Fotografie: Kiki Rigters
Jody Bernal (45) werd in de zeroes beroemd met zijn zomerhit Que si que no. Hij groeide uit tot hét popidool van Nederland en stond bovenaan de hitlijsten. Inmiddels is Jody een succesvol dj en vader van twee dochters: Olivia en Poppy June. Wij spraken hem.
Lees verder onder de advertentie
Jody: “Toen ik drie maanden oud was, ben ik geadopteerd door mijn Nederlandse ouders. Jaren later bezocht ik mijn biologische familie in Colombia. Na dat bezoekje kreeg ik van hen een cd met Spaanstalige muziek mee. Daar stond Que si que no van El Símbolo op.
Dat nummer raakte me. Ik besloot er een eigen versie van te maken voor mijn auditie bij Your big break. Grappig genoeg won ik die talentenjacht niet, maar het liedje veranderde wel mijn hele leven. Mijn producer zei destijds zelfs: ‘Jij gaat de nieuwe Ricky Martin worden.’
Wantrouwig
Mijn allereerste optreden was op een jongerenfestival waar werkelijk geen hond stond. Tot ik later in het nieuws kwam. Toen ging het ineens heel snel en kon ik niet meer normaal over straat. Overal stonden gillende fans. In het begin vond ik dat geweldig. Het was precies waar ik altijd al van droomde, maar na een tijd verloor ik iets belangrijks: mijn vrijheid. Door alle aandacht werd ik wantrouwig. Ik sloot me af en ging minder naar verjaardagen en familiefeestjes. Daardoor voelde ik me vaak erg alleen.
Lees verder onder de advertentie
Die ene hit
Ik was nog maar achttien toen ik bekend werd. Mijn leeftijdsgenoten studeerden en ontdekten zichzelf, maar dat heb ik allemaal gemist. Mijn leven draaide om die ene hit. Pas rond mijn 24e begon ik me af te vragen: wat vind ik eigenlijk leuk? Op een gegeven moment kon ik het nummer echt niet meer horen, het ging me tegenstaan. Dat voelde dubbel, want het betaalde wel gewoon de hypotheek, dus bleef ik het zingen.
Lees verder onder de advertentie
Later ben ik als dj mijn eigen pad gaan zoeken. Maar ook dat was soms ingewikkeld, want overal waar ik kwam verwachtten mensen Que si que no, terwijl ik juist wilde laten zien dat ik meer in mijn mars had. De afgelopen tien jaar heb ik die hit pas echt leren omarmen. Ik maak nu mijn eigen remixes van Que si que no, gebruik het op mijn manier in mijn sets en geniet er weer van. Mensen voelen dat ook. Als jij het gelooft, gelooft het publiek het meestal ook.
Feesten, drank en drugs
Mijn gouden platen hebben jarenlang in een vuilniszak op zolder bij mijn moeder gelegen. Pas toen ik in Amsterdam ging wonen, heb ik ze meegenomen naar mijn eigen huis. Nu hangen ze in de gang. Ze mogen er zijn. Dat zegt eigenlijk alles over hoe ik nu naar die periode kijk.
De grootste omslag in mijn leven kwam toen ik vader werd. Daarvoor leefde ik behoorlijk los: veel feesten, drank en ook drugs. Toen mijn vrouw zwanger werd, dacht ik: nu moet ik verantwoordelijkheid nemen. Het leven draait dan niet meer alleen om jezelf. In het begin was dat wennen. Als artiest ben je gewend aan vrijheid, en ineens moet je vooruitdenken.
Lees verder onder de advertentie
In het moment
Maar wat me het meest raakte, was dat het thuis altijd ‘mama, mama’ was. Toen besefte ik: ik moet er meer zijn. En dat ben ik ook gaan doen. Ik leef meer in het moment met mijn kinderen. Maar waar ik wel écht een hekel aan heb is het woord ‘papadag’. Dat klinkt alsof het iets bijzonders is wanneer een vader voor zijn kinderen zorgt. We hebben toch ook geen mamadag? Echt, dat vind ik zo stom! Vaders horen net zo goed bij hun kinderen te zijn. Dat zou geen uitzondering moeten zijn.”
Lees verder onder de advertentie
We spraken ook Tooske Ragas, Sita Vermeulen en Renate Verbaan-Gerschtanowitz over de vroege zeroes – de jaren waarin hun leven compleet veranderde. Je leest het in de nieuwste editie van Kek Mama die nu in de winkel ligt.
Lees verder onder de advertentie