kind vreemde

Puck (36) heeft het gevoel dat haar elfjarige zoon Abel een compleet vreemd voor haar is. Hij kan zo koud doen, vraagt nooit iets en als ze hem vastpakt verstijft hij.

Soms kijk ik naar mijn zoon en denk: wie ben jij? Je lijkt wel een vreemde. Het zit ’m onder meer in zijn gezichtsuitdrukking, die is er vaak niet. Daarnaast zegt hij bijna niks, vraagt niks en is hij zelden enthousiast. Ik heb geen idee wat er in hem omgaat.

En dat doet pijn, want ik ben zijn moeder en het liefst had ik een warm en open contact, blijdschap alom, zoals dat hoort. Is die sterke band tussen ouder en kind eigenlijk wel zo vanzelfsprekend? Ik ken bijna niemand die, eenmaal volwassen, echt close is met zijn ouders.
 

Niet uitgekozen 

Karakters botsen, eigenschappen irriteren, interesses komen niet overeen. Je bent letterlijk van een andere generatie. Waarom zou dat anders zijn als kinderen nog klein zijn? Omdat ze afhankelijk van je zijn? En natuurlijk is het extra pijnlijk als iemand die zo dichtbij je staat, je eigen zoon van wie je houdt vanaf het moment dat hij geboren is, tegelijkertijd zo ver weg voelt, maar misschien is het wel ongewoner als het zomaar goed uitpakt. Je hebt elkaar niet uitgekozen, zoals je met vrienden doet, je zit met elkaar opgezadeld en dat kan goed uitpakken of niet. Een warme band nastreven staat misschien wel garant voor diepe teleurstelling.
 

Dino's en haaien 

Vanaf het moment dat mijn nu elfjarige zoon erachter kwam dat hij meer wist van haaien en dinosauriërs dan ik, veranderde er iets tussen ons. Hij was toen een jaar of vijf. Ik zag het in zijn ogen: van jou valt niets meer te leren. Tot die tijd was het mijn knuffelkindje. Hij zat op mijn schoot in volledige harmonie. Praten deed hij heel lang niet, maar dat hoefde ook niet, ik begreep hem.

Met zijn oudere broer had ik veel meer gedoe. Die was druk, chaotisch en had elke dag wel een paar driftbuien. Daar raakte ik dan weer gestrest van, ik viel uit, reageerde verkeerd. Van Abel had ik nooit last, die was rustig en meegaand, zat uren op zijn kamer en kwam dan beneden om te melden dat hij het paradijs had gebouwd (een dinowereld), maar om nou te zeggen dat we echt contact maakten naarmate hij ouder werd?
 

Een Rainman was het niet

Het ene kind is wat introverter dan het andere. En dat mag. Vrienden en buren zeiden soms: “Moet je hem niet eens laten testen?”. Als we dat hadden gedaan, was hij misschien wel ergens op het autistische spectrum beland, maar ik wilde dat niet. Wat heb je eraan? Een Rainman was het beslist niet, hij had lol met vriendjes en zijn broer, lag goed in de groep op school. Dus hij was wat eigengereid en selectief in zijn keuze bij wie hij zich opent, so what? Het was een heerlijk kind met diepe interesses. En dat is hij nog steeds.

Bovendien, als je allebei hard werkt, daarnaast twee kinderen hebt en een druk sociaal leven, hoef je helemaal niet zo door te hebben dat er weinig wezenlijk contact is. Dat had ik ook niet met mijn ex-man, de vader van mijn kinderen. Er was genoeg te doen. Genoeg te regelen.
 

“Niet denken dat we niet van je houden”

We zaten in de vaart des levens. Mijn man maakte carrière, ik werkte parttime en deed de kinderen. Ik werd na zeven jaar verliefd op een ander, overwon dat, een paar jaar later gebeurde hetzelfde. Een andere man, andere koek. Er viel niets te overwinnen, niet met hem samenzijn was geen optie. In de aanloop daarnaartoe gingen we nog wel met het gezin naar de Ardennen. De jongens wisten dat er problemen waren, ook dat ik verliefd was op een ander, maar een beslissing had ik nog niet genomen. Tijdens een boswandeling kwam Abel, die toen acht was, naast me lopen en zei: “Mam, je moet niet denken dat we niet van je houden.”

Ik schrok en schoot meteen vol. Had hij aangevoeld dat ik in dat drukke huishouden soms dacht: waar doe ik het allemaal voor? Met het ene kind heb ik nauwelijks contact, met het andere vooral mot en met die man valt geen afspraak te maken. Dat nou net Abel degene was die over zoveel inzicht beschikte. Ik zei: “Soms ben je zo onbereikbaar voor me, waardoor ik me afvraag of ik er iets toe doe.” Hij antwoordde: “Ik ben gewoon op mezelf, maar als jij daardoor het gevoel hebt dat ik niet van je hou, ga ik dat veranderen.”
 

Zwart-wit denken

Hoe het zou zijn afgelopen weet ik niet want een maand later gingen we uit elkaar. Ik was te verliefd, niet scheiden was geen optie. Abel keerde nog meer in zichzelf en was zo boos dat hij me lange tijd niet wilde zien. Heel zwart-wit in zijn denken: als je kinderen hebt, ga je niet uit elkaar. Het standpunt van zijn vader.

Als ik probeerde uit te leggen dat ik me al heel lang ongelukkig voelde, dat ik daar niet leuker van werd, dat ik mezelf niet meer leuk vond zo kribbig als ik was geworden, en nu iemand had gevonden die heel lief voor me was, dan schudde hij beslist zijn hoofd. Niets mee te maken. Hij vertaalde het als: blijkbaar houdt ze niet van ons, en dat vond ik zo zielig. Ik wilde het uitleggen, verzachten, de grijstinten laten zien.

Ja, ik had me alleen gevoeld in ons gezin en ongezien, en dat heeft zeker een rol gespeeld in het openstaan voor verliefdheid, maar dat is een relatiekwestie en heeft niks met mijn kinderen te maken. We hadden het samen moeten oplossen, mijn man en ik, als er een werkelijk samen was. Ik geloof niet in bij elkaar blijven voor de kinderen. Dat hebben mijn ouders gedaan en ze zijn er niet gelukkiger op geworden.

Mijn andere zoon was ook boos, maar die uitte zich, schold me verrot, was heel verdrietig, daar kon ik op reageren. Abel was onbereikbaar geworden voor me, en ik was bang dat hij daarin zou volharden.
 

Lees ook
'Door onze vechtscheiding zijn de kinderen de dupe' >

 

“Ik maak geen contact”

Die periode is gelukkig voorbij. Ik bleef gewoon langskomen, deed lief, was begripvol en langzaam kwamen de gesprekken op gang en besloot hij dat hij ook bij mij wil zijn. Abel zit nu in groep 8 en het gaat goed met hem. Al blijven de deuren tot zijn gevoelsleven gesloten.

Zijn leerkracht is weleens bij me thuis geweest: “Ik maak geen contact,” zei hij. “Sluit je aan in de rij,” zei ik. Abel praat met zijn vader, dat wel. Maar waar zijn broer op die leeftijd alles met mij deelde en iedere onzekerheid besprak, en nog steeds, is hij gewoon op zichzelf, zoals hij destijds in de Ardennen al aangaf. Als hij de deur van de woonkamer achter zich dichttrekt en naar boven loopt, zegt hij altijd: “Hou van je mam”, maar het klinkt mechanisch en er is vrij weinig van te merken.
 

Ineengestrengeld

Soms zitten we in het weekend samen op de bank een film te kijken. Zijn broer is nu op een leeftijd dat hij ’s avonds af en toe met vrienden afspreekt, chillen, en mijn vriend heeft ook weleens iets en dan zijn Abel en ik echt met zijn tweeën en doe ik er alles aan om het gezellig te maken, want dit zijn de momenten van mogelijke intimiteit die ik moet pakken. Ik haal zijn lievelingschips in huis, cola, schenk voor mezelf een glas wijn in en posteer me naast hem op de bank. Ik hou een beetje afstand, hij kan namelijk verstijven als ik hem vastpak, dat is zo pijnlijk. Een enkele keer komt het voor dat hij tegen me aankruipt, en dan liggen we ineengestrengeld op de bank en dat is zo heerlijk, maar we zitten ook weleens naast elkaar en dan is er niets. En dat voelt zo godvergeten verlaten.
 

Trainen

Ik maak me zorgen. Niet alleen om mijn persoonlijke band met hem, die lang niet zo warm is als ik zou wensen, ook om zijn contacten met anderen. Hij kan soms zo koud zijn, stelt nooit eens een vraag en luistert al helemaal niet naar een antwoord. Soms probeer ik daarover te praten en hem daarin te stimuleren. Ik zeg dat het niet aardig overkomt en dat je leukere gesprekken en diepere vriendschappen krijgt als je vragen stelt en interesse toont. “Probeer het eens”, zeg ik dan. “Je kunt jezelf daarin trainen.”
 

Kans

Het voelt soms oneerlijk, ik denk: je geeft me helemaal geen kans. En dat doet pijn. Ik mis dat kleine blonde jongetje dat bij mij op schoot zat en vraag me af waar het fout is gegaan. Had ik het anders moeten doen? De scheiding heeft zeker geen goed gedaan, maar dat afsluiten van hem had zich al veel eerder ingezet.

Misschien ben ik teveel bezig geweest met mijn andere zoon en was het wel makkelijk, zo’n kind dat geen aandacht vroeg. Al leek en lijkt hij er ook geen behoefte aan te hebben. Maar ik geef nog niet op. Zolang hij onder mijn hoede is, doe ik alles om hem bij te sturen en een band te creëren. Dat lukt het best als we samen zijn. In de auto kletst hij vaak de oren van mijn kop. Over wat hij later wil gaan doen, in welk land hij wil wonen, hoe zijn leven er dan uitziet. En soms breekt die open en ontspannen uitdrukking door die hij vroeger had, op de foto’s die ik koester. Guitig, nieuwsgierig en met een blik van: ik laat me door niets tegenhouden.
 

Dit artikel staat in Kek Mama magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

nipt-zwangere-vrouwen

Door de NIPT kun je tijdens je zwangerschap zien hoe groot de kans is dat jouw baby het down-, edwards- of parausyndroom heeft. Maar hoe werkt zo'n test precies? Wanneer kun je 'm doen? En wordt-ie ook vergoed? Wij zochten het voor je uit. 

Want waar de test lange tijd alleen beschikbaar was voor zwangeren met een verhoogde kans op een kind met een chromosoomafwijking, mag sinds april 2017 iedere vrouw er gebruik van maken. Als je er behoefte aan hebt, dan. En als je betaalt, want vrijwillige deelname kost € 175 en wordt niet vergoed door de zorgverzekering.

 

DNA

NIPT betekent 'Niet-Invasieve Prenatale Test' en is een onderzoek dat bestaat uit het afnemen van een paar buisjes bloed. Hierin zit erfelijk materiaal (DNA) van de placenta dat bijna altijd hetzelfde is als dat van je kind. Zo kan het laboratorium dus, veilig én zonder het risico op een miskraam, onderzoeken of jouw baby het down-, edwards- of patausyndroom heeft. Wel goed om te weten: je kunt de test pas laten doen vanaf elf weken zwangerschap. 

 

Nevenbevindingen

Het laboratorium kan terwijl ze de NIPT uitvoeren ook zien of je kind andere (zeldzame) chromosoomafwijkingen heeft: die worden nevenbevindingen genoemd. Je mag zelf beslissen of je deze wilt weten en kunt dan ook kiezen uit twee mogelijkheden:

  1. Je wilt je kind alleen laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom. Het laboratorium weet dan ook niet of er nevenbevindingen zijn.
  2. Je wilt je kind laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom én je wil weten of het laboratorium nevenbevindingen heeft gevonden.

 

Lees ook
Extreme zwangerschapsmisselijkheid: ‘Zelfs een slokje water kwam er meteen weer uit’ >

 

Uitslagen

Na tien dagen krijg je de uitslag van je gynaecoloog of verloskundige. Als je ervoor hebt gekozen ook nevenbevindingen te willen horen en het laboratorium heeft deze gevonden, dan word je meestal gebeld door het Centrum voor Prenatale Diagnostiek of een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis. De uitslagen die je kunt krijgen zijn: 

 

‘U bent waarschijnlijk niet zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

Deze uitslag klopt bijna altijd: minder dan één op de duizend zwangere vrouwen blijkt achteraf toch zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. Bij deze uitslag krijg je geen vervolgonderzoek.

 

‘U bent mogelijk zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

  • Bij 75 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met downsyndroom, klopt dat inderdaad; 25 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met downsyndroom.
  • Bij 24 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met edwardssyndroom, klopt dit inderdaad; 76 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met edwardssyndroom.
  • Bij 23 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met patausyndroom, klopt dit inderdaad; 77 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met patausyndroom.

Als je echt zekerheid wilt hebben, kun je alsnog een vlokkentest of vruchtwateronderzoek laten doen.

 

‘Er is een nevenbevinding gevonden.’

Je krijgt dan uitleg over wat precies er is gevonden en wat dit mogelijk voor jou en/of voor je kind betekent. Je krijgt hiervoor een uitnodiging voor een gesprek op een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis, waarin je meer informatie over de nevenbevinding krijgt en wat de mogelijkheden zijn.

 

‘Er is geen nevenbevinding gevonden.’

Als er in de uitslag niets staat over nevenbevindingen, dan betekent dit dat er ook geen nevenbevindingen zijn gevonden.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >
longontsteking-kinderen-symptomen-behandeling

In Nederland krijgen elk jaar gemiddeld 25.000 kinderen een longontsteking. Vaak is die na een week of twee wel genezen, maar het kan ook maanden duren voordat een kind weer de oude is.

'Op tijd behandelen voorkomt erger', zegt Michael Rutgers, directeur van het Longfonds. In onderstaande antwoorden lees je hoe.

 

Wat is een longontsteking? 

Longontsteking is een ontsteking van de longen door een virus of bacterie en komt bij kinderen redelijk vaak voor. De kans om het te krijgen is het grootst bij baby's jonger dan één jaar, omdat hun afweer nog in ontwikkeling is. Zowel één als beide longen kunnen ontstoken zijn: wanneer beide longen ontstoken zijn, spreek je van een dubbele longontsteking.

 

Wat is de oorzaak? 

Meestal een virus of bacterie. Een gewone griep of verkoudheid, bijvoorbeeld. Tegenwoordig worden kinderen op het consultatiebureau ingeënt voor de pneumokokken bacterie. Hierdoor is de kans op een longontsteking door deze bacterie veel kleiner geworden. Wel heeft je kind meer kans op een longontsteking als hij een afweerstoornis, cystic fibrosis, PCD, een ontwikkelingsachterstand of last van spierzwakte heeft.

Oh, en dat je ziek kunt worden van kou is trouwens een fabel: virussen en bacteriën zijn altijd actief, of het nu warm of koud is, maar in de wintermaanden zitten we veel meer binnen (met ramen gesloten) en dichter op elkaar. De kans dat virussen aan elkaar worden overdragen, is daardoor groter.

 

Lees ook
VIDEO: dit is het verschil tussen griep en verkoudheid >

 

Wat zijn de symptomen? 

Eigenlijk krijgen kinderen vergelijkbare klachten als bij griep, maar dan een tikkie heftiger. Een paar voorbeelden: benauwd, kortademig, ophoesten van slijm (soms met wat bloed), moe, rillen en koorts.

 

Hoe behandel je een longontsteking?

Vermoed je dat je kind een longontsteking heeft, neem dan contact op met de huisarts. In de meeste gevallen schrijft hij of zij dan een antibioticakuur voor. Althans, als de oorzaak een bacteriële infectie is. Aan een virale infectie kan de huisarts weinig doen en dan is het een kwestie van uitzieken. Bij koorts of pijn mag je doorgaans gerust een pijnstiller geven.

Zijn de klachten na drie dagen antibiotica nog niet minder of wordt je kind steeds zieker? Bel dan de huisarts nog een keer. Bij een ernstige longontsteking wordt een kind opgenomen in het ziekenhuis. Daar krijgt-ie een hogere dosis antibiotica toegediend via pillen of een infuus.

 

Wat kun je zelf doen?

De kuur afmaken, je kind goed laten uitrusten én veel laten drinken: voor baby's tot zes maanden geldt ongeveer 150 ml per kilo lichaamsgewicht per dag, borstvoeding kan op verzoek. Baby's van zes maanden en ouder hebben per dag ongeveer 100 ml nodig per kilo lichaamsgewicht. Kinderen vanaf één jaar zes tot zeven bekertjes per dag van ongeveer 75 ml. Gaat drinken moeizaam? Probeer eens thee zonder suiker, diksap of dunne pap - dan krijgen ze toch het nodige vocht binnen.

 

Bron: Longfonds

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >