verliefd op een schoolpleinvader

Karin werd smoorverliefd op een vader die ze kende van school. ‘Ik wilde hem echt niet van zijn vrouw afpikken. Nou ja, hooguit voor een weekendje.”

“Terwijl hij zich bukte om de veters van zijn zoon te strikken, keek hij me stralend aan. Ik werd knalrood. Shit. Zes weken schoolvakantie waren blijkbaar niet genoeg geweest. Ik hoorde mijn oudste roepen: ‘Maaaam, ik wil met Luc spelen. Kom nou.’

Mark was niet eens mijn type met zijn serieuze uitstraling, korte donkere haar en bril. Dat veranderde toen mijn zoon voor het eerst ging spelen bij die van hem. Toen ik Bas ophaalde, deed Mark in shirt en korte broek de deur open. Zijn haar zat warrig en opeens viel me op hoe gespierd hij was, hoe strak zijn lijf en hoe mooi zijn lach. Ik werd een beetje warm vanbinnen. We dronken een glaasje ranja met de jongens, kletsten over het mooie weer en ik verliet iets te blij zijn tuin.
 

'Het duurde niet lang voordat ik verliefd werd'

Vanaf dat moment ging ik beter op hem letten. Omdat onze kinderen bij elkaar in de klas zaten en vaker met elkaar speelden, was dat onvermijdelijk. ’s Ochtends in de kring, bij de fietsenstalling of tijdens speelochtenden raakten we regelmatig aan de praat. Er zijn niet veel mannen bij wie alles klopt, maar bij Mark wel. Zijn donkere stem, de blik in zijn ogen, zijn karakter: het duurde niet lang voordat ik verliefd werd.

We kwamen tegelijk aan op school en tussen de luizencapes en rugzakjes in de nauwe gang stond ik opeens heel dicht bij hem. Mijn neus raakte bijna zijn hals waardoor ik zijn eau de toilet vermengd met zijn lichaamsgeur rook. Die lekkere, warme geur sloeg in als een bom. Bám. Dit was het laatste zetje dat ik nodig had om mezelf te verliezen.

Ik gaf voortaan mijn zoon iets te snel een afscheidskus om tegelijk met Mark de school uit te kunnen lopen, bij het ophalen koos ik een strategisch plek op het schoolplein en toen ik Mark een keer zag borrelen met ouders die ik ook goed kende, haakte ik spontaan aan.

Onze gesprekken kregen steeds meer inhoud, we raakten bevriend. Zijn vrouw organiseerde af en toe een etentje of borrel met beide gezinnen. Ik hoopte dan dat hij zijn voet onder tafel tegen de mijne zou vlijen.
 

'We leken wel een gezin'

Op een studiedag stond Mark opeens voor mijn deur. Ik schrok ervan. Heel even dacht ik dat hij me kwam vertellen dat hij ook verliefd op mij was. Niks daarvan: “Luc wil graag met Bas spelen”, zei Mark. Ik had net mijn jongens beloofd naar de speeltuin te gaan en bood aan Luc mee te nemen. “Ik kan anders ook wel meegaan”, zei Mark. “Als jij me tenminste eerst een kop koffie aanbiedt.”

In de keuken maakte ik een sprongetje. Hij vond mij ook leuk. Anders ga je toch niet vrijwillig met een moeder van school naar de speeltuin? Omdat we net zaten te lunchen, pakte ik er twee borden bij en zette koffie. Ik probeerde hem te peilen, tastte zijn blik af. We fietsten naar de speeltuin. Drie blonde jongetjes, Mark en ik – we leken wel een gezin.
 

Een flesje water delen

In de speeltuin keken we op een bankje naar onze kinderen en deelden een flesje water. Ik wilde tegen hem aankruipen, maar deed niks. Dat flesje heb ik nog maandenlang meegenomen naar de sportschool. Ik had in de twaalf jaar dat Jan-Willem en ik samen waren, nog nooit zo veel gevoeld voor een andere man. En dat terwijl Jan-Willem en ik nog steeds dol waren op elkaar. We zaten wel een beetje in een sleur. Onze jongste zoon was twee, ons leven bestond uit luiers en doorwaakte nachten. Ik miste spanning. Het gevoel dat je alleen in het begin van een relatie hebt. Onzekerheid, tintelingen, geiligheid. Bij Mark voelde ik dat weer. Ik had bergen energie als ik hem had gezien.

Maar het holde me ook uit. Ik was verliefd, maar had ook verdriet. Ik huilde stiekem onder de douche en stond een hele middag met mijn mobiel in mijn handen omdat ik bijna uit elkaar spatte van verliefdheid en het iemand wilde vertellen. Uiteindelijk kon ik het niet langer voor me houden en heb ik mijn drie beste vriendinnen in vertrouwen genomen. Huilend en stotend, bang voor hun oordeel. Ze waren alle drie gek op Jan-Willem. Ze reageerden geschokt en verbaasd, maar veroordeelden me niet. Eindelijk kon ik een foto laten zien van ‘mijn schoolpleinman’ en vertellen wat er gaande was in mijn hoofd.
 

'Ik liep op mijn tenen om niks te laten merken'

Ik werd er ondertussen niet leuker op. Als ik Mark niet had gesproken, was ik chagrijnig. Als hij amicaal liep te doen met een andere moeder, hartstikke jaloers. Die ene keer dat hij met vrouw en kind het schoolplein af liep op weg naar een wintersportvakantie en iets te lang omkeek met een blik van: ik was liever met jou gegaan, wist ik zeker dat het wederzijds was. Toen hij na die vakantie niet direct naar me toekwam, zat ik in zak en as. Ik liep op mijn tenen om niks te laten merken. Niet op het schoolplein, niet bij mijn man, niet als we borrelden met Mark en zijn vrouw. Ik kreeg wallen van het wakker liggen en piekeren.

Op een avond vroeg ik mijn man hoe hij het zou vinden als ik het na twaalf jaar een keer met een ander zou doen. Jan-Willem werd asgrauw. Later vroeg hij me of ik iemand in gedachten had. Ja, zei ik. Of het iemand van school was? Ja. Mark? Nee, niet Mark.
 

'Schat, ben je verliefd op Mark?'

Maar een week later gingen we met de kinderen naar de klassenborrel en vroeg Jan-Willem het me opnieuw. Was ik verliefd op Mark? Ik knikte. Ik kon niet langer liegen. Het werd een gespannen middag, waarop ik elk contact met Mark vermeed. Ik voelde hoeveel pijn en angst het bij Jan-Willem veroorzaakte, maar ook hoe moe ik was van de innerlijke strijd die ik dagelijks voerde. Dat Mark een gezin had en een leuke vrouw die ik nooit zou willen kwetsen. Dat ik een gezin had en een leuke man die ik geen pijn wilde doen. Ik wist óók dat ik Mark nooit zou zoenen. Nooit zijn hand vast zou houden. Nooit mijn hoofd in zijn nek zou leggen. Nooit met hem zou vrijen.
 

'Die man moet uit mijn hoofd'

Natuurlijk heb ik vaak gedacht: ik kap ermee. Die man moet uit mijn hoofd. Ik wilde niet meer met tranen in mijn ogen het schoolplein verlaten omdat ik hem niet had gezien. Het leidde nergens toe. Een verhouding zou mijn huwelijk niet overleven en hem vergeten was de enige manier. Elke maandag als ik op de fiets stapte richting school, zei ik tegen mezelf: en nu is het klaar. Maar als ik hem dan weer zag, smolt ik.

En toen belde ik hem op. Zomaar op een donderdagmiddag. “Ik heb een probleem”, zei ik. “Ik vind je leuker dan de bedoeling is. We moeten maar niet meer borrelen en picknicken met z’n allen.” Hij reageerde heel kalm. Het echode nog lang na: “Ik vind je een fantastisch mens en voel me gevleid, maar ik deel je gevoelens niet.”
 

Lees ook:
Verliefd op een schoolpleinvader: 'We kregen steeds meer contact' >

 

'Hoezo voelde hij niks voor mij?'

Bij een vriendin heb ik als een klein kind uitgehuild. Ik was nooit van plan geweest Jan-Willem te verlaten, maar dit was niet wat ik wilde horen. Hoezo voelde hij niks voor mij? Die avond heb ik het mijn man verteld. Ik was doodsbang, maar moest het doen. Toen bleek weer hoe geweldig mijn eigen vent is, want Jan-Willem reageerde heel bijzonder. Hij vond me stoer en was ontzettend opgelucht dat ik voor hem had gekozen. We maakten er zelfs diezelfde avond nog grapjes over. Ik ging met een goed gevoel slapen. Ik had gekozen voor mijn man, mijn gezin én voor mezelf. Ik zou me niet kapot laten krijgen door een verliefdheid die niet eens wederzijds bleek.
 

'Als ik haar op het schoolplein zag, dook ik weg'

De volgende dag zag ik Mark weer op school. Ik durfde hem amper aan te kijken. Dat zijn vrouw het nu wist, vond ik misschien wel het ergst. Als vrienden hadden we bij elkaar gegeten en geborreld en nu bleek ik ineens verliefd op haar man. Hoe moest dat voor haar zijn? Bovendien vond ik haar oprecht een leuk mens. Ik ging haar wekenlang uit de weg. Als ik haar op het schoolplein zag, dook ik weg. Ik schaamde me diep en hoopte dat ze inzag dat ik nooit haar man heb willen inpikken. Of nou ja, behalve voor een weekendje dan.

Een paar weken later kon ik écht niet meer om haar heen. We raakten aan de praat en ze stelde voor samen een kop koffie te drinken. Ik was bloednerveus, maar ze was fantastisch. Ze had het zelf ooit meegemaakt en begreep dat zoiets kan gebeuren. Natuurlijk vond ze het niet leuk. Het stond immers onze vriendschap in de weg en ze had zich ook wel even bedreigd gevoeld. Omdat Mark zo duidelijk had gezegd dat het niet wederzijds was, was het oké voor haar. Ze hoopte dat we op een dag onze vriendschap weer konden oppikken.
 

Pauze

Dat is nu ruim een jaar geleden. Dat het niet wederzijds was, doet pijn. Nog steeds, want Mark laat me nog altijd niet onberoerd. Maar het zal me niet meer gebeuren dat hij zo diep onder mijn huid kruipt. Na een pauze van een halfjaar komen hij en zijn vrouw weer als vrienden bij ons over de vloer.

We grappen erover dat Bas inmiddels op een andere school zit. Dat dit wat hen betreft nou ook weer niet nodig was geweest. Ik lach dan het hardst, maar diep vanbinnen weet ik dat die keuze niet alleen met onze zoon te maken heeft. Het is ook goed dat ik Mark niet meer op het schoolplein zie.”
 

Dit artikel staat in Kek Mama 05-2015.



 


Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

moeder leuk na scheiding
Beeld: Pixabay

Mary houdt van haar kinderen, maar vindt het prima als ze er even niet zijn. 'Na de scheiding is iedereen blij: ik met mijn vrijheid, mijn ex met zijn twintig jaar jongere vrouw.'

Mary is gescheiden en moeder van zoon Kjeld (7) en dochter Marit (5). "Een gezinnetje stond bepaald niet boven aan mijn verlanglijst toen ik jong was. Evenmin als trouwen of een eengezinswoning. Nu weet ik waarom. Ik heb ze alle drie geprobeerd en stuk voor stuk laten mislukken. Behalve die kinderen dan, maar over mijn moederschap heb ik niet alle zeven jaren kunnen zeggen dat ik het goed deed.

Ik ben altijd al op mezelf geweest. Heb veel ruimte nodig en voel me snel geclaimd door partners en vrienden. Ik hobbelde een beetje van vriendje naar vriendje, woonde nooit langer dan twee jaar op hetzelfde adres en werkte hard om vooral zo veel mogelijk te kunnen reizen. Een traditioneel gezinsleven paste mij niet, dacht ik. Maar toen kwam ik Vladimir tegen.
 

'Ik viel als een blok'

Ik was 27 en hoewel ik veel had gezien van de wereld, was ik nog lang niet volwassen. Ik bracht mijn weekends door op festivals en feestjes, geloofde niet in eeuwige trouw en dacht niet verder dan de dag van morgen. Wat ik verdiende maakte ik dezelfde dag nog op; mijn enige kostbare bezit waren mijn universiteitsdiploma en de antieke viool van mijn opa.

Vladimir was het tegenovergestelde. Negen jaar ouder dan ik, serieuzer, bezorgder. Niet de vrije geest die ik was, dus dat onze relatie gedoemd was te mislukken kon een blinde zelfs zien. Toch viel ik als een blok voor hem. In eerste instantie vanwege zijn erudiete verschijning en zijn belezenheid. Hij werkte aan de universiteit als onderzoeker en bracht ook zijn vrije tijd het liefst met boeken door. Ik keek immens tegen hem op. Hij viel op zijn beurt voor mijn ‘sprankeling’, zoals hij dat noemde. Vond het vooral een uitdaging me te temmen, waar ik op mijn beurt hoopte rust bij hem te vinden.
 

Kletsen op het balkon

Opmerkelijk genoeg ontmoetten we elkaar op een feestje. Een vriendin van mij deed haar eindonderzoek bij hem en tijdens haar afstudeerfeest kwam hij beleefdheidshalve langs voor één glas cognac. Dat drinkt-ie ook nog ja, cognac. Woest aantrekkelijk vond ik dat – al moet ik er nu om lachen: hij was achtendertig, niet bejaard.

We kletsten op het balkon van haar woning en toen zijn glas leeg was, vroeg hij of hij me mocht bellen. De volgende dag gingen we uit eten en verlieten elkaars zijde nooit meer – nou ja, tot anderhalf jaar geleden. Drie maanden nadat ik hem tegenkwam, zegde ik de huur van mijn appartement op.
 

'Als ik nu niet ren...'

Oerinstinct is iets heel sterks. In de eerste maand van onze relatie, waarin hij mij doorlopend zijn liefde verklaarde en verkondigde dat hij gek zou worden zonder mij, dacht ik wel tien keer: als ik nu niet ren, kom ik nooit meer weg. Maar ik rende niet. Ik was verliefd, en hij bood me waar ik ondanks mijn drang naar levensvrijheid zo naar snakte: stabiliteit. Je kunt niet eindeloos door het leven blijven dartelen. Samen vonden we een gulden middenweg. Dacht ik. Ik zou hem levenslust geven, hij mij zekerheid. Nu weet ik dat liefde zo niet werkt.
 

Moederinstinct

Met mijn verliefdheid kwam ook een heel ander instinct in mij naar boven: dat van een moeder. Wat ik nooit voor mogelijk had gehouden gebeurde: toen we nog geen halfjaar samen waren, snakte ik naar een kind. Vladimir wist het zo net nog niet. Hij wilde nog zo veel bereiken, zei hij. Dingen leren, ontdekken. Een halfjaar is wat snel om aan een kind te beginnen, vond ik ook. Dus probeerde ik het los te laten, maar las ondertussen alles wat los en vast zat over het moederschap.

Toen we een jaar samen waren – ik was bijna 29 – spoelde ik met zijn medeweten de pil door de wc. ‘Voor mij is het welkom’, zei ik. ‘Als dat voor jou niet zo is, liggen dáár de condooms.’ Een halfjaar later was ik zwanger en belde Vladimir als eerste huilend van geluk zijn hele familie af om het blije nieuws te verkondigen. Ook ik was dolgelukkig. Zeven maanden lang leefden we in onze bubbel van babyvoorbereidingen en een alles overstijgende verliefdheid. We kochten een huis en trouwden. Alle dingen waarvan ik altijd had geroepen dat ze niet bij me pasten.
 

Met stomheid geslagen

Kjeld werd geboren. En waar ik hoopte overmand te worden door onvoorwaardelijke liefde en zorgzaamheid, was ik vooral met stomheid geslagen. Ik had me het moederschap heel anders voorgesteld. Als een soort serene staat van rust vooral, waarin de baby voornamelijk sliep en ik boeken las, wat werk deed en een nestje bouwde voor ons gezin. In plaats daarvan zat ik met tepelkloven nachtenlang rechtop in bed met een huilbaby van wie ik niks begreep, en een man die met geen mogelijkheid wakker te krijgen was. Ik vond er geen klap aan, dat hele moederschap.

Toen Kjeld een jaar was, werd het leuker. Hij begon te communiceren, ik kreeg weer wat ruimte voor mezelf en hij deed het goed op de crèche terwijl ik vier dagen per week werkte. En wat denk je dat ik deed, in plaats van genieten van een situatie die – ergens in de verte – weer wat overeenkomsten vertoonde met het leven dat ik ooit zo liefhad? Ik begon dat jaar over een tweede baby.

Geen compleet ridicule inschatting: Marit bleek een droombaby. Maar wel het tweede kind in huis, en dat betekende dat wanneer ik niet werkte ik alleen maar aan het moederen was. Als Kjeld eindelijk sliep, was Marit wakker, en andersom. Vladimir had het druk op de universiteit en begreep niks van mijn wanhoopskreten. ‘Hoezo vind je het zwaar?’ vroeg hij. ‘Het zijn baby’s, en je hebt drie dagen weekend.’
 

'Ondertussen verloor ik mezelf'

Ik hield van mijn kinderen. Ik deed het allemaal; de borstvoeding, het co­-sleepen, de doorwaakte nachten en cursussen Muziek op Schoot. Natúúrlijk deed ik dat. Omdat het moest. Maar ondertussen verloor ik mezelf steeds een beetje meer. Ik vond het niet leuk, het zorgen, 24 uur per dag klaarstaan, nooit aan mezelf toekomen.

Met het moederschap verloor ik behalve mezelf bovendien nog iemand: Vladimir. Die weliswaar net zo gek was op onze kinderen als ik, maar ook op zijn 26-­jarige PhD-­medewerker. Toen Marit twee was, vroeg hij de scheiding aan. Het kwam niet als een verrassing. We zijn geen gelijke geesten, Vladimir en ik. Zijn nieuwe liefde en hij wel. Samen hebben we iets heel moois bereikt: onze kinderen.
 

'Het werd een regelrechte vechtscheiding'

Maar met de aanvraag van de scheiding onttrok hij zich meteen aan alle verantwoordelijkheid voor hen. Op dagen die hij eigenlijk zou doorbrengen met onze kinderen, was hij opeens op stedentrip met zijn assistente. Alle regelzaken met betrekking tot de kinderen kwamen ook voor mijn rekening. Daar was ik het niet mee eens. Ik hoefde geen geld, wel verantwoordelijkheidsgevoel van zijn kant. Het werd een regelrechte vechtscheiding, met advocaten, ruzies over geld en moddersmijterij naar familie. Eén ding deden we goed: de kinderen bleven buiten schot. Die merkten er niet veel meer van dan een papa of mama die af en toe wat prikkelbaarder was.
 

Lees ook
11 Dingen die ik leerde van mijn scheiding >

 

Genieten van mijn rol als moeder

Mij kostte het jaren van mijn leven, qua stress. Maar we zijn nu ruim anderhalf jaar verder en boven alles heeft de scheiding van Vladimir me meer opgeleverd dan ik ooit had durven dromen. Met – na lang onderhandelen – co­-ouderschap en dus maar de helft van de tijd zorg voor mijn kinderen, kan ik voor het eerst van mijn leven oprecht genieten van mijn rol als moeder.

Begrijp me niet verkeerd: als Vladimir uit ons leven was verdwenen, had ik Kjeld en Marit evengoed een geweldige jeugd bezorgd. Maar nu we de zorg eerlijk verdelen, vind ik het oprecht leuk. In de week dat ik de kinderen niet heb, werk ik tot diep in de nacht, duik de kroeg in wanneer ik daar zin in heb en als ik wil scharrelen met een man, dan doe ik dat. Mary-­tijd. In de weken dat de kinderen bij mij zijn, heb ik hierdoor eindelijk de rust om me compleet op hen te focussen. Dan geniet ik ervan om twintig keer met ze van dezelfde glijbaan te gaan, of iets lekkers te koken na een lange dag werken.

Als moeder ben ik veel relaxter geworden, omdat ik kan genieten. Wanneer ze op maandagochtend vertrekken, mis ik ze net zo hard als dat ik blij ben dat ik weer tijd heb voor mezelf. Net zo goed als ik een week later met pijn in mijn hart een spannende afspraak laat lopen, maar me wel me verheug op hun komst. Mijn leven is het afgelopen jaar voor het eerst sinds ik kinderen heb in balans.

Ik geloof dat er vrouwen zijn die niks liever doen dan moederen en kapot zouden gaan in een situatie als de mijne. Ik heb daar respect voor, en vraag me weleens af of het mij minderwaardig maakt als moeder dat ik dat anders beleef. Maar dan dans ik een seconde later door mijn woonkamer op mijn kinderloze zaterdagmiddag en voel me gelukkiger dan ooit.

Natuurlijk steekt het dat mijn kinderen de dagen bij hem doorbrengen met een stiefmoeder voor wie hij me inruilde en die tien jaar jonger is dan ik. Maar feitelijk wilde ik zelf ook al lang weg uit ons huwelijk, en dat er een vrouw is om de zorg van Vladimir over te nemen wanneer hij weer eens diep in zijn boeken duikt, stemt me tegelijkertijd gerust. Het leven had niet beter kunnen lopen. Ik heb mijn kinderen én mijn vrijheid. En het belangrijkste: Kjeld en Marit zijn gelukkig zo. Dankzij Vladimir weet ik wat liefde is doordat hij me kinderen schonk, maar ook dat een relatie niet hoeft. We hebben allemaal gewonnen.”
 

Dit artikel staat in Kek Mama 10-2018.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

Anna's scheiding

Na negen jaar huwelijk en twee jaar relatietherapie, heeft Anna (36) een rigoureus besluit genomen: ze gaat scheiden van Tim (41). Vanuit het nieuwe huis dat ze sindsdien bewoont met zonen Oscar (4) en Merlijn (9), vertelt ze elke twee weken over haar scheidingsleed én -vermaak – want dat laatste is er gelukkig ook.

Het is zaterdagochtend, als ik me onder de dekens omdraai naar Ben-de-vakantievader. Ik voel me fantastisch: alsof ik zestien ben, jarig en een beetje aangeschoten tegelijk. Ik kan me niet heugen dat ik zó verliefd ben geweest. Zelfs niet op Tim, realiseer ik me met enige schaamte. We houden de kinderen er voorlopig buiten, hebben Ben en ik besloten; Oscar en Merlijn hebben al genoeg vrouwen langs zien komen bij Tim, en Bens scheiding is nog vers. Eerst zien hoe leuk wíj elkaar blijven vinden, voordat we het aan de grote klok hangen.

Tim is als een blad aan de boom omgeslagen na onze confrontatie in het restaurant waarbij hij ongepland ook Ben ontmoette, een paar weken geleden, en brengt zijn weekends met de kinderen nu al voor de derde keer op rij zonder enige discussie met ze door. Zou het dan eindelijk zover zijn, dat rustiger vaarwater? Hebben we onze draai als exen en gezamenlijke ouders van Oscar en Merlijn gevonden? Met vlinders in mijn buik geef ik Ben een kus. Ik hóóp het zo, denk ik; deze ruimte voor nieuwe liefde wil ik niet meer kwijt – net als die liefde zelf, trouwens.

 

Lees ook:
‘Twee tafeltjes verderop zit Tim met zijn nieuwste scharrel’ >

 

Champagne op bed

“Hé schone slaapster”, zegt Ben. “Niet bewegen: ik ben zo terug.” Terwijl ik hem hoor rommelen in de keuken, gooi ik snel wat foundation op mijn gezicht, borstel mijn haar en neem een slok mondwater. Alsof ik nooit het bed verlaten heb, wacht ik hem op in een pose die het babyrolletje op mijn buik handig verdoezelt.

“Schuif eens op.” Met een grijns van oor tot oor staat Ben in de deuropening van zijn slaapkamer. Zijn dienblad moet niet te tillen zijn: met de verzameling champagne, koffie en vers fruit die hij heeft meegezeuld, kun je een complete familie voeden.

Een man die me in de watten legt – hij bestáát dus, denk ik, en woel door zijn warrige krullen. We kletsen en zoenen en lachen en eten, en twee uur later liggen we er nog steeds. We raken niet uitgepraat en doorlopen alle emoties samen, van onbedaarlijk de slappe lach tot tranen om gebeurtenissen uit onze verledens – en alles daartussenin. Met deze man kan ik trouwen, denk ik, en schrik van mijn eigen gedachte. “Jemig”, zegt Ben op hetzelfde moment, “als we allebei niet al in krankzinnige scheidingen lagen, zou ik morgen met je trouwen.” Uit pure schok schieten we opnieuw in de lach.

 

Samengesteld gezin

“Over een paar weken erger je je aan alles wat je nu zo leuk vindt”, knipoog ik, “en klopt het leven weer.”
“Onmogelijk”, zegt Ben. “Over een paar weken weten de kinderen over ons en hoeven we elkaar echt bijna geen dag meer te missen.”

Ik kan het niet geloven, maar ik zou niet anders willen, realiseer ik me. Twee jaar na dato ben ik er echt overheen, mijn scheiding. Al vrees ik dat dat rustige vaarwater er met deze allesoverheersende verliefdheid én misschien wel een samengesteld gezin in het verschiet, voorlopig nog niet in zit.

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >