onderhandelen met je kind
Beeld: Unsplash

Peuter Casper doet alleen iets voor snoep en de iPad en nu vraagt zijn moeder zich af wat er precies mis is gegaan in de opvoeding.

Er was chocola in huis en Casper (2) wist dat. En wilde het, heel graag en heel veel. Nu ben ik uiteraard een zeer verantwoorde moeder, dus het zomaar toestoppen van grote hoeveelheden snoep- en suikergoed beperk ik tot verjaardagen en sinterklaasavond, maar die chocola bood wel een uitgelezen kans om mijn peuter te bewegen een aantal dingen te doen die ik graag wilde. Opruimen, bijvoorbeeld. Niet miepen aan tafel. Meewerken in bad.

 

Braaf in bad met chocoladehandjes

Die chocola gaf mij een zeer goede uitgangspositie in de doorlopende onderhandelingen die hier in huis plaatsvinden met een tweejarige met een voorkeur voor praline, en ik besloot deze dan ook strategisch in te zetten. Uiteindelijk ging hij die avond braaf in bad met plakkerige chocoladehandjes, maar ook met drie stronken broccoli achter z’n kiezen. Win-win, als je het mij vraagt.

 

Er gelden hier regels in huis

Eerst even ter verdediging: er gelden regels hier in huis. De hoofdlijnen, in totaal willekeurige volgorde: we eten aan tafel, een speen is om mee te slapen, alle minderjarigen gaan elke avond in bad, als er bezoek komt zeg je gedag, iedereen slaapt in zijn eigen bed, gillen is verboden, speelgoed wordt opgeruimd en wie herhaaldelijk gezinsleden of de hond slaat, mag brommen op de gang. Dat klinkt allemaal lekker duidelijk en verantwoord en dat is het ook, alleen zijn er nogal wat wegen naar Rome.

 

Als je niet doet wat ik zeg, krijg je straf

Eén weg zou zijn: zero tolerance. Ik ken genoeg moeders die deze weg bewandelen en er wel bij varen. Als je niet doet wat ik zeg, krijg je straf. Nu opruimen en zo niet, dan is daar de gang. Het werkt, want één waarschuwende blik en de betreffende kindertjes gaan ijverig aan de slag. Althans, meestal. En zo niet, dan worden ze protesterend en bokkend naar de gang afgevoerd om een minuut of vijf later alsnog ijverig aan de slag te gaan.

 

Ik ben een onderhandelmoeder

Ik sta erbij en kijk ernaar en bedenk dat ik misschien soms wat meer zou moeten doorpakken. Ik ben namelijk een onderhandelmoeder. Strategisch opvoeden – als je het zo wil noemen, al zou omkoping ook een goed woord zijn, maar dan klink ik meteen als een fout Afrikaans regime – ik doe het aan de lopende band: als je nu je bord leegeet, mag je straks op de iPad. Als je nu gaat slapen, komt oma morgen (terwijl oma sowieso al zou komen, maar dat weet Casper niet). Nee, je mag nu niet met je trein spelen, maar wel straks, als je nu even gewoon op je stoel blijft zitten in plaats van driehonderd keer op te staan. Als je nu stopt met zeuren om mijn telefoon, krijg je hagelslag op je boterham. Eerst je banaan opeten, dan gaan we daarna voetballen. Hé, ik zie daar je iPad, maar eerst even je speen inleveren want die hoef je overdag niet te hebben. Ja, je mag een koekje, maar dan moet ik eerst even je neus schoonmaken.

 

Zorgvuldig doseren

Of, en ik denk zelf dat dit de ergste is: als je nu gaat slapen, krijg je morgen chocola. Die laatste doseer ik overigens zorgvuldig, het is niet zo dat Casper elke avond braaf z’n oogjes dichtdoet met een reep Tony Chocolonely op z’n netvlies, maar als het tegen tienen loopt en hij nog steeds trampoline staat te springen in bed, wil dit nog weleens helpen. Ik hou die belofte overigens ook, al denkt Casper er de volgende dag zelf niet meer aan. Anders neemt de werking van een dergelijk lokmiddel natuurlijk snel af en dat moet ik niet hebben, want dat onderhandelen komt me vaak maar al te goed uit. Het is namelijk vaak een vreedzame manier om iets gedaan te krijgen van mijn peuter. Misschien een tikje gemakzuchtig, want het voelt soms wel als een manier om het echte opvoeden te ontlopen.

 

Ik hou niet van conflicten

Confrontaties en conflicten vermijd je er makkelijk mee en dat is denk ik ook de belangrijkste reden die er bij mij aan ten grondslag ligt: ik hou niet van conflicten. Niet van het soort waarbij er een krijsende peuter aan mijn voeten ligt, alleen maar omdat ik heb verzocht drie kilometer duplo-rails niet verspreid door de kamer te laten slingeren, maar gewoon even in een doos te stoppen. Niet van het soort waarbij ik diezelfde peuter in de houdgreep moet nemen om zijn tanden te poetsen, terwijl hij bij het vooruitzicht van de iPad heel wat bereidwilliger is om mee te werken. Het resultaat is immers hetzelfde.

 

Onderhandelen is min of meer zo gegroeid

Ik vind streng zijn gewoon moeilijk. Ik ben namelijk zo’n nieuwerwetse praatmoeder die wil uitleggen, ruimte geven, samen tot een oplossing of een compromis komen. Onderhandelen, dus. Dat is geen bewuste keuze, dat is min of meer zo gegroeid. En ik sta er ook achter, al sla ik er soms echt te ver in door. Een gloednieuwe ToetToet auto aanschaffen alleen maar omdat Casper met dat vooruitzicht bij de tandarts z’n mond opendoet, is wellicht een tikje overdreven. Met zo’n prul uit het bakje in de praktijk was hij vast ook blij geweest. En er is ook nog zoiets als: het is gewoon even zo. Iedereen moet naar de tandarts, niemand vindt dat leuk, doe je mond open en deal ermee.
 

Lees ook
'Huishouden, werk, de kinderen: mijn man en ik onderhandelen over álles' >

 

Je mag best een keer nee zeggen

Laatst zei mijn moeder – die zich overigens nooit met mijn manier van opvoeden bemoeit, dus dit is een unicum – iets wat klinkt als kennis uit het basisboek opvoeden, maar wat ik eigenlijk een beetje vergeten was: je mag ook best een keer nee zeggen. Mag ik een Nijntje-koekje, vroeg Casper, omdat ik het pak per ongeluk op het aanrecht had laten staan en peuters leven volgens het ‘zien is willen’-principe. We zouden net gaan eten, dus ik begon aan een ingewikkelde uiteenzetting hoe hij straks zo’n koekje zou kunnen verkrijgen, als hij nu eerst zijn bord eegat, en zijn toetje en daarna ook nog braaf in bad zou gaan. Eigenlijk vond ik dat hele koekje niet nodig, maar hij had het nou eenmaal gezien, dus moest ik er iets mee, redeneerde ik. Tot mijn moeder mij die simpele doch doeltreffende tip aan de hand deed, ik het eens uitprobeerde en warempel, hij hield erover op en at alsnog zijn bord leeg. 

 

Koning van het 'mag ik'

Even later in bad deed hij bij het harenwassen uiteraard alsof hij werd mishandeld, maar daar had een Nijntjekoekje ook geen verandering in gebracht.Ik moet het vaker doen. Casper is de koning van het ‘mag ik’. Echt, hij gaat maar door. Mag ik op de bank lopen? Mag ik in de auto spelen? Mag ik op zusje Nora tekenen? Mag ik Brandweerman Sam kijken? Mag ik een fles? Mag ik kaas eten? Mag ik nu op de bank lopen? Mag ik nu kaas eten? Mag ik nu Brandweerman Sam kijken? Nee? Nu dan? En nu? Mag ik nu dan een fles?

 

Ontdekken hoever ze kunnen gaan

Van een pedagoog die ik eens interviewde leerde ik dat kinderen in het algemeen en peuters in het bijzonder heel graag af en toe tegen een grens oplopen en daar ook echt om vragen. Ontdekken hoever ze kunnen gaan, daar worden ze gelukkig van. Het schept immers duidelijkheid en kinderen en duidelijkheid is een gouden combi. In die zin bewijs je ze een dienst door gewoon nee te zeggen, of zonder tegenprestatie van ze te verlangen dat ze hun schoenen aandoen, ook al protesteren ze daarna alsof je ze zonder jas hebt meegenomen naar Lapland.

 

Brutale onderhandelpubers kweken

Het is goed ze het gevoel te geven dat ze iets in te brengen hebben en ze bij tijd en wijle te belonen voor gedrag dat je aanstaat, maar het hoeft niet de hele tijd. Daar schijn je ook nog brutale onderhandelpubers mee te kweken en dan red je het niet met een kwartiertje op de iPad of een biscuitje in het vooruitzicht, maar moet je serieuze Verenigde Naties-onderhandel-skills uit de kast trekken om ze over te halen hun wiskundehuiswerk te gaan doen en eerlijk gezegd: dat vooruitzicht spreekt me nou ook weer niet echt aan. Dus heb ik mezelf nu tot doel gesteld maximaal drie keer per dag te onderhandelen en alleen bij de echte peuter-pijnpunten: aan tafel blijven zitten, in bad en tandenpoetsen. En ik mag van mezelf Kindersurprises inzetten om hem over te halen op het potje te plassen, al is dat tot nu toe nog nooit gelukt. Verder krijgt hij kleine beloningen als één aflevering Peppa Big of samen een boekje lezen. Ik vind het nog niet zo eenvoudig, want de hele tijd schermen met dingen die Casper heel erg leuk vindt, is veel makkelijker.

 

Ik wil natuurlijk wel een eervolle vermelding

Maar hem voorbereiden op het echte leven, waarin hij ook niet elke dag een beloning krijgt voor elke stap die hij zet, is natuurlijk ook belangrijk. En mocht dit allemaal niet lukken, dan voed ik wel een kind op dat dat het later goed zal doen als onderhandelaar, houd ik mezelf voor. Kan-ie altijd nog bij de Verenigde Naties gaan werken. Mocht hij dan uiteindelijk de Nobelprijs voor het een of ander winnen, wil ik natuurlijk wel een eervolle vermelding.

 

Dit artikel staat in Kek Mama Magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 


 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

kind vermaakt zichzelf
Beeld: Unsplash

Hallo zeg, Joan is geen animatieteam voor kinderen die zich vervelen. Haar zoon moet echt heel ziek zijn, wil ze een potje met hem kwartetten.

Wachtend op het schoolplein raak ik in gesprek met de moeder van Fien, een klasgenoot van Callum. Uit beleefdheid informeer ik naar haar plannen voor de meivakantie. En krijg een dagbesteding voorgeschoteld waar menig animatieteam jaloers op zou zijn. Ze gaan naar het filmmuseum en Nemo. Ze heeft een dj­-workshop geregeld. Ze is van plan Fien pasta te leren koken. Ze doen met zijn tweetjes mee met de zwemvierdaagse, hebben twee moederdochter­-tennisclinics geboekt en uiteraard het gebruikelijke programma: verven, knutselen en koekjesbakken. En wij? Ook zulke leuke plannen?
 

'We zijn ons nog aan het oriënteren'

Eerlijk gezegd heb ik daar nog geen seconde over nagedacht. Bij twee weken vrij denk ik vooral aan ultieme rust. Beetje uitslapen, rustig de dag opstarten en dan kijken op welke momenten ik nog kan werken. Met wat geluk is het mooi weer en speelt Callum buiten. Bij hevige plensbuien gaan we een keer naar de bioscoop, maar ik weet niet eens of er iets draait. Ik hou het dus maar op: “We zijn ons nog aan het oriënteren.” Dat klinkt in ieder geval een stuk beter dan: “Ik heb niks gepland.”
 

Moedergen

Al komt het daar wel op neer. Ik ben namelijk niet zo’n entertainmentmachine. Ik mis de moederdeugd waarbij je dolgelukkig wordt van een middagje fröbelen of kwartetten met je kroost. Of van dekens en lakens een spannende hut maken. Dat moedergen heb ik nooit gehad. Ook niet toen Callum jonger was. Ik vond het heerlijk naar hem te kijken als hij met zijn kleine knuistjes een blokkentoren stapelde. Maar dan vanaf de bank met een espresso erbij.

En dat is altijd zo gebleven, ook nu hij zeven is. Ik voel me niet geroepen mee te klimmen op een klimrek, in zandbakken te grutten of deel te nemen aan watergevechten. Ik moedig hooguit aan en cater met liefde limonade en koekjes. ’s Zomers wil ik met alle plezier een zwembad opblazen, vullen met emmers lauw water en de hele collectie zwemattributen oppompen, maar dan houdt het op.

Van de Xbox weet ik alleen hoe hij aangaat, maar ik heb geen idee hoe ik een voetbalpoppetje naar voren kan bewegen, laat staan een bal schieten, dus dat hele Fifa18 is niet aan mij besteed. En ik mis het geduld om urenlang Muizenval, Toren van Pisa of Bunny Hop te spelen. Als een toren instort ben ik er meteen klaar mee en ik erger me nogal snel als ik niet win. En laten we het alsjeblieft niet hebben over Legopakketten in elkaar zetten, Callums grote passie.
 

Lego

Callum is dol op Lego Ninjago. Sinds zijn vijfde prutst hij de ingewikkeldste bouwwerken in elkaar. Hij bestudeert secuur gebruiksaanwijzingen die door de gemiddelde Ikea-klant als hogere wiskunde zouden worden betiteld. Af en toe wenst hij daar hulp of aanmoediging bij. Al was het maar omdat sommige priegelsteentjes echt lastig klemmen of hij net dat ene rode blokje niet kan vinden.

Of ik wil zoeken? Alvast een vliegtuigje in elkaar wil zetten? De vleugels van de adelaar maken? Zo’n taak schuif ik direct door naar mijn vriend, met de zeer vrouwonvriendelijke boodschap ‘moeders kunnen niet bouwen’. Voordat ik nu een feministische lawine over me heenkrijg: ik voed Callum verder reuze genderneutraal op. Hij leerde al jong dat vrouwen gelijk zijn aan mannen en we verdelen hier in huis keurig alle huishoudelijke taken, ongeacht de sekse. Maar als het om Lego gaat, komt dit politiek incorrecte statement me persoonlijk gewoon goed uit.
 

Sámen delen, sámen spelen

Gek genoeg heb ik wel engelengeduld als het op knuffelen aankomt. Lekker met Callum in bed tutten, samen in bad en stoeien op de bank. Ik ga ook graag mee als hij moet voetballen. Ik sla geen training over, juich om elk balcontact en mis niks, ook niet die uitwedstrijd om kwart over acht ’s ochtends. En voorlezen vind ik een feestje. Zowel voor het slapengaan of op de bank, als we net uit de bieb komen.

Niets zo leuk als mijn favoriete jeugdboeken opnieuw lezen en mijn kind enthousiasmeren voor taal. Maar daar houdt het qua ouderparticipatie wel bij op. Tot ongenoegen van mijn zoon, die heilig gelooft in het credo sámen delen, sámen spelen. Callum kan na zo’n zaterdagochtend, waarop ik in de stromende regen een uur heb gekeken naar een horde jonge hondjes en een bal, doodleuk vragen wat we straks gaan doen, als we thuis zijn. Nou, ik weet niet wat jij gaat doen, maar ik ga koffiedrinken en de krant lezen, denk ik dan. Of domweg candy crushen op de bank. In ieder geval schakel ik mezelf de rest van de dag uit. Even alleen met mijn eigen gedachten. En dat kan het beste als hij in zijn speelhoek Lego bouwt of Pokémonplaatjes op sterkte sorteert.
 

Uitzondering

De enige uitzondering maak ik als Callum ziek is. Een paar werken geleden had hij hoge koorts, hoofd­ en keelpijn en kon hij geen hap door zijn keel krijgen. Heel aandoenlijk en mijn hart brak. Ik wist niet hoe snel ik het hele arsenaal aan familiespellen en Beyblades (soort tollen, google maar) tevoorschijn moest halen. Ik was dolgelukkig dat ik hem kon afleiden met 45 potjes Pesten en Beyblade­gevechten. Maar man, wat was ik blij toen hij beter was en weer lekker buiten kon spelen met de jongens uit de buurt.

Dat zie ik toch het liefst, een kind dat met vriendjes buiten aan het schooieren is en zichzelf goed kan vermaken. Natuurlijk lukt dat niet elke dag. Zeker als zijn twaalfjarige stiefzus hier is, hoor ik regelmatig de woorden ‘ik verveel me’ rondzingen. Prima, niks mis mee. Heb ik vroeger ook veelvuldig gedaan. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat verveling fantastisch is voor de creativiteit. Kinderen hebben meer tijd nodig om prikkels te verwerken dan volwassenen. Dus als je kind zich verveelt of alles saai vindt, schijnt dat heel nuttig te zijn. Saai betekent namelijk rust en oplaadtijd voor de hersenen.
 

Zichzelf vermaken

Als je continu je kind entertaint of ideeën aandraagt om ergens mee te spelen, worden de hersenen niet voldoende gestimuleerd en dus lui, stellen experts. Kinderen leren zo niet om zichzelf te vermaken. Peter Gray, hoogleraar psychologie aan het Amerikaanse Boston College, maakt het nog bouder. Volgens hem moeten ouders die constant meespelen als er een vriendje komt, niet gek opkijken als hun kind narcistisch wordt. Hij stelt in zijn boek Free to learn dat ouders hun kinderen zelf moeten laten aanmodderen. Door je afzijdig te houden, geef je ze de kans hun empathisch vermogen te ontwikkelen. Ze weten dat vriendjes zomaar kunnen afhaken, als er geen ouder is die ingrijpt, dus zijn ze automatisch socialer.

Ik kan me ook niet herinneren dat mijn moeder marathonsessies touwtjespringen of knikkeren met mij hield of fijn mee kwam spelen met de Barbies. Noch de moeders van mijn vriendinnen. Ik weet ook niet wat ze wel deden. Het huishouden? Koffiedrinken? In mijn herinnering stond mijn moeder altijd op de tennisbaan, maar dat kan ik mis hebben.
 

Lees ook
VIDEO: dit doen moeders dus de hele dag >

 

De hele dag bezig met hun kind

Schijnbaar zijn de moeders in mijn omgeving allemaal reuze productief. Zeker degenen die maar één kind hebben, zijn de hele dag bezig om het hun kind naar de zin te maken. De moeders van Callums vriendje Bas gaat gerust met vier jongens tegelijk naar het bos om daar een speurtocht uit te zetten. Zomaar, omdat het woensdagmiddag is. Ik moet er niet aan denken.

Of lijkt dat maar zo, dat al die moeders hele dagen meespelen? Als ik de moeders van Callums voetbalelftal ernaar vraag, blijkt dat zij ook niet als animatieteam fungeren. Lucie doet zelfs helemaal niets. “Ben je gek, hooguit eens per jaar een bordspel, met Kerst. Verder vermaakt hij zich maar met zijn iPad of Playmobil.” Lian haat de Playstation waarmee haar zoon zich dagelijks amuseert. “Al die vreselijke autorace­games. Ik ga echt geen wedstrijdje met hem spelen hoor. Ter compensatie ga ik naast hem op de bank zitten als hij gamet, beetje Facebooken en appen met vriendinnen. Vindt hij ook reuze gezellig.” En Fatima, moeder van vier zonen en een dochter, is nog resoluter: “Nee hoor, spelletjes doen ze maar samen; genoeg broers, zeg ik altijd. Ik speel thuis al zo vaak voor scheidsrechter, dat vind ik voldoende.”

Hoe meer ik doorvraag, hoe meer eerlijke antwoorden ik krijg. Mijn collega Sophie biecht op dat ze soms wel erg lang doet over het zoeken naar de vingerverf in de hoop dat de kinderen inmiddels allang zijn vergeten wat ze zouden gaan doen.
 

Qualitytimen

Gesterkt door deze verhalen (maar ook met een tikkie schuldgevoel, want het is toch wel erg dat mijn zoon eerst ziek moet worden voor ik een keer met hem wil qualitytimen) besluit ik in de meivakantie toch iets met hem te gaan doen. En zo komt het dat ik na twee weken op het schoolplein bewust de moeder van Fien opzoek. Ik kan haar trots vertellen dat ik met Callum ben gaan midgetgolfen, dat ik een keer popcorn (magnetron, maar toch) met hem heb gemaakt en ook naar Nemo ben geweest. Dat Callum daar vervolgens als een haas op leeftijdsgenootjes afging met wie hij in de bellenblaasmachine kroop, waarop ik de hele middag op een bankje op mijn iPhone kon turen, is een detail dat ik wijselijk verzwijg.
 

Dit artikel staat in Kek Mama 07-2018 en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

fotoserie-babys-lijken-oud

De baby's uit onderstaande fotoserie zijn nog geen paar maanden oud, toch lijken ze al behoorlijk op leeftijd. Maar dat maakt ze ook wel weer behoorlijk lief.

Goed om te weten: de foto's zijn allemaal ingezonden door de trotse ouders zélf - van babyshaming is dus weinig sprake ;-).

 

Net Gordon Ramsay

 

En zei iemand Danny Devito?

 

Je ziet 'm nog net niet aan de bar van een Engelse Pub hangen

 

Lees ook
Ja, deze babynamen werden vorig jaar écht gegeven >

 

Samen met z'n concullega

 

Hij is al die aandacht nu al zat

 

Net als deze baby

 

En je dacht dat die new born shoot zo schattig zou worden...

 

Nu al wijzer dan z'n vader

 

Dus... En waar was jij gisteravond?

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >