uit elkaar gegroeid
Beeld: 123RF

Ach ja, die goeie ouwe tijd. Toen we elkaar wellustig besprongen en om niks konden lachen. En nu is het jaren later en zijn we elkaar ongemerkt uit het oog verloren. “Hij kijkt sport, ik Netflix.”

Fenneke (37): “Roel is eerder vreemdgegaan. Zeventien jaar geleden, toen we nog studeerden. Met een griet met wie hij achter de bar werkte. Toen ik daarachter kwam, leek het alsof er een mes in mijn hart werd gestoken. Ik weet nog dat ik hyperventilerend bij een vriendin op de bank zat. Later sloeg de woede toe. Ik heb al z’n spullen uit het raam gegooid.
 

More content below the advertising

Binding

We waren nog ukkies, waarschijnlijk voelde Roel zich te jong om zich te binden. Toch bleven we bij elkaar. Er was iets wat ons bond. Humor vooral – niemand kan mij zo laten lachen als hij. En onze reislust. Elke winter gingen we zeker een maand backpacken. Azië, Zuid-Amerika. En toen werd vijf jaar geleden onze zoon Joris geboren. Na een korte opleving – want verdorie, wat hadden we samen een mooi mannetje gemaakt – zakte onze relatie ongemerkt in. Was het onze verhuizing naar een buitenwijk? Dat we niet meer lukraak het vliegtuig konden pakken? Het vaste stramien van Joris naar de opvang brengen, werken, Joris ophalen, eten, slapen? Het zal een combinatie van alles zijn geweest.
 

'Hij ging zijn eigen gang'

Op mijn werk was een reorganisatie bezig en daardoor was ik ook niet de gezelligste vrouw op aarde. Als ik thuiskwam wilde ik vooral rust. Roel aandacht geven voelde als iets op mijn to-dolijst. Hij leek het niet eens op te merken. Hij ging z’n eigen gang, als een huisgenoot die je in het voorbijgaan groet. En toen zat ik op een avond achter de laptop en stond Roel nog ingelogd op Facebook. En ontdekte ik dat hij al een paar weken met een collega aan het rotzooien was. Bij haar thuis, terwijl ik dacht dat hij weer eens een late vergadering had.

Gek genoeg verbaasde het mij niet eens. Wat me wel verraste, was mijn gelaten houding. Zo van: dit kan er ook wel bij. Natuurlijk was ik aangeslagen en voelde ik me bedonderd. Maar de paniek en het intense verdriet van al die jaren geleden voelde ik niet. Was mijn gevoel voor hem dan zo erg afgestompt? Dáár schrok ik wel van. Want ik wist ook: ik wil hem niet kwijt. Onze basis is te goed.
 

Met een paar hobbels en bobbels

Het scheelde dat Roel ook voor mij koos. Voor ons gezin. Geen seconde had hij serieus overwogen mij te verlaten voor die andere vrouw. Het was de afleiding. De spanning. Voelen dat hij nog steeds in de markt lag. Al die voor de hand liggende redenen.

We zijn nu een jaar verder. En het gaat beter tussen ons dan ik had gehoopt. Ik wil niet in verwijten blijven hangen over zijn misstap. En Roel moet leren zijn gevoelens met mij te delen in plaats van zijn heil buiten de deur te zoeken als het thuis niet lekker loopt. Daar werken we aan. We geven nu oprecht aandacht aan elkaar. We plannen om de week een avond uit. Floris gaat iets vaker uit logeren. Mijn gevoel zegt dat het wel goed komt. Dat we samen oud worden, met een paar hobbels en bobbels onderweg.” 
 

Nooit ruzie

Eveline (41): “Was Hugo maar een lul. Hadden we maar knallende bonje gehad met slaande deuren, scheldpartijen, gebroken servies. Dat had het makkelijker te verteren gemaakt dat we het niet hebben gered. Maar Hugo en ik hadden geen ruzie, nooit. Nu weet ik: omdat we daar niet eens meer de puf voor hadden. We gaven niet genoeg om elkaar om daar überhaupt energie in te steken.

We leefden compleet langs elkaar heen. Hij ging naar voetbal, ik liep bijna elke avond hard. Hij keek beneden Discovery Channel, ik in bed Netflix. Mijn problemen, kleine zorgen, ergernissen op het werk, maar ook de leuke, grappige dingen deelde ik met mijn vriendinnen. In de laatste twee jaar van onze relatie hebben Hugo en ik welgeteld twee keer seks gehad. En toen ik er eenmaal achter kwam dat we niets meer met elkaar deelden – de eyeopener kwam toen ik was vergeten hem te vertellen dat ik op een andere baan had gesolliciteerd, zo ver stond Hugo al van mij af – was het te laat om die breuk te lijmen.
 

Filmavond, etentjes, weekendje weg

We hebben nog wel pogingen gedaan hoor: een weekendje weg, lekkere etentjes, een filmavond. We hadden allebei de beste bedoelingen, we wilden ons gezin niet tussen onze vingers zien wegglippen. Maar die dates voelde vooral ontzettend ongemakkelijk. Er vielen steeds stiltes, en dan niet van het fijne, vertrouwde soort. Het was alsof we elkaar amper kenden. Wat bizar is, want we waren bijna tien jaar samen.

Ooit vond ik Hugo de meest sexy man ter wereld met z’n bruine krullen en brede grijns. Lag ik in een deuk om zijn Hans Teeuwen-imitaties. Legde hij lieve briefjes op de keukentafel als hij in alle vroegte naar z’n werk ging. Het leek allemaal een eeuwigheid geleden, uit een ander leven.
 

'Misschien begon het met...'

Nog steeds kan ik niet precies de vinger op de zere plek leggen. Uit elkaar gegroeid, dat klinkt zo cliché. Toch is dat precies wat er ongemerkt gebeurd is. Misschien begon het met elkaar geen gedag meer zoenen bij thuiskomst. Bij nooit meer écht vragen hoe het met de ander ging. Of heeft het drukke gezinsleven met drie dochters ons genekt. Al die wasjes, hockeytrainingen, kinderruzies, broodtrommels. Ik weet het niet.

Vorig jaar zijn we uit elkaar gegaan. Dat ging ook keurig, uiteraard. Bij ons geen ruzie over een bank, tv of boxspring. Hugo en ik praten nu meer dan toen we nog samen waren. We overleggen over schooluitjes, feestdagen en dat soort co-ouderschapkwesties. Het gevoel van falen blijft. We hadden hier alerter op moeten zijn, denk ik weleens. Meer in elkaar moeten investeren. Maar het loopt zoals het loopt. Nog zo’n cliché.”
 

Lees ook
Je relatie goed houden na de tropenjaren: 'We groeiden volkomen uit elkaar' >


 

'Ach, daarvoor had ik mijn vriendinnen'

Agnes (32): “Met elkaar praten is nooit ons sterkste punt geweest. Ik viel destijds op Victor omdat ik me bij hem zo veilig voelde. Meteen op mijn gemak was, inclusief plassen met de deur open. Hij is bijna twee meter lang en breedgebouwd. Zo’n fijne beer van een vent bij wie ik lekker kon wegkruipen. Trouw en eerlijk, heel anders dan de foute mannen op wie ik altijd viel. Goede restaurants, citytrips, filmmarathons op de bank: alles was fijn met Victor. Uiteraard kwam er een mooie bruiloft, vijf jaar geleden. En daarna werden onze zoon en dochter geboren. Soms miste ik wel de diepgang in onze gesprekken. Maar ach, daarvoor had ik mijn vriendinnen.

En toen werd mijn lievelingstante ernstig ziek. Longkanker. Ik was zo veel mogelijk bij haar. Doodsbang haar te verliezen. Die angst en mijn verdriet deelde ik niet met Victor. Als ik trillend en huilend in mijn auto in de parkeergarage van het ziekenhuis zat, belde ik mijn beste vriendin. Zij leek alles moeiteloos te begrijpen.
 

'Vraag dan door!'

Victor deed zijn best, maar in die tijd kwamen onze knelpunten genadeloos bloot te liggen. Als ik thuiskwam na een ziekenbezoekje, vroeg hij soms niet eens hoe het was geweest. Of heel vluchtig: ‘Alles goed?’ Ik mompelde dan iets instemmends en daarmee was de kous af. Ik wilde schreeuwen: ‘Vraag dan door, lul! Vráág hoe het met de behandelingen gaat, hoe mijn tante zich voelt, hoe het voor mij is haar zo broos, doodziek en kwetsbaar te zien. En of je iets voor míj kunt doen.’ Maar ik hield mijn mond en ging zo snel mogelijk naar boven, naar de slaapkamer waar ik op bed tv ging kijken.
 

Eenzaam

Mijn tante herstelde, de afstand tussen Victor en mij bleef. Zwijgend zaten we naast elkaar op de bank. Aan seks moest ik niet denken. Vier maanden geleden moest ik ineens heel hard huilen toen hij onverwachts een arm om me heen sloeg. Dat had ik zo gemist. Die avond hadden we voor het eerst weer een fijn gesprek. We concludeerden dat we allebei eenzaam zijn in onze relatie. Maar ook dat we nog veel van elkaar houden. En dat we hulp nodig hebben.
 

'Ik moet dingen minder snel invullen'

Nu zijn we in relatietherapie. We hebben pas vier sessies gehad, maar ik kijk nu al met andere ogen naar ons. Ik realiseer me dat ik best gesloten ben. Ik zeg niet gauw hoe ik me echt voel en Victor kan niet aan mij ruiken waar ik behoefte aan heb. Die wensen moet ik leren uitspreken, zodat hij de kans krijgt er voor mij te zijn. En ik moet dingen minder snel voor hem invullen.

Ik dacht dat Victor het wel makkelijk vond dat ik zo weinig met hem besprak, maar dat blijkt hij juist erg kwetsend te vinden. Dat ik mijn zorgen wel met mijn vriendinnen besprak maar niet met hem. En zo zijn er nog tig voorbeelden van hoe we elkaar verkeerd begrijpen omdat we niet duidelijk zijn. Ik hoop dat we er op tijd bij zijn om het tij te keren. Daar gaan we in elk geval ons stinkende best voor doen.”
 

Ambitieuze werker

Karin (36): “Frank vindt dat ik zeur. Hij noemt me niet voor niets een zeikwijf. Echt gezellig is het thuis dus niet. Ik vind dat hij veel te veel werkt. Dat heeft hij altijd al gedaan, in het begin vond ik die ambitieuze kant van hem aantrekkelijk. Die doelgerichtheid, dat doorzettingsvermogen. Beter dan de klaplopers die ik ontmoette in de kroeg. Frank was ook eerlijk toen we onze kinderwens bespraken: een gezin leek hem fantastisch, maar hij zou er niet minder door gaan werken. De zorg zou grotendeels op mij terechtkomen.

Misschien heb ik stiekem gehoopt dat hij zou bijdraaien na de geboorte van onze dochter. Dat-ie zo verliefd op haar zou worden dat hij geen zestig uur meer zou werken. Dat gebeurde niet. Hij is hartstikke gek op onze Lotte, maar ze heeft hem niet veranderd. Ik voel me een soort single moeder. Hij heeft haar nog nooit opgehaald van het kinderdagverblijf, en hooguit vijf keer in bad gedaan.
 

'We kibbelen voortdurend'

Dat zou allemaal nog niet eens zo erg zijn als we het maar gezellig hadden als hij er wel is. Maar dat valt vies tegen. We kibbelen voortdurend. Als Frank weer eens op zakenreis is neem ik mezelf voor dat niet meer te doen, maar die gewoonte lijkt sterker dan ikzelf. Misschien is het wel mijn manier van zijn aandacht vragen. Gezien te worden. Want als we niet ruziën, speelt hij met zijn telefoon, kijkt sport of gaat wielrennen.

We hebben nooit meer eens samen plezier. Wij tegen de rest van de wereld, dat gevoel. Ik wil niet zo’n suf stel worden dat een uur lang geen woord wisselt als ze tegenover elkaar zitten in een restaurant, maar daar stevenen we wel op af. Frank heeft geen idee waar ik het over heb als ik weer eens klaag, zoals hij dat noemt. We hebben het toch goed, zegt hij. Ik word er moedeloos van. Ook omdat ik geen flauw idee heb hoe ik dit kan veranderen, zolang hij z’n kop in het zand blijft steken.”
 

Dit artikel heeft eerder in Kek Mama gestaan.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >