Zodra ik de afrit van de boulevard naar het strand afloop, krijg ik een vakantiegevoel. Ik gooi de deuren van ons strandhuisje open en trek mijn schoenen uit. De kinderen staan al met hun voeten in het zee-water. Ik voel mijn lichaam ontspannen na een drukke week op mijn werk. Hè, hè, ik ben weer thuis.

Iedere zomer woon ik bijna zes weken lang op het strand. In het voorseizoen zijn we er elk weekend. Het voelt echt alsof ik in twee werelden leef: thuis en in ons vakantiehuisje.

More content below the advertising

Luisteren naar de zee

Al mijn hele leven breng ik de zomers door in Zandvoort. Ik was een baby toen mijn ouders me meenamen naar het strandhuisje van mijn oma. Later kregen zij een eigen huisje. Ik herinner me hoe we met de hele familie – mijn ouders, ooms en tantes – voor het huisje zaten. De volwassenen praatten met elkaar, de kinderen waren druk in de weer met waterspelletjes of een bal. We gingen garnalen vissen. Oma maakte een dikke koek, opa speelde op de mondharmonica en wij zongen. Als het me te druk werd, ging ik in mijn bikinibroekje achter het huisje liggen. Lekker in de zon luisteren naar de zee.

Gekust bij het kampvuur

Als tiener was ik altijd op het strand te vinden. De zomers waren lang en fantastisch, omdat ik een hele club vrienden en vriendinnen van dezelfde leeftijd had. Mensen met wie ik ben opgegroeid. Er werden disco-avonden georganiseerd. Gedanst en gesjanst. Prille liefdes ontstonden, er werd gekust bij het kampvuur.

Net zo gelukkig

Ik zou geen relatie kunnen hebben met een man die niet van het strand houdt. Arne en ik zijn jeugdliefdes, we kennen elkaar van het strand. Hij is er net zo gelukkig als ik. Hij gaat kiten, ik zwem en lig in de zon. Of ik zit bij vrienden met een kop koffie of een glas wijn. De kinderen doen spelletjes en springen op de trampoline. Mijn dochter Nova zegt nu al: ‘Mama, als ik later groot ben, wil ik ook een strandhuisje.’

Het hele verhaal staat in Kek Mama 07-2016.