zwemles leuker
Beeld: Unsplash

Staat jouw kind ook bibberend in zijn bandjes aan de badkant tijdens zwemles? Dat mag wel wat leuker en minder ouderwets, vindt olympisch zwemkampioen Pieter van den Hoogenband.

Dat zei Pieter in het AD. Hij krijgt bijval van onderzoekers, die stellen dat kinderen vaak bibberend in een rijtje staan te wachten, tot ze een oefening mogen uitvoeren.

Zelf ‘leurde’ Pieter met zijn kinderen van zwembad naar zwembad, op zoek naar een goede en leuke zwemles, vertelt hij tegen de krant. ‘Bij de eerste baden stonden slechtbetaalde zwemonderwijzers die lessen afraffelden en geen goede focus hadden.’ Volgens hem is de huidige zwemlesmethode te traditioneel en teveel gericht op veiligheid en de angst om te verdrinken, en hebben kinderen meer baat bij ‘spelend leren’. ‘Als de lessen leuk zijn, leren ze vanzelf hoe ze niet verdrinken’, zegt hij tegen de krant.

 

Lees ook:
Lees hier alles wat je moet weten over zwemles voor kinderen >

 

‘Moetje’ op zaterdagochtend

Voor ouders mogen de lessen ook wel wat leuker, vervolgt de zwemkampioen. Die zien de zweterige uurtjes in het zwembad op de zaterdagochtend vooral als ‘moetje’, denkt hij, dat een flinke duit kost en niet eens altijd de gewenste kwaliteit oplevert.

Ook Mandy van der Weijden-Van Rooden, onderzoeker aan het ZwemLab van Hogeschool Windesheim, denkt dat de traditionele zwemles op de schop mag. ‘Als kinderen meer regie hebben over wat ze wanneer leren, ervaren ze direct meer plezier’, zegt ze, in hetzelfde interview. Daarin vertelt de Koninklijke Nederlandse Zwembond (KNZB) bovendien dat de bond een paar jaar geleden al een eigen zwemmethode ontwikkelde: Superspetters.

 

Zwemscholen bepalen zelf

De Nationale Raad Zwemveiligheid (NRZ) laat op dit moment onderzoek doen naar de vraag wat zwembaden kunnen doen om kinderen meer te laten zwemmen, ook nadat ze hun diploma’s halen, schrijft het AD. Toch schaart de NRZ zich niet zomaar achter Pieter van den Hoogenband: ‘Wij bepalen wat kinderen moeten kunnen als ze hun A-, B- en C-diploma halen en dat vernieuwen we om de zoveel jaar. De kwaliteit is altijd goed’, aldus een woordvoerder tegen de krant. ‘Hoe de zwemlessen er precies uit zien en of er genoeg wordt gespeeld, dat bepalen de zwemscholen zelf.’

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

Sara van Gorp

Sara van Gorp is moeder van zoons Ko (8) en Toon (4) en hoofdredacteur van Kek Mama.

“Niet op het hoofd slaan!” Ik herinner me mijn jeugd als uiterst harmonieus, maar blijkbaar vond mijn vader het op enig moment toch nodig mijn zusje en mij de grondbeginselen van veilig ruziemaken bij te brengen. Want die zin herinner ik me maar al te goed.
 

Bonje van formaat

Hier thuis blijf ik me erover verbazen hoe krankzinnig snel gezellig klooien kan omslaan in bonje van formaat. Laatst bouwden Ko en Toon samen een hut met hangmat voor diverse knuffels. Ik moest als knecht een laken met een megastapel Donald Ducks op de kast zien te draperen zodat het niet naar beneden zou storten. Maar verder hoorde ik een uur lang enkel gebroederlijk geklets uit hun kamer over waar de slang en Dikkie Dik dan wel moesten liggen. En dan is toch ineens het huis te klein, inclusief heel hard huilen en schreeuwen. Vanwege, ja, waarom eigenlijk.
 

'Ik bén niet schattig'

Zingt Toon vrolijk een liedje in de auto waarop Ko verzucht: “Wat is Toon toch schattig”, is meteen de boot aan. “Ik bén niet schattig, ik ben cool!” Om vervolgens de rest van de rit woest te zijn. Een beetje geholpen door Ko met zijn aanhoudende “Jij bent echt wel schattig hoor”.
 

Een team

Ik weet wel dat het gezond is voor de junioren om thuis te leren ruziemaken, maar man, moet dat met zo veel herrie? Na zo’n vroege ochtend vol mot en gedoe zegt Toon ineens voordat we de deur uitgaan richting school en crèche: “Wij zijn een team hè Ko.” Ik smelt. En gelukkig heeft dat team elkaar nog nooit op het hoofd gemept.
 

Toch maar eens onze opvoedtantes Els & Do om tips vragen. Hun advies in Kek Mama 08-2018 om je kind opdrachten te geven in de supermarkt werkt bij mij in elk geval als een dolle tegen gedrens. Het nummer koop je hier.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

kinderfiets hier op letten
Beeld: Unsplash

Op zoek naar een goede fiets voor je kind? Lees hier waar je allemaal op moet letten: wij hebben de belangrijkste criteria voor aanschaf van een kinderfiets op een rij gezet.

Maat

Bij de fietsenwinkel vind je tientallen fietsen en het is vaak lastig te bepalen welke geschikt is voor je kind. Ga in de eerste plaats af op de leeftijd en lengte van je kind. Kleuters hebben over het algemeen een fiets nodig met een wielmaat van 20 inch. Kinderen van ongeveer 7 tot 14 jaar fietsen op een jeugdfiets met een wielmaat van 20 tot 26 inch. Let op: niet elk merk heeft alle soorten maten, dus ga eerst goed na welke maat je kind nodig heeft.

 

Lees ook:
7 tips om je kind veilig naar school te laten fietsen >

 

Hoogte & breedte

Koop nooit een te grote fiets, met het idee dat hij er dan langer plezier van kan hebben. Een te grote fiets is niet prettig voor je kind en bovendien gevaarlijk. Let erop dat de voeten van je kind plat bij de grond kunnen komen en dat zijn knieën het stuur niet raken. Ook moet het breedte van het stuur even groot zijn als de schouderbreedte van je kind. Kan je kind nog niet zo goed fietsen, dan is het verstandig om het zadel wat lager te zetten. Zorg er dan ook voor dat je de hoogte van het stuur iets aanpast, zodat de zithouding goed blijft.

 

Fietshelm

Valt je kind tijdens het fietsen, dan voorkomt een fietshelm hersenletsel en schade aan het hoofd. De helm zit als een extra laag om het hoofd heen en zorgt voor bescherming. Een fietshelm is niet verplicht, maar wel aan te raden – zeker als je als je kind nog niet zo behendig is in fietsen. Ga je een fietshelm aanschaffen, neem je kind dan mee naar de winkel zodat hij de helm kan passen. Controleer of de helm voldoet aan de Europese norm (CE-markering) en of hij goed aansluit op het hoofd. Je kind moet bij het dragen van de helm nog steeds goed kunnen zien en horen, om veilig te kunnen deelnemen aan het verkeer. Lees hier meer over het dragen van een fietshelm door je kind.
 

Bron: ANWB & Fietsersbond.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >