verlatingsangst peuters
Beeld: Unsplash

‘Mamaaaaaa! Niet weggaan!’ Bijna iedere peuter heeft weleens last van verlatingsangst. Zo ontstaat het, en zo ga je ermee om.

Vroeg of laat krijg je er als ouder mee te maken: een kind dat zich stevig om jouw been vastklemt en niet meer van plan is om ooit los te laten – vaak gecombineerd met dikke tranen. Verlatingsangst komt veel voor bij peuters, en zo gaan jullie daarmee om.

 

Wat is verlatingsangst?

Allereest: verlatingsangst is een compleet normale emotie en hoort bij de ontwikkeling van je kind. Er is niet altijd een duidelijke oorzaak. Bij verlatingsangst is een kind bang om alleen gelaten te worden. Het speelt vaak op als een kind naar bed wordt gebracht, of een dagje naar opa en oma of het kinderdagverblijf gaat. Dus eigenlijk: als hun vader of moeder even niet meer in beeld is.

 

Lees ook
KIND: Je kind wil niet naar school, en nu? >

 

Hoe ontstaat het?

Als kindjes rond de een of anderhalf jaar zijn, krijgen ze het steeds bewuster mee als jij of je partner er even niet is. Maar ze snappen nog niet dat als jullie weg zijn, dat niet betekent dat jullie niet meer bestaan of nooit meer terugkomen. Maar ook voor iets oudere peuters en kleuters kan het heel beangstigend zijn als hun ouders ze even ergens achterlaten – al is de leidster of oma nog zo lief. Verlatingsangst herken je aan een kind dat huilt, zich aan jou vastklampt of niet wil gaan slapen in z’n eigen kamertje.

 

Hoe ga je ermee om?

Probeer altijd duidelijk te zijn tegen je kind: zeg waar jij naartoe gaat en benadruk dat je hem écht weer komt ophalen. Breng het positief: ‘Wat fijn dat je weer bij oma/met de kindjes kunt gaan spelen.’ Neem kort en bewust afscheid van je kind – glip dus niet stiekem weg, daar wordt een kind alleen maar onzekerder van. Loop niet steeds terug (‘nog één kusje’), dat zorgt voor verwarring – een pleister trek je er ook in één keer vanaf. Ga na het afscheid dus écht weg. Zit het je niet lekker? Bel na een half uurtje even naar de oppas: dikke kans dat je peuter allang weer vrolijk aan het spelen is. Heeft jouw peuter last van verlatingsangst bij het naar bed gaan? Rommel dan nog even boven: draai een wasje, ruim de badkamer op. Laat weten dat je er nog bent.

 

Gaat het vanzelf over?

In de meeste gevallen gaat verlatingsangst vanzelf weer over zodra een kind oud genoeg is om te begrijpen dat jij echt weer terugkomt. Wel kan het zijn dat bepaalde gebeurtenissen zoals een verhuizing, nieuwe school of echtscheiding, de angst weer aanwakkeren. Neem dit altijd serieus – wuif het dus niet weg – en leer je kind dat-ie op jou kan vertrouwen.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

niet alles hoeft te delen
Beeld: Pixabay

‘Samen spelen, samen delen’, krijgen kinderen al vroeg te horen. Maar van moeder Jorrie hoeven haar kinderen niet alles te delen. Ze legt uit waarom.

Scary Mommy-blogger Jorrie Varney is moeder van twee kinderen. Haar dochtertje sleept altijd een tasje met kleine poppetjes met zich mee. En nee, die hoeft ze van Jonnie niet per se te delen met andere kinderen, schrijft ze: ‘Ik zie heus wel de verbaasde blikken van andere ouders als ze mij horen zeggen dat ze het niet hoeft te delen als ze dat niet wil. Het gaat tegen de sociale codes in, maar zo doen wij het. ‘Mijn is dijn’ is geen concept dat ik als ouder per definitie ondersteun.’

 

Grenzen respecteren

Jorrie vervolgt met de stelling dat we als volwassenen ook niet zomaar alles delen. ‘Dus waarom wordt dat van kinderen wel verwacht? We moeten ze toch ook het stellen van grenzen en respect voor anderen bijbrengen? Als een kind tegen een ander kind ‘nee’ zegt, dan moeten ze dat toch respecteren? Ze hebben geen recht op het speelgoed van een ander, alleen omdat ze het zien en interessant vinden.’ Volgens de blogger zijn grenzen gezond en wordt door kinderen de kans te geven om zelf keuzes te maken hun autonomie vergroot. ‘Wij als ouders moeten onze kinderen begeleiden. We zijn leraren, geen dictators.’

 

Lees ook
PERSOONLIJK: Moeder krijgt commentaar op de inhoud van haar winkelwagen >

 

Twee kanten

De schrijfster benadrukt dat het mes aan twee kanten snijdt: ‘Soms zijn mijn kinderen overstuur als een ander kind niet wil delen. Dat geeft ons de kans om te praten over het begrip ‘toestemming geven’. Mijn kinderen leren dat ze niet zomaar recht hebben op iets, puur omdat ze het willen. Dat is niet hoe de wereld werkt. Delen is heel aardig en ik zal het altijd aanmoedigen, maar alleen als mijn kinderen zich daar goed bij voelen. Ze weten dat het hun keuze is, en dat er geen consequenties aan zitten als ze iets voor zichzelf willen houden. Ik steun hun keuzes, zelfs als ze hun koekjes niet met mij willen delen.’

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

hoeveel kind drinken per dag
Beeld: Pixabay

Veel ouders hebben met hun kinderen strijd over het avondeten (‘nog één hapje broccoli!’), maar het is minstens zo belangrijk dat je kind voldoende vocht binnenkrijgt. Zo veel moet jouw kind per dag drinken.

Kinderen verschillen van elkaar als dag en nacht, ook in hun drinkgedrag en –behoefte. Waar het ene kind een enorme dorstlap is en makkelijk drie glazen water achter elkaar weg tikt, moet je een ander kind er steeds aan herinneren om z’n glas leeg te drinken. Maar wat hebben kinderen nou echt nodig?

 

Baby’s

Baby’s tot 1 jaar drinken zeker de eerste vier maanden alleen melk – hetzij kunstvoeding of borstvoeding. De richtlijn hiervoor geldt: 150 ml per kilo lichaamsgewicht per 24 uur. Een baby van 5 kilo heeft dus 750 ml per dag nodig. Maar dit is geen strikt voorschrift. Baby’s voelen zelf heel goed aan hoeveel ze moeten en willen drinken. En de ene baby drinkt nu eenmaal meer dan de ander. Bij borstvoeding is het wat lastiger in te schatten hoeveel een zuigeling binnenkrijgt, maar de volle plasluiers zijn een goede indicatie of je kind voldoende drinkt. Wees alert op suf gedrag, een droge mond of het ontbreken van dikke tranen bij het huilen.

 

Lees ook
7x waterspelletjes met kinderen >

 

Peuters tot 4 jaar

Ook bij oudere kinderen wordt er gekeken naar het gewicht. Hierbij geldt volgens kinderartsen dan: 1 liter voor de eerste 10 kilo, plus 50ml voor elke kilo die daar bovenop komt. Weegt je peuter 15 kilo, dan komt dat neer op 1,25 liter per dag. Dit komt neer op zo’n 5 á 6 glazen per dag -  dit is inclusief de 2 glazen melk die tot vier jaar worden aangeraden om dagelijks te drinken.

 

Kinderen vanaf 4 jaar

Volgens het Voedingscentrum moeten kinderen vanaf 4 jaar zo’n 1 tot 1,5  liter vocht per dag drinken. Voor kinderen tot 8 jaar geldt het advies dat hiervan 300 ml een melkproduct moet zijn. Voor kinderen van 9 tot 13 jaar moet dat 450 ml zijn. Melk is vooral belangrijk door calcium en de vitamines B2 en B12 – goed voor de botgezondheid en de stofwisseling. Voor alle leeftijden geldt dat er met warm weer altijd extra drinken gegeven mag worden. Dat kan ook in de vorm van vochtrijke snacks zijn, zoals watermeloen, sinaasappels of waterijsjes.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >