de juf slordig tienminutengesprek
Beeld: Shutterstock

Een leerkracht vertelt aan Kek Mama wat ze meemaakt. Deze keer: Juf Mirella (27) geeft les aan groep 4.

Donderdagavond, groep 4, de tienminuten-gesprekken. Er komt een vader binnen die ik nog nooit heb gezien. Hij is superknap, type Brad Pitt in het jong. Maar dat is niet het enige wat me in verwarring brengt. Ik heb geen idee bij welk kind hij hoort.

Article continues after the ad

Mijn laptop is gisteren stuk gegaan. Toen heb ik op mijn mobiel genoteerd welke ouders ik zou spreken. Maar die telefoon ligt thuis. Mijn slordigheid brengt me vaak in de problemen, ik schaam me ervoor. Bij de vorige gesprekken was het geen punt, ik kende de ouders en wist wie hun kinderen waren. Maar deze vader ken ik dus niet. Hij stelt zich voor als Martijn. Dat zegt me ook niks.

8x Kek Mama + Studio Noos tas

Aanknopingspunten

Hij gaat tegenover me zitten. In mijn paniek besluit ik niet te vragen over welk kind we het gaan hebben. Dat staat te onprofessioneel. Ik moet het toch kunnen afleiden uit het gesprek? Ik steek van wal met: “Ik wil altijd graag weten of mijn kinderen graag naar school gaan. Hoe zit dat met jouw kind?” Martijn zegt: “Hij vindt het hartstikke leuk bij je.”

Het gaat dus om een jongen. Nu verder zoeken naar aanknopingspunten. “Wat vond je van zijn rapport?” Martijn antwoordt: “Dat was fantastisch, we zijn trots op hem.” De slimste jongen uit mijn klas is Boudewijn. Zou hij Martijns zoon zijn? Hoe gedraagt hij zich thuis, wil ik weten. Kan hij zich goed vermaken, slaapt hij goed, is hij druk, is hij niet te moe als hij uit school komt? Martijn is alleen maar positief, alles gaat prima. Intussen valt zijn zoons naam geen enkele keer. Dit zijn de langste tien minuten uit mijn leven.
 

Lees ook
Zo zorg je ervoor dat je alles uit het tienminutengesprek haalt >

 

Spreekbeurt

We hebben onlangs een ronde spreekbeurten gehad. Daar kan ik misschien iets uit opmaken. “Hoe vond hij zijn spreekbeurt?” vraag ik. “Geweldig”, zegt Martijn. “Pierre is zo gek op vliegeren. Hij vond het zo fijn dat hij erover mocht vertellen.”

Huh? Ik heb geen Pierre in mijn klas. De enige Pierre die ik ken is de jongere broer van mijn leerling Boudewijn. Dat is wel heel toevallig. Zou het kunnen zijn dat Martijn de vader van Boudewijn is en zich nu vergist in de naam van zijn twee zonen? Ik besluit een afgang te riskeren en ga voor Boudewijn. “Pierre? Martijn, we hebben het toch over Boudewijn?” Martijn kijkt schaapachtig. “Nee, over Pierre toch?” Hij fronst zijn wenkbrauwen. “Zit ik hier niet in groep 3B dan?” zegt hij. “Nee!” zeg ik. “In groep 4A!”
 

Leuke juf

We barsten allebei in lachen uit. “Heb jij niet gemerkt dat ik Pierre bedoelde?” vraagt Martijn. “Nee”, zeg ik, geheel naar waarheid. Martijn stelt vast dat het misverstand heeft kunnen ontstaan doordat zijn jongens qua gedrag erg op elkaar lijken: Pierre is net als Boudewijn de beste van de klas, hij gaat ook graag naar school, en hij geeft thuis ook geen problemen. Intussen zijn de tien minuten om. Opgelucht wijs ik Brad Pitt de weg naar klas 3B.

Twee dagen later zie ik Pierre en zijn moeder Bernadette op de gang lopen. “Mama, dat is de juf die papa zo leuk vindt!” roept Pierre. “Stil nou, Pierre”, zegt Bernadette. “Dag juf!” En ze geeft me een knipoog in het voorbijgaan.
 

Dit artikel staat in Kek Mama 05-2020.

 


Meer Kek Mama? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief >