mama is ongeduldig
Beeld: Pixabay

Een kind dat een halfuur doet over schoenen aantrekken of een bord leegeten, het drijft Joan tot razernij. Zij is zo’n moeder van: schiet een beetje op, hup hup.

Toen geduld werd uitgedeeld, stond ik niet vooraan. Ik kijk dan ook vol bewondering en lichtelijk jaloers naar moeders die kalm en berustend hun kinderen opvoeden.

Al moet ik eerlijk zeggen: ook ietwat geërgerd. Want als zeer ongeduldig persoon, irriteert het me als een collegamoeder er een kwartier voor uittrekt om haar zoon te manen zijn schoenen aan te trekken als ze hem na een speelafspraak bij ons komt ophalen. En staan mijn haren recht overeind als ik een moeder op haar knieën zie zitten, terwijl ze ondertussen haar dochtertje poeslief vraagt het afgepakte autootje alsjeblieft terug te geven aan het huilende jongetje tegenover haar. Dan moet ik me inhouden het ding niet met harde hand uit de knuistjes te trekken en aan de eigenaar terug te geven. Ook al ken ik beide kinderen niet eens.
 

Onbewust van mijn ongeduld

Voordat ik kinderen had, was ik me niet bewust van mijn ongeduld. Oké, een rood stoplicht was als fietser altijd vooral een uitdaging om zonder kleerscheuren de overkant te bereiken dan een waarschuwing: wacht, er kan een tram/auto/bus/fiets aankomen. Maar dat zag ik eerder als een normale Amsterdamse eigenschap dan een vervelende karaktertrek. Wachten totdat mijn nagellak droog of de roombotercake gaar was, vond ik ook best lastig. Maar ach, bij blanke nagellak zie je amper krassen en natte cake is ook prima te eten, dus daar kun je soepeltjes honderd mee worden.
 

'Dat gepriegel met die ienemienie drukkertjes'

Maar toen kreeg ik een kind en werd deze verborgen eigenschap ineens uitvergroot tot XL-formaat. Het begon al vlak na de geboorte van Callum (nu zeven) in de vorm van drukknoopjes op rompertjes en kruippakjes en shirtjes. Ik werd gek. Uit ging nog wel: ritsrats. Maar weer áán: dat gepriegel met die ieniemienie drukkertjes op plekken waar je sowieso geen daglicht hebt en in mijn geval ook geen rustig liggende, meewerkende baby.

Al snel gaf ik de helft van mijn babyuitzet met drukkertjes weg of bewaarde het voor zijn dagen op het kinderdagverblijf. Voor mijn mamadagen kocht ik witte leggings of blauwe jeggings, die ik in het pre-genderneutrale tijdperk vaak op de meisjesafdeling scoorde. En in plaats van het vermaledijde rompertje hielden hemdjes zijn rug warm en twee mini-onderbroeken over elkaar de luier net zo goed op zijn plek.
 

Win-win

Minder onschuldig: ook qua voeding ben ik veel te ongedurig. Zo is het ‘even laten huilen en dan valt hij wel weer in slaap’-credo nooit aan mij besteed geweest. Ik vond het verschrikkelijk als Callum om vijf uur ’s nachts om een fles krijste en had meestal om twee minuten over vijf al een warme fles in zijn vuistjes geklemd. Sliepen we beiden om kwart over vijf weer als een roos en tot acht uur door. Win-win.

Dat had wel tot gevolg dat hij nog geen nacht doorsliep toen hij al bijna twee was. Pas na een ernstige waarschuwing van de tandarts – met al die nachtflessen kweekte ik een slecht melkgebit – ben ik de strijd aangegaan. Dat pakte trouwens wonderbaarlijk makkelijk uit. Misschien was hij zelf ook wel klaar met de nachtfles.
 

Fijne motoriek

Ondertussen is mijn zoon laten eten nog steeds een crime. Ik geloof dat ik hem tot zijn vijfde, maar het kan ook zijn zesde jaar zijn, heb gevoerd. Vond hij best, want dan kon hij ondertussen lekker naar buiten (of de tv) loeren en wij weer snel van tafel. En ook nu nog snij, prak en hussel ik zijn eten, simpelweg omdat ik niet kan aanzien hoe hij in zijn vlees hakt of muizenhapjes naar binnen prikt.

Helaas heeft zijn juf me op het hart gedrukt Callum toch wat meer aan zijn fijne motoriek te laten werken. Blijkbaar kan hij minder goed hazentandjes uitknippen en sneeuwpoppen maken van witte crêpepapierpropjes dan klasgenoten die wel geduldige moeders hebben. Sindsdien laat ik hem toch maar zelf zijn bestek hanteren, met als gevolg dat ik mijn eten al lang en breed op heb, de vaatwasser ingeruimd en het fornuis schoon, terwijl Callum nog in zijn pasta roert.
 

Lees ook
Zo'n moeder zou ik dus nooit worden >

 

'Ik heb het echt geprobeerd'

Als ik mezelf vergelijk met de moeders van het Montessorischoolplein, dan kom ik er zeer bekaaid af. Natuurlijk is het belachelijk dat ik negen van de tien keer Callum achterop de fiets neem, omdat het met zijn kleine beentjes niet opschiet als hij die tien minuten zelf fietst. Of dat ik liever bij de Action lampionnen voor de hele klas koop dan die als hulpmoeder zelf te knutselen. Ik heb het echt geprobeerd hoor, om net zo betrokken en geduldig als de luizen- en voorleesmoeders te zijn.

Eén keer ben ik zelfs meegegaan met een schoolreisje naar Artis. Ik had vooraf opdrachtformulieren gekregen met een soort puzzeltocht. De bedoeling was dat ik met mijn groep van vijf, waaronder mijn eigen zoon, op zoek ging naar bepaalde dieren en bij elk exemplaar achtergronduitleg zou geven.

Van tevoren had ik me secuur voorbereid op mijn taak en wist ik hoeveel eieren een struisvogel legde en hoe lang een krokodil kon worden. Maar eenmaal binnen de hekken, was het grut drukker met elkaar dan met mijn Freek Vonk-verhandeling. Na een keer of vier aardig gevraagd te hebben of ze een beetje wilden opletten, werd mijn stem al minder vriendelijk van toon. Totdat ik boos riep dat ze Nu Echt Moesten Luisteren.

Om een lang verhaal kort te maken; we zijn na een uur klieren richting speeltuin gegaan waar ik op een bank kon genieten van mijn espresso en de zon, terwijl zij aan het apenkooien waren. Aan het eind van de dag had mijn groepje als enige de stempelkaart niet vol. Daarna ben ik nooit meer als hulpmoeder gevraagd.
 

Familiekwaal

Volgens mijn moeder is het een familiekwaal. Haar motto is: liever gister dan vandaag. De Ikeakast moet na aankoop direct in elkaar worden gezet en graag ook meteen opgehangen. De volgende ochtend is gewoon geen optie. Maaltijden worden uitgezocht op snel-klaar, een gerecht dat langere voorbereiding nodig heeft dan tien minuten is van kerstdinerniveau. Een flinke scheut bleek in de wc en het ding glimt weer als een malle. Toen ze nog truien breide kon het voorkomen dat de ene mouw wat langer was dan de andere, kniesoor die erop lette.

Met haar kleinkinderen kan mijn moeder urenlang boekjes lezen, maar ze moeten niet treuzelen met opruimen, want daar wordt ze naar eigen zeggen gallisch van. ‘Dat gemier met twee blokjes. Hup, hele Legoverzameling in één keer in de bak en klaar.’ Ik snap haar uiteraard. Mijn vriend niet. Die is meer van het beleid. Van het geduldige, tolerante en inschikkelijke.

Hij probeert met engelengeduld ruzies tussen zijn twee dochters te sussen. Ook al strandt hij menigmaal in een eindeloze praatsessie waarbij tot op het bot moet worden geanalyseerd wie wat zei en waarom dat voor de ander zo kwetsend was en waarom dat dan weer reden was om nu niet meer met elkaar te willen praten.

Ik kijk van een afstand naar het schouwspel, en weet dat ik daar zó geen geduld voor zou hebben. Ik ben dolblij dat ik geen dramaqueens in huis heb, maar een pragmatische zoon die bij een ruzie met een vriendje gewoon zegt: “Ik vind jou stom.” Waarop het andere jongetje zegt: “Ik jou ook”, om tien seconden later weer rustig verder te spelen zonder dat er iets hoeft te worden uitgesproken.
 

Aangestoken met mijn ongeduld-DNA

Ik vrees dat Callum ook is aangestoken met mijn ongeduld-DNA. Als een klasgenootje na afloop van een speelafspraak bij ons uitgebreid de tijd neemt om zijn jas en schoenen aan te trekken, vertrekt Callum na een ‘nou doei’ naar zijn trampoline. Wachten is zonde van de speeltijd. Meestal staat zo’n kind dan met zijn moeder in een lege gang, want ik ben allang richting keuken vertrokken om alvast wat aan het eten te doen.

En toen ik Callum rondom sinterklaastijd voorstelde samen pepernoten te bakken wegens leuk en creatief, keek hij me alleen maar aan: waarom? We konden toch ook gewoon een zak pepernoten kopen? Scheelde een hoop werk. Ziet hij een dreinend kind in de supermarkt, dan zucht hij: “O ik kan hier niet tegen mama, laat die moeder haar kind eens stoppen of mee naar buiten nemen.” Oeps.

Maar zijn ongeduldige gedrag leidt ook bij mij tot irritatie. Hij wil graag tot op de seconde weten hoelang het duurt voordat we naar zijn neefjes gaan/opa en oma komen/zijn voetbaltraining begint/hij op zijn iPad mag. Maak niet de fout te zeggen: “Nog anderhalf uur”, want je bent meer tijd kwijt aan almaar uitleggen hoeveel minuten er al verstreken zijn dan het werkelijk duurt.

En als ik hem zeg even te wachten in de badkamer zodat ik zijn pyjama van boven kan halen, blijft-ie maar roepen waar ik nou blijf. Vervelend, maar ook herkenbaar. We hebben allebei pech. Toen het geduld werd uitgedeeld, stond mijn zoon ook niet vooraan.
 

Dit artikel staat in Kek Mama 01-2018.
 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

dol op kinderen alleen mezelf
Beeld: Pixabay

Joan zegt het maar ronduit: ze houdt niet van andermans kinderen. Beter gezegd: niet van onopgevoede kinderen die wel twaalf speelgoedbakken kunnen omkieperen maar nog niet één legoblokje zullen opruimen

De rosé-appgroep volstorten met bevallingsfoto’s. Een echo als Facebookprofiel. 123 nieuw toegevoegde foto’s aan het album Sprookjeswonderland. Duizend kiekjes van kleine Nina of Sem die bedelen om likes. Voor mij hoeft het niet, al die tentoongespreide kinderen op social media. Ik kan er niks mee. Een baby is een baby, een kind is een kind. Of het nu veel of weinig haar heeft, bolle wangen of schattige dreads.

Een enkele keer laat ik me verleiden tot een duimpje of hartje omdat ik anders zo harteloos overkom. Hetzelfde geldt voor verhalen over schattige baby’s, dreumesen en peuters. Ik mis de clou (die er vaak ook niet is), ik haak af bij opboksverhalen over wanneer een kind kon lopen, zindelijk was, zijn veters strikte of alle tafels kende.
 

Gelukkig van nageslacht

Blijkbaar denkt mijn omgeving dat ik vanwege mijn achtergrond net zo gelukkig word van hun nageslacht als zijzelf. Zwanger worden ging bij mij niet vanzelf. Dat is nogal een understatement, als je bedenkt dat het me tien jaar kostte om mijn zoon te krijgen. Toen ik vlak voor mijn dertigste de pil door de wc spoelde, rekende ik erop de volgende maand al positief te testen. Ik was altijd doodsbang geweest een keer een pil te vergeten en prompt zwanger te raken. Dus die keer dat ik het opzettelijk deed, verwachtte ik dat mijn lijf meteen de boodschap zou oppakken. Niet dus. Pillen, spuiten, reageerbuisjes – ik kwam terecht in de hele medische mallemolen.

Om een lang verhaal kort te maken en ook nog eens zegevierend af te sluiten: op de valreep, een maand voor mijn veertigste verjaardag, werd ik toch nog moeder. Ik kreeg een heerlijk kind waarover alle clichés waar zijn. Twee dagen na zijn geboorte keek ik in de wieg en dacht: als er ooit iets met jou gebeurt, hoeft het leven voor mij niet meer. Een gevoel dat daarvoor niemand bij me had opgeroepen en dat ik nu tot in mijn tenen voelde.
 

Stapelgek op kinderen? Mis.

Met zo’n succesverhaal verwacht de buitenwereld dat je stapelgek bent op kinderen. Als je zo veel moeite doet voor een baby, ben je blijkbaar een moederkloek, kindervriend en babyfluisteraar ineen. Mis. Het tegenovergestelde is waar. Als ik één ding heb ontwikkeld in mijn kinderloze jaren, dan is het een hekel aan andermans spruiten. Beter gezegd: het onopgevoede kind. Of nog beter: aan hun ouders die niet-opgevoede producten afleveren.

Ik vind het vervelend als ik tien uur lang in mijn rug word getrapt door een jongetje in de vliegtuigstoel achter me. Als er kinderen tikkertje spelen in een restaurant. Als nichtjes en neefjes op een verjaardag met twee ongewassen handjes in de bak met chips/ cashewnoten/ komkommers duiken en de tafel leegsnaaien. Laat ik het vriendelijk formuleren: dan ben ik niet zo goed in het onderdrukken van mijn ergernis.
 

Basisbeleefdheidsregels

Natuurlijk zou ik het allemaal anders doen als ik zelf kinderen had. En natuurlijk slaag ik daar niet altijd in, want ook mijn zoon is geen modelkind en weleens moe, hangerig en chagrijnig. Ook heeft hij eigenschappen waaraan een ander zich misschien stoort, maar die ik toevallig goed kan verdragen (zoals bloedfanatiek sporten en elk spelletje willen winnen). Maar de basisbeleefdheidsregels zitten er bij hem wel ingebrand.

Mijn credo is ‘mijn kind mag geen overlast bezorgen aan anderen’. Callum is pas zeven en ik kan hem rustig meenemen naar een restaurant, verjaardag, bruiloft of begrafenis. En voor trans-Atlantische vliegreizen draait hij zijn hand niet om. Dankzij goeie voorbereiding, afleiding, hapjes en vertier in de handbagage zit hij de lange vlucht uit, zonder noemenswaardig contact met medepassagiers. Na afloop van een playdate helpt hij met opruimen en geeft hij de ouder van het vriendje een handje en bedankt voor het spelen. Daar sta ik op.
 

Irritatie

Zelf vind ik het daarom lastig als kinderen hier een hele middag spelen en bij het afscheid nog geen doei uit hun snavels krijgen. Kids die wel twaalf speelgoedbakken feilloos weten om te kieperen, maar nog geen legoblokje willen terugleggen. Meestal zwaai ik moeder en kind overdreven lang na, in de hoop dat er iemand nog enige fatsoensregels herinnert. Om vervolgens met Callum aan het puinruimen te slaan en hem er nogmaals op te wijzen dat ik dit gedrag nooit zou accepteren.

Als ik een feestje geef en een vriendje van Callum na één hap frikadel met volle mond roept dat hij nog een tweede wil, mis ik het gen om dat weg te lachen en te denken: wat fijn dat het jochie zo geniet van de snack. In plaats daarvan irriteert het me mateloos en denk ik vals: jij krijgt als enige helemaal niets meer. Geen mooie karaktereigenschap, niet iets waar ik trots op ben, maar het is wel zo.
 

Lees ook
'Ik vind mijn jongste kind leuker' >

 

'Als het om kinderen gaat, is niks haar te veel'

Ik kijk dan ook vol bewondering naar vrouwen die instant van andermans kinderen houden. Die lieve moeder die elke ochtend in de klas stralend mijn kind begroet, hem bij zijn voornaam noemt en complimenteert met zijn nieuwe poloshirt/ Beyblade/ lunchbox terwijl ik niet eens weet hoe haar kind heet. De moeder die op het klassenuitje soepel zes stuiterende kids in bedwang houdt, terwijl ik er nog geen drie bij elkaar weet te houden – waaronder mijn eigen zoon die ineens een stuk minder goed luistert dan thuis. Mijn buurvrouw waar dagelijks hele schares buurtkinderen zich verzamelen en die een schijnbaar bodemloze vriezer vol ijsjes heeft. Jaloers kijk ik naar haar energie, geduld en warme inborst. Ze is 78, maar als het om kinderen gaat, is niks haar te veel.

En dan is er mijn vriendin Hettina, die ik de oermoeder noem. Zij houdt van elk kind dat ze in haar handen krijgt gedrukt (of gewoon uit andermans box of kinderwagen grist). Ze krijgt het verdrietigste kleintje nog aan het lachen. Elke baby valt op haar schoot meteen in slaap. Ook bladert ze verrukt door babyalbums en roept bij elke foto oh en ah. Toen mijn zoon net was geboren, kwam ze drie avonden bij me logeren om me door de eerste nachten te helpen. Vrijwillig.
 

Niks met baby's

Zelf heb ik dus helemaal niks met baby’s. Maar echt. Zal wel een teveel aan mannelijke hormonen zijn. Ik ben namelijk stapel op voetbal en Formule 1 en net als de meeste mannen vind ik kinderen pas lollig vanaf pakweg anderhalf jaar. Als ze kunnen lopen en een beetje praten. Eerder kan ik er gewoon niks mee en vind ik het een opgave ze op schoot te nemen of de fles te geven.

Voordat ik moeder was, kon ik nog wegkomen met een dom grapje: ‘Nee joh, straks laat ik het vallen of breekt er een armpje af, haha.’ Maar sinds ik zelf heb gebaard vertrouwen moeders mij trouwhartig hun larfjes toe. Ik kom niet meer weg met een smoes, ik krijg ze automatisch toegestopt. Overigens snappen die baby’s dat ik er niet veel mee kan, want ze zetten het bij mij onmiddellijk op een brullen.
 

Gave

Er zijn heus wel kinderen die ik kan verdragen en leuk vind. Kinderen die van hun ouders redelijk ouderwetse gedragsregels hebben geleerd of die van zichzelf erg grappig, voorkomend en innemend zijn. Maar dat zijn niet per se Callums beste vrienden. Helaas heeft hij de gave maten te kiezen die snel op mijn irritatielevel zitten.

Callum mag natuurlijk zijn eigen vriendschappen sluiten, zelfs met jongens en meiden die zijn moeder niet pruimt. Maar dat betekent niet dat ik hem niet een beetje kan sturen. Zo zijn er twee buurjongens die elke zin met een scheldwoord larderen. Ik heb ze al twee keer boos van de trampoline gestuurd omdat ze het leuk vonden non-stop ‘je bent een vieze homo’ te zingen.
 

'Dol op hun moeder, niet op die van een ander'

De eerste keer heb ik keurig uitgelegd dat artikel 1: gij zult niet discrimineren ook en vooral in mijn tuin gold. Maar toen ik niet lang daarna weer ‘homo, flikker en mietje’ uit hun monden hoorde, stormde ik naar buiten om met íets meer volume en agressie te zeggen dat een volgende keer dat ik zo’n uitspraak hoor, ze nooit meer een voet in de tuin mogen zetten. Daarmee won ik niet de wedstrijd van ‘coolste moeder’. De broertjes kijken me sindsdien doodsbang aan en vermoeden dat ik ze de volgende keer in mijn kelder verstop. Ach, voor hen zal ook gelden: dol op hun moeder, niet op die van een ander.
 

Dit artikel heeft eerder in Kek Mama gestaan.

 

 


Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >

niet vertellen over kinderen opvoeden
Beeld: Unsplash

Wat zijn de belangrijkste dingen die jij nooit hebt gehoord over het krijgen van kinderen, maar je wel graag had willen weten? Buzzfeed heeft een aantal van de beste antwoorden.

1. Volwassenen zijn grote kinderen

via GIPHY

"Volwassenen zijn grote kinderen. We hebben dezelfde basiseisen en vaak ook dezelfde problemen. Als we niet genoeg eten, slaap of gezonde relaties hebben worden we moe, geïrriteerd en boos. Dat kan gaan van een licht humeur tot een woedestorm compleet met schreeuwen, vechten of zelfs fysiek geweld." — Brian Knapp

 

2. Veel, heel veel saaie taken

via GIPHY

"Veters strikken, het verdomde 'Little Green Frog'-liedje 50 keer zingen, in je hoofd bijhouden wat je kind heeft gegeten om te bepalen of de volgende maaltijd rijk aan proteïne of vetten of vezels moet zijn en elke keer glimlachen als je kind de kamer inloopt, zelfs als je een moord zou plegen om vijf minuten alleen te zijn. Jup, deze mensen verdienen een onderscheiding voor doorzettingsvermogen." — Imogen Moore

 

3. Een kleuter is net een slordige huisgenoot

via GIPHY

"Het ene moment geniet je van elkaars gezelschap, kaarten, grappige kattenvideo's kijken op YouTube, gewoon een beetje hangen — dan ga je naar de badkamer om tandpasta over de hele wastafel en handdoek te vinden. Dan sta je in de deuropening, schreeuwend: 'Er zit tandpasta overal! Ruim eens op nadat je je tanden hebt gepoetst!' Je nieuwe huisgenoot komt grinnikend de hal in. 'Sorry, ik liet mijn tandenborstel vallen nadat ik er tandpasta op had gedaan en toen ben ik het vergeten.' Je lacht, maar de volgende dag gebeurt weer hetzelfde." — Tamara Troup

 

4. Terwijl je kind opgroeit ga je de persoon missen die hij/zij was

via GIPHY

"Waar is die driejarige die op schoot kroop om boeken te lezen en de oprit versierde met kunstwerken van krijt? Waar is die tienjarige die in volledige stilte elke nacht uren zat te tekenen? Waar is die grappige veertienjarige die hilarische verhalen vertelde over zijn dag, elke dag? Ze zijn weg, voor altijd." — Jessica Margolin

 

5. Kinderen leren jou net zoveel

via GIPHY

"Je hebt niet alleen kinderen — kinderen hebben jou. Ze hebben je in de palm van hun kleine handjes, om te kneden en je net zoveel te leren als andersom. Zij zijn niet de enige die aan het groeien zijn." — Jeff Darcy


Lees ook
7 dingen die ik moeilijk vind aan opvoeden >


 

6. Het is heel moeilijk om te slapen 'als de baby slaapt'

via GIPHY

"Mijn dochter viel een keer in slaap terwijl ik haar aan het voeden was. Het was 2 uur 's middags en ik dacht dat ze maar vijf minuten zou slapen, dus ik ben opgestaan en heb haar daar laten liggen. Drie uur later was ze nog diep aan het slapen en waren mijn man en ik beiden uitgeput, omdat we zelf niet bij het bed konden zonder haar wakker te maken. We wisten niet of we nou moesten huilen of lachen. Ik denk dat we het allebei hebben gedaan." — Shiri Dori-Hacohen

 

7. Alles zelf uitvogelen

via GIPHY

"Je zal allerlei soorten advies tegenkomen, goed of fout, over alles dat te maken heeft met jouw kinderen. Maar toch moet je het allemaal zelf uitvogelen - ondanks dat mensen kinderen hebben grootgebracht sinds het menselijk ras is geëvolueerd." — Scott Stirling

 

8. Je kan nooit genoeg geduld hebben

via GIPHY

"Ik dacht altijd dat ik meer geduld had dan andere familieleden en dat dit een voordeel zou zijn bij het opvoeden van een kind. Het is nuttig, maar het is alsnog niet genoeg." — Roy Ronalds

 

 

 

Nog meer Kek Mama?
Volg ons op Facebook en Instagram. Of schrijf je hier in voor de Kek Mama nieuwsbrief >