af en toe streng zijn
Beeld: Pixabay

Hoe een bloedige aanvaring met een verwend rotjochie Els Quaegebeur weer eens doet beseffen: niks mis met af en toe streng zijn.

Zaterdagochtend, aquarium Artis. Mijn dochter Kate (4) en ik stonden zoals gebruikelijk gedurende lange tijd in een donkere zaal naar de haaien te kijken. Met hun ontevreden smoelwerk trokken ze eindeloos baantjes in hun krappe behuizing. Kate kan van dit tafereel geen genoeg krijgen. Artis is voor haar niets anders dan de softijsjesmachine in het restaurant en het aquarium – of het museum, zoals zij het noemt. De overige Artisbewoners beschouwt ze als behang.
“De haaien kunnen er niet uit toch, mama?”
“Ze kunnen er niet uit. Geen zorgen.”
“En als ze van iemand vleugels krijgen?”
“Dan misschien wel.”
“Maar ze krijgen niet van iemand vleugels toch?”
“Nee, die kans lijkt me heel klein.”
“Wat bedoel je?”
“Dat ze geen vleugels krijgen.”
“O. Oké.” Goed, daar stonden we dus weer, gehypnotiseerd door het eentonig optreden van de haaien, Kate op het plankje voor het glas, ik achter haar.
 

More content below the advertising

Tand door haar lip

Plotseling dook in de halfduisternis een klein, blond jongetje op. Hij schoof Kate opzij als een Playmobilpoppetje waarop hij was uitgekeken. Ze viel van het plankje, tand door haar lip, huilie huilie. Met grote betraande ogen staarde ze hem aan, eerst vanuit onbegrip over zo veel lompheid, maar al snel kreeg ze iets strengs over zich. Kate wachtte op excuses, want daar kom je mee als je iemand pijn hebt gedaan, expres, per ongeluk, per ongeluk expres, whatever.

Het jongetje zei niets. Hij volgde doodgemoedereerd de bewegingen van de vissen, alsof er niet een bloedende vrouw achter hem stond te wenen. De vaders van het jongetje, die tot dan toe vanaf een bankje in het midden van de zaal hadden toegekeken, kwamen schoorvoetend aangelopen. Ze sloegen geen acht op Kate en mij, maar richtten zich meteen tot het jochie – voor wie zij niet meer dan twee zakken lucht waren. “Noah, lieverd, Noahtje, zeg even sorry tegen dat meisje. Ze heeft zich pijn gedaan.” Noahtje nam de houding aan van de haaien: stuurs, arrogant, zwijgzaam.
 

Geen speld tussen te krijgen

Vader één aaide hem over zijn hoofd. “Noahtje, zullen we heel eventjes sorry zeggen tegen dat meisje? Hè? Dat is toch aardig?” Vader twee boog zich bemoedigend naar hem toe. “Noahtje, honey, kom, dan doen we het samen. Goed? Vind je dat fijn?” Kate stond inmiddels weer stevig met twee voeten op het plankje. Ze tikte Noah op zijn schouder en snauwde: “Jommetje, ik bloed en jij moet sorry zeggen.” Ik moet toe geven, de toon waarop ze het zei was behoorlijk betweterig (staat gelijk aan: contraproductief), maar verder was er geen speld tussen te krijgen. Vader één op zijn scherpzinnigst: “Ja Noahtje, zo is het wel.” 

Noah keerde ons zijn rug toe, mompelde ‘echt niet’ en ging een zwembad verder pretenderen dat zee­egels zijn lievelingsdieren waren. De vaders maakten eveneens terugtrekkende bewegingen, met een verholen trotse glimlach. Vader twee: “Het wil niet, hij is heel eigenzinnig.” Ik dacht: wat zou zo’n zee-­egel leuk staan in het gezicht van Noahtje.
 

Omdat ik het zeg

Een kwartier later kwamen we buiten. Noah zat bovenop de witte kunstwerk­dinosaurus die voor het aquarium dienstdoet als glijbaan. Kate liet zich niet meer kennen. Ze klom omhoog langs de staart van de dino, vermorzelde Noah met haar seriemoordenaarsblik en gleed langs de nek naar beneden. Na tien keer had ik wel gezien. “We gaan”, zei ik. Kate: “Nog één keer.” Oké. Ze ging nog een keer. “We gaan nu”, zei ik. Zij: “Nog één keer.” Ik: “Goed, maar dit is die ene keer die ook echt de laatste is.” Ze gleed alweer. Nog voor ze beneden was, riep ze al, niet als vraag maar als gegeven: “Nog één keer!” Ik schudde mijn hoofd, raapte haar schoenen en jas op uit het gras en stak mijn hand uit. Met tegenzin pakte ze hem vast. “Waarom gaan we dan nuuuuhuuuu?” Daar had ik maar één antwoord op: “Omdat ik het zeg.” Geen zin in het softe gedoe van de papa’s van Noah. Geen leugens (“Oeh schat, Artis gaat zo dicht. Straks zitten we hier opgesloten.”), geen zin in omkoperij, discussies of een compromis van het type mama = de loser. Gewoon, omdat ik het zeg. Heerlijk.
 

Lees ook
'Opvoeden? Ik ben allergisch voor regels' >

 

Luier ruiken: schuldig

Er zijn veel gebruiken rond kleine kinderen waarvan ik me had voorgenomen ze nooit over te nemen toen Kate net was geboren. Aan haar luier ruiken in de publieke ruimte. Vrienden en familieleden informatie opdringen over haar zindelijkheidsvoortgang. Bij een etentje alle aandacht opzuigen door de Maxi­Cosi midden op tafel te planten.  Opscheppen over hoe ‘voorlijk’ ze is in basale vaardigheden als rollen, kruipen of ‘bal’ zeggen. Het woord voorlijk überhaupt gebruiken. De vraag ‘Hoe vaak komt-­ie/ze?’ stellen in  gesprekken over nachtvoeding. Dit is niet helemaal gelukt (luier ruiken: schuldig), maar ik houd me er aardig aan.

Van ‘omdat ik het zeg’ (hierna: oihz) echter wist ik al toen ik mijn spiraal liet verwijderen in de hoop zwanger te raken: die voer ik in. Oké, niet meteen na het doorknippen van de navelstreng. Niet zonder empathie. Niet om elk wissewasje. Maar ook zeker niet als uitzondering (want dan werkt het niet). Choose your battles and choose them well.
 

Begrijpende, uitgestreken overlegouder

Een aantal jaar geleden, toen ik nog vrijgezel was en alleen mezelf had om tegen te oihz’en, hoorde ik mijn moeder tegen mijn zienderogen onder uitputting lijdende broer (vader van twee kinderen) zeggen: “Van de tien keer dat je strijd met ze hebt, moet jij zeven keer winnen. Zonder te veel geouwehoer.” In eerste instantie vond ik dat nogal dictatoriaal klinken. 

Later bedacht ik dat ze het zo ook bij ons heeft gedaan. Wij zijn opgevoed met een behoorlijke dosis oihz’s, en ik geloof niet dat ik daardoor getraumatiseerd ben. Integendeel. Onze bewegingsruimte was groot, maar wel duidelijk begrensd. Dat was prettig. Ik denk dat ik gek (en heel vervelend) zou zijn geworden van zo’n altijd en alles begrijpende, uitgestreken overlegouder.
 

Beetje streng

Ja, oihz klinkt een beetje streng. Het is ook een beetje streng. Ik geef er heus wel wat meer uitleg bij, maar niet te veel als het gaat om dingen die gewoon handig zijn om aan te leren, ongeacht hoe je je bestaan later gaat inrichten. Netjes eten. Mensen aankijken. Aardig zijn.Niet door andermans verhalen heen tetteren. Afmaken waar je aan begint. Je nagels en gebit op orde houden. EXCUSES AANBIEDEN. Over die dingen ga ik niet in discussie met mijn vierjarige, want daar schiet niemand iets mee op. Met name zij niet. Ik bedoel, wat is het alternatief bij dit soort basale zaken? Als ik het aan Kate zelf overlaat, krijgt ze zo’n beetje dit leven: Nooit haren wassen. Tanden poetsen alleen als de opgehoopte schimmel het snoepen verhindert. Kroketten naar wens. Nooit opruimen. Op sportdag een prinsessenjurk aan met een sleep van drie meter. Elke dag Frozen kijken plus Frozen- merchandise aanschaffen. Met spuug spekkies op de muur plakken en ze daarvan af eten. Op 24 juli een schoen zetten. Altijd in het grote bed slapen. De eiPet mee in bad nemen om Netflix te kijken. Nimmer iets eten wat groen is, maar wel dagelijks twee bolletjes smurfenijs met spikkels. 
 

Redelijkheid en maat houden

En de grap is: het is toch nooit genoeg. Van de leuke dingen dan. Als er iets vervelends moet gebeuren is het eigenlijk altijd te veel. Begrijp me niet verkeerd, ik vind kinderen fantastisch (Noahtje lieverd, reken je jezelf gerust tot uitzondering), maar ik ben toch geen ongenuanceerde kinderhater als ik zeg dat redelijkheid en maat houden niet hun sterkste eigenschappen zijn?

Wie dit onzin vindt, moet maar eens kijken op de geestige Instagram @iamanassholeparentbecause. Daarop plaatsen ouders foto’s van hun jankende bloedjes met een korte uiteenzetting van de reden waarom zij asshole parents zijn. Laatst postte een vrouw een foto van haar rood aangelopen dochtertje. Boos. Heel boos. Omdat haar moeder het niet voor elkaar kreeg de geluiden in het restaurant uit te zetten. Mijn favoriet is de foto van een vader met op de ene arm een hysterisch huilend peutermeisje in een hartjespyjama en in zijn andere hand een drilboor twee keer de maat van haar hoofd. Tekst: ‘Meltdown because daddy won’t let me play with the drill.’
 

Gebrek aan logica

Het gebrek aan logica in een kinderbrein vraagt om grenzen. Daar ga ik niet ingewikkeld over doen. Zo nu en dan een simpel oihz is heel verfrissend. Zeker in het geval van onderwerpen die ik al herhaaldelijk wél uitgebreid heb toegelicht. Ik vertik het om voor de vierde keer uit te leggen dat de iPad niet van nattigheid houdt en hij dus niet mee in bad kan, hoe goed ik me ook kan voorstellen dat het na een lange dag van school en BSO weldadig zou zijn om vanuit het schuimwater naar Peppa Pig te kijken. Jammer. Gaat niet. Omdat ik het zeg. Leven is soms ploeteren. Hoe eerder ze daarmee vertrouwd raakt, hoe beter.

Sinds kort zegt Kate zelf weleens oihz tegen haar poppen (veel strenger dan ik het doe). Een vriendin van mij – zeer anti­oihz – schrok ervan toen ze het laatst opving. “Vind je dat niet heel erg? Het klinkt echt als uit de jaren vijftig.” Dat zal best, maar ik snap Kate wel; die wil de kinderen ook weleens op tijd in bed in hebben, zonder gezeik. Terwijl de vriendin doorpraatte over de gevaren van oihz dacht ik aan de vaders van Noahtje. En nu weer. Ze staan waarschijnlijk nog steeds te wachten naast die dino. Ik hoop het van harte.
 

Dit verhaal staat in Kek Mama Magazine en is al een keer eerder gepubliceerd.

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

dol op kinderen alleen mezelf
Beeld: Pixabay

Joan zegt het maar ronduit: ze houdt niet van andermans kinderen. Beter gezegd: niet van onopgevoede kinderen die wel twaalf speelgoedbakken kunnen omkieperen maar nog niet één legoblokje zullen opruimen

De rosé-appgroep volstorten met bevallingsfoto’s. Een echo als Facebookprofiel. 123 nieuw toegevoegde foto’s aan het album Sprookjeswonderland. Duizend kiekjes van kleine Nina of Sem die bedelen om likes. Voor mij hoeft het niet, al die tentoongespreide kinderen op social media. Ik kan er niks mee. Een baby is een baby, een kind is een kind. Of het nu veel of weinig haar heeft, bolle wangen of schattige dreads.

More content below the advertising

Een enkele keer laat ik me verleiden tot een duimpje of hartje omdat ik anders zo harteloos overkom. Hetzelfde geldt voor verhalen over schattige baby’s, dreumesen en peuters. Ik mis de clou (die er vaak ook niet is), ik haak af bij opboksverhalen over wanneer een kind kon lopen, zindelijk was, zijn veters strikte of alle tafels kende.
 

Gelukkig van nageslacht

Blijkbaar denkt mijn omgeving dat ik vanwege mijn achtergrond net zo gelukkig word van hun nageslacht als zijzelf. Zwanger worden ging bij mij niet vanzelf. Dat is nogal een understatement, als je bedenkt dat het me tien jaar kostte om mijn zoon te krijgen. Toen ik vlak voor mijn dertigste de pil door de wc spoelde, rekende ik erop de volgende maand al positief te testen. Ik was altijd doodsbang geweest een keer een pil te vergeten en prompt zwanger te raken. Dus die keer dat ik het opzettelijk deed, verwachtte ik dat mijn lijf meteen de boodschap zou oppakken. Niet dus. Pillen, spuiten, reageerbuisjes – ik kwam terecht in de hele medische mallemolen.

Om een lang verhaal kort te maken en ook nog eens zegevierend af te sluiten: op de valreep, een maand voor mijn veertigste verjaardag, werd ik toch nog moeder. Ik kreeg een heerlijk kind waarover alle clichés waar zijn. Twee dagen na zijn geboorte keek ik in de wieg en dacht: als er ooit iets met jou gebeurt, hoeft het leven voor mij niet meer. Een gevoel dat daarvoor niemand bij me had opgeroepen en dat ik nu tot in mijn tenen voelde.
 

Stapelgek op kinderen? Mis.

Met zo’n succesverhaal verwacht de buitenwereld dat je stapelgek bent op kinderen. Als je zo veel moeite doet voor een baby, ben je blijkbaar een moederkloek, kindervriend en babyfluisteraar ineen. Mis. Het tegenovergestelde is waar. Als ik één ding heb ontwikkeld in mijn kinderloze jaren, dan is het een hekel aan andermans spruiten. Beter gezegd: het onopgevoede kind. Of nog beter: aan hun ouders die niet-opgevoede producten afleveren.

Ik vind het vervelend als ik tien uur lang in mijn rug word getrapt door een jongetje in de vliegtuigstoel achter me. Als er kinderen tikkertje spelen in een restaurant. Als nichtjes en neefjes op een verjaardag met twee ongewassen handjes in de bak met chips/ cashewnoten/ komkommers duiken en de tafel leegsnaaien. Laat ik het vriendelijk formuleren: dan ben ik niet zo goed in het onderdrukken van mijn ergernis.
 

Basisbeleefdheidsregels

Natuurlijk zou ik het allemaal anders doen als ik zelf kinderen had. En natuurlijk slaag ik daar niet altijd in, want ook mijn zoon is geen modelkind en weleens moe, hangerig en chagrijnig. Ook heeft hij eigenschappen waaraan een ander zich misschien stoort, maar die ik toevallig goed kan verdragen (zoals bloedfanatiek sporten en elk spelletje willen winnen). Maar de basisbeleefdheidsregels zitten er bij hem wel ingebrand.

Mijn credo is ‘mijn kind mag geen overlast bezorgen aan anderen’. Callum is pas zeven en ik kan hem rustig meenemen naar een restaurant, verjaardag, bruiloft of begrafenis. En voor trans-Atlantische vliegreizen draait hij zijn hand niet om. Dankzij goeie voorbereiding, afleiding, hapjes en vertier in de handbagage zit hij de lange vlucht uit, zonder noemenswaardig contact met medepassagiers. Na afloop van een playdate helpt hij met opruimen en geeft hij de ouder van het vriendje een handje en bedankt voor het spelen. Daar sta ik op.
 

Irritatie

Zelf vind ik het daarom lastig als kinderen hier een hele middag spelen en bij het afscheid nog geen doei uit hun snavels krijgen. Kids die wel twaalf speelgoedbakken feilloos weten om te kieperen, maar nog geen legoblokje willen terugleggen. Meestal zwaai ik moeder en kind overdreven lang na, in de hoop dat er iemand nog enige fatsoensregels herinnert. Om vervolgens met Callum aan het puinruimen te slaan en hem er nogmaals op te wijzen dat ik dit gedrag nooit zou accepteren.

Als ik een feestje geef en een vriendje van Callum na één hap frikadel met volle mond roept dat hij nog een tweede wil, mis ik het gen om dat weg te lachen en te denken: wat fijn dat het jochie zo geniet van de snack. In plaats daarvan irriteert het me mateloos en denk ik vals: jij krijgt als enige helemaal niets meer. Geen mooie karaktereigenschap, niet iets waar ik trots op ben, maar het is wel zo.
 

Lees ook
'Ik vind mijn jongste kind leuker' >

 

'Als het om kinderen gaat, is niks haar te veel'

Ik kijk dan ook vol bewondering naar vrouwen die instant van andermans kinderen houden. Die lieve moeder die elke ochtend in de klas stralend mijn kind begroet, hem bij zijn voornaam noemt en complimenteert met zijn nieuwe poloshirt/ Beyblade/ lunchbox terwijl ik niet eens weet hoe haar kind heet. De moeder die op het klassenuitje soepel zes stuiterende kids in bedwang houdt, terwijl ik er nog geen drie bij elkaar weet te houden – waaronder mijn eigen zoon die ineens een stuk minder goed luistert dan thuis. Mijn buurvrouw waar dagelijks hele schares buurtkinderen zich verzamelen en die een schijnbaar bodemloze vriezer vol ijsjes heeft. Jaloers kijk ik naar haar energie, geduld en warme inborst. Ze is 78, maar als het om kinderen gaat, is niks haar te veel.

En dan is er mijn vriendin Hettina, die ik de oermoeder noem. Zij houdt van elk kind dat ze in haar handen krijgt gedrukt (of gewoon uit andermans box of kinderwagen grist). Ze krijgt het verdrietigste kleintje nog aan het lachen. Elke baby valt op haar schoot meteen in slaap. Ook bladert ze verrukt door babyalbums en roept bij elke foto oh en ah. Toen mijn zoon net was geboren, kwam ze drie avonden bij me logeren om me door de eerste nachten te helpen. Vrijwillig.
 

Niks met baby's

Zelf heb ik dus helemaal niks met baby’s. Maar echt. Zal wel een teveel aan mannelijke hormonen zijn. Ik ben namelijk stapel op voetbal en Formule 1 en net als de meeste mannen vind ik kinderen pas lollig vanaf pakweg anderhalf jaar. Als ze kunnen lopen en een beetje praten. Eerder kan ik er gewoon niks mee en vind ik het een opgave ze op schoot te nemen of de fles te geven.

Voordat ik moeder was, kon ik nog wegkomen met een dom grapje: ‘Nee joh, straks laat ik het vallen of breekt er een armpje af, haha.’ Maar sinds ik zelf heb gebaard vertrouwen moeders mij trouwhartig hun larfjes toe. Ik kom niet meer weg met een smoes, ik krijg ze automatisch toegestopt. Overigens snappen die baby’s dat ik er niet veel mee kan, want ze zetten het bij mij onmiddellijk op een brullen.
 

Gave

Er zijn heus wel kinderen die ik kan verdragen en leuk vind. Kinderen die van hun ouders redelijk ouderwetse gedragsregels hebben geleerd of die van zichzelf erg grappig, voorkomend en innemend zijn. Maar dat zijn niet per se Callums beste vrienden. Helaas heeft hij de gave maten te kiezen die snel op mijn irritatielevel zitten.

Callum mag natuurlijk zijn eigen vriendschappen sluiten, zelfs met jongens en meiden die zijn moeder niet pruimt. Maar dat betekent niet dat ik hem niet een beetje kan sturen. Zo zijn er twee buurjongens die elke zin met een scheldwoord larderen. Ik heb ze al twee keer boos van de trampoline gestuurd omdat ze het leuk vonden non-stop ‘je bent een vieze homo’ te zingen.
 

'Dol op hun moeder, niet op die van een ander'

De eerste keer heb ik keurig uitgelegd dat artikel 1: gij zult niet discrimineren ook en vooral in mijn tuin gold. Maar toen ik niet lang daarna weer ‘homo, flikker en mietje’ uit hun monden hoorde, stormde ik naar buiten om met íets meer volume en agressie te zeggen dat een volgende keer dat ik zo’n uitspraak hoor, ze nooit meer een voet in de tuin mogen zetten. Daarmee won ik niet de wedstrijd van ‘coolste moeder’. De broertjes kijken me sindsdien doodsbang aan en vermoeden dat ik ze de volgende keer in mijn kelder verstop. Ach, voor hen zal ook gelden: dol op hun moeder, niet op die van een ander.
 

Dit artikel heeft eerder in Kek Mama gestaan.

 

 


Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

niet vertellen over kinderen opvoeden
Beeld: Unsplash

Wat zijn de belangrijkste dingen die jij nooit hebt gehoord over het krijgen van kinderen, maar je wel graag had willen weten? Buzzfeed heeft een aantal van de beste antwoorden.

1. Volwassenen zijn grote kinderen

via GIPHY

More content below the advertising

"Volwassenen zijn grote kinderen. We hebben dezelfde basiseisen en vaak ook dezelfde problemen. Als we niet genoeg eten, slaap of gezonde relaties hebben worden we moe, geïrriteerd en boos. Dat kan gaan van een licht humeur tot een woedestorm compleet met schreeuwen, vechten of zelfs fysiek geweld." — Brian Knapp

 

2. Veel, heel veel saaie taken

via GIPHY

"Veters strikken, het verdomde 'Little Green Frog'-liedje 50 keer zingen, in je hoofd bijhouden wat je kind heeft gegeten om te bepalen of de volgende maaltijd rijk aan proteïne of vetten of vezels moet zijn en elke keer glimlachen als je kind de kamer inloopt, zelfs als je een moord zou plegen om vijf minuten alleen te zijn. Jup, deze mensen verdienen een onderscheiding voor doorzettingsvermogen." — Imogen Moore

 

3. Een kleuter is net een slordige huisgenoot

via GIPHY

"Het ene moment geniet je van elkaars gezelschap, kaarten, grappige kattenvideo's kijken op YouTube, gewoon een beetje hangen — dan ga je naar de badkamer om tandpasta over de hele wastafel en handdoek te vinden. Dan sta je in de deuropening, schreeuwend: 'Er zit tandpasta overal! Ruim eens op nadat je je tanden hebt gepoetst!' Je nieuwe huisgenoot komt grinnikend de hal in. 'Sorry, ik liet mijn tandenborstel vallen nadat ik er tandpasta op had gedaan en toen ben ik het vergeten.' Je lacht, maar de volgende dag gebeurt weer hetzelfde." — Tamara Troup

 

4. Terwijl je kind opgroeit ga je de persoon missen die hij/zij was

via GIPHY

"Waar is die driejarige die op schoot kroop om boeken te lezen en de oprit versierde met kunstwerken van krijt? Waar is die tienjarige die in volledige stilte elke nacht uren zat te tekenen? Waar is die grappige veertienjarige die hilarische verhalen vertelde over zijn dag, elke dag? Ze zijn weg, voor altijd." — Jessica Margolin

 

5. Kinderen leren jou net zoveel

via GIPHY

"Je hebt niet alleen kinderen — kinderen hebben jou. Ze hebben je in de palm van hun kleine handjes, om te kneden en je net zoveel te leren als andersom. Zij zijn niet de enige die aan het groeien zijn." — Jeff Darcy


Lees ook
7 dingen die ik moeilijk vind aan opvoeden >


 

6. Het is heel moeilijk om te slapen 'als de baby slaapt'

via GIPHY

"Mijn dochter viel een keer in slaap terwijl ik haar aan het voeden was. Het was 2 uur 's middags en ik dacht dat ze maar vijf minuten zou slapen, dus ik ben opgestaan en heb haar daar laten liggen. Drie uur later was ze nog diep aan het slapen en waren mijn man en ik beiden uitgeput, omdat we zelf niet bij het bed konden zonder haar wakker te maken. We wisten niet of we nou moesten huilen of lachen. Ik denk dat we het allebei hebben gedaan." — Shiri Dori-Hacohen

 

7. Alles zelf uitvogelen

via GIPHY

"Je zal allerlei soorten advies tegenkomen, goed of fout, over alles dat te maken heeft met jouw kinderen. Maar toch moet je het allemaal zelf uitvogelen - ondanks dat mensen kinderen hebben grootgebracht sinds het menselijk ras is geëvolueerd." — Scott Stirling

 

8. Je kan nooit genoeg geduld hebben

via GIPHY

"Ik dacht altijd dat ik meer geduld had dan andere familieleden en dat dit een voordeel zou zijn bij het opvoeden van een kind. Het is nuttig, maar het is alsnog niet genoeg." — Roy Ronalds

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >