Els en Do

De opvoedtantes Els en Do beantwoorden opvoedvragen met een knipoog en stellen zichzelf voor: “Wij zijn geboren voordat de pil was uitgevonden, kwamen ter wereld zonder dat onze ouders daarom hadden gevraagd en werden te hooi en te gras opgevoed. Zelf kregen wij heel bewust kinderen en daarom voelen we tot op de dag van vandaag (ze zijn inmiddels 34, 22 en 20) de plicht hen permanent gelukkig te maken. We kennen dus twee opvoedingsstijlen van nabij, en blijven onverminderd op zoek naar de gulden middenweg.

Hier lees je een van de vragen, mét antwoord 

More content below the advertising

Mijn zoon van bijna vier doet het af en toe nog in zijn broek en heeft ook ’s nachts weleens een ongelukje. Hij doet er veel langer over dan zijn oudere zusje, die al helemaal zindelijk was toen ze net drie was. Moet ik me zorgen maken?
 

Geen zorgen, dit vinden we tegenwoordig normaal. Westerse kinderen worden steeds later zindelijk en dat is de schuld van de weggooiluiers en ouders die hen nergens toe willen dwingen. De tantes werden al op het potje gezet toen ze acht maanden waren. Als het op onze derde verjaardag nog niet gepiept was, gingen onze moeders zich ernstig zorgen maken.

Ook de huisarts dacht in dat geval aan een ‘lichamelijke of psychische stoornis.’ Dat staat in De Baedeker voor de huisvrouw, een encyclopedie die veel vrouwen bij hun huwelijk cadeau kregen. Het eerste deel verscheen in 1953 en er zouden nog 24 delen volgen van elk zo’n tweehonderd bladzijden.
 

Haast

Moeders van toen hadden haast: de meesten kregen de een na de andere baby en ze hadden de beschikking over katoenen luiers die allemaal op de hand gewassen moesten worden bij gebrek aan wasmachines. In onze neusvleugels hangt nog de geur van de emmers waarin de luiers van onze kleine broertjes en zusjes stonden te weken.

Als we niet snel zindelijk werden, moesten we in natte lappen rondkruipen, die werden vastgezet met veiligheidsspelden en waarover een plastic broek zat om het overtollig vocht tegen te houden. U begrijpt: niet te vergelijken met de weggooiluiers van nu waarin kinderen geen nattigheid voelen.
 

Hij leert het wel

Tegenwoordig kunnen ouders het zich permitteren pas met zindelijkheidstraining te beginnen als hun wurmen al een jaar of twee, drie zijn. Pas als uw zoon tussen zijn vijfde en zesde nog uitgebreid in bed plast, heet het enuresis nocturna en is het tijd voor een bezoekje aan de dokter. Maar dat is nog lang niet aan de orde.

Wacht rustig af, hij leert het wel. Jongetjes zijn in zulke dingen meestal later dan meisjes. U hebt de natuur aan uw zijde: zowel kinderen als dieren worden uiteindelijk vanzelf zindelijk. De een wat later dan de ander, maar tegen de tijd dat uw zoon voor het eerst verkering krijgt is het probleem ongetwijfeld opgelost.

Ook een opvoedvraag? Mail ’m naar elsendo@kekmama.nl