Kek Mama-columnist Roos Schlikker schrijft elke maand bloedeerlijk en supergrappig over wat ze meemaakt. Deze maand: niet uitgenodigd worden op een partijtje.
Lees verder onder de advertentie
Ik had mijn mooiste kleren aan. Mijn nieuwe Levi’s 501, een strak shirtje, All Stars. Op school glimlachte ik naar haar. ‘Tot straks, hè’, seinden mijn ogen. Maar ze keek langs me heen. Toen ze een week daarvoor nonchalant aan me vroeg of ik eventueel op haar verjaardag wilde komen, kon ik alleen maar knikken. Ik was dertien en schuchter. Zij had al borsten en wist hoe je moest tongen. Lyrisch kwam ik thuis. Eindelijk hoorde ik erbij, ik mocht met het coole groepje meedoen.
Lees verder onder de advertentie
“Feestje? Jij?”, zei de jarige schamper
Maar de week vorderde en ze zei er niets meer over. Ik durfde ook niks te zeggen en wachtte af. Geen teken, geen informatie, geen blik van verstandhouding. Op de dag van het feestje had ik me vast gekleed voor de gelegenheid, maar na school liep ik met gekromde schouders naar huis. Mijn moeder was verbaasd en riep: “Het begint vast later. Bel haar maar even wanneer je kunt komen.” “De hoorn zweette tegen mijn handpalm toen ik haar aan de lijn kreeg. “Feestje? Jij?”, klonk het hoog. “Nou, dat was geen definitieve uitnodiging, hoor. Sorry, het is al bezig. Tot morgen.” Nog zie ik me staan, frunnikend aan het merkje van mijn Levi’s. Ik haalde diep adem om de bal in mijn binnenste niet te voelen. En vooral om niet te moeten huilen. Omdat ik zeker wist: ik zou nooit ergens bij horen. Toen mijn moeder vroeg hoe het nou zat, bromde ik puberiaans: “O, dat feestje is afgelast.” Nooit sprak ik er meer over.
Lees verder onder de advertentie
“O, dat feestje is al geweest,” zei mijn zoon
En nu komt Miró deze week thuis. Een vriendje was jarig, het jongetje met wie hij al sinds de kleuterschool optrekt. Ik vraag wat hij heeft uitgedeeld, en wat hij voor cadeautje wilde hebben. Miró haalt zijn schouders op. “O, dat feestje is al geweest.” En daar is het weer. Die bal achter mijn ribben. Dat gevoel van de aarde te vallen, nergens bij te horen. Maar ik wil het hem niet laten zien. Mijn pijn is de zijne niet en iedereen moet leren omgaan met de grilligheid van vriendschappen. Ik aai hem door zijn haar en vraag voorzichtig: “Vind je het erg, dat je niet was uitgenodigd?” Hij schudt zijn hoofd. “Neuh. Volgende week heb ik een ander feestje. Veel vetter. Er komt een echte tarantula!” En weg is hij, de bal aan zijn voeten gekleefd. Ik hoop zo dat hij het meent.
Lees verder onder de advertentie
Roos Schlikker (41) is journalist, schrijver, columnist en theatermaker, zowel letterlijk als figuurlijk. Samen met haar man François heeft ze twee zonen: Miró (6) en Róman (4). Mail Roos op roos@kekmama.nl.
Relaties lijken soms vanzelf te lopen, totdat dat ineens niet meer zo voelt. Want hoe leuk de eerste verliefde fase ook is, een langdurige relatie vraagt onderhoud. Zonder aandacht, liefde en inzet kan zelfs een sterke band langzaam afbrokkelen.
Van hitlijsten en volle zalen naar knuffels, eerste woordjes en tranen bij de kleinste struikelpartij: het leven van Mart Hoogkamer ziet er tegenwoordig net even anders uit, en hij geniet daar zichtbaar van.
Broers en zussen kunnen elkaar het leven zuur maken (lees: geruzie om niks), maar ook elkaars grootste vriend zijn. En terwijl jij denkt dat jij als ouder de hoofdrol speelt in de ontwikkeling van je kind, gebeurt er onderling ook iets belangrijks.
Femke is een boysmom en dat zal ze weten ook. Haar jongens zitten altijd onder de blauwe plekken en krassen, kleding is geregeld stuk en en wordt gestoeid alsof hun leven ervan afhangt.
Eindelijk is het zover voor Aida Jelies: haar allereerste rijles. Net achttien, mag ze voor het eerst zelf de weg op, iets waar ze zowel naar uitkijkt als tegenop ziet.
Opgroeien met een beroemde broer klinkt misschien als een groot backstagefeest, maar de realiteit is vaak net even anders. Monique Smit (36) vertelt daar openhartig over in de podcast De Bevers geven zich bloot.