Waarom blijven sommige relaties stevig overeind terwijl andere na verloop van tijd toch stuklopen? Die vraag lijkt vaak vooral iets voor psychologen of relatietherapeuten, maar ook de sociologie en genetica mengen zich inmiddels in het gesprek.
Lees verder onder de advertentie
Onderzoeker Ruth Eva Jørgensen van de Universiteit van Oslo keek niet alleen naar gedrag en omgeving, maar ook naar genetische invloeden binnen families.
De rol van genen in een relatie
“Ons lot ligt niet in onze genen, maar als een relatie een legpuzzel zou zijn, zouden onze genen enkele van de stukjes vormen die het risico op een relatiebreuk kunnen beïnvloeden”, zegt socioloog Ruth Eva Jørgensen. “De bevindingen vertellen ons iets over patronen in grote populaties, niet over individuele personen”, benadrukt Jørgensen.
Lees verder onder de advertentie
Invloed
Er bestaat geen enkel ‘scheidingsgen’ dat iemand wel of niet heeft. Alle complexe eigenschappen en levensuitkomsten – van persoonlijkheid en gezondheid tot relatie-uitkomsten – worden beïnvloed door duizenden kleine genetische varianten tegelijk.
Statische tendensen
“Het is de optelsom daarvan die kan zorgen dat sommigen van ons een iets hoger of lager risico hebben om onze partner te verlaten. We hebben het over statistische tendensen in grote groepen, niet over voorspellingen voor één specifieke relatie”, legt Jørgensen uit.
Omgeving
Volgens de onderzoeker hangt het belang van genetica ook af van de context. “Dezelfde genetische varianten kunnen een ander effect hebben, afhankelijk van het soort omgeving, kansen en relaties die je in je leven tegenkomt.” In haar proefschrift gebruikt Ruth Eva Jørgensen genetische data uit de Noorse Mother, Father and Child Cohort Study (MoBa) om de relatie tussen genetica en relatiebreuken in Noorwegen te onderzoeken.
Lees verder onder de advertentie
Polygenetische indices
Het onderzoek is gebaseerd op zogenoemde polygenetische indices, die het effect van duizenden kleine genetische varianten samenvoegen die een bepaalde eigenschap beïnvloeden. Op basis van bloedmonsters van deelnemende koppels heeft elke persoon een score gekregen voor verschillende eigenschappen.
“We dragen onze genen vanaf de geboorte met ons mee. Ze veranderen niet door onze keuzes later in het leven, maar ze kunnen indirect wel onze keuzes beïnvloeden. Dat kan bijvoorbeeld doordat genen persoonlijkheidskenmerken mede vormgeven, die vervolgens invloed hebben op de omgeving en kansen die we tegenkomen”, zegt Jørgensen.
Lees verder onder de advertentie
Verschillen
Om te voorkomen dat de resultaten simpelweg laten zien dat mensen met bepaalde genen ook in bepaalde gezinnen opgroeien, vergelijken de onderzoekers genetische verschillen tussen broers en zussen, die grotendeels dezelfde familieachtergrond delen. “Wanneer genetische verschillen tussen broers en zussen verschillen in relatie-uitkomsten verklaren, versterkt dat het idee dat genen een rol spelen”, legt de socioloog uit.
Lees verder onder de advertentie
Relatiebreuken
Volgens Jørgensen dragen onze genen bij aan kleine verschillen tussen mensen en kunnen ze onder andere invloed hebben op hoe we met stress omgaan, welke keuzes we maken en tot wie we ons aangetrokken voelen. “In deze verbanden proberen we beter inzicht te krijgen”, zegt ze.
In het onderzoek bekijken Jørgensen en haar collega’s verschillende polygenetische indices en welke daarvan samenhangen met relatiebreuken.
Genetische score
Ze vinden dat mensen met een hogere genetische score voor hoger onderwijs, subjectief welzijn en een latere leeftijd waarop ze hun eerste kind krijgen, een lager risico op relatiebreuk hebben. Mensen met een hogere score voor risicogedrag zoals roken en vroege seksuele activiteit hebben daarentegen een iets hoger risico op relatiebreuk.
Lees verder onder de advertentie
“Dat hoger opgeleide mensen in Noorwegen minder vaak uit elkaar gaan, wisten we al, maar in dit onderzoek zien we dat deze patronen ook terugkomen in genetische scores. Daarnaast kunnen we eigenschappen bestuderen die eerder nog niet zijn onderzocht”, zegt ze.
Een verrassende bevinding was dat mensen met een hogere genetische score voor neuroticisme juist een lager risico op relatiebreuk hadden. “Je zou verwachten dat neuroticisme het risico vergroot. Maar als je wat angstiger of kwetsbaarder bent, heb je misschien juist meer behoefte aan de veiligheid van een relatie”, legt Jørgensen uit.
Lees verder onder de advertentie
Analyses
In een van de analyses schat Jørgensen hoeveel van de verschillen in relatiebreuken genetisch verklaard kan worden. “In onze studie zie ik dat gewone genetische varianten 9 procent van de verschillen in relatiebreuk bij vrouwen verklaren en 3 procent bij mannen. Eerdere tweelingstudies kwamen op veel hogere ‘erfelijkheid’, soms rond de 50 procent.”
Lees verder onder de advertentie
Variatie
Op de vraag waarom dit verschil bestaat, antwoordt ze: “Tweelingstudies meten bijna alle genetische variatie, terwijl moleculair-genetische methoden alleen ‘veelvoorkomende’ varianten oppikken. Bovendien zijn enorme steekproeven nodig om kleine genetische effecten te vinden.” Daar staat tegenover dat deze methode wél kan laten zien welke eigenschappen precies een rol spelen, iets wat tweelingstudies niet kunnen.
Lees verder onder de advertentie
Tot nu toe lag de focus vooral op omgeving
Tot nu toe lag de focus in veel sociologisch onderzoek vooral op opvoeding en omgeving. Jørgensen laat zien dat genetische factoren daarbij niet genegeerd kunnen worden.
“In sociologisch onderzoek ligt de nadruk vaak op familieomgeving en opvoeding om te begrijpen waarom relatiebreuken in families lijken voor te komen. Mijn onderzoek laat zien dat ‘genetische overeenkomsten binnen families’ ook een rol spelen.” In een ander onderdeel van haar proefschrift vergeleek ze adoptiegezinnen met biologische gezinnen om genetische en omgevingsinvloeden te scheiden. Daaruit bleek dat relatiebreuken van adoptieouders veel minder sterk samenhangen met die van hun kinderen dan bij biologische gezinnen.
Genen zijn geen lot
Ondanks haar bevindingen waarschuwt Jørgensen tegen determinisme. “Genen maken ons verschillend, maar ze werken samen met onze levensgeschiedenis, omgeving, partner en alles wat we meemaken.” Ze verwijst ook naar de geschiedenis van genetisch onderzoek: “Dit vakgebied heeft een problematisch verleden met eugenetica, racisme en discriminatie. Daarom is het extra belangrijk om geen deterministische conclusies te trekken en juist te begrijpen hoe genen en omgeving samenwerken.”
Rianne Arendsen (35) is onderwijskundige, docent kinderyoga, schrijver en o ja: moeder. Vooral moeder. In haar columns deelt ze haar observaties en bespiegelingen rondom het ouderschap – aanmodderen met de beste intenties. Volg Rianne ook op Substack.
Laurie (39) is orthopedagoog, opvoeddeskundige en moeder van zoons Dex (8) en Otis (4). Ze heeft twee jaar met haar gezin in Zuid-Afrika gewoond en is dit jaar teruggekeerd naar Nederland. In haar column schrijft Laurie over de hoogtepunten en worstelingen van het ouderschap.
Kinderen, luchthavens en op tijd komen: het is nogal een uitdaging. Als je kinderen dan ook nog verstoppertje gaan spelen en er eentje spoorloos verdwenen blijkt, slaat de paniek al snel toe.
Alsof het gemis van Jade Kops nog niet groot genoeg was, krijgt haar familie opnieuw een zware klap te verwerken. Via Instagram maakt haar zus Amber bekend dat ook hun opa is overleden. Nog geen paar maanden nadat ze afscheid moesten nemen van Jade, volgt opnieuw een ingrijpend verlies.
Er is gezinsuitbreiding op komst bij Rens Kroes (38). De schrijfster en ondernemer maakt maandag bekend dat zij en haar man Sid hun tweede kind verwachten.