Kinderen die als tiener weinig vertrouwen kregen van hun ouders, vertonen later vaak deze 6 gewoontes, volgens psychologen

overbezorgde ouders Beeld: Canva

‘App je even als je er bent?’ ‘Met wie ben je?’ ‘Wie rijdt er?’ ‘Hoe laat ben je thuis?’ Bezorgde ouders, we kennen ze allemaal. Maar als je ouders je als puber écht weinig vertrouwden en overal bovenop zaten, kun je daar als volwassene nog iets van merken. Bijvoorbeeld aan deze zes gewoontes.

Lees verder onder de advertentie

Je kind loslaten: leuk in theorie, een stuk minder leuk als diezelfde puber om 23:47 uur nog steeds niet op je appje heeft gereageerd. Toch is een beetje vrijheid belangrijk. Want als ouders vanuit bezorgdheid voortdurend ingrijpen, beslissingen overnemen of proberen te voorkomen dat er ook maar íéts misgaat, krijgt een kind minder gelegenheid om zelfstandig te worden.

Lees verder onder de advertentie

Dit wordt ook wel helikopterouderschap genoemd. En hoewel zo’n ouder natuurlijk meestal handelt vanuit liefde en bezorgdheid, wordt overbeschermend ouderschap in onderzoek in verband gebracht met onder meer minder zelfstandigheid en problemen met emotieregulatie. Had jij vroeger zo’n vader of moeder? Dan herken je deze dingen misschien.

1. Bij het minste of geringste schiet je in de stress

Trein gemist? Paniek. Verkeerde bijlage naar je baas gestuurd? Je carrière is voorbij. Een vriendin die al zes uur niet reageert? Ze zal je wel nooit meer willen spreken. Oké, licht overdreven. Maar als je ouders vroeger bij ieder probleem meteen te hulp schoten, heb je minder kunnen oefenen met zelf problemen oplossen.

Lees verder onder de advertentie

Kinderen leren omgaan met frustratie, stress en teleurstelling door die emoties ook daadwerkelijk te ervaren. Als papa of mama iedere hobbel alvast gladstrijkt, mis je een deel van die oefening. En dus kan een relatief klein probleem later ineens héél groot voelen.

2. Je twijfelt voortdurend aan jezelf

‘Laat mij dat maar even doen.’ Klinkt behulpzaam. En dat is het soms natuurlijk ook. Maar als je dat als kind héél vaak hoort, kan er onbedoeld nog een boodschap meekomen: blijkbaar kan ik het zelf niet.

Daar komt zelfeffectiviteit om de hoek kijken. Oftewel: het vertrouwen dat je hebt in je eigen vermogen om een bepaalde taak tot een goed einde te brengen. Als je ouders vroeger zelfs controleerden of je de deur wel goed op slot deed, is het misschien niet zo gek dat je twintig jaar later drie keer terugloopt naar de auto om te kijken of-ie écht dicht zit.

Lees verder onder de advertentie

3. Een simpele beslissing? HELP

Sushi of pizza? Zeg jij maar. Wel of niet naar dat feestje? Geen idee. Die nieuwe baan aannemen? Kun jij misschien even voor me beslissen? Zelf keuzes maken is iets wat je moet oefenen. Als je ouders vroeger veel beslissingen voor je namen, heb je daar simpelweg minder vlieguren in gemaakt.

En ja, daarbij horen ook slechte beslissingen. Die ene vriend die overduidelijk een wandelende rode vlag was? Achteraf een drama, maar waarschijnlijk heb je er wél iets van geleerd. Kinderen moeten soms een verkeerde afslag nemen om te ontdekken welke kant ze eigenlijk op willen.

4. Fouten maken voelt als het einde van de wereld

Een 8 gehaald? Waarom geen 9? Een fout gemaakt op je werk? Daar denk je drie werkdagen en twee slapeloze nachten nog over na. Overbezorgde ouders proberen hun kind vaak te behoeden voor mislukkingen. Lief bedoeld, maar daardoor kan een kind óók de boodschap meekrijgen dat fouten iets zijn wat je koste wat kost moet voorkomen.

Lees verder onder de advertentie

Hallo perfectionisme. Terwijl fouten maken juist hartstikke nuttig is. Je probeert iets, het gaat mis, je baalt als een stekker en de volgende keer pak je het anders aan. Niet leuk, wel leerzaam.

5. Je ziet overal beren op de weg

‘Pas op!’ ‘Doe voorzichtig!’ ‘Zou je dat nou wel doen?’ Natuurlijk moet je je kind waarschuwen als-ie op het punt staat iets levensgevaarlijks te doen. Maar er zit nogal wat ruimte tussen ‘lekker zelf ontdekken’ en ‘met een winkelwagentje de snelweg op’. Als ouders bij alles gevaar zien, kunnen kinderen die angst gaan overnemen. Voor je het weet voelt iets nieuws proberen vooral als iets wat fout kan gaan.

Lees verder onder de advertentie

En dat terwijl een beetje risico nemen juist bij opgroeien hoort. Niet: zonder rijbewijs de auto van je vader meenemen. Wel: mét rijbewijs voor het eerst alleen naar oma rijden terwijl je moeder thuis met samengeknepen billen naar Find My iPhone zit te staren. Loslaten heet dat. Schijnt erbij te horen.

6. Zonder aanmoediging kom je moeilijk in actie

Je huiswerk maken omdat je moeder anders boos wordt. Goede cijfers halen omdat je vader daar blij van wordt. Rechten studeren omdat je ouders dat ’tenminste een echte studie’ vinden. Allemaal voorbeelden van externe motivatie: je doet iets vanwege een prikkel van buitenaf.

Onderzoek naar overbeschermend ouderschap heeft een verband gevonden met meer externe en minder intrinsieke motivatie. Simpel gezegd: als anderen voortdurend bepalen wat je moet doen, kan het moeilijker worden om te ontdekken wat jíj eigenlijk wilt. En zodra je ouders niet meer over je schouder meekijken, moet je het ineens zelf bedenken. Best lastig als je jarenlang hebt geleerd vooral te luisteren naar wat een ander verstandig vindt.

Lees verder onder de advertentie

Betekent dit dat je je puber gewoon z’n gang moet laten gaan?

Eh, nee. Een zestienjarige die zegt: ‘Mam, rustig, ik weet echt wel wat ik doe’ levert daarmee nog niet automatisch het wetenschappelijke bewijs dat hij inderdaad weet wat ie doet. Pubers hebben grenzen nodig. Afspraken ook. En ouders die ingrijpen wanneer dat écht nodig is.

Tegelijkertijd hoort bij ouder worden dat kinderen steeds meer zelf mogen beslissen en verantwoordelijkheid leren dragen. Ook samen afspraken maken en je puber serieus nemen kan daarbij helpen. Het verschil zit ’m dus niet in wel of niet opvoeden, maar in begeleiden of alles overnemen.

Laat ze kiezen. Laat ze proberen. Laat ze af en toe grandioos de mist in gaan. En wees er vervolgens met een kop thee, een luisterend oor en – dit is misschien nog wel het moeilijkste – zonder meteen te zeggen: ‘Zie je wel, ik zei het toch.’

Helikopterouders willen het liefst álles onder controle houden, maar deze opvoedtrend doet precies het tegenovergestelde (en wordt steeds populairder). Je leest het hier.

Voeg ons toe als voorkeursbron
Lees verder onder de advertentie
Facebook Twitter Whatsapp E-mail