Je kind was toch gisteren nog een baby die weigerde te slapen tenzij jij precies 37 rondjes door de woonkamer liep? En ineens moet je een basisschool kiezen. Een plek waar je kind straks een groot deel van de week doorbrengt, vriendjes maakt, leert lezen en waarschijnlijk thuiskomt met mysterieuze uitspraken als: ‘Maar de juf zegt dat het wél zo moet.’
Lees verder onder de advertentie
Maar welk type school past eigenlijk bij jouw kind? Montessori, Dalton, Jenaplan, regulier onderwijs… Er valt nogal wat te kiezen. Geen paniek: we zetten de verschillende soorten basisscholen voor je op een rij.
Welke soorten basisscholen zijn er?
Basisscholen kunnen behoorlijk van elkaar verschillen. Niet alleen qua sfeer, grootte en ligging, maar ook in de manier waarop kinderen les krijgen. Sommige scholen werken vrij klassikaal, terwijl kinderen op andere scholen veel zelfstandiger werken of juist vaak samenwerken.
En dan heb je ook nog openbare en bijzondere scholen. Openbare scholen zijn toegankelijk voor ieder kind, ongeacht geloof of achtergrond. Bijzondere scholen werken vanuit een bepaalde levensovertuiging of onderwijsvisie. Denk aan een katholieke of protestants-christelijke school, maar ook aan scholen met een specifieke onderwijsmethode. Dit zijn een paar bekende onderwijsvormen.
Lees verder onder de advertentie
Regulier onderwijs
Op een reguliere basisschool krijgen kinderen meestal les in een vaste groep met een leerkracht. Vaak is er een duidelijk dagprogramma en worden vakken op vaste momenten aangeboden. Dat betekent trouwens niet dat iedere reguliere school hetzelfde is. De ene school legt bijvoorbeeld veel nadruk op zelfstandig werken, terwijl een andere school juist veel met thema’s, projecten of digitale middelen doet.
Lees verder onder de advertentie
Past mogelijk goed bij: kinderen die prettig functioneren bij duidelijkheid, structuur en een herkenbaar dagritme.
Montessori: ‘Help mij het zelf te doen’
Binnen het montessorionderwijs staat zelfstandigheid centraal. Kinderen krijgen ruimte om zelf taken te kiezen en in hun eigen tempo te werken. De leerkracht begeleidt daarbij en kijkt naar wat een kind nodig heeft. Je kind krijgt dus relatief veel verantwoordelijkheid. Voor sommige kinderen is dat heerlijk: eindelijk zelf bepalen waar je mee begint. Andere kinderen hebben juist wat meer behoefte aan een duidelijk: ‘Dit gaan we nu doen.’
Lees verder onder de advertentie
Past mogelijk goed bij: kinderen die graag zelfstandig bezig zijn, nieuwsgierig zijn en het fijn vinden om eigen keuzes te maken.
Daltononderwijs: zelfstandig én samen
Ook op een Daltonschool speelt zelfstandigheid een belangrijke rol. Kinderen leren plannen, verantwoordelijkheid nemen en samenwerken. Vaak krijgen ze taken die ze binnen een bepaalde periode moeten afronden. Vrijheid betekent hier overigens niet dat je kind om 10:00 uur kan besluiten dat rekenen vandaag even niet doorgaat. Het gaat om vrijheid binnen duidelijke afspraken en kaders.
Lees verder onder de advertentie
Past mogelijk goed bij: kinderen die graag verantwoordelijkheid krijgen en zowel zelfstandig als samen met anderen kunnen werken.
Jenaplan: veel leren van elkaar
Op een Jenaplanschool zitten kinderen vaak van verschillende leeftijden bij elkaar in een stamgroep. Samen praten, spelen, werken en vieren zijn belangrijke onderdelen van het onderwijs.
Het idee daarachter is onder andere dat kinderen van én met elkaar leren. De jongste kijkt de kunst af bij een ouder kind en een paar jaar later is hij ineens degene die uitlegt hoe het werkt. Kleine waarschuwing: die behulpzaamheid thuis bij het opruimen van de vaatwasser is niet gegarandeerd.
Past mogelijk goed bij: kinderen die graag samenwerken en zich prettig voelen in een sociale omgeving waarin verschillende leeftijden samenkomen.
Vrijeschoolonderwijs: aandacht voor hoofd, hart en handen
Op de vrijeschool draait onderwijs niet alleen om taal en rekenen. Ook creativiteit, beweging, verhalen, muziek en handvaardigheid krijgen veel aandacht. Het onderwijs volgt daarbij een eigen pedagogische visie en werkt veel met ritme en terugkerende activiteiten.
Past mogelijk goed bij: kinderen die graag creatief en praktisch bezig zijn en baat hebben bij ritme en een brede benadering van leren.
Ontwikkelingsgericht onderwijs
Bij ontwikkelingsgericht onderwijs wordt leren vaak gekoppeld aan betekenisvolle thema’s en activiteiten. Kinderen leren bijvoorbeeld taal en rekenen binnen onderwerpen die aansluiten bij hun belevingswereld. De leerkracht kijkt naar wat een kind al kan en helpt het vervolgens een stap verder. Daardoor kunnen spelen, onderzoeken en ‘gewoon’ leren behoorlijk door elkaar lopen.
Lees verder onder de advertentie
Past mogelijk goed bij: kinderen die nieuwsgierig zijn en graag leren vanuit herkenbare situaties en thema’s.
Welk type school past bij mijn kind?
Was het maar zo simpel als een online testje: vijf vragen beantwoorden en ping, jouw kind blijkt officieel een Montessori-kind. Zo werkt het helaas niet. Een onderwijsconcept zegt namelijk niet alles over een school. Twee Montessorischolen kunnen in de praktijk behoorlijk anders aanvoelen. En een reguliere basisschool kan elementen gebruiken die je ook bij Dalton- of ontwikkelingsgericht onderwijs tegenkomt. Kijk daarom niet alleen naar het bordje op de gevel, maar vooral naar je kind én naar de school zelf.
Lees verder onder de advertentie
Is je kind bijvoorbeeld iemand die veel structuur nodig heeft? Of bloeit het juist op als het zelf keuzes mag maken? Werkt je kind graag alleen of zoekt het voortdurend andere kinderen op? Hoe gaat het om met drukte? En heeft het veel uitdaging nodig of juist tijd om rustig ergens aan te wennen?
Je hoeft je kleuter daarbij overigens niet alvast volledig pedagogisch door te lichten. Kinderen ontwikkelen zich razendsnel. Wat op driejarige leeftijd typisch ‘jouw kind’ lijkt, kan op zesjarige leeftijd alweer heel anders zijn.
Waar let je op bij het kiezen van een basisschool?
Een onderwijsvisie kan prachtig klinken op een website, maar uiteindelijk wil je weten hoe die er op een doodgewone dinsdagochtend uitziet. Ga daarom vooral kijken op scholen.
Let tijdens een rondleiding bijvoorbeeld op de sfeer. Hoe praten leerkrachten tegen kinderen? Zijn de lokalen rustig of juist levendig? Wat gebeurt er als een kind extra hulp nodig heeft? Hoe groot zijn de groepen? Hoe communiceert de school met ouders? En misschien wel de beste graadmeter: hoe reageren de kinderen die er al rondlopen?
Lees verder onder de advertentie
Vraag ook hoe de school haar onderwijsvisie in de praktijk brengt. ‘Wij stimuleren zelfstandigheid’ klinkt uitstekend, maar hoe doen ze dat precies? Juist de concrete voorbeelden vertellen je veel. En ja, praktische zaken mogen óók meetellen. Een fantastische school op veertig minuten fietsen klinkt in theorie geweldig. Tot het november is, horizontaal regent en je om 08.21 uur ontdekt dat één fietssleutel spoorloos is.
Neem je gevoel serieus
Cijfers, onderwijsconcepten en schoolgidsen kunnen je helpen bij het kiezen van een basisschool. Maar onderschat je eigen indruk niet. Voelt de sfeer prettig? Kun je je voorstellen dat je kind hier iedere ochtend naar binnen loopt? Heb je vertrouwen in de mensen die je spreekt?
De ‘beste’ school bestaat niet voor ieder kind op dezelfde manier. Een school die perfect werkt voor het buurkind, hoeft niet automatisch bij jouw kind te passen. Kijk daarom naar de combinatie van onderwijs, sfeer, ondersteuning en praktische zaken.
En uiteindelijk blijft een schoolkeuze een beetje zoals veel dingen in het ouderschap: je verzamelt informatie, denkt er veel te lang over na, bespreekt het nog drie keer met je partner en neemt dan de beslissing waarvan je denkt dat die het beste past. Tot je kind na de eerste schooldag thuiskomt en vooral vertelt dat er rozijntjes waren.
Een zwangerschap terwijl je huwelijk net is stukgelopen, zet alles op zijn kop. Als vervolgens blijkt dat je niet één, maar drie baby’s verwacht, wordt die nieuwe werkelijkheid nog veel groter. Kim maakte het mee en werd midden in haar scheiding moeder van een eeneiige meisjesdrieling.
Wendy is trotse mama van een dochter (16) en een zoon (9). Hun gezinsleven is een heerlijke, soms chaotische mix van liefde en mooie momenten. Die deelt ze graag, ook de uitdagingen die op ons pad komen. Je volgt ons op Instagram.
Je vraagt je kind om zijn kamer op te ruimen en een halfuur later is er… precies niets gebeurd. Behalve dat er inmiddels nóg meer Lego op de vloer ligt. Herkenbaar? Misschien kun je de sterren de schuld geven.
“Waar zijn de kinderen eigenlijk?” Een vraag waarbij veel ouders tegenwoordig acuut hun telefoon zouden pakken. In de jaren zeventig en tachtig was het antwoord regelmatig: ergens buiten. Geen gps-horloge, geen WhatsApp en al helemaal geen ouder die iedere twintig minuten informeerde of alles nog goed ging. Als je maar thuis was voor het eten.
Rianne Arendsen (35) is onderwijskundige, docent kinderyoga, schrijver en o ja: moeder. Vooral moeder. In haar columns deelt ze haar observaties en bespiegelingen rondom het ouderschap – aanmodderen met de beste intenties. Volg Rianne ook op Substack.