Beeld: Getty
Beeld: Getty

Toen hij erachter kwam dat dieren worden afgemaakt zodat wij die lekker kunnen oppeuzelen, werd de zoon van Thomas Braun meteen vegetariër. 

“Max, weet je wel wat je zit te eten?”
Ik kijk mijn zoon aan terwijl er een stuk kroepoek gedeeltelijk naar binnengaat. Het andere deel belandt op de tafel, de stoel, zijn T-shirt, want zo is Max.
“Kroepoek pap”, zegt hij met volle mond. “Wat is dat?” vraag ik niet zonder reden. “Gewoon, een soort chips.” Ik vertel hem dat het niet een soort chips is maar dat er garnalen in zitten. 

 

Zeg dat het niet zo is

Garnalen die waarschijnlijk levend gekookt zijn nadat ze eerder zonder pardon bij hun familie en vrienden zijn weggerukt. Dat laatste vertel ik er natuurlijk niet bij, want het leed is al niet te overzien. Hij plukt de stukjes haastig van zijn tong en kijkt me aan met een blik die zegt: papa, zeg dat het niet zo is. Ik knik dat het wel zo is en zijn onderlip begint te trillen, er komt een kreukel op zijn kin en dan vloeien de tranen. Hij is verslagen. En woedend. Rent van tafel, smijt de deur keihard achter zich dicht en zoekt troost in zijn Ajax-kussen.

 

Komt zijn vader nú mee

Hij voelt zich een verrader. Hij is medeplichtig aan de brute moord op een onbekend aantal onschuldige dieren. En daar komt zijn vader nú mee. Ik moet alle zeilen bijzetten om hem weer enigszins tot bedaren te brengen. Max is dan net tien. Een bijzondere jongen. Loopt elke dag in korte broek. Ook als het tien graden vriest. Het maakt hem niet uit wat een ander daarvan denkt. Hij is niet heel stoer, eerder ontzettend lief. Pikt nooit snoep, zegt sorry als een voetballer tegen hem opbotst en wordt woedend als zijn vader even een u-turn maakt waar het niet mag. Hij kan niet tegen onrecht en kleurt zelden buiten de lijntjes. En een halfjaar voor het kroepoek-debacle bereikt hem ineens het nieuws dat er dieren worden doodgemaakt zodat wij die lekker kunnen oppeuzelen.

 

"Ik ga nooit meer dieren eten"

“Is dat echt waar, pap?”, vraagt zoon Max als we gezellig met zijn vieren aan de gourmet zitten. “Dieren worden toch niet doodgemaakt om op te eten, die waren dan toch al dood?” Ik leg uit dat er inderdaad dieren worden geslacht. Maar dat je ook dieren hebt die een goed leven hebben gehad op de biologische boerderij. Hij laat zijn vork uit zijn handen vallen, spuugt een stuk biefstuk op zijn bord en zegt: “Ik ga nooit meer dieren eten. Nóóit meer.” Ik zeg dat ik dat een goed idee vind. Zijn moeder kijkt me sceptisch aan. “Anders eet je dit nog even op en dan hebben we het er morgen over.” Nou, Max wil het er morgen helemaal niet over hebben. Hij heeft op televisie iets gezien of ze hebben het er op school over gehad, dat dieren worden afgemaakt zodat wij ze kunnen eten en zijn besluit staat vast. Nooit meer vlees en nooit meer vis. Ik verwacht dat dit zo’n vaart niet zal lopen. Weekje misschien, twee hooguit. Aan de andere kant: hij loopt al ook al zes winters in korte broek.

 

Pizza salami zonder salami

Het waait niet over. Het wordt van kwaad tot erger. In de supermarkt weigert hij gehakt in het wagentje te leggen. Wie een vlieg doodslaat is in zijn ogen een moordenaar. En als we vragen wat hij wil eten, zegt hij “Pizza salami. Zonder salami.” En dus eet het hele gezin vaak vegetarisch. Gegrilde aubergines, courgette en puntpaprika. En couscous. Of  roerbakgroenten en quorn met stukjes dés – brokjes gemaakt van microproteïne, zo staat op het pak te lezen. Max eet het met lange tanden. Wij ook. Soms komt hij niet verder dan drie happen. Hier raakt het geduld van zijn vader op. “Max, eet je bord leeg, want anders halen we even een koetje uit de wei...” Ik trap hem echt op zijn ziel met dit soort grappen.

 

Offers

Inmiddels hebben we vitamine B12 en andere pillen aangeschaft. Want er bereiken ons berichten van ijzer- en eiwittekort en ander leed door deze fundamentalistische  levenshouding. Het is ook niet om aan te zien; liggen er vier heerlijke kippenboutjes in de pan goudbruin te zijn, zit meneer te sabbelen op een vegaburger die zowel qua vorm als smaak veel weg heeft van een Sorbo-schuursponsje.

Op school tarten ze hem. “Eet toch lekker een hamburgertje, man”, zegt klasgenoot Youri. “Hij is toch al dood.” Max zegt: “Hou nu op! Ik ben vegetariër. Dat beslis ik zelf.” Hij houdt er zelfs een spreekbeurt over. Mijn zoon staat vierkant achter zijn beslissing, maar moet flinke offers brengen. Hij is gek op kip en ladysteaks. En op kibbeling en vissticks. Maar hij houdt vol.

 

Een visje mag best

Totdat we met Kees en Gwendolyn een weekend naar Egmond aan Zee gaan. Kees is een grote man, een autoriteit. Hockeyscheidsrechter. Een man die alles weet. Max hangt aan zijn lippen. Kees vindt dat Max best een visje mag eten, dit weekend. Gek genoeg staat Max open voor deze suggestie. Ik geloof mijn ogen en oren niet.

“Pap, ik ga zo vis eten”, zegt Max tegen me. “Eentje die in zee heeft gezwommen. Dat is veel beter dan vissen die in een aquarium zijn opgesloten om dik te worden.” Ik vraag wat voor soort vis, terwijl mijn lijf ruimte maakt voor opluchting. “Kibbeling, pap. Echte, hè? Dus niet van koolvis, maar van kabeljauw. Heeft Kees net uitgelegd.” Een uur later zie ik een stukje kibbeling bij mijn zoon naar binnen gaan. Hij kijkt me aan met een licht schuldige blik. “Ik heb het wel goed gedaan, pap. Ik vind het toch best knap van mezelf dat ik het anderhalf jaar heb volgehouden.” Alles bij elkaar waren het dertien maanden. In de wereld van een kind duurt alles langer.

 

Biologische kroketten

Nu eet hij weer alles. Wel vroeg hij laatst bij Snackbar Henk of de kroketten biologisch waren. Henk, van het type niet lullen maar pellen, moest erom lachen. En in Muiden, bij restaurant Graaf Floris, wilde Max weten of er geen plofkippen in de saté zaten. 

Voor het gezin is het een zegen, dat alles weer is zoals het was. Eén nadeel: hij heeft weer eczeem in zijn knieholtes, daar had-ie dertien maanden geen last van gehad. Verder zijn we er wat blij mee en we eten intussen zo biologisch mogelijk. Zijn zusje van vijf, die geen zin had om te eten, zei gisteren aan tafel: “Pap, weet je wat ik word?” “Zes?” vroeg ik. “Nee-ee. Vegetarisch pap! Vanaf morgen ben ik vegetarisch.” “Maar morgen eten we patat en kroket”, zei ik. “Oké, overmorgen dan.” 

 

Geen vlees, en dan?

Niemand heeft elke dag vlees en vis nodig. Het broodnodige ijzer komt ook voor in groente en peulvruchten, brood en graanproducten en plantaardige vleesvervangers. Kaas bevat geen ijzer en is dus is geen volwaardige vleesvervanger. Ook quorn bevat te weinig ijzer, maar vitamine C kan helpen de opname van ijzer uit plantaardige producten te bevorderen. Laat je kind daarom bij elke maaltijd groente en/of fruit eten. Vitamine B12 is belangrijk en zit alleen in dierlijke producten. Vegetariërs die wel eieren en melkproducten tot zich nemen krijgen over het algemeen genoeg vitamine B12 binnen. Veel vegetarische voedingsmiddelen zijn verrijkt met B12 waardoor er geen tekorten kunnen ontstaan. In verband met osteoporose (botontkalking) moet er echter ook vitamine D binnenkomen. Plantaardige voeding bevat dit niet. Aan margarine is het toegevoegd en natuurlijk krijg je vitamine D via zonlicht. Kinderen tot vier jaar moeten wel extra vitamine D slikken. En als je kind een donkere of getinte huid heeft, moet hij ook na zijn vierde verjaardag extra vitamine D krijgen. Lekkere vegetarische recepten voor kinderen vind je op Veggie(s) voor Kabouters

 

Dit artikel staat in Kek Mama 06-2015.

In samenwerking met Kek Mama