Kok en single moeder Charlotte Fielmich schreef een barbecueboek voor vrouwen toen ze thuis lag met een nekhernia. En nu was ze genomineerd voor Beste Barbecueboek Ter Wereld. Dit namen ze haar niet meer af. Veel mooier kon het niet worden. Dus wel. Want ze won.

Picture this: een gala-uitreiking met rode loper, camera’s en flitslichten. Een soort Oscar-avond, van films. Met een zaal vol culinaire concurrentie van over de hele wereld. Daar zat zij toch maar tussen, Charlotte Fielmich, all the way from Bos en Lommer, in haar beste tweedehands designjurk. Geflankeerd door de twee uitgevers van Uitgeverij Snor – de brengers van On Fire. Haar allereerste barbecueboek, meteen ook haar allereerste kookboek, en überhaupt haar allereerste boek ooit. Dat ze nota bene met één hand typte toen ze vanwege een nekhernia op bed lag. Charlotte Fielmich, single moeder van twee puberdochters, die nog helemaal niet zo heel lang geleden haar cateringbedrijf vanuit haar zes vierkante meter tellende Poppenkastkeukentje runde. En nu genomineerd voor Beste Barbecueboek Ter Wereld. Dit namen ze haar niet meer af. Veel mooier kon het niet worden. Dus wel. Want ze won.

Fikkie stoken

Een paar dagen later, nog een beetje wiebelig van de jetlag, zit de bekroonde barbecuekoningin met blote voeten aan de houten tafel van haar pas geopende kookatelier aan de Amsterdamse Sloterplas. Toen de eigenaar van dit jachthaventje, een vader uit de klas van haar dochter, haar vertelde dat hij nog iemand zocht voor het eetgedeelte, waren ze er snel uit. Eindelijk heeft ze écht de ruimte om goed te koken. Nu bedient ze een fonkelnieuw vijfpitsfornuis (“Dat ding kan harder koken dan ik, dat heb ik nog nooit meegemaakt”), met uitzicht op het water. Op een houten steiger staat de gear waarop ze haar winnende recepten uitprobeerde. Ze krijgt weer kippenvel als ze terugdenkt aan die avond in de Chinese badplaats Yantai. “Het grappige is: ik zie mezelf niet als barbecue-expert. Ik ben een gewone kok die van goed en lekker eten houdt, en graag af en toe een fikkie stookt. Barbecueën is altijd feestelijk, ’s zomers, maar ook ’s winters: dikke jas aan, muts op, glaasje wodka erbij, heerlijk. Ik wil vrouwen met mijn boek aansporen ook wat vaker een vuurtje te maken en er iets op te leggen. Zo moeilijk is het niet.”

Fake it till you make it

Charlotte mag dan wel doen wat ze het allerliefste doet, meer dan een inkomen op bijstandsniveau leverde haar cateringbedrijfje niet op. Ja, een nekhernia dus, van dat gesjouw met kisten en pannen. Als mensen haar vragen in welk sterrenrestaurant zij het liefst eet, moet ze hen het antwoord schuldig blijven. En dat voor iemand die naar eigen zeggen gemaakt is voor een luxe leven. In de tussentijd is ze van het adagium: fake it till you make it. “Voor mijn verjaardag vraag ik altijd overbodige luxeartikelen, zoals dure crèmes. Die merkpotjes vul ik halverwege het jaar bij met Hema-crème. Als ik ineens dertig euro heb, gaan we biefstuk eten. Dan zeg ik niet: dat stoppen we in het potje voor de huur. Je moet er zelf iets van maken. Een beetje doen alsof. Het openbare zwembadje voor de deur van ons huis noemde ik altijd ons privé-zwembad. Het is de meisjes nooit opgevallen dat we geen cent te makken hebben.”

Lees het hele artikel in Kek Mama 08-2015. 

In samenwerking met Kek Mama