ik samen met mijn zus naar de babyafdeling van de Hema, waar zij met een verhit hoofd drie mandjes volgooide met hydrofielluiers, rompers, aankleedhoezen en ander onmisbaar spul. Ik hobbelde er braaf knikkend achteraan en trok mijn pinpas. Aan de kassa voelde ik me een beetje een bedrieger. Iemand die voor spek en bonen meedeed. Alle andere zwangere vrouwen leken zo perfect voorbereid en precies te weten hoe ze hun nakomeling op de juiste manier zouden verzorgen en opvoeden. De plek op de antroposofische crèche was al besproken en er lag een gedetailleerd voedingsplan klaar, naast de boxpakjes van duurzame hennepvezel. En ik? Ik deed maar wat.

 

Ik volgde mijn gevoel

Niet lang daarna werd onze dochter Rosa geboren. Met een kleine ooievaarsbeet op haar linkeroog, een guitig bekkie en stevige stembanden. En nog steeds raakte ik geen pedagogisch naslagwerk aan. Om maar het cliché der moederclichés te gebruiken: ik volgde mijn gevoel. Geen idee of het wel of niet verantwoord was om een inbakerdoek te gebruiken, maar bij ons hielp het. Toen ik weer kon lopen en broodjes ging halen, gaf de bakkersvrouw mij wat tips tegen darmkrampjes en die hielpen wonderwel. Logisch. In wat voor wereld zouden we leven als je een bakkersvrouw niet op haar woord kunt geloven?  Ondertussen vlogen de adviezen en theorieën me om de oren. Zo moest onze dochter zeker het eerste halfjaar bij ons op de kamer slapen, ter voorkoming van wiegendood. Nee, nog beter was een jaar, wisten de buren. Ik vond het na drie maanden hoog tijd worden voor een verhuizing richting babykamer, want A: onze dochter snurkte bizar hard en B: ik wilde wel weer eens lekker in bed Law & Order kijken. De wieg stond binnen vijf minuten op de babykamer en ik viel die avond in slaap met de afstandsbediening op schoot, precies zoals het hoort. 

 

Ernst en militaire precisie

Het toeval wil dat er rond mijn kraamtijd zo’n zes baby’s in mijn omgeving werden geboren. Met verbazing registreerde ik de ernst en militaire precisie waarmee mijn collega-moeders hun welp verzorgden. Zo zat er een moeder tussen wier zoon slechts één speeltje in zijn box mocht hebben – van hout welteverstaan, want plastic is de duivel – anders zou hij overprikkeld raken. Ik las het op Facebook en wierp een blik op mijn dochter. Boven haar hoofd draaide een muziekmobiel met kleurige beestjes, in de ene hand hield ze een knisperboekje, de andere hand greep naar een pluchen telefoon. Om misverstanden en haatmails te voorkomen benadruk ik hierbij: iedereen moet doen waar ze zelf zin in heeft. En natuurlijk wil ik goed voor mijn kind zorgen. Voor mij houdt dat in dat ik haar in leven houd (nogal belangrijk), en dat ze gezond, blij, doorvoed en gehydrateerd is, bij voorkeur in een droge romper. Maar ik vraag me oprecht af of daar nou echt een door Boliviaanse Indianen handgeweven draagzak of een verbod op plastic speelgoed voor nodig is. Ik zweer bij luisteren naar je boerenverstand. Je weet wel, gewoon een kind te eten geven, corrigeren als het vervelend is en vooral veel lol maken samen.

 

Ik schuif Rosa gewoon smarties toe

Inmiddels is Rosa anderhalf en handhaaf ik nog steeds de ik-doe-maar-wat-methode. Heb ik haar volgens de Rapleymethode leren eten met hele stronken broccoli in haar knuistje? Welnee. Ik kies voor de alom beproefde Olvarit-methode. Die gaat als volgt: deksel eraf draaien, potje in de magnetron, dertig seconden opwarmen, inhoud doorroeren en klaar is Kees. Voeding is tegenwoordig sowieso nogal een heikel punt, heb ik begrepen. Iets met quinoa (ik heb geen idéé hoe ik dat klaarmaak, laat staan hoe ik het vervolgens in Rosa krijg), het drinken van glazen klei en de menstruatie van een kip. Ook kinderen ontspringen niet aan de healthfood-dans. Mijn buurvrouw geeft haar kroost enkel biologische rozijntjes en zelfgebakken speltkoeken als snack. Ik schuif Rosa gewoon smarties toe (jaaahaaa, ze krijgt ook groente, fruit en brood).

 

Schapen van popcorn en pinguïns van schuimzoenen

En wie heeft toch bedacht dat traktaties tegenwoordig vernuftige stukjes kunst moeten zijn? De schapen van popcorn, pinguïns van schuimzoenen en muizen van eierkoeken bestormen dagelijks mijn Instagram-tijdlijn. Als Rosa over een paar jaar op school gaat trakteren, mag ze zakjes chips uitdelen. Bolognese, naturel of paprika. Of van die dropveters met Nibb-it ringen eraan, als ik eraan denk ze te maken.

Dan is er nog het punt van televisie kijken. Laat ik nou weinig hebben met metalen wipkippen in de vrieskou en toevallig dol zijn op tv-kijken, dus dat ding staat de godganse dag aan. Soms op Baby TV, maar vaker op fijne pulp over trouwende gipsy’s en peuters die meedoen aan schoonheidswedstrijden. Het liefst lig ik daarbij languit op onze bank, terwijl Rosa om me heen drentelt. Een vriendin verzuchtte laatst dat ze niet zo goed wist hoe ze haar zoontje de hele dag moest vermaken. “Maar dat deden onze ouders vroeger toch ook niet met ons?” riep ik verbaasd uit. Nou haar ouders dus wel.

 

Wie ben ik om tradities te breken?

Ik denk dat daar de kern ligt van mijn ik-doe-maar-wat-houding. Ik stam namelijk uit een edel geslacht van mensen die opvoedtechnisch maar wat aanrommelen (ook op andere gebieden trouwens, maar daar gaat dit verhaal niet over). Wij mochten vroeger thuis niet brutaal zijn, elkaar de hersens inslaan of liegen, maar verder was het mijn ouders worst of wij van die chemische likkoekjes aten, uren zoet waren op de spelcomputer of ons zakgeld stuksloegen aan troep. En mijn oma lag vroeger ook liever eindeloos op de bank te lezen in plaats van zich druk te maken over E-nummers. Dus wie ben ik om met tradities te breken? Tuurlijk zie ik soms de opgetrokken wenkbrauwen als ik Rosa op het terras een bitterbal voer. Wel een beetje zuur overigens, want was ik een ultraslanke Parisienne geweest, dan zou ik bejubeld worden om mijn laisser faire-methode. Daar zou ik dan een bestseller over schrijven, en mensen zouden míj als opvoedgoeroe zien. Eentje die gewoon haar gevoel volgt en eerlijk toegeeft dat ze simpelweg ook maar wat doet.

 

Dit artikel staat in Kek Mama 02-2017.

Tijdelijke aanbieding: Neem nu een abonnement op Kek Mama en krijg een gratis tas naar keuze >

gebit-kind-tanden-wisselen-eerste-tandje

Tandartsen blijven erop hameren: vanaf het moment dat het eerste tandje tevoorschijn komt, moet je het gebit van je kind goed verzorgen. Maar wat is nu een goede poetsroutine en hoe zit het met tanden wisselen? Een paar belangrijke punten op een rij.

Lees ook
De beste tips: zo komt je kind van de speen af

 

  1. Over het algemeen komt het eerste tandje door tussen de 6 en 9 maanden - vaak eerst de onderste voortandjes. Vanaf dan is dagelijkse reiniging van het gebit dus ook nodig. Ook zou je al een afspraak bij de tandarts kunnen maken - al beginnen de meeste ouders hier vanaf een jaar of 2 mee.
  2. De meeste kinderen hebben rond hun derde het hele melkgebit compleet. Toch raadt de tandarts aan om het gebit al vanaf twee jaar elke dag twee keer te poetsen. Hiervoor kun je prima peutertandpasta gebruiken: daar zit minder fluoride in en als je kind dit inslikt, is het niet erg. Maar wat als je kind niet wilt poetsen? Kek Mama vroeg het aan échte experts. En deze komen soms met verrassende oplossingen.
  3. Ongeveer tien tot twintig procent van de kinderen hebben last van zogenaamde ‘kaasmolaren’: gelige of bruine vlekken die worden veroorzaakt door een fout in de samenstelling van het glazuur van de tand. Om de schade te beperken is het belangrijk dat het gebit goed verzorgd wordt. De tandarts kan ook helpen, door een speciale pasta of fluoride aan te brengen.
  4. Het glazuur van het melkgebit is dunner en minder sterk. Hierdoor ontstaan makkelijker gaatjes en slijt het glazuur van het melkgebit sneller. Op 7- of 8-jarige leeftijd kunnen de knobbels van de melkkiezen door het kauwen al zelfs zijn weggesleten. Goed dus, om het gebit van je kind goed te verzorgen.
  5. Tanden wisselen doen kinderen vaak vanaf 5- of 6-jarige leeftijd. In tegenstelling tot doorkomende melktandjes, merkt je kind hier vaak weinig van - behalve dat de melktand los gaat zitten. Goed poetsen is tijdens de wisselfase extra belangrijk, omdat de nieuwe tanden erg gevoelig zijn voor cariës (gaatjes).
  6. In principe is de richtlijn dat de speen rond het derde jaar wel weg kan, anders loopt je kind risico op een zogenaamde ‘overbite’. Opvoedkundige Tischa Neve: "Laat je kinderen te lang met een speen rondlopen, dan zijn ze niet te verstaan met zo'n ding in hun mond. Ook is het slecht voor de mondmotoriek en het gebit. Het wordt voor ouders alleen maar gemakzucht. Je denkt al snel: hup, speen erin, dan is mijn kind wel stil."
  7. Om het gebit te beschermen en je kind levenslang goede mondverzorgingsgewoontes bij te brengen, heeft de tandarts drie belangrijke tips: beperk de suikerinname om tandbederf te voorkomen, zorg ervoor dat kinderen genoeg fluoride krijgen (bijvoorbeeld door een behandeling bij de tandarts of door supplementen) en leer je kinderen om regelmatig en goed te poetsen en te flossen.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

zwemles-kind-zwemdiploma

Op welke leeftijd begint je kind met zwemles? Welke diploma's zijn noodzakelijk en hoe zit het eigenlijk met schoolzwemmen? Alles wat je moet weten zetten we voor je op een rij.

Wat is de ideale leeftijd om je kind te leren zwemmen?

De Nationale Raad Zwemveiligheid vindt: hoe eerder, hoe beter. (De meeste kinderen die verdrinken, zijn immers tussen de 0 en 4 jaar oud.) Vaak beginnen kinderen tussen hun vierde en vijfde jaar met zwemles voor het A-diploma, maar je kunt je kind altijd eerder op les doen. Kies bijvoorbeeld voor overlevingszwemmen of ouder- en kindzwemmen. Hier leert-ie hoe hij zichzelf kan redden met de mogelijkheden die bij zijn leeftijd passen. Je kind leert hier weliswaar geen zwemslagen, maar kan hierna wel goed aan zijn A-diploma beginnen. Wil je er écht vroeg bij zijn? Dan is guppyzwemmen ideaal. Hier leren baby's/peuters van 2 maanden tot 2 jaar hoe je moet blijven drijven en bewegen in het water.

 

Op welk moment kan je je kind het beste aanmelden voor zwemles?

Het moment van inschrijven verschilt per zwemlesaanbieder. Soms zijn er lange wachtlijsten, dus probeer je vroegtijdig te verdiepen in een zwembad bij jullie in de buurt, zodat je weet of er nog plek is.

 

Lees ook
13x de leukste (subtropische) zwembaden voor kinderen >

 

Waar moet je op letten bij het selecteren van een geschikte les/aanbieder?

Zwemles, zwembaden, zwemscholen en zwemverenigingen: er zijn verschillende aanbieders en ook de lesmethoden, prijzen en lengte van wachtlijsten verschillen. Kijk vooral naar wat er bij jouw kind past, maar check wel of de organisatie de Licentie Nationale Zwemdiploma’s heeft. Alleen dan mogen de Nationale Zwemdiploma’s van het het Zwem-ABC worden uitgegeven.

 

Hoe zit het met schoolzwemmen?

Vroeger moest je als kind verplicht schoolzwemmen: eigenlijk gewoon zwemles op de basisschool. Deze begon als de leerlingen rond de 7 jaar waren. Tegenwoordig gaat dit anders en geven veel gemeenten (zo'n 70 procent) geen subsidie meer voor schoolzwemmen. Zij vinden dat jij als ouder zelf verantwoordelijk bent voor de zwemles van je kind(eren). 

 

Moet je kind zwemdiploma A, B én C halen?

Niets moet, maar de Nationale Raad Zwemveiligheid beschouwt diploma C als de Nederlandse Norm Zwemveiligheid - wellicht toch raadzaam om je kind voor alledrie te laten gaan, dus. Goed om te weten: de tarieven voor zwemlessen (dus ook voor het behalen van de diploma's) verschillen per aanbieder.

 

Hoelang doet een kind gemiddeld over deze drie diploma's?

Uitgangspunt voor het gemiddelde kind om diploma A te halen is een lesduur van in totaal 48 uur. Voor diploma B staat nog eens twaalf uur, en voor C ook twaalf uur. Maar natuurlijk kan dit per kind verschillen.

Meer over zwemles lees je hier.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >