Anke Laterveer
Beeld: Brenda van Leeuwen

Kek Mama-columnist Anke Laterveer is single moeder en schrijft elke week op Kekmama.nl supereerlijk en uitgesproken over wat ze meemaakt of wat haar opvalt. Deze week: autisme.

‘Heeft jouw zoon…autisme?’ Midden op het schoolplein spreekt een moeder me aan. Het laatste woord, autisme, klinkt iets zachter uit dan de rest van de zin. Alsof het een geheim is. Zoals men vroeger ‘K’ zei en geen ‘kanker’. ‘Is dat niet lastig?’, vraagt ze. ‘Ja, hij is autistisch’ zeg ik. ‘En nee, dat is niet erg hoor. We hebben er nauwelijks last van.’ Dat is niet helemaal waar, maar ik stel een ander graag gerust. Ja, hij is anders en ja, dat is vaak lastig, maar nee, dat is niet erg. Hij is nogal fantastisch. Autisme en al. De moeder kijkt me onderzoekend aan. ‘Kan hij wel gewoon bij andere kinderen spelen dan?’ vraagt ze nu. ‘Jazeker,’ zeg ik trots.

Twee jaar geleden kon hij dat nog niet. Twee jaar geleden wisten we net van zijn autisme. Hij had het er zwaar mee. Ik nam hem en zijn zusje op schoot en vertelde dat hij ‘andere hersenen’ heeft dan de meeste andere kinderen. Geen betere, geen slechtere, gewoon andere. Mijn zoon was opgelucht.

Het leukste jongetje van de hele wereld

Hij had al wel gezien hoe hij anders was dan andere kinderen. Hoe hij soms opeens heel boos kon worden als er onverwacht iets anders ging dan gepland. Hoe hij soms niet wist wat hij moest zeggen, terwijl de anderen dat precies leken te weten. Hoe mensen soms moesten lachen als hij het wel probeerde, maar hij kennelijk het verkeerde zei. ‘Ik dacht dat ik gewoon een heel stom jongetje was,’ zei hij. Ik pakte hem vast en vertelde hem wel duizend keer dat hij geen stom jongetje is. Hij is het leukste jongetje van de hele wereld. Een heerlijk joch dat iets meer structuur en duidelijkheid nodig heeft dan anderen. En niet zo houdt van drukke evenementen. Dat laatste is trouwens niet per se iets autistisch, dat heb ik zelf ook.

En nu, twee jaar later, weet iedereen van Jakobs hersenen. Alle kinderen uit de klas accepteren het zonder probleem. Hij wordt uitgenodigd voor partijtjes en gaat bij vriendjes spelen. Allemaal met zijn andere hersenen. Zo’n partijtje vergt nogal wat van hem. Er zit veel onvoorspelbaarheid in en veel interactie met andere kinderen. We proberen hem zo goed mogelijk voor te bereiden op wat er gaat komen, en zijn vader of ik moeten altijd mee. Net als naar schoolreisjes, sportdagen en speciale evenementen op school. Het is elke keer spannend en na afloop is hij kapot. Maar hij gaat! Hij doet het! En iedereen is blij dat hij er is. Niet in de laatste plaats hijzelf.

Och, wat superjammer nou!

De laatste tijd merk ik steeds minder van zijn autisme. Misschien omdat ik nu gewend ben altijd voorzorgsmaatregelen te nemen, uit te leggen en te structureren. Uitbarstingen te deëscaleren voor ze op hun hoogtepunt zijn. Of misschien omdat hij beter in zijn vel zit. Of allebei. Hoe dan ook is het fantastisch. Waren zijn hersenen eerst nog regelmatig onderwerp van gesprek, nu hebben we het er nog maar zelden over.

Behalve laatst, toen ik werd uitgenodigd voor een feestje waar ik eigenlijk helemaal niet heen wilde. 'En neem de kinderen gezellig mee!' Toen hoorde ik mezelf opeens zeggen: 'Och, wat superjammer nou! Ik was zo graag gegaan, maar Jakob kan echt niet tegen die drukte.’ Want ja, soms is autisme hartstikke lastig, maar soms komt het ook verdomde goed uit.

Anke Laterveer (36) is schrijver, columnist, cabaretier en web woman van Kek Mama. Samen met haar kinderen Jakob (7) en Hannah (6) woont ze in Haarlem.

Lees ook het verhaal dat Anke in Kek Mama van juni dit jaar schreef over haar zoon.

Lieve toe aan vakantie
Beeld: 123RF

Lieve (31) is moeder van Jan (3) en Dries (1). Na een heftige scheiding heeft ze de liefde opnieuw gevonden in Rogier, met wie ze een latrelatie heeft. Voor Kek Mama schrijft ze over alles wat ze sindsdien doormaakt.

Ik weet niet wie er meer aan toe is, Jan of ik. Wat hakt het er in zeg, zeven weken lang elke ochtend om 6.30 uur opstaan om die twee schatjes in de kleren te krijgen, hun buikjes te vullen en op tijd achter de deur te schuiven bij de juf. Ik ben gebroken.
 

'Tegenwoordig bepaalt meneer alles zelf'

Jan zit nu zeven weken op de basisschool. En in die zeven weken is het van een peuter en echte kleuter geworden. Of daar ook een soort van kleuterpuberteit bij hoort weet ik niet, maar tegenwoordig bepaalt meneer alles zelf. Dat heeft zo af en toe zijn charme maar vaker is het uitermate irritant. Vooral in de ochtenden is het vaker strijd dan dat het een gezellig ochtendritueel is.

Het begint al bij het aankleden. Want dan wil hij nog slapen. Of wil hij iets anders aan dan ik had bedacht (een eigen smaak zou trouwens verboden moeten worden). Of is hij ziek. Tenminste dat zegt ie. En als ik dreig met een zetpil dan is ie ineens weer beter.
 

Het meest verschrikkelijke deel

Dan komt het meest verschrikkelijke deel: het eten van één boterham. Een boterham, zelfs zonder korstjes, staat garant voor minimaal drie kwartier feest aan tafel. Pap gaat er al helemaal niet in en zonder enige vorm van ontbijt naar school vind ik meer iets voor een ontaarde moeder, en dat ben ik toevallig niet. In ieder geval niet voor acht uur ’s ochtends.

Als ik dit bespreek met de kind&oudercoach krijg ik allerlei tips. Een kookwekker om de tijd voor zijn boterham-moment te bepalen, een time-timer om het te visualiseren en tot slot tot twintig tellen en vooral heel erg rustig blijven en positief benaderen. En dat laatste blijkt vooral de laatste weken steeds moeilijker en moeilijker. Tot twintig tellen lukt nog wel maar dat rustig blijven en positief benaderen? Nee.
 

'Heb jij een oplossing?'

Het is alsof de koek een beetje op is. Bij Jan, maar zeker ook bij mij. Ik kan er de kracht niet meer voor op brengen om lekker pedagogisch verantwoord bezig te zijn. Dus eet Jan de laatste twee dagen voor de vakantie zijn boterham op de gang. Als ik hem ’s middags vraag, wanneer we op de fiets zitten naar huis, of hij een oplossing heeft, zegt hij ‘Gewoon, dat jij niet meer zo boos bent en ik mijn brood op eet’. Kinderlogica.
 

Toe aan vakantie

Wanneer ik op zaterdag wakker word van een klein lief kinderkusje en ik op mijn wekker kijk, ben ik blij verrast. Het is al negen uur! Als we rustig op zijn gestaan en aan tafel zitten, eet Jan alsof hij al weken niks gehad heeft. Wel drie boterhammen, met korstjes, gaan erin als zoete broodjes. Ach, laten we het erop houden dat ook hij enorm toe was aan vakantie :-).
 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

gebit-kind-tanden-wisselen-eerste-tandje

Tandartsen blijven erop hameren: vanaf het moment dat het eerste tandje tevoorschijn komt, moet je het gebit van je kind goed verzorgen. Maar wat is nu een goede poetsroutine en hoe zit het met tanden wisselen? Een paar belangrijke punten op een rij.

Lees ook
De beste tips: zo komt je kind van de speen af

 

  1. Over het algemeen komt het eerste tandje door tussen de 6 en 9 maanden - vaak eerst de onderste voortandjes. Vanaf dan is dagelijkse reiniging van het gebit dus ook nodig. Ook zou je al een afspraak bij de tandarts kunnen maken - al beginnen de meeste ouders hier vanaf een jaar of 2 mee.
  2. De meeste kinderen hebben rond hun derde het hele melkgebit compleet. Toch raadt de tandarts aan om het gebit al vanaf twee jaar elke dag twee keer te poetsen. Hiervoor kun je prima peutertandpasta gebruiken: daar zit minder fluoride in en als je kind dit inslikt, is het niet erg. Maar wat als je kind niet wilt poetsen? Kek Mama vroeg het aan échte experts. En deze komen soms met verrassende oplossingen.
  3. Ongeveer tien tot twintig procent van de kinderen hebben last van zogenaamde ‘kaasmolaren’: gelige of bruine vlekken die worden veroorzaakt door een fout in de samenstelling van het glazuur van de tand. Om de schade te beperken is het belangrijk dat het gebit goed verzorgd wordt. De tandarts kan ook helpen, door een speciale pasta of fluoride aan te brengen.
  4. Het glazuur van het melkgebit is dunner en minder sterk. Hierdoor ontstaan makkelijker gaatjes en slijt het glazuur van het melkgebit sneller. Op 7- of 8-jarige leeftijd kunnen de knobbels van de melkkiezen door het kauwen al zelfs zijn weggesleten. Goed dus, om het gebit van je kind goed te verzorgen.
  5. Tanden wisselen doen kinderen vaak vanaf 5- of 6-jarige leeftijd. In tegenstelling tot doorkomende melktandjes, merkt je kind hier vaak weinig van - behalve dat de melktand los gaat zitten. Goed poetsen is tijdens de wisselfase extra belangrijk, omdat de nieuwe tanden erg gevoelig zijn voor cariës (gaatjes).
  6. In principe is de richtlijn dat de speen rond het derde jaar wel weg kan, anders loopt je kind risico op een zogenaamde ‘overbite’. Opvoedkundige Tischa Neve: "Laat je kinderen te lang met een speen rondlopen, dan zijn ze niet te verstaan met zo'n ding in hun mond. Ook is het slecht voor de mondmotoriek en het gebit. Het wordt voor ouders alleen maar gemakzucht. Je denkt al snel: hup, speen erin, dan is mijn kind wel stil."
  7. Om het gebit te beschermen en je kind levenslang goede mondverzorgingsgewoontes bij te brengen, heeft de tandarts drie belangrijke tips: beperk de suikerinname om tandbederf te voorkomen, zorg ervoor dat kinderen genoeg fluoride krijgen (bijvoorbeeld door een behandeling bij de tandarts of door supplementen) en leer je kinderen om regelmatig en goed te poetsen en te flossen.

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >