Ionica Smeets checkt

Kek Mama-columnist Ionica Smeets checkt elke maand opvoedfabels en -feiten. Zodat jij dat niet meer hoeft te doen. Deze maand: sprongen in de ontwikkeling

Aan de telefoon met mijn schoonmoeder mopper ik dat Rifka al een week niet te genieten is. Ze huilt als ze haar zin niet krijgt, ze huilt als ze haar zin wel krijgt. “Aha”, zegt mijn schoonmoeder, “Dan maakt ze waarschijnlijk een sprongetje.”

More content below the advertising

 

Sprongen in ontwikkeling kind

Ik begrijp onmiddellijk wat ze bedoelt. Ze verwijst naar Oei, ik groei. Volgens dit boek maken jonge kinderen sprongen in hun ontwikkeling. Hierbij gedraagt het kind zich een tijdje moeilijk en kan het daarna ineens iets nieuws. Die zogenaamde sprongetjes zijn volgens de theorie extreem precies aan te wijzen. Bij vijf weken maakt de baby zijn eerste sprong en in het eerste jaar volgen er nog zeven. Allemaal volgens een vast patroon: zo maken álle baby’s bij 37 weken een sprong waarbij ze de wereld leren indelen in categorieën.

 

Vast patroon in ontwikkeling

Deze theorie is bedacht door Frans Plooij en Hetty van de Rijt. Zij bestudeerden het gedrag van jonge chimpansees in Afrika en kregen het idee dat hun ontwikkeling in sprongen verliep. Het echtpaar stapte over naar een experiment met mensen. Ze vroegen vijftien moeders bij te houden wanneer hun baby ‘moeilijk’ was. Hieruit concludeerden ze dat er een vast patroon van sprongen in de ontwikkeling zat. Ze wilden hun doorbraak delen en schreven het opvoedboek Oei, ik groei.

 

Geen vast patroon

Inmiddels zijn er hiervan wereldwijd meer dan twee miljoen exemplaren verkocht en zie je de ideeën terug in cursussen en tv-­programma’s. Alleen is er een probleem: bij later onderzoek konden wetenschappers de meeste omschreven sprongen niet terugvinden in de ontwikkeling van kinderen. Sterker nog: een student die door Frans Plooij was aangesteld om zijn theorie te bevestigen, ontdekte juist dat er geen vast patroon te bekennen is in de ontwikkeling van baby’s, laat staan acht duidelijke sprongen op vaste tijden. Het liep uit op ruzie. Plooij was bijzonder hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen en toen zijn contract afliep, hoefde hij niet terug te komen.

 

Gaat vanzelf voorbij

Dit alles speelde zich af eind jaren negentig. In die tijd was ik vooral bezig met de vraag of ik ooit verkering zou krijgen. Over kinderen durfde ik niet eens te denken, dus ik heb de ophef destijds gemist. Blijkbaar ben ik niet de enige, want de ideeën uit Oei, ik groei zijn breed verspreid, terwijl de onderliggende basis op drijfzand is gebaseerd. Als je vijftien moeders iets vraagt over hun kinderen, dan kun je in hun antwoorden vast wel een of ander patroon vinden. Alleen betekent dat niet dat je een universele wet hebt gevonden. Daarvoor zou je dezelfde patronen ook in grotere groepen kinderen moeten zien. En gek genoeg ontdekt niet élke baby bij 37 weken hetzelfde. Dat alles zei ik niet tegen mijn schoonmoeder. Ik antwoordde met de hoofdboodschap van Oei, ik groei die wél klopt: “Gelukkig gaat dit ook vanzelf voorbij.”

 

Wiskundige Ionica Smeets (37) woont samen met Han (36) en is moeder van Tex (6) en Rifka (2). Als je ook iets gecheckt wilt hebben: mail  ionicacheckt@kekmama.nl