Bettina Holwerda deelt eerlijke kijk op huwelijk met Jim Bakkum: ‘Het piept en kraakt’
Volgens Bettina Holwerda hoeft liefde helemaal niet perfect te ogen om goed te zijn.
Canva
Veel zwangere vrouwen slikken extra vitamine D voor de ontwikkeling van hun baby, vooral voor de botten.
Maar onderzoekers kijken steeds vaker naar een andere vraag: kan vitamine D tijdens de zwangerschap ook invloed hebben op de ontwikkeling van het kinderbrein?
In Denemarken werd daarvoor een grootschalige studie uitgevoerd onder 623 zwangere vrouwen. Daarbij kregen vrouwen vanaf week 24 van hun zwangerschap tot een week na de bevalling dagelijks vitamine D-supplementen. De ene helft kreeg de standaardhoeveelheid van 400 IE (10 microgram) vitamine D3 per dag, zoals ook in Nederland en België vaak wordt aanbevolen. De andere helft kreeg een veel hogere dosis van 2.800 IE per dag.
Oorspronkelijk wilden de onderzoekers bekijken of extra vitamine D het risico op astma bij kinderen kon verkleinen. Dat effect werd uiteindelijk niet gevonden. Toch bleven de onderzoekers de kinderen volgen, waardoor later ook gekeken kon worden naar hun cognitieve ontwikkeling.
Toen de kinderen tien jaar oud waren, ondergingen 498 van hen een uitgebreid neuropsychologisch onderzoek. Daarbij werden elf verschillende cognitieve vaardigheden getest, waaronder aandacht, taal, werkgeheugen en planningsvermogen.
De opvallendste uitkomst: kinderen van moeders die tijdens de zwangerschap de hogere dosis vitamine D kregen, scoorden beter op drie onderdelen. Het ging om verbaal geheugen, visueel geheugen en cognitieve flexibiliteit, het vermogen om snel tussen verschillende mentale taken te schakelen.
Toch plaatsen onderzoekers daar meteen belangrijke kanttekeningen bij. De verschillen waren namelijk klein en bij acht van de elf cognitieve functies werd géén verschil gevonden, ook niet bij IQ-scores. De conclusie dat vitamine D automatisch voor “slimmere kinderen” zorgt, gaat dus veel te ver.
Daarnaast ging het om een zogenoemde post-hocanalyse. Dat betekent dat het onderzoek oorspronkelijk niet bedoeld was om cognitie te meten, maar dat onderzoekers later alsnog in de data zijn gaan zoeken naar mogelijke verbanden. Daarbij bestaat altijd het risico dat toevallige statistische uitkomsten eruitzien als échte effecten. Na extra statistische correcties bleef bovendien slechts een deel van de resultaten overeind: alleen de verbeteringen in verbaal en visueel geheugen bleven significant. Het effect op cognitieve flexibiliteit verdween na die correctie.
Ook is het belangrijk dat het onderzoek plaatsvond in Denemarken, bij een overwegend witte onderzoeksgroep die gemiddeld géén vitamine D-tekort had. In groepen waar tekorten vaker voorkomen, kunnen de effecten mogelijk anders uitpakken.
Onderzoekers benadrukken daarnaast dat méér vitamine D niet automatisch beter is. Een te hoge dosis kan schadelijk zijn en leiden tot te veel calcium in het bloed, wat gevolgen kan hebben voor hart en nieren. De gebruikte hoeveelheid van 2.800 IE bleef wel onder de officiële bovengrens van 4.000 IE per dag. De studie laat dus vooral zien dat vitamine D mogelijk een rol speelt bij bepaalde aspecten van hersenontwikkeling, maar zeker niet dat zwangere vrouwen nu massaal hogere doseringen moeten gaan slikken zonder medisch advies.
Uit een Chinees onderzoek ook dat zwangere vrouwen met lage vitamine D-waarden vaker kinderen krijgen met gaatjes. Je leest er hier meer over.
Beluister onze nieuwste podcast-aflevering hieronder!
Bron: JAMA