Simones zoon wilde een kamerruil: ‘Ik zie één voordeel aan dit alles’

columnist Simone de Bruijn Beeld: Mandy Brander
Elsemieke Tijmstra
Elsemieke Tijmstra
Leestijd: 4 minuten

Simone verwondert zich over kleine dingen in het leven, die ze koppelt aan grotere dingen. Soms alledaagse dingen, zoals vakantieliefdes van haar kinderen. Soms dingen die spelen in de maatschappij, zoals kinderen die het land uit worden gezet. Ze werkt als journalist, tekstschrijver en fotograaf. Ze woont samen met L. en hun twee zonen van 9 en 7.

Lees verder onder de advertentie

De jongste zoon had een gekoesterde wens: van kamer ruilen met zijn broer. Die kamer was groter. En waarom heeft de oudste recht op de grootste kamer? Meegaand en inlevend als ik ben (niet altijd de sterkste eigenschap in het ouderschap) en zelf ook vroeger de jongste in het gezin (met de kleinste kamer), voelde ik er wat voor. Ook met het oog op de karakterverschillen tussen de twee, vond ik het te verantwoorden. Waar de oudste altijd de hort op is, buitenspelen of bij vriendjes, is de jongste een huismus. Die is van het knutselen, bouwen en boekjes lezen op zijn kamer. Zo zou die grote kamer nog voor iets anders gebruikt worden dan enkel en alleen slapen.

Lees verder onder de advertentie

Kamers ruilen

Op een ochtend vroeg de jongste er voor de zoveelste keer naar. ‘Wanneer gaan we nou die kamers ruilen?’ Het was al een aantal maanden een terugkerend onderwerp, de oudste had inmiddels ingestemd met het plan. Elke keer wist ik het af te wimpelen. Geen tijd. Te druk. Te warm. Lees: ik had er geen zin in. Maar die ochtend hadden we niks op de planning. L. en ik zouden later die dag naar een bruiloft gaan en de kinderen uit logeren. De ochtend hadden we dus bewust leeg gehouden. In al mijn voortvarendheid hoorde ik mezelf zeggen ‘nu!’. De blik van L. sprak boekdelen.

Lees verder onder de advertentie

Gedoetjes

Ik had één regel: de bedden en de kledingkasten bleven staan. Verder mocht alles geswapt worden. Daar gingen we gedrieën (L. hield zich bewust afzijdig): beddengoed, knuffels, kleding, schoenen, kastjes, stoelen, bureaus, een slaapbank. Een hoop rotzooi: tekeningen, pop-its, foto’s, cd’s, boeken, Donald Duckjes, vriendenboekjes, magneten, medailles, knutsels, pokémonkaarten, loombandjes, puzzels. Het duurde niet lang of de jongste zat een Duckie te lezen en de oudste zat in een fotoalbum te bladeren. Ik was als enige aan het sjouwen. Ik riep ze er weer bij: focus jongens, jullie wilden dit.

Lees verder onder de advertentie

Daarna begonnen de gedoetjes. ‘Ik wil toch die slaapbank!’ ‘Hé, waarom gaat dat boekenkastje daarheen?’. ‘Die is van mij!’ ‘Nee van mij!’. Over alles. Ze vlogen elkaar in de haren. Gehuil aan beide kanten. L. kon zich niet langer afzijdig houden. De oudste: ‘Ik wilde dit al helemaal nooit, ik heb dit gedaan voor hem en ben over mijn eigen grenzen gegaan!’ (knap verwoord wel, dacht ik bij mezelf). Maar ik zette door. Niet terugkrabbelen, eye on the ball.

Eén voordeel

Toen we een paar uur later klaar waren, kreeg de jongste error in zijn hoofd. Het bed. Het bed was het grote probleem. Hij moest en zou in zijn eigen bed slapen, want er zaten voetbalplaatjes geplakt op het andere bed (het beddengoed hadden we uiteraard gewisseld en verder zijn het geheel identieke bedden). We besloten het te laten rusten. Zij gingen immers logeren, wij moesten inmiddels haasten voor de bruiloft.

Lees verder onder de advertentie

De volgende dag zei de jongste dat hij terug naar zijn eigen kleine kamer wilde. Tot grote tevredenheid van de oudste. Weer die blik van L. De kamerruil begon weer van voor af aan, dit keer met kleine oogjes. Ik zie één voordeel aan dit alles: het woord kamerruil valt niet meer in huis.

Meer lezen van Simone? Je vindt haar andere columns hier.

Lees verder onder de advertentie

Meest bekeken

Facebook Twitter Whatsapp E-mail