Bij Patrick werd ingebroken: ‘Ik zie nog de pijn in de ogen van mijn dochter’

patrick column Beeld: Paulien van Beusekom
Patrick van Rhijn
Patrick van Rhijn
Leestijd: 4 minuten

Patrick (54) is schrijver van romans en freelance tv-redacteur. Hij woonde over de hele wereld en heeft vijf kinderen. Voor zijn column put hij uit een oneindige bron van even herkenbare als opmerkelijke verhalen over het vaderschap.

Lees verder onder de advertentie

Oké, ik ben boos. Kwaad. Ziedend. Er is hier van de week ingebroken. Ik was met mijn zoon en dochter maar een uurtje weg om een taart te halen voor haar verjaardag de dag erna. En toen we terugkwamen en mijn 14-jarige als eerste het huis binnenging, vroeg hij: ‘Pap?! Heb jij het raam van je slaapkamer open laten staan?’ ‘Nee,’ antwoordde ik, ‘natuurlijk niet.’

Lees verder onder de advertentie

Dat vreemde gevoel van ‘er klopt iets niet’ als je je kamer binnenkomt en het raam staat wagenwijd open… Het is een woning in Spanje. Daar woon ik sinds een tijdje met twee van mijn kinderen. In de campo, oftewel buiten de stad. En al die huizen hebben tralies voor de ramen, dat is hier zoiets als open gordijnen en een houten klomp aan de muur bij ons. Maar het hekwerk was verdwenen! Compleet uit de muur gerukt. Glasscherven door de hele kamer en in mijn bed. Dan slaat de eerste schrik je om het hart. Wat is er weg??! Fuck!? Zijn de kids oké? Ik hoorde hen bijna tegelijk schrikken.

Dit raakt me het diepst

Als een hazewind ga ik door het huis. Contant geld weg! De laptop? Zoekzoekzoek. Nee, die ligt hier nog.

‘Waar zijn mijn geurtjes?’ hoor ik mijn 14-jarige zeggen. Ik schiet zijn kamer binnen. Alles is een bende (of nee wacht, dat was al). Hij kijkt beteuterd naar zijn bureau. ‘Mijn flesjes au de toilet zijn meegenomen’, zucht hij. Waar hij zo hard voor had gewerkt.

Lees verder onder de advertentie

Een vloek ontsnapt mijn lippen. ‘Welke gore hondel… heeft met zijn of haar poten in al onze spullen gezeten?’ Tot in mijn doos met ondergoed aan toe, wtf!

Plots hoor ik mijn dochter jammeren. Bij haar zijn al haar etuitjes met pennen, make upjes en andere persoonlijke spullen leeggegooid. Ze staat beduusd met haar iPad in haar handen, kapot. Een handafdruk op haar spiegel. Gadver. Ze doet haar sieradenkastje open, zo een waar je je kettinkjes en ringen netjes in kan opbergen.

‘Ohhhh, nee’, roept ze plots. ‘Al mijn ringetjes zijn weg!’ Ik zie de nog de pijn en schrik in haar ogen als ik dit schrijf. Die gaat me recht door mijn ziel. Dat ze mijn cash meenamen, ja, heel ka uu tee, maar dit raakt me het diepst. Ze hebben mijn meisje, een kind nog, haar ringetjes afgenomen. Helemaal geen dure sieraden, maar de persoonlijke waarde. Ze is ontroostbaar. ‘Ook de ringetjes die ik van mijn vriendinnen had gekregen! En van onze tijd in Zweden! Hoe kan iemand dit doen?,’ huilt ze. ‘Je ziet aan alles dat je in de kamer van een jong meisje bent en dan toch haar spulletjes meenemen?!’

Beseft iemand die dit doet welke impact dit heeft?

Ik kan wel door de grond zakken. Buiten kijk ik of ik nog ergens een spoor van die smeerlap(pen) zie. Helaas niet. Gaandeweg komen we achter meer zaken die verdwenen zijn. Mijn dochter heeft moeite om in haar eigen kamer te slapen sinds de inbraak. Wat een impact. Beseft iemand die dit soort dingen doet dat? Ze vindt haar kamer smerig en voelt zich er niet goed. Ondanks dat we hem schoon maken, ook energetisch, met salie. We geven het wat tijd.

Lees verder onder de advertentie

Desondanks is het mijn aard om altijd het positieve te blijven zien. Er is die dagen erna meer saamhorigheid, alsof we elkaar even beter voelen dan anders.

Dit is het leven, I know. Je zou je kinderen willen beschermen voor dit soort ervaringen en tegelijk weet ik ook dat het ze uiteindelijk sterker zal maken. Nou, daar houd ik me dan maar aan vast.

Meer lezen van Patrick? Hier vind je al zijn andere columns.

Lees verder onder de advertentie

Meest bekeken

Facebook Twitter Whatsapp E-mail