geen slaapfeestjes meer
Beeld: Unsplash

Sommige logeerpartijtjes verlopen zo dramatisch dat je een ding zeker weet: dat doen we dus nooit meer.

Peggy (40), moeder van Maya (9): “In de zomervakantie kwam ons nieuwe overbuurmeisje logeren. Ik zat om half twaalf ’s avonds gezellig met mijn vriend aan de borrel toen ze ineens snikkend in de woonkamer stond. Ze wilde naar huis, ze vond het echt niet leuk bij ons. Dus ik – niet helemaal nuchter – met het kind de straat oversteken. Sta ik daar wat jolig voor het huis, is alles pikkedonker. Ik kende die lui amper, dus ik zeg: ‘Joh, je ouders slapen, kom mee terug. Mogen jullie lekker chips eten!’ Begon ze nog harder te brullen.
 

'Tot op het bot beledigd'

Ik nog een keer aanbellen, hun hond ging binnen helemaal uit zijn stekker. Na tien minuten gingen eindelijk de lichten aan en deed haar moeder met ontploft kapsel in haar nachthemd open. Een beetje gegeneerd vertelde ik dat hun dochter niet meer bij ons wilde logeren. Bleek de hele familie die avond acuut de grieptyfus te hebben gekregen en daarom vroeg naar bed te zijn gegaan. Ze lagen er al vanaf negen uur in. De volgende dag bleek ook het buurmeisje te zijn geveld, waarschijnlijk de reden voor haar huilbui. Tot een herhaling van de logeerpartij is het nooit meer gekomen. Maya was tot op het bot beledigd dat haar nieuwe vriendinnetje ’s nachts was vertrokken.”
 

'Ze wist niet hoe snel ze haar fiets moest pakken'

Jet (41), moeder van Dominique (12): “Ik vind logeerpartijtjes een crime. Do logeert vaak bij haar beste vriendin, dan blijven ze tot vijf uur ’s nachts keten. En dan op maandag zwak, ziek en misselijk. Gisteren wilde ze ook weer thuisblijven van school. Ik zei: ‘Prima, maar dan was dit de laatste logeerpartij van het jaar.’ Ze wist niet hoe snel ze haar fiets moest pakken.”
 

'Logeerpartij from hell'

Eva (35), moeder van Bastiaan (11) en Sarah (8): “Mijn neefje en nichtje kwamen een weekend logeren. Ik was net gescheiden en woonde met de kinderen tijdelijk in een flatje met twee slaapkamers. Met zijn vieren op één kamer – ze waren hysterisch van opwinding.

Word ik einde middag gebeld door een van mijn beste vriendinnen. Ze was door haar vent bont en blauw geslagen en er was grote paniek. Of ik even haar zoontje kon opvangen. Tja, zeg dan maar eens nee. En zo zat ik met vijf kinderen. ‘Hij kan niet blijven slapen’, zei ik nog. Maar ergens tegen elf uur begreep ik ook wel dat ze hem niet meer zouden ophalen. De kinderen stuiterden de nacht door. Ik heb er mijn plek in de hemel mee veroverd, maar het was een logeerpartij from hell.”
 

'Kom alsjeblieft terug'

Emma (31), moeder van Mika (7): “Dat mijn achtjarige neefje Jasper autistisch was, vermoedden we al een tijdje, maar niemand die erover durfde te beginnen met zijn ouders. Jasper zou twee dagen komen logeren, mijn broer en schoonzus gingen een weekend naar Parijs. Het kind was echt doodongelukkig bij ons. Hij zat maar te zoemen en met zijn hoofd te schudden en bleef maar vragen of hij naar huis mocht. Hij leefde pas op als het over auto’s ging en herhaalde continu alle kentekenplaten die hij op straat zag. Na een nacht waarin hij maar uit zijn bed bleef komen, heb ik mijn schoonzus gevraagd terug te komen uit Parijs.”
 

'Ik moet eerst bijkomen van de laatste'

Isabel (32), moeder van Pieter (5): “De moeder van Pieters vriendje vroeg of haar zoontje Max een nachtje bij ons mocht slapen. Persoonlijk vind ik vijf erg jong voor een logeerpartij, maar de jongens wilden graag en daarom gaf ik toe. Al snel kreeg ik spijt. Niet alleen was het om half tien nog steeds feest op de kamer, ook had Max van opwinding in bed geplast. Een paar uur later spuugde hij ook nog eens het net verschoonde bed onder. Ik denk zomaar dat er voorlopig geen vriendjes meer bij ons slapen, ik moet eerst bijkomen van Max.”
 

'Ik kon niet anders dan in de auto stappen'

Nathalie (39), moeder van Renzo (10): “Het regende huilende smileys op mijn smartphone. Renzo’s slaapfeestje met vier andere jongens viel blijkbaar nogal tegen. Ze treiterden hem de hele avond. Uiteindelijk stuurde hij om half één een appje: ‘Mam, ik ben het pispaaltje.’ Ik probeerde hem te kalmeren, adviseerde het pesten te negeren en gewoon te gaan slapen. Daarna regende het opnieuw huil-emojis. Ik lag in bed met een steen in mijn maag. Een half uur later belde de moeder van het feestvarken: Renzo was over zijn toeren en wilde naar huis. Ik kon niet anders dan in pyjama in de auto stappen en hem ophalen.”
 

Lees ook
Waarom moeder Katie dol is op logeerpartijtjes voor haar kinderen >

 

'Hij wilde niets weten van mijn kinderen'

Nadia (38), moeder van Nik (13), Lot (9) en Jet (7): “Mijn beste vriendin ging met haar man zes dagen naar New York en ik bood aan op hun dertien maanden oude zoon Jules te passen. Ik ben gek op baby’s en mijn dochters vonden het ook geweldig, zo’n levende pop in huis. Vooraf maakten we een lijst met leuke uitstapjes, van de kinderboerderij tot babyzwemmen.

We hadden mijn vriendin en haar man nog niet uitgezwaaid of Jules werd ziek. Huilerig, hangerig, niet eten, niet slapen. Hij kreeg knalrode oren en de koorts liep op tot 39,9. Op de huisartsenpost constateerden ze die avond een middenoorontsteking. Die nacht lag mijn man op een matras en had ik een loeiheet, koortsig jongetje in bed. Gelukkig sloeg de antibiotica aan, maar Jules wilde niets weten van mijn kinderen en alleen maar bij mij op schoot.

Het ergste was dat mijn vriendin twee keer per dag belde. Er was geen levensgevaar, dus ook geen noodzaak haar over te laten komen. Daarom loog ik over gezellig eendjes voeren, terwijl ik in werkelijkheid nog niet eens van de bank naar de keuken kon lopen zonder dat hij begon te krijsen. Toen mijn vriendin weer landde, wachtte ik haar totaal uitgeput op met een gezonde, kraaiende baby in de wandelwagen. In zijn knuistje een Welkom Thuis-ballon.”
 

Nachtmerries

Jannette (28), moeder van Sabine (7): “Midden in de nacht stond er een huilend vriendinnetje in mijn slaapkamer: mijn dochter deed zo lelijk tegen haar. Ik liep met haar terug en zag dat Sabine diep in slaap was. Wel een beetje jammer dat ze zo hard praatte in haar slaap. En dat ze woest om zich heen sloeg en haar vriendin uitschold.

Josine wilde per se naar huis, er zat niks anders op dan haar moeder te bellen. De volgende dag vroeg ik mijn dochter of ze soms een nachtmerrie had gehad. Ze vertelde dat Josine haar tijdens het zwemmen voor de grap onder water had geduwd. Dat had ze zo eng gevonden dat ze het die nacht in haar dromen had herbeleefd.”
 

'Waar waren zijn ouders?'

Michelle (45), moeder van Mats (11): “Het was vet cool geweest, maar ook best eng met die afgehakte zombiehoofden. Mats was de volgende dag nog helemaal vol van de Walking Dead-afleveringen die hij tijdens de logeerpartij had gezien. Ik zat te trillen op mijn stoel: waarnaar had hij gekeken? En waar waren de ouders van zijn vriendje toen? ‘O, die waren uit eten’.

Ik ben er echt weken ziek van geweest. Niet alleen om de bizarre serie die ze hadden gezien – leeftijdsgrens 16+ – ook om alles wat er had kunnen gebeuren zonder ouders in huis.”
 

Heimwee

Lisanne (29), moeder van Loís (10) en Damiàn (7): “Loïs wil nergens logeren. Niet bij opa en oma die ze echt heel lief vindt, niet bij haar beste vriendinnetje, niet op ponykamp. Ze houdt het nog geen halve nacht vol. Wat we ook proberen: van haar eigen dekbed meenemen tot foto’s van mama, papa en haar broertje, de heimwee wint altijd.”

 

Dit artikel staat in Kek Mama magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.


 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

minder clubjes
Beeld: Unsplash

De hele week zie je moeders verwilderd rondrijden van gitaarles naar toneel, van voetbaltraining naar ballet. Alsof ze potdorie niks beters te doen hebben. “Mag het alsjeblieft een clubje minder?”

Nee, ik kan niet met je afspreken op woensdagmiddag. Op woensdag ben ik namelijk taxichauffeur. Zodra de lunch achter de kiezen is, bevind ik me in de auto. Volgeladen met mijn kinderen – en vaak met een handvol andere. Nauwkeurig leg ik de te rijden route af en bij elk clubje worden mijn kinderen met open armen ontvangen: “Wat fijn dat je er weer bent!” (Geen woord voor de chauffeur, die niet alleen zorgt dat die kinderen er zijn, maar ook nog eens al die clubjes betaalt.)

Een middag lang rijd ik door de stad. Voorzichtig, zonder overtredingen en zorgvuldig alle knel- en knooppunten vermijdend, zoals een goede chauffeur betaamt. Zo’n taxirit is logistiek een hele uitdaging. Het ene kind moet naar de tennisbaan, nummer twee tien minuten later bij de gitaarleraar afgezet aan de andere kant van de stad. Dan de hele goegemeente in omgekeerde volgorde ophalen en bij respectievelijk voetbal en dansen afzetten. Om daarna een kind alvast naar huis te brengen en met de ander nog even door te rijden naar de pianojuf.
 

Resoluut

Kan het niet een clubje minder, zegt u nu. Ja, dat vraag ik mezelf ook weleens af. Maar mijn kinderen vinden alles zo leuk. En ik vind het dan weer leuk dat zij dat zo leuk vinden. Laat er een psych op los en die zal ongetwijfeld het gemis aan al deze geneugten in mijn eigen jeugd naar voren schuiven. Ik heb een heerlijke kindertijd gehad, maar mijn moeder was wat clubjes betrof redelijk resoluut. Eén sport is genoeg.
 

Eigen schuld

Ik zou haar advies ter harte moeten nemen. Want hoewel ik het belangrijk vind dat mijn kinderen plezier hebben, zit ik niet bepaald op dit taxibaantje te wachten. En dan moet je weten dat ik niet alleen woensdagmiddag chauffeur ben, maar ook maandagmiddag en zaterdagochtend. Mijn eigen schuld. Ik zeg immers ja op het moment dat een nieuw clubje zich aandient en een van mijn kinderen met smekende ogen voor me staat. Terwijl ik heel goed weet dat een nieuwe bezigheid in de praktijk betekent dat ze moeten worden gebracht en gehaald. En toch geef ik toe. Omdat ze er zo veel plezier in hebben, omdat het goed voor ze is, omdat ze er veel van leren. Zij blij, ik blij. Tot het moment van halen en brengen zich aandient. Zit ik wéér in die auto.
 

Sociale bezigheid

Wat ook meespeelt, is dat al hun vriendjes eveneens op die clubjes zitten. Een vraag of ze een nieuwe sport mogen beoefenen of op een of andere knutselcursus mogen eindigt steevast met de mededeling dat Pietje, Kees en Truus het ook doen. Waardoor het naast een sportieve en creatieve uiting ook nog eens een sociaal gebeuren is. En wie ben ik dan om mijn kinderen daar niet aan te laten deelnemen? Komt bij dat ik in een stad woon met een zeer groot verenigingsgebeuren. Noem een sport of bezigheid en er zit hier een club aan vast. Die onderling alle trainings- en wedstrijddagen op elkaar lijken te hebben afgestemd. Een nieuwe vis in de vijver? Alles schuift en verschuift en hup, weer een gat waar getraind of bijeengekomen kan worden.
 

Lees ook
Sara's editorial: clubjes >

 

Zelf dingen ondernemen

Vriendin K. geeft minder makkelijk toe. Ze heeft twee jongens en een drukke baan. Haar vrije woensdagmiddag heeft ze nodig om ook een beetje aan zichzelf toe te komen. Haar kinderen doen dus niks. Nou ja, niks, ze vermaken zich prima. “Kinderen moeten al zoveel, hoe heerlijk is het als je een hele lange middag voor je hebt waarin je kunt doen wat je wilt?” Volgens haar zorgt het hebben van niet al te veel verplichtingen ervoor dat haar kinderen gestimuleerd worden zelf dingen te ondernemen. Dingen die niet voor hen zijn bedacht in de vorm van hockey, tennis, timmeren, of toneelles, maar die ze zelf bedenken.
 

Langs de lijn staan

Ze maakt zich geen zorgen of haar kinderen buiten de groep vallen. “Ze hebben vriendjes genoeg. Juist omdat mijn kinderen bijna altijd kunnen afspreken.” Ook de sociale druk om langs de lijn te staan voelt ze niet. Ik zelf sta – niet altijd met evenveel zin, want meestal op onmogelijke tijden – best vaak naar de sportprestaties van mijn kinderen te kijken. Diep in mijn hart zou ik graag eens een zaterdagochtend met een pot koffie en een stapel weekendkranten willen doorbrengen. Maar de druk om langs die lijn te gaan staan is groot. Ouders rekenen elkaar daar nogal eens op af.

De zoon van K. mocht uiteindelijk op voetbal. Voor hij zijn voetbalschoenen kreeg, legde ze hem uit dat ze niet elke week langs het voetbalveld zou staan. Iets wat door andere ouders van het team niet bepaald op prijs werd gesteld. Er wordt van je verwacht dat je bij elke prestatie van je kind aanwezig bent, of dat nu een wedstrijd, voorstelling of slechts een training is. K. voelde die keren dat ze wel kwam kijken de messteken in haar rug. “Mensen zeggen niet dat ze het stom vinden dat ik er bijna nooit ben, maar ik hoor het ze denken. In heel kleine dingen voel ik dat, een vals bijzinnetje bijvoorbeeld of het feit dat er altijd tegen me wordt gezegd dat ik zo hard werk en wel moe zal zijn.”
 

Kan-mijn-kind-meerijden

Vriendin A. heeft drie kinderen. Die allemaal minimaal twee sporten doen, een instrument bespelen en ook nog op creatieve clubjes zitten. Ze heeft haar werk zo ingericht dat ze elke dag om drie uur beschikbaar is als taxichauffeur. In tegenstelling tot K. staat A. altijd op het sportveld en zit vooraan bij elke uitvoering van haar kinderen. Last van messteken heeft zij niet, wel van de kan-mijn-kind-met-jou-meerijden-want-jij-gaat-toch-al-verzoeken. “Ze weten dat ik rij en dan is een kind of twee extra meenemen geen probleem.”
 

Eén clubje minder, graag

Mijn zoon deed in zijn hoogtijdagen drie sporten en zat ook nog op drumles. Mijn dochter deed twee sporten, zat op streetdance, musicalles en volgde een workshop tekenen. Eén clubje minder, stelde ik mijn kinderen voor. Ze schrapten ieder een clubje van hun lijst. Ze kozen, zal je net zien, de clubjes die op steenworp afstand van elkaar te vinden zijn: judo en musicalles.

Gelukkig maakt nood uiterst creatief. Ik kon overal naar toe blijven rijden, maar zoiets als gitaarles kon eigenlijk gewoon bij ons thuis. En naar tennisles kon best met het groepje vriendinnen gefietst worden. Met mijn man sprak ik af dat het ook goed is als maar een van ons bij een wedstrijd of uitvoering is. En zo ontstond er toch wat lucht. Bovendien luister ik met terugwerkende kracht naar het advies van mijn moeder. Laatst wilde mijn zoon op een verdedigingssport, een half uur rijden van ons huis. Ik gaf hem twee opties: hij kon iets zoeken op fietsafstand óf wachten tot hij achttien was en zelf zijn rijbewijs op zak had.
 

Dit artikel staat in Kek Mama magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

De juf
Beeld: Getty

Een leerkracht vertelt aan Kek Mama wat ze meemaakt. Deze keer: de overleden vader van leerling Clarissa (6).

Maandagmiddag, twee jaar geleden. De kinderen zijn naar huis en ik drink thee met collega’s. We lachen net om een voorval op het schoolplein als de conciërge binnenkomt en zegt dat Suzan me wil spreken. Ze is de moeder van mijn leerlingetje Clarissa (6). Suzan is in tranen.

Geschrokken neem ik haar mee naar een rustige kamer. Daar vertelt ze dat Clarissa’s vader de avond tevoren een eind aan zijn leven heeft gemaakt. Het wordt wazig om me heen. Niet flauwvallen, denk ik. Ik zie Rob voor me, een vriendelijke, vrolijke man met lieve bruine ogen.
 

Pas twee jaar voor de klas

Ik ben 23 en sta pas twee jaar voor de klas. Suzan en Rob zijn minstens tien jaar ouder dan ik. Ik heb de dood nog nooit van nabij meegemaakt, op het bekende konijn en de goudvis na. Suzan vertelt tussen het snikken door wat er is gebeurd. Hoe depressief Rob de laatste tijd was, hoe ze een lief briefje op tafel vond, hoe ze hem heeft aangetroffen.

Ze kijkt me met wijd opengesperde ogen aan. “Hoe moet ik dit aan Clarissa vertellen?”, vraagt ze. ‘Ze weet nog van niets, ze speelt bij een vriendinnetje.” Ik kijk sprakeloos terug. Geen idee wat ik moet zeggen. Ik dreig in tranen uit te barsten als Jonathan, onze directeur, binnenkomt. Hij is gewaarschuwd door een opmerkzame collega die het gevoel heeft dat er iets helemaal mis is. Na een blik op mij vraagt Jonathan of ik thee voor ons drieën wil halen.
 

Rouwen in ladekastjes

De volgende dagen heb ik het gevoel dat ik stage loop in rouwtherapie. Ik leer dat kinderen rouwen in ladekastjes – de laatjes gaan dicht als het te veel wordt. Suzan vertelt me dat Clarissa erg huilde toen ze het nieuws hoorde, maar daarna al vrij snel vroeg of ze appelsap mocht. Na drie dagen brengt Suzan haar naar school. Ze heeft een schoenendoos bij zich die is versierd met wolkjes. Clarissa’s klasgenootjes mogen er een tekening in doen.

Rob wordt begraven op een tropisch warme dag. De hele school is aanwezig, het wordt bijna gezellig. Mensen lachen als zijn hondje op de kist springt.
 

Lees ook
Juf Julia en de overleden moeder van Mylou >

 

Dieren die misschien in de hemel zijn

Volgens Jonathan zal Clarissa zelf aangeven wat ze nodig heeft. De eerste weken wil ze vooral spelen. Maar op een dag komt ze bij me staan en zegt: “Mijn papa is dood. Ik denk dat hij in de hemel is. Zijn er vogels in de hemel?” Aarzelend zeg ik dat het goed zou kunnen. En dat ze misschien een tekening kan maken over vogels.

De volgende weken praten we op gezette tijden over welke dieren er in de hemel zouden kunnen zijn. Hamsters, hertjes, eenden, dinosaurussen? Ze tekent ze allemaal. Haar vriendinnen doen mee. Er komt een hele serie over ‘dieren die misschien in de hemel zijn’.
 

Twee jaar later

We zijn nu twee jaar verder. Het gaat goed met Clarissa. Ze zit niet meer in mijn klas. Toch komt ze af en toe met me praten over de dieren in de hemel. Ook in mijn nieuwe klas maken we een serie over dieren in de hemel. Een paar maanden geleden stierf de moeder van een van mijn leerlingen aan kanker. Ik merk dat ik het jongetje kan steunen met mijn ervaringen met Clarissa. Daardoor weet ik nu dat ook de afschuwelijkste gebeurtenissen lichtpuntjes kennen. Door de dood van Rob ben ik in één keer volwassen geworden als leerkracht.
 

Dit artikel staat in Kek Mama Magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >