Juf Ilva: ‘Dit is waarom ik heb ingestemd met het afschaffen van een moederdagcadeau knutselen op school’
Ilva Kuijpers (28) is leerkracht van groep 1/2. Iedere maand schrijft ze voor Kek Mama een column over haar belevenissen op de basisschool.
Fotografie: Nine IJff
Sanne Akkerman is bekend van haar sketchvideo’s op haar Instagramkanaal @laviesanne. Ze is moeder van James (9), Isé (6) en Amélie (2).
Ik heb mijn hele jeugd gekampeerd. Voor de duidelijkheid, we hebben het hier niet over glamping, dat woord bestond toen nog niet eens. Maar gewoon, met mijn ouders, elk jaar zes weken naar Terherne, een kneuterig en oergezellig Fries dorpje waar we stonden met een stacaravan die nét niet uit elkaar viel als het waaide.
Iedere zomer keerden dezelfde vertrouwde gezichten terug, de vaste kern. Maar er kwamen ook elk jaar weer nieuwe mensen bij, wat altijd zorgde voor een leuke dynamiek, nieuwe vriendschappen en natuurlijk de nodige vakantieliefdes. En uiteraard vonden daar de avontuurtjes en escapades plaats die je thuis never nooit had meegemaakt. Zoals stiekem om 22.30 uur je tent uit sneaken, ondanks het bevel van de ouders om stipt 22.00 in je slaapzak te liggen. Maar ja, we waren pubers, geen monniken. Iedereen deed het.
Mijn oma stond ook op de camping. En het mooie was, haar caravan had front row seats op mijn ontsnappingsroute. Vele ochtenden begroette ze me dan ook met een knipoog en een droge opmerking: “Was zeker nog gezellig gisteren bij Dian in de tent? Ik zal het niet tegen mama zeggen.”
Laatst vond ik een foto van ons, zittend met de hele vriendengroep op de pingpongtafel. Dé ontmoetingsplek. Daar werd gelachen, gesjanst, gepraat over het leven (lees: wie met wie ging), en heel soms ook nog gepingpongd. Mijn eerste keer dronken was natuurlijk óók op de camping. De biertjes gingen iets te soepel achterover. Twee vrienden hebben me onder de campingdouche gezet om bij te komen. Zo’n douche waar je eerst een muntje van 50 cent in moest gooien en dan had je precies vier minuten voordat het water abrupt stopte.
Maar tijden veranderen. Inmiddels is de camping verbouwd tot een strak vakantiepark, compleet met designhekken, luxe huisjes en geautomatiseerde slagbomen. Op de plek waar ooit onze wiebelige stacaravan stond, prijkt nu een wit, architectonisch kunstwerkje met een hypermodern interieur en waarschijnlijk een volautomatisch espressoapparaat dat lattes maakt met één druk op de knop. Het doet een beetje pijn, moet ik bekennen. Niet alleen omdat ik onze plek mis, maar ook omdat er geen enkel spoor meer te vinden is van de charme, de rommel en de sfeer die die camping ooit had.
En toch, in mijn hoofd is alles er nog. De rummikubpotjes met oma, de eindeloze BBQ-avondjes, mijn eerste zoen op de steiger, het surfplanken in ijskoud water omdat ‘het wel meevalt als je eenmaal d’r in zit’, en de avonden met vrienden, een gitaar, en foute kampvuurliedjes.
Ik ben dan misschien al jaren geen kampeerder meer, maar in mijn hart vol herinneringen ben ik nog steeds een ‘happy camper’.
Eerder schreef Sanne over verwaterde vriendschappen. Je leest het hier.