Monique Smit (28) heeft het makkelijkste kind van de wereld maar vreest voor de puberteit: "Mijn moeder zegt: wacht maar, je krijgt alles terug."

Als Monique voor de tweede keer moeder wordt, wil ze langer verlof nemen dan ze zichzelf na Noah heeft gegund. “Vijf weken na de bevalling moest ik mijn baby al achterlaten om op te treden. Voor mijn zwangerschap was er al een theatertour gepland. Tot drie weken voor de bevalling stond ik op het podium. En snel daarna dus weer. Vijf weken – dat is echt te kort. Ik had nog geen ritme, moest wennen aan het idee dat ik moeder was. Terwijl mijn vriendinnen die ook net waren bevallen van hun kind genoten en met z’n allen wandelden, moest ik de deur al uit.”

 

Borstvoeding was een drama

Verdrietig werd ze daarvan, ze moest veel huilen. “Het was dubbel. Ik ben gek op baby’s, dat kleine vind ik oneindig vertederend. Vaak hing ik samen met Martijn bewonderend boven Noahs wiegje: ‘Fantastisch, dat hebben wij met z’n tweeën op de wereld gezet.’ Ik was stapelverliefd op Noah, ben ik nog steeds, maar het was ook een zware tijd. Borstvoeding was een drama, het deed pijn en ik was er hele dagen mee bezig. Ik kon geen kant op. Er viel een last van mijn schouders toen ik er na acht weken mee stopte. Ik had ook pijnlijke ontstekingen, maandenlang kon ik amper zitten. Ik was onzeker, Noah had buikkrampjes en huilde veel, ik sliep te weinig – ik was helemaal uit mijn doen. Die eerste negen maanden was ik niet altijd gezellig thuis.” 

 

Mazzel met Martijn

Ze heeft mazzel met Martijn, vindt ze. “Ik had af en toe van die buien. Hij heeft veel van mij geaccepteerd. En als Noah ’s nachts wakker wordt, roept hij al bij het eerste gilletje: ‘Ik ga wel hoor!’ Hij denkt ook: als Monique er nu weer uit moet, praat ze morgen niet meer tegen me. Hij is lief, echt een goedzak.” Monique had nog een vriend toen ze Martijn leerde kennen. Hij komt uit buurdorp Monnickendam, ze ontmoette hem toen ze met vriendinnen op Kreta was. “Hij had geen relatie, ik wel. Toch zat hij soms wat te sjansen.”

 

Had hij wél een relatie?

In de jaren erna kwamen ze elkaar weleens tegen. Dan hadden ze oogcontact en één keer keken ze elkaar in het voorbijgaan wel erg lang aan. Moniques relatie strandde na veel ellende – ze is door haar ex bedrogen – en ze kwam op Facebook een foto tegen van Martijn met zijn zoon van nu zeven. “Ik dacht: hè? Had hij dan wél een relatie toen we op Kreta waren? Dat was niet zo, het was toen al uit. Martijn hoorde pas anderhalve week voor de geboorte van zijn zoon dat hij vader zou worden. Heel heftig.” Ze vindt het mooi dat Martijn het tóch heeft geprobeerd, een gezin vormen met de moeder van zijn zoon. “Er zijn genoeg jongens die zeggen: zoek het maar uit. Hij is zelfs gestopt met zijn studie om te gaan werken voor zijn gezin.”

 

Meteen een klik

Omdat ze allebei het nodige hadden meegemaakt, hadden ze meteen een klik toen ze weer aan de praat raakten. “We hielpen elkaar met het verwerken.” Monique had zich voorgenomen voorlopig niet in een nieuwe relatie te stappen, Martijn had daar ook geen zin in. “Maar als het zo goed voelt, zeg je niet: ga maar twee jaar in de ijskast zitten.” Martijn is Moniques beste vriend. “We kunnen goed praten. Hij steunt mij en begrijpt me ook. Ik kan ergens dágen mee zitten als ik gedoe heb met mijn werk of met vrienden. Dan word ik boos op die ander of juist onzeker van mezelf. Ik denk in problemen, Martijn in oplossingen. En hij zit altijd vol ideeën. Zo wist ik niet welke kant ik op wilde met mijn nieuwe single en dacht Martijn meteen: leuk, je moet zo’n catchy, zomers nummer maken. Dat is precies wat het gaat worden.”

 

Bijzondere, bewuste zwangerschap

Binnen vier maanden woonden ze samen, een jaar later besloten ze voor een kind te gaan. Het was meteen raak. En hoewel Monique de eerste twintig weken wegens misselijkheidsellende overal plastic zakjes mee naartoe sleepte en zelfs een paar keer in het ziekenhuis terechtkwam, genoten ze enorm. “Voor Martijn was het bijzonder deze zwangerschap bewust mee te maken. Dat heeft hij allemaal gemist bij zijn zoon.” Martijns zoon woont grotendeels bij zijn moeder. Meer wil ze daar niet over kwijt. Martijns ex wil haar zoon liever buiten de publiciteit houden.

 

Gastouder of kinderdagverblijf

Monique is veel thuis, al werkt ze aan een nieuwe single en neemt ze later dit jaar een plaat op. “2 kleine kleutertjes deel 1 en 2 zijn een succes, maar ik word ook geboekt voor feesttenten en kermissen.” Voor haar werk is ze nu hooguit een paar uur per dag van huis, en dan past haar moeder, zus of een buurvrouw op. Dat verandert allemaal over een paar weken. Dan moet Monique voor een nieuw project drie tot vier dagen per week de deur uit, en daarnaast heeft ze nog haar optredens. “Ik zit in een lastig parket. Wat gaan we doen: brengen we Noah naar een gastouder of naar een kinderdagverblijf?” Een oppas aan huis ziet ze niet zitten. Prima als haar buurmeisje ’s avonds komt babysitten als Martijn en zij lekker uit eten gaan, maar hele dagen een buitenstaander tussen haar spullen... ze moet er niet aan denken. Het scheelt dat haar moeder straks één of twee middagen wil oppassen, maar verder zijn ze er nog niet uit. 

 

Papa wil carrière maken

Martijn kan geen papadag nemen. “Hij werkt sinds kort bij FC Volendam. Fulltime, en hij wil graag carrière maken. Ik zie hem geen dag inleveren. Dat hoeft niet en dat wil ik ook niet. Hij laat mij m’n ding doen, ik wil hem zijn dromen laten najagen. Dat maakt hem gelukkig.” Dus logisch dat zij op dit moment thuis het huishouden en de zorg regelt. “In het weekend zeg ik wel: ‘Leg jij hem nu even in bed?’ Of: ‘Verschoon jij even zijn luier?’ Al doet hij dat ook vaak genoeg uit zichzelf hoor. Doordeweeks luncht hij thuis, en dan legt hij Noah meestal in bed voor z’n middagslaapje.”

 

De rest van het interview lees je in Kek Mama 05-2017, nu in de winkel.

Lees hier alle BN'er interviews >

nipt-zwangere-vrouwen

Door de NIPT kun je tijdens je zwangerschap zien hoe groot de kans is dat jouw baby het down-, edwards- of parausyndroom heeft. Maar hoe werkt zo'n test precies? Wanneer kun je 'm doen? En wordt-ie ook vergoed? Wij zochten het voor je uit. 

Want waar de test lange tijd alleen beschikbaar was voor zwangeren met een verhoogde kans op een kind met een chromosoomafwijking, mag sinds april 2017 iedere vrouw er gebruik van maken. Als je er behoefte aan hebt, dan. En als je betaalt, want vrijwillige deelname kost € 175 en wordt niet vergoed door de zorgverzekering.

 

DNA

NIPT betekent 'Niet-Invasieve Prenatale Test' en is een onderzoek dat bestaat uit het afnemen van een paar buisjes bloed. Hierin zit erfelijk materiaal (DNA) van de placenta dat bijna altijd hetzelfde is als dat van je kind. Zo kan het laboratorium dus, veilig én zonder het risico op een miskraam, onderzoeken of jouw baby het down-, edwards- of patausyndroom heeft. Wel goed om te weten: je kunt de test pas laten doen vanaf elf weken zwangerschap. 

 

Nevenbevindingen

Het laboratorium kan terwijl ze de NIPT uitvoeren ook zien of je kind andere (zeldzame) chromosoomafwijkingen heeft: die worden nevenbevindingen genoemd. Je mag zelf beslissen of je deze wilt weten en kunt dan ook kiezen uit twee mogelijkheden:

  1. Je wilt je kind alleen laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom. Het laboratorium weet dan ook niet of er nevenbevindingen zijn.
  2. Je wilt je kind laten screenen op down-, edwards- en patausyndroom én je wil weten of het laboratorium nevenbevindingen heeft gevonden.

 

Lees ook
Extreme zwangerschapsmisselijkheid: ‘Zelfs een slokje water kwam er meteen weer uit’ >

 

Uitslagen

Na tien dagen krijg je de uitslag van je gynaecoloog of verloskundige. Als je ervoor hebt gekozen ook nevenbevindingen te willen horen en het laboratorium heeft deze gevonden, dan word je meestal gebeld door het Centrum voor Prenatale Diagnostiek of een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis. De uitslagen die je kunt krijgen zijn: 

 

‘U bent waarschijnlijk niet zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

Deze uitslag klopt bijna altijd: minder dan één op de duizend zwangere vrouwen blijkt achteraf toch zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom. Bij deze uitslag krijg je geen vervolgonderzoek.

 

‘U bent mogelijk zwanger van een kind met down-, edwards- of patausyndroom.’

  • Bij 75 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met downsyndroom, klopt dat inderdaad; 25 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met downsyndroom.
  • Bij 24 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met edwardssyndroom, klopt dit inderdaad; 76 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met edwardssyndroom.
  • Bij 23 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met patausyndroom, klopt dit inderdaad; 77 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met patausyndroom.

Als je echt zekerheid wilt hebben, kun je alsnog een vlokkentest of vruchtwateronderzoek laten doen.

 

‘Er is een nevenbevinding gevonden.’

Je krijgt dan uitleg over wat precies er is gevonden en wat dit mogelijk voor jou en/of voor je kind betekent. Je krijgt hiervoor een uitnodiging voor een gesprek op een polikliniek klinische genetica van een universitair ziekenhuis, waarin je meer informatie over de nevenbevinding krijgt en wat de mogelijkheden zijn.

 

‘Er is geen nevenbevinding gevonden.’

Als er in de uitslag niets staat over nevenbevindingen, dan betekent dit dat er ook geen nevenbevindingen zijn gevonden.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >
longontsteking-kinderen-symptomen-behandeling

In Nederland krijgen elk jaar gemiddeld 25.000 kinderen een longontsteking. Vaak is die na een week of twee wel genezen, maar het kan ook maanden duren voordat een kind weer de oude is.

'Op tijd behandelen voorkomt erger', zegt Michael Rutgers, directeur van het Longfonds. In onderstaande antwoorden lees je hoe.

 

Wat is een longontsteking? 

Longontsteking is een ontsteking van de longen door een virus of bacterie en komt bij kinderen redelijk vaak voor. De kans om het te krijgen is het grootst bij baby's jonger dan één jaar, omdat hun afweer nog in ontwikkeling is. Zowel één als beide longen kunnen ontstoken zijn: wanneer beide longen ontstoken zijn, spreek je van een dubbele longontsteking.

 

Wat is de oorzaak? 

Meestal een virus of bacterie. Een gewone griep of verkoudheid, bijvoorbeeld. Tegenwoordig worden kinderen op het consultatiebureau ingeënt voor de pneumokokken bacterie. Hierdoor is de kans op een longontsteking door deze bacterie veel kleiner geworden. Wel heeft je kind meer kans op een longontsteking als hij een afweerstoornis, cystic fibrosis, PCD, een ontwikkelingsachterstand of last van spierzwakte heeft.

Oh, en dat je ziek kunt worden van kou is trouwens een fabel: virussen en bacteriën zijn altijd actief, of het nu warm of koud is, maar in de wintermaanden zitten we veel meer binnen (met ramen gesloten) en dichter op elkaar. De kans dat virussen aan elkaar worden overdragen, is daardoor groter.

 

Lees ook
VIDEO: dit is het verschil tussen griep en verkoudheid >

 

Wat zijn de symptomen? 

Eigenlijk krijgen kinderen vergelijkbare klachten als bij griep, maar dan een tikkie heftiger. Een paar voorbeelden: benauwd, kortademig, ophoesten van slijm (soms met wat bloed), moe, rillen en koorts.

 

Hoe behandel je een longontsteking?

Vermoed je dat je kind een longontsteking heeft, neem dan contact op met de huisarts. In de meeste gevallen schrijft hij of zij dan een antibioticakuur voor. Althans, als de oorzaak een bacteriële infectie is. Aan een virale infectie kan de huisarts weinig doen en dan is het een kwestie van uitzieken. Bij koorts of pijn mag je doorgaans gerust een pijnstiller geven.

Zijn de klachten na drie dagen antibiotica nog niet minder of wordt je kind steeds zieker? Bel dan de huisarts nog een keer. Bij een ernstige longontsteking wordt een kind opgenomen in het ziekenhuis. Daar krijgt-ie een hogere dosis antibiotica toegediend via pillen of een infuus.

 

Wat kun je zelf doen?

De kuur afmaken, je kind goed laten uitrusten én veel laten drinken: voor baby's tot zes maanden geldt ongeveer 150 ml per kilo lichaamsgewicht per dag, borstvoeding kan op verzoek. Baby's van zes maanden en ouder hebben per dag ongeveer 100 ml nodig per kilo lichaamsgewicht. Kinderen vanaf één jaar zes tot zeven bekertjes per dag van ongeveer 75 ml. Gaat drinken moeizaam? Probeer eens thee zonder suiker, diksap of dunne pap - dan krijgen ze toch het nodige vocht binnen.

 

Bron: Longfonds

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >