Bij kinderen met diabetes (ook wel suikerziekte genoemd) is de hoeveelheid glucose in het bloed uit evenwicht. Kan dit kwaad? En hoe behandel je het? Wij zochten het voor je uit.
Lees verder onder de advertentie
Suikerziekte is een chronische aandoening en dus niet te genezen. Wel kan je er door een gezonde levensstijl, de juiste voeding en goede medicijnen voor zorgen dat je kind zo normaal mogelijk kan leven.
Wat is diabetes
Je hebt twee ‘soorten’ diabetes: 1 en 2. De meeste kinderen hebben diabetes type 1 – hierbij maakt de alvleesklier helemaal geen insuline aan. Bij type 2 wel, alleen soms te weinig. Dit zorgt voor klachten, want het lichaam van je kind heeft juist insuline nodig om suiker uit voeding in de cellen te krijgen.
Lees verder onder de advertentie
Klachten
De eerste tekenen van diabetes type 1 zijn veel drinken, vaak plassen en vermoeidheid. Ook onderstaande klachten komen veel voor:
dorst en droge mond;
afvallen;
terugkerende infecties;
problemen met zien.
Heeft je kind te weinig (of juist te veel) suiker in zijn lichaam? Dan kan hij een hypo of hyper krijgen. Dit herken je aan trillen, zweten, duizeligheid en hoofdpijn.
Hoewel bij diabetes type 2 een gezond dieet vaak al voldoende is, moet diabetes type 1 ook worden behandeld met het toedienen van extra insuline. Samen met de kinderarts wordt bepaald welke insuline het beste bij jouw kind past en hoeveel, waar en wanneer je deze moet inspuiten. Dit kan op verschillende manieren:
Lees verder onder de advertentie
Insulinepen – een spuitje waarmee jij of je kind de insuline zelf kunt toedienen.
Insuflon – een dunne katheter onder de huid die je na drie tot vijf dagen moet vervangen. Dit is een een goede optie als je kind het lastig vindt om meerdere keren per dag insuline te spuiten, want het enige wat je hoeft te doen is aan het eind van het slangetje te prikken (dus niet in de huid).
Insulinepomp – een apparaat met kortwerkende insuline dat je kind altijd bij zich draagt. Door het ingebouwde computertje wordt er steeds een beetje insuline afgegeven via een katheter. Alleen tijdens het eten moet je kind op een knopje drukken voor een extra ‘boost’.
Natuurlijk hoop je dat je kind later een beetje aardig is voor de mensen om zich heen. Dat-ie iemand helpt die valt, niet voordringt bij de bakker en ooit uit zichzelf zijn broer of zus een koekje aanbiedt. Dat laatste is misschien wat ambitieus. Maar hoe leer je een kind eigenlijk om vriendelijk en empathisch […]
Toen we de naam van onze zoon bekendmaakten, waren mijn ouders niet bepaald enthousiast. Vooral de buitenlandse uitspraak vonden ze maar overdreven. Ik dacht dat ze er vanzelf aan zouden wennen. Inmiddels is mijn zoon vier en spreken opa en oma zijn naam nog steeds anders uit.
Kinderen hebben niet veel nodig om zich urenlang te vermaken. Geef ze een lege doos en ze bouwen een huis. Een oude deken wordt een tent, een pollepel een microfoon en een wc-rolletje is binnen drie seconden een verrekijker. En soms hebben ze aan een zolder genoeg.
Erica’s dochter heeft een half jaar verkering met een jongen die ze tijdens de vakantie heeft ontmoet. Ze zijn allebei vijftien en stapelgek op elkaar. Alleen woont hij anderhalf uur verderop. Daarom wil ze bij hem blijven slapen. Erica vindt dat prima, maar haar man denkt daar héél anders over.
Je ouders konden ontzettend veel van je houden en je tóch niet altijd geven wat je emotioneel nodig had. Volgens psychologen kunnen de gevolgen daarvan zelfs als volwassene nog merkbaar zijn. En soms zit dat in kleine dingen.
Opa en oma die een studiepotje openen, het collegegeld betalen of zo nu en dan wat toestoppen: het is natuurlijk hartstikke fijn als het kan. Maar financiële hulp van grootouders kan volgens nieuw onderzoek ook écht verschil maken.